Menu Sluiten

The Road To Nowhere

De brug

Een brug brengt je naar de overkant, maar vanuit iemand anders perspectief ben je daar al. Maar wat als een brug nergens begint, maar ook niet eindigt? Waar brengt hij je dan? Ik denk daar waar je verbeelding je de ruimte voor geeft.

Een avontuur op één rijstrook

De eerste keer dat ik over deze brug reed voelde als een soort mini avontuur. Een brug van 880 meter lang, en net breed genoeg voor één auto. Op een aantal plekken was een kleine verbreding in de brug. Een verbreding waar je een tegenligger kon passeren. Het was steeds een gok. Haal ik de volgende passeerplek, en stopt de tegenligger, of moet er straks iemand achteruitrijden.

De brug met zijn betonnen pijlers, en zijn houten dek met metalen platen. De brug werd gebouwd tussen 1972 en 1974. Op 14 juli 1974 werd de brug officieel geopend en maakte daarmee de ringweg compleet. De brug was toen 904 meter lang. Voor het eerst was IJsland volledig over de weg rondom te rijden.

Het water dat de brug brak

In 1996 werd de brug door een Jökulhlaup gedeeltelijk verwoest. De brug was niet bestand tegen het watergeweld dat met een piekafvoer van ongeveer 50.000 m³ per seconde over de Skeiðarársandur stroomde. Gigantische ijsblokken en 180 miljoen ton sediment werden door het water meegevoerd. De Skeiðarábrú was stevig gebouwd, en grote delen bleven intact. Eén pijler bezweek en ongeveer 170 meter van het wegdek spoelde weg.

De brug over de Gígjukvísl, de brug verder naar het westen op de Skeiðarársandur, werd volledig weggevaagd. Nog geen drie weken later was het via noodconstructies alweer mogelijk om de verbinding over de sandur te herstellen.

Na de Jökulhlaup veranderde de bedding van de rivier van richting. Het overgrote deel van het water stroomde nu door de Gígjukvísl. De Skeiðarábrú werd een brug op het droge. De brug die ooit de laatste ontbrekende schakel van de ringweg was, stond ineens nergens meer overheen.

Road to nowhere

Jaren reed ik tijdens mijn reizen over beide bruggen. In 2016 zag ik werkzaamheden naast de brug. Het werd een nieuwe veel kortere brug. Ik houd niet van veranderingen. Ik zag het met lede ogen aan. Een klein beetje met de hoop dat de brug zelf wel behouden zou blijven. Een volgende keer dat ik er kwam reed ik over de nieuwe brug, en werd de oude Skeiðarábrú een monument, in ieder geval in mijn ogen. Een brug zonder eind of beginpunt. Was dit misschien The road to nowhere?

Ik rijd langs de brug, tel de pijlers en laat mijn gedachten dwalen. De tel raak ik kwijt, maar het zal tussen de 15 en de 20 geweest zijn. Vijfhonderd meter verderop zet ik de camper stil op een parkeerplek en loop ik terug naar de brug. Auto’s, campers, bussen, ze rijden over de ringweg, en ze moeten die eenzame figuur gezien hebben. Het kleine poppetje bij en op de brug.

Op ontdekking tussen de pijlers

Vanaf het zand van de Skeiðarársandur stap ik op het asfalt. Het voelt vreemd en surrealistisch. Alsof je vanuit niets, de beschaving instapt. Hoe lang het stuk asfalt is, ik heb geen idee, maar het voelt goed om de overstap te maken naar het houten wegdek van de brug. Ik zit in mijn focus. Fotografeer. Zoek naar invalshoeken waarmee ik de brug geen tekortdoe. Ik lig plat op de grond, zit op de reling, op mijn knieën, wissel van objectief en hoop dat ik geen foto vergeet.

Daarna daal ik af, en tussen de pijlers door loop ik naar de andere kant van de brug. Voorzien van graffiti vertelt iedere pijler zijn eigen verhaal. Verhalen die ik niet ken, maar verschillende artiesten, verveelde jeugd of baldadige reizigers hebben hun handtekening op de brug achtergelaten.

Moeten ze het zo laten, of is er misschien een plan om echte graffiti artiesten hier een podium te geven en een pijler te adopteren en zo van de hele brug een fleurig kunstwerk in een zwart landschap te maken. Het zou mooi zijn, maar wellicht ook meteen de volgende hype waarbij iedereen naar deze brug toe wil komen.

Nu loop ik hier nog alleen en kijk zo nu en dan naar de voorbijrijdende auto’s. De brug is niet interessant, want de hype is nog niet geboren. Maar ik kan me voorstellen dat over enkele jaren de brug zijn eigen parkeerplaats zal hebben en de bezoekers komen toestromen. Influencers voorop. Gekleed in prachtige jurken, paraderend langs de pijlers, dansend op het houten dek.

Ik wandel terug over het houten dek, maak foto’s, registreer en geniet. Een stukje IJslandse historie. Nog niet erkend, maar wel bijzonder.

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

In het spoor van het licht

Vond je de verhalen van mijn laatste reis interessant? Denk dan ook eens aan mijn publicatie
“In het Spoor van het licht.”
Een klein overzicht van reacties die ik mocht ontvangen van lezers:
* Jouw boek is een rijkbezit.
* Ik hoop dat het goed verkoopt, met jouw innerlijke reis als diepgang.
* Ik heb je boek uit, je bent echt een beeldende schrijver. Ik heb echt genoten en ben op deze manier weer even op IJsland geweest. Dankjewel voor dit mooie verhaal.
* Weer een fantastisch boek wat je als lezer weer helemaal mee ‘terug’ neemt naar prachtig IJsland.
* De herkenning zit in de combinatie van fotografie en IJsland. Jouw beleving van IJsland waarbij je graag op zoek gaat naar momenten en plekken waar je verder van de massa bent herken ik ook. Maar vooral las ik dat IJsland veel met je doet.
* Ik reisde echt mee. Heerlijk in de drukke maand af en toe op de woeste en lege vlaktes van IJsland. * Je persoonlijke memoires vond ik ook mooi.
* Hoe doet deze fotograaf dat en hoe herkenbaar zijn de belevingen zo af en toe. Ik vind het ook erg dapper hoe persoonlijk je het soms durfde te laten zijn.
* Dit is een boek dat ik nooit meer wegdoe!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De reis komt tot een eind

Een oranje gloed vult de camper. Zelfs met mijn ogen dicht weet ik wat dat betekent. De zon schijnt. Na de ervaringen van de afgelopen dagen is de zon meer dan welkom. Ik kleed me snel aan, en sta even later buiten te genieten van het zonnetje. De camperdeuren, de daktenten, de gewone tenten staan allemaal ver open. Het is nu de kans om alles lekker te laten drogen.

Mijn camper kan ook wel wat frisse lucht gebruiken. De matten gaan naar buiten, de handveger komt tevoorschijn en het naar binnen gelopen gras wordt naar buiten geveegd. Even later is alles weer schoon, en zit ik tevreden aan het ontbijt.

De Búlandstindur

Ik start de camper, benieuwd naar wat ik vandaag allemaal kan verwachten. Ik ken de weg, ik weet wat ik ga tegenkomen, maar niet hoe ik het zal aantreffen. Ik laat me leiden door het licht en de omstandigheden. Al snel komt de Búlandstindur in het vizier. Doorrijden of stoppen? Een toefje wolken tegen de flanken van deze piramidevormige berg bepaalt de volgende stap. Stop.

Vanaf de parkeerplek heb je goed zicht op de berg, maar wanneer je hiervandaan fotografeert, heb je een foto van de berg. Mooi, maar niet voldoende. Ik kijk naar een klein schiereilandje en zie tot mijn verrassing het kleine halfvergane bootje dat ik hier jaren geleden al eens fotografeerde. Een berg en een bootje, voor mij is het net dat stukje extra, dat karakter geeft aan de foto van de berg.

Ik loop achteloos langs de informatieborden, maar zie dan dat het slechts borden zijn. De informatie is weg. Ik ben even verbaasd, want dit was de locatie waar Nicoline Marie Weywadt opgroeide. De meesten zullen hun schouders ophalen bij die naam, maar Nicoline was de eerste vrouw in IJsland die fotografie studeerde en als fotograaf werkte. Ze studeerde in 1872 af als fotografe in Kopenhagen. Haar foto’s vormen tegenwoordig een belangrijke historische bron over Oost-IJsland, en daarmee heeft ze haar informatiebord eigenlijk wel verdiend.

Kan ik over mijn eigen schaduw heen stappen

Ik loop een stukje door naar het schiereiland om te zien hoe ik een fotocombinatie kan maken van bootje en berg. De grootste uitdaging is de diepe ligging van het bootje. Het is lastig om een plek en een houding te vinden waarin ik beide kan vastleggen zonder dat mijn eigen schaduw een rol in de compositie opeist.

Ik ben niet de man die sneller fotografeert dan zijn schaduw. Ik kijk richting de zon en dan naar mijn schaduw. Tien minuten kunnen hier het verschil maken. Eigenlijk zou ik moeten zeggen acht minuten en twintig seconden, want dan kan ik zeggen dat het licht dat mijn schaduw op de juiste plek plaatst al onderweg is.

Tijdens het wachten bedenk ik al hoe ik de foto wil gaan maken en welk objectief ik hiervoor ga kiezen. Om me heen kijken is onderdeel van mijn fotografie. Mijn oog valt op de bergrug die de scheiding markeert tussen Berufjörður en Breiðdalur. De meeste bezoekers zullen als meest interessante bergrug van IJsland waarschijnlijk Vestrahorn of Eystrahorn noemen. En het klopt dat dit twee hele markante en fotogenieke bergruggen zijn, maar wie goed kijkt, ziet het bijzondere van deze bergrug bij Breiðdalur.

In de wolken

De pieken, onder andere de Flögutindur, Smátindar en Stöng, hebben ieder hun eigen schoonheid. Vandaag hangt er een mooie strook wolken net onder de pieken. Wanneer je alleen de wolken en de pieken in je beeld vangt, ontstaan dromerige landschappen die je het gevoel geven boven de wolken uit te stijgen. Ik maak vanaf hier een paar foto’s, maar rijd dan door naar de Nykurhylsfoss omdat ik weet, of in ieder geval vind, dat vanaf daar het mooiste uitzicht op de bergrug te zien is.

De hele bergrug is onderdeel van de ongeveer zeven miljoen jaar oude vulkaan Breiðdalseldstöð, maar dat is interessanter voor de geoloog dan voor de fotograaf. Dan is het weer een kwestie van geduld. Geduld, omdat de strook bewolking zijn eigen route neemt waarbij de hele bergrug soms aan het zicht wordt onttrokken. Maar ik heb de tijd. En ik neem die tijd.

De groene kliffen van Blábjörg

Tevreden rijd ik een uurtje later verder. De lucht boven mij is blauw. De bewolking kruipt steeds langs de flanken van de bergen omhoog. Ik nader Blábjörg, vertaald als de blauwe rotsen, al kun je erover discussiëren of ze wel blauw zijn, of wellicht groen. Een klif van ignimbriet, een vulkanische tuflaag van negen miljoen jaar oud.

Voorgaande keren dat ik bij Blábjörg was, was het bewolkt. Dit keer is de lucht strakblauw. En voor iemand die altijd beweert dat blauwe luchten saai zijn in de foto´s, moet ik dit keer toegeven dat de zon de omgeving goed doet. Voortaan kan ik het beter hebben over “Meestal saai.” Ik geniet van het zwarte strand, de groene Blábjörg en de subtiele rode baan in de klif. De wolken die zo nu en dan de Búlandstindur, omhullen maken het statische landschap wat dynamischer. Ik heb mijn natuurfoto’s het liefst zonder menselijke maat en of aanwezigheid, dus de keren dat er even wat meer mensen hier afdalen ga ik in het zand zitten en geniet ik van de omgeving.

Bijzondere luchten

Ik ben alweer een stukje aan het rijden. Bij Blábjörg werd de blauwe lucht steeds meer gevuld met wolken. Hoe verder ik rijd, hoe interessanter de wolken zich vormen. Wit, lichtgrijs, donkergrijs en donkergrijs tegen zwart aan. Ik geniet van de wolkenluchten en weet al waar ik wil stoppen om ze vast te leggen.

Tijdens het genieten zit ik me ook te ergeren aan twee campers die duidelijk bij elkaar horen en niet harder rijden dan zestig kilometer per uur. Met veel bochten en redelijk wat tegenliggers is het niet te doen om in te halen. Ik zie hoe de wolken langzaam van vorm beginnen te veranderen en minder sterk worden. Langzaam verkeer is niet erg, behalve wanneer je ergens wilt zijn en tijd cruciaal is. In mijn gedachten slaan de campers ook nog eens af op mijn parkeerplaatsje en word ik gedwongen om door te rijden.

Gelukkig rijden ze mijn plekje voorbij, en ik spring uit de camper, grijp mijn camera, en loop zo snel ik kan naar de vuurtorens van Hafnarnes. Gele vuurtorens zie je op heel IJsland, en ze zijn absoluut een foto waard, maar nu met de donkere lucht op de achtergrond wordt het geel, of oranje zoals je wilt extra benadrukt. Tijdens het lopen maak ik zo nu en dan alvast een foto, bang om de luchten te missen.

En dan sta ik op de goede plek, met het juiste licht en de juiste omstandigheden. De stress ontsnapt uit mijn lichaam. Na de snelle snapshots om het moment niet te missen heb ik nu tijd voor het maken van foto’s. Ik kan mezelf alleen maar voor mijn hoofd slaan omdat ik niet de tijd heb genomen om een jas of vest aan te trekken. Het is te koud voor mijn T-shirt, maar ik zal het ermee moeten doen.

De laatste foto van deze reis, een typische IJslandse vuurtoren in een typisch IJslands landschap met typische IJslandse luchten. Het is een goede afsluiter van deze bijzondere reis.

Seyðisfjörður, wachten op de boot

Na de vuurtoren ben ik doorgereden naar de camping bij Reyðarfjörður waar ik in de ochtend word gewekt door het tikken van de regen op het dak van de camper. Het maakt me vandaag niet zoveel uit. Bij goed weer had ik deze dag nog wat ondernomen, maar nu rijd ik naar Egilsstaðir. Nog één keer IJslandse diesel tanken zodat ik in Denemarken kan doorrijden, en nog wat boodschappen doen, voornamelijk wat snacks voor op de boot.

Niets te zien op Fjarðarheiði

De middag besluit ik door te gaan brengen in Seyðisfjörður. Het is een leuk pittoresk dorpje, beroemd om het blauwe kerkje met de regenboogstraat, en er ligt nog een waterval, de Vestdalsfossar die ik wel eens wil gaan bekijken. De pas Fjarðarheiði is ook geen straf om te rijden. De pas geeft alleen dit keer niets van zijn schoonheid prijs. Ik zit al snel in een hele dichte mist, soms met zicht van niet meer dan twintig meter, en volgens mij soms niet eens. De rit wordt daarmee een van de meest inspannende ritten die ik dit jaar maakte in IJsland.

De haarspeldbochten liggen steeds verrassend dichtbij en vragen mijn opperste concentratie. Ik bedenk dat ik misschien wel even kan stoppen bij de Gufufoss. Mist en landschappen gaan vaak goed samen. Ik verwacht geen drukte, de MS-Norröna komt morgen pas aan, dus deze dag zal het wel rustig zijn. Ik verheug me op de rust, de mist en de waterval. Langzaam wordt de mist dunner. In de verte zie ik Seyðisfjörður liggen. Wat ik niet verwacht had te zien zijn veel auto’s op de parkeerplaats bij de Gufufoss, en nog meer wandelaars die te voet zijn gekomen uit het dorpje. Wanneer ik in de verte het cruiseschip zie liggen valt het kwartje. Ik rijd de Gufufoss voorbij, en besluit naar de wat meer onbekende waterval Vestdalsfossar te rijden. Ik rijd het plaatsje voorbij en zie vele wandelaars die hetzelfde idee hadden. Ik zet even de camper aan de kant om te kijken hoever ik ongeveer moet rijden wanneer ik word ingehaald door een toerbus met mensen van het cruiseschip die ook de waterval gaan bekijken.

Even twijfel ik, maar dan draai ik om en rijd de camping op. Ik loop nog even het dorp in, maak een rondje rondom de kerk, wandel over de regenboogstraat en maak met mijn telefoon nog wat foto’s. Vanaf een bankje kijk ik even naar de vele mensen die door de straten struinen op zoek naar het pittoreske, verlaten vissersdorpje dat in hun reisbrochure staat vermeld.

Ik wandel terug naar de camper en blader op mijn laptop door de foto’s en laat de bijbehorende herinneringen de revue passeren. Ja, dit was weer een mooie reis, maar nu is het tijd om naar huis te gaan.


Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Twee dagen van storm en regen

De camper schudt in de wind, de ruitenwissers maken overuren. Al sinds ik Jökulsárlón achter mij liet, rijd ik in de regen, in de mist en in harde tot zeer harde wind. Ik houd wat vaker pauze, en neem gedurende de hele dag niet meer dan zes foto’s. Ik denk dat ik bewondering heb voor de mensen die op plekken waar ik sta, stoppen en ingepakt in alles dat regen en wind kan tegenhouden een stukje gaan wandelen. Waarheen? Dat weet niemand.

Wanneer ik de Vestrahorn nader, kijk ik zover ik kan in de afslag. Ik zie enkele auto’s rijden. Wat gaan die in vredesnaam in dit weer doen? Wat verwachten ze eigenlijk. Het is waarschijnlijk een bucketlist locatie, en ook al zie je niets, wellicht dat het idee dat ze er wel zijn geweest dan voldoende is. Wellicht is het ook beter dan van hotel naar hotel te rijden zonder iets te zien. Maar zelfs al sta je aan de voet van de markante bergrug, zul je de toppen niet zien.

In plaats van TV

Deze dag heeft me nog niet veel gebracht. Iets voor drie uur zet ik de camper stil bij Fauskasandur. Het uitzicht is beperkt. Golven beuken op de twintig meter hoge pilaar, en tegen een grote rotswand. De beleving bestaat uit koffie drinken, kijken naar de rollende golven, en de bezoekers die veel tijd kwijt zijn met het aantrekken van hun regenkleding. In de camper is dat een luxe. Gewoon even rustig je regenbroek en jas aantrekken terwijl je droogstaat. De bezoekers die niet over deze luxe beschikken, trekken buiten hun auto hun regenkleding aan terwijl ze het druk hebben met evenwichtsoefeningen. Staand in regen en wind, is het al een hele prestatie wanneer je tijdens het omkleden niet op zijn minst bijna valt.

Meestal volgen dan ongeveer tien stappen buiten de auto, wordt een blik richting het strand geworpen, een selfie gemaakt en vervolgens weer tien stappen naar de auto gezet. Terwijl ik nog wat water kook voor mijn volgende kop koffie, is dit best vermakelijk om te zien.

De regen neemt even pauze

Iets na vijf uur neemt de regen snel af, komt er nuance in het grijs van de lucht, en waag ik het erop. Ik daal af naar het strand, en fotografeer de inkomende golven. Golven die stuk slaan op de pilaar “Stapi í Stapavík” die je vrij vertaald “de rotspilaar in Rotspilaarbaai” zou mogen noemen.

In de grijze lucht komen steeds meer gaten waardoor de blauwe hemel zich laat zien. Voor wie niet verder komt, of is gekomen dan het zicht vanaf de parkeerplek kan ik zeggen “je hebt heel wat gemist”. De pilaar is weliswaar indrukwekkend, maar niet het mooiste dat je op het strand zult vinden. Slechts een paar honderd meter verderop staat een andere rots die vanaf de juiste hoek markant genoemd mag worden.

Wanneer ik bij die rots aankom lijkt het er even op dat het weer gaat regenen. Het is echter het water van een ruim honderd meter verderop gelegen waterval dat door de wind wordt meegevoerd.

Ik loop nog verder, tot ik aan het einde van de baai bij een rotspartij komt die een tiental meters in het water staat. Door het lage water, de witschuimende golven en de donkere lucht is deze rots vandaag extra fotogeniek. Voor het maken van een foto kun je kiezen voor het zwarte strand, wit schuimende golven, roodoranje zeewier, donkere rotsen, groen mos, een doorkijkje en een dreigende lucht. Maar je kunt het ook allemaal samenvatten in één foto.

Iets verder op het strand zit het oog. Een rotswand met veel reliëf en veel kleur.

Ik zou hier veel langer kunnen blijven. Pas wanneer ik de parkeerplaats verlaat en de baai in mijn spiegels verdwijnt, vraag ik me af waarom ik dat niet heb gedaan.


Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De mysterieuze Svínafellsjökull

Na een tijdje IJsland, verdwijnt het jachtige leven steeds verder naar de achtergrond. Het scheelt natuurlijk ook dat ik op IJsland al veel heb gezien, niets meer per sé hoeft, en ik me meer laat leiden door het licht dan door de locatie. De ochtenden beginnen dan ook meestal met rustig wakker worden, rustig ontbijten en dan bedenken waar het licht me vandaag zal brengen.

Vandaag is het anders. Zodra ik de achterdeur van de camper open zie ik dikke nevel langs de flanken en toppen van de bergen rondom de Svínafellsjökull en Skaftafellsjökull langzaam voorbijdrijven. Mijn ontbijt sla ik over en al snel ben ik onderweg naar de Svínafellsjökull. Ik pak mijn rugzak, gooi er wat snacks in, en loop gehaast over het twee kilometer lange pad naar de voet van de gletsjer. De mist begint al op te lossen, en ik ben bang dat ik het beste moment zal missen.

Doorlopen heeft zin

Slechts een handjevol mensen heeft vandaag ook een vroege start. Het kleine meertje, een paar honderd meter voor het gletsjermeer, rimpelt in de wind. Nog slechts een dun laagje nevel hangt in de gletsjer. Ben ik te laat? Is het mooiste moment van de dag alweer voorbij? Mijn pas vertraagd. Snel wandelen heeft geen zin meer. Dan laat de wind zich vallen. Langzaam herstelt het wateroppervlak van het kleine meertje en maakt een metamorfose naar een perfecte, of minstens een bijna perfecte spiegel. Een plukje nevel komt tussen twee flanken door en legt een dun diffuus laagje over de gletsjer.

Mijn hypertrance

Wat er dan gebeurt, is moeilijk te beschrijven. Ik zie mogelijkheden, composities, lichtvallen. Het maakt mij hyper, want ik wil alles tegelijkertijd vastleggen. De wereld is beeld.

Tegelijkertijd komt er een rust over me heen. Alle afleiding verdwijnt naar de achtergrond. Ik ben alleen in mijn landschap. Ik zie alles en iedereen en tegelijkertijd zie ik niets en niemand. Ik verdwijn in mijn hypertrance.

De mistflarden, soms het dunne laagje mist dat voor de ijsbergen hangt, ontnemen iets aan het landschap en voegen daarmee juist iets toe aan de foto. Ik loop steeds een stukje verder, geleid door mijn hypertrance. De ijsbergen bieden na bijna iedere stap een nieuwe compositie aan. Ik kijk, kader, componeer en druk af.

Ik volg de rand van het gletsjermeer totdat ik de Tindaborg, de getande rotskam, in beeld krijg. De rotspunt was een duidelijk onderdeel van de Svínafellsjökull toen de route jaren geleden nog naar een ander uitzichtpunt leidde. Het moet een paar jaar geleden zijn dat ik die rotskam voor het laatst heb gezien.

Ik herinner me mijn eerste ontmoeting met de Tindaborg. Een uitstekende nunatak, een extra dimensie aan de gletsjer. Subtiel genoeg om niet dominant te zijn in de beelden en toch een belangrijk ankerpunt.

Na een laat ontbijt rijd ik verder. Het is een andere manier van reizen dan ik gewend ben. Wetende dat ik voldoende tijd heb om te doen wat ik wil en kan plan ik niets, en laat me wederom leiden door waar het licht me brengt en stop ik soms zomaar op een parkeerplekje om wat te lezen of weer een stukje verder te schrijven aan mijn volgende boek. Op de wind na zijn het rustige ritten.

Filosoferend bij de gletsjer

Ik stop even bij de fotogenieke Falljökull. Een gletsjer die lijkt opgebouwd uit vele kleine torentjes van ijs. Wit, blauw met hier en daar toefjes zwart. Het volume van de gletsjer is ook hier flink afgenomen. Het fenomeen gletsjer heeft me altijd geboeid. De enorme ijsmassa’s die langzaam het dal in glijden, rotsen afschaven, stenen verplaatsen, en als laatste fase afsmelten en een worden met de rivieren en de oceanen. Het is prachtig dit proces in slow motion te kunnen zien. Het blijft wel treurig om te zien dat er geen nieuwe aanwas, of in ieder geval te weinig aanwas is om het fenomeen in beweging te kunnen houden. Aan de ene kant maakt het mij nieuwsgierig om te zien wat er eventueel nog aan geschiedenis onder de gletsjers gevonden kan worden, maar ik zou het fijner vinden als dat nog lang tot de mysteries mag blijven horen.

Storm bij Jökulsárlón

De volgende stop is bij het Jökulsárlón. Dit keer is het niet eens voor het meer of het strand. Niet om de ijsbergen vast te leggen, niet om de ijsbergen te vangen in de golfslag. Een paar kilometer terug zag ik mooie maar ook verontrustende wolkenformaties. Boeiend om te fotograferen, maar niet om me te verheugen op de harde wind die met deze wolken gepaard gaan. Ter hoogte van het meer moet ik mijn best doen de camper op de weg te houden. Wanneer je dan tijd genoeg hebt is het niet zo’n moeilijke keuze om de camper te parkeren en tijdens een wandeling flink uit te waaien. Ik geef toe aan de verleiding om met de wind in de rug te gaan lopen. Met de wind in de rug lopen is prettig, en het idee dat je nog terug moet met de wind recht van voren, zorgt ervoor dat je nog verder gaat lopen, want zolang je verder loopt heb je nog steeds die wind in de rug. En toch, de terugweg zal ooit aanvaard moeten worden, en wordt met iedere stap langer.

Tot nu toe geniet ik van iedere stap, en kijk ik vooral naar de wolken die als een soort hoedje boven de gletsjer hangen. Soms ga ik achter een grote rots zitten. Gewoon mezelf verstoppen voor de wind. Even rust aan de oren.

Wanneer ik na veel tegenwind terug ben bij de camper neem ik een wijs besluit. Ik ga de rest van de storm hier even uitzitten.


Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Niet iedere inspanning wordt beloond.

Het is rustig op de ringweg. Ik vind dat heerlijk. Gewoon met tachtig kilometer per uur rijden, en niemand die op je bumper zit. Met deze snelheid kan ik lekker, onderuitgezakt achter het stuur, om me heen kijken en me laten verrassen door wat IJsland mij voorschotelt.

Het eerste wat ik zie is iets dat ik bijna niet zag. In de verte, heel vaag achter een diffuus scherm van nevel reist langzaam de Vatnajökull boven het landschap uit. Door de nevel is zowel de lucht als de gletsjer gehuld in pasteltinten. Ik zie het beeld voor mij dat ik wil schieten. Een lage horizon, een nog nader te bepalen voorgrond, en verder helemaal niets. Het moet een foto worden die het moet hebben van de leegte.

Behalve de voorgrond ontbreekt nu nog een goede plek om de camper aan de kant te zetten terwijl ik fotografeer. Maar wanneer je ze nodig hebt zijn ze er niet. Parkeerplekken of inritten, en ja hoor, dan is er een inrit waar je makkelijk kunt parkeren, maar is de gletsjer net even uit zicht. Ik moet doorrijden tot aan de parkeerplaats bij het Eldhraun. En dan is het zoeken. Passen en meten. Wat wil ik wel in mijn beeld, en wat niet. De beste plek vind ik vooraan de nieuwe parkeerplek. Daar heb ik slechts het uitgestrekte lavaveld, en de gletsjer in het door mij gezochte evenwicht. Ik maak een paar varianten, en ga dan weer tevreden op weg. Maar welke heeft nu de voorkeur?

Stjórnarfoss, een vergeefse inspanning

De afgelopen dagen heeft het behoorlijk geregend in deze omgeving. Een paar weken terug stonden we bij de Stjórnarfoss die op een klein straaltje water na vrijwel opgedroogd was. Ik hoef er ook niet echt voor om te rijden, dus er is geen reden om niet even te gaan kijken.

Het omrijden loont zich. De inspanning was niet voor niets. De hoeveelheid water is niet spectaculair, maar wel voldoende om de waterval wat aandacht te geven. Er staan enkele mensen de waterval te fotograferen vanaf de overzijde van de rivier. Vanaf de parkeerplaats is dat de korte route, en ook de meest logische. Vanaf de brug zag ik een poel met stilstaand water. Met een beetje geluk spiegelt de waterval of een mooi stukje landschap zich in het water. Het is iets verder wandelen, maar dan heb je het over een paar honderd meter. Mijn langere weg wordt beloond, en even later lig ik plat op de grond om de spiegel zo optimaal mogelijk te gebruiken.

De inspanning

Wanneer ik terug wil lopen naar de camper valt mijn oog op een weg gelegen die iets voorbij de waterval naar een hoger punt leidt. Ik heb geen idee wat ik ga vinden aan het einde van de weg, maar nu tijd mijn vriend is besluit ik de uitdaging aan te gaan. Eigenlijk is het lunchtijd, maar hoe ver kan die weg gaan?

De weg loopt eerst enigszins omhoog, maar voorbij de eerste bocht is het een stuk steiler. Mijn snelheid zakt een beetje terug, maar daar krijg is wel veel hoogtemeters voor terug. Ik kijk uit naar de volgende bocht. Wanneer deze weg mij naar een hoger deel van de Stjórnarfoss brengt is die moeite zeker niet voor niets. Het idee om met een weinig gefotografeerde foto thuis te komen geeft mij vleugels. Helaas zijn het dan wel het soort vleugels zoals een pinguïn ze heeft. Ze geven me niet de mogelijkheid ermee te vliegen. Nee, om de volgende bocht wordt de weg nog steiler. Ik kijk letterlijk en figuurlijk op tegen een grote hoogte. “Ik had mijn wandelstokken mee moeten nemen”. Het flitst door mijn hoofd. Ik kijk naar beneden, naar het stuk dat ik straks moet afdalen, dan kijk ik omhoog naar het nog steilere deel. Gaat dat lukken?

De honger naar die bijzondere foto duwt mij hoger en hoger. Op het deel waar ik mijn spectaculaire uitzicht verwachtte zie ik enkel een groen heuvelachtig landschap met een kloof. Heel ver beneden in de kloof stroomt de rivier die de Stjórnarfoss van water voorziet.

De inspanning niet beloond

Ik ga even in het gras zitten. De steile wandeling was nogal inspannend, en de timing om te gaan wandelen allesbehalve verstandig. Ik controleer even mijn rugzak op wat eetbaars, en ben helemaal gelukkig met de mars die ik in één van de vakjes vind. Zittend in het gras besluit ik extra lang met mijn mars te gaan doen. Weg laten smelten in mijn mond, en dan net zolang blijven kauwen tot je hem bijna op kunt drinken. Het wordt de lekkerste mars die ik ooit heb gegeten.

Met veel tegenzin begin ik aan de wandeling naar beneden. Wanneer ik boven aan het steilste stuk sta kijk ik naar beneden, en vraag me af of ik hier ooit beneden ga komen. Met mijn statief als geïmproviseerde wandelstok daal ik langzaam af. Halverwege heb ik nog even zicht op de minimalistische in nevel gehulde Vatnajökull.

De wandeling is inspannend, maar zonder te vallen of uit te glijden kom ik toch veilig beneden. Wanneer andere mensen mij in zicht krijgen is de weg gelukkig niet meer zo steil zodat ik net kan doen alsof ik hier gewoon fluitend naar boven en weer naar boven ben gewandeld.

Een alternatieve parkeerplek bij de Lómagnúpur is een fijne plek voor mijn lunchpauze.

De avond sluit ik af bij de Svínafells camping. Een mooie plek om morgen naar de Svínafellsjökull te gaan.


Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Die onbedwingbare nieuwsgierigheid

De laatste paar weken is de gletsjertong Solheimajökull veel in het nieuws geweest. Door het terugtrekken van de gletsjer worden de wanden instabiel en vallen er regelmatig stenen. De bergen moeten nu, zonder de fundering van de gletsjers, hun nieuwe balans zien te vinden. Allemaal erg boeiend, maar niet als je er net loopt wanneer de berg zijn balans oefeningen verricht.

Ik heb dan ook besloten niet naar de Solheimajökull te gaan. In de verte zie ik de brug die net voor de afslag ligt, maar ik besluit door te rijden. Totdat ik op de brug rijd. Dan krijgt mijn nieuwsgierigheid de overhand. Ik kijk in de spiegels, geen verkeer achter mij, richting aangeven, remmen en afdraaien.

Niet veel later sta ik op de parkeerplaats. Een plek die sinds mijn eerste bezoek hier in 1999 verschillende keren is opgeschoven om de bezoekers niet al te lang te laten lopen, en flink is gegroeid om al die bezoekers te kunnen ontvangen. Vlak bij mijn camper staan een twintigtal bezoekers te luisteren naar de instructies van de gidsen. Bewapend met helm, houweel en crampons, luisteren ze aandachtig alvorens zich in de richting van de gletsjers te begeven.

Zwarte en witte pieken

Het stelt mij gerust, want als het risico echt groot zou zijn, ging hier niemand de gletsjer op. Ik pak mijn spullen, en loop ook richting de gletsjertong die mijn hart heeft gestolen vanwege de vele tinten in het ijs. En dan heb ik het niet enkel over blauw en wit, maar ook echt diepzwart. Die zwarte ijspieken zijn voor mij het meest bijzonder.

De gletsjer stelt niet teleur. Het blauw is een grote afwezige, maar wordt ruimschoots gecompenseerd door het zwart. Spitse zwarte punten in willekeurige plekken, waar je als fotograaf dan toch probeert om orde in de chaos te creëren en zo tot een mooi fotografisch resultaat te komen. Voor de terugweg loop ik langs het gletsjermeer in de hoop nog wat motieven te ontdekken, maar ik vind niets dat het openen van mijn fotorugzak verantwoord.

Ga ik een poging wagen

Bij Vík í Mýrdal stop ik even. Zal ik naar de Reynisdrangar wandelen, en hem dit keer fotograferen zoals ik hem nog nooit gefotografeerd heb? Ach, het is een voornemen wat ik al op zoveel plekken maakte. “Dit keer maak ik een totaal andere foto als al die andere foto’s die ik hier al maakte,” om vervolgens met toch weer ongeveer dezelfde foto’s thuis te komen.

Ik ga het toch proberen, zoals ik het al zo vaak probeerde. En ook dit keer ga ik me weer zonder plan laten leiden door wat ik tegenkom. Bepakt met mijn rugzak stap ik uit de camper en wat dan als eerste opvalt is die kerk.

Víkurkirkja

Ik gooi het er maar meteen uit, al weet ik zeker dat niet veel mensen het met mij eens zijn, maar ik vind het gewoon een dertien-in-een-dozijnkerkje. Geen bijzondere architectuur, geen spectaculaire vormgeving. Qua vorm en uitstraling lijkt het vrijwel identiek aan de op hemelsbreed slechts een paar kilometer verderop gelegen Reyniskirkja. De geschiedenis is misschien interessant, maar aan het kerkje zelf zie ik niets wat het architectonisch bijzonder maakt. Het is gewoon een eenvoudig, wit kerkje met een rood dak dat het vooral moet hebben van zijn ligging.

En die ligging, die is inderdaad mooi. Van een afstand steekt het witte gebouw fel af tegen de donkere, achterliggende berg. Ik kijk nog eens naar de kerk. Rondom staan inmiddels veel auto’s, campers en toerbussen. De kerk is een hype, niet meer en niet minder. Veel gefotografeerd, en daarom moet hij wel bijzonder zijn.

Wat de bezoekers volgens mij uit het oog verliezen, is dat je, als je de kerk daadwerkelijk als iconisch beeld wilt vastleggen, juist minimaal vijfhonderd meter verderop moet gaan staan. Pas vanaf daar ontstaat het beeld waar het ooit om begonnen is: dat kleine, witte kerkje, bijna verloren in het overweldigende IJslandse landschap.

Begrijpen al die bezoekers die nu rond de kerk staan dan niet dat ze niet het icoon zien, maar slechts de hype eromheen omarmen? En wil je nog een mooie, iconische foto maken, dan zul je heel vroeg of heel laat moeten komen. Anders wordt het beeld onvermijdelijk bezoedeld door bussen, campers, auto’s en veel te veel mensen.

De Reynisdrangar

Ik kijk nog een keer naar boven, en loop dan door naar het ander icoon van Vík I Mýrdal: De Reynisdrangar. Een mooie rotsformatie die ongeveer 500 meter uit de kust liggen. Er zullen geen mensen op rond lopen, laat staan dat er auto’s voor geparkeerd staan. Met een gerust hart loop ik zonder idee en zonder planning naar het zwarte strand Víkurfjara.

“Een andere foto?” Met die opdracht loop ik eerst richting de grote uit grote rotsen aangelegde golfbreker. Ik wil er overheen klimmen, maar tijdens de klim verzet ik de koers, en loop naar het einde van de pier. Aan de andere kant van de pier loopt het riviertje Víkurá.
Het brengt mij zo nog geen inspiratie, voor die andere foto. Die inspiratie komt pas op het laatste stukje van de pier. Laag, tegen het riviertje aan liggen enkele rotsen die niet echt een onderdeel van de pier vormen, maar die wel mooi gifgroen zijn gekleurd door algen. Langzaam klim ik naar beneden en sta ik tussen pier en rivier. Hier kan ik mij rustig uitleven. Verschillende ideeën borrelen omhoog. De Reynisfjara in de achtergrond, en de groene bijna lichtgevende rotsen als hoofdrol.

Na een paar pogingen betrek ik ook de rivier bij mijn composities. Ik ben druk bezig met fotograferen wanneer anderen mij zien staan, en ook vanaf dezelfde plek foto’s willen gaan maken. Helaas voor hen ligt, het riviertje Víkurá tussen ons in. Er zit voor hen niets anders op dan om te lopen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor mij. Zodra ik verder over het strand wil gaan lopen moet ik eerst de golfbreker weer beklimmen, en terug naar de brug.

Waar kan je liggen in het zand…

Vanaf het strand bekijk ik de mogelijkheden voor nog een andere “die andere foto.” De zon schijnt zijn felle licht op de stenen op het strand die daardoor gaan schitteren. Er zit niets anders op dan ook de schittering te gaan vangen. Die laat zich enkel vangen wanneer ik plat op het strand ga liggen en mijn camera bijna in het zand moet leggen, slechts ondersteund door mijn hand.

Velen zullen zeggen: “Je kunt toch op het schermpje aan de achterkant kijken, dan hoef je niet plat op de grond te gaan liggen.” Dan ben ik wellicht van de oude stempel. Voor mij blijft bij al mijn fotografie de zoeker favoriet, al is het maar omdat je dan met je zicht afgesloten bent van alle afleiding. Bovendien, moet ik om vanaf het beeldscherm aan de achterkant te kunnen fotograferen, mijn leesbril opzetten, en dan nog weet de zon het beeld vaag en contrastloos te maken. Platliggend op de grond denk ik nog even aan het manneke bij de Brimketill die zich liet verrassen door een golf. Mijn rechteroog hangt voor de zoeker, mijn linkeroog houdt angstwekkend de vloedlijn in de gaten.

Na een aantal pogingen heb ik het beeld gevangen, en kan ik droog teruglopen naar de camper.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Het internet onderschat

We hebben deze reis best wel wat ongemak gehad met onze camper. Zo stonden we al drie keer in een garage. Eén keer voor een complete set nieuwe banden, een keer om een beugel van het brandstoffilter te lassen, en nog onvermeld was het scharnier van de motorkap dat het had begeven. Gewoon midden doorgebroken. Dat laatste was in tijd van vijftien minuten weer gelast, maar het kost wel veel tijd en vraagt vaak om een aanpassing van de route. En onlangs werden we onaangenaam verrast door een scheur van ruim twintig centimeter in de voorruit. Na informeren bleek de levertijd van een nieuw raam drie weken te zijn.

Ik mag wel zeggen dat ik nu huiverig ben voor de hooglanden. Ik weet dat je met een barst in het raam nog best wel een tijdje kunt doorrijden, maar laten we het erop houden dat de garantie vervalt. De laatste dagen in IJsland houd ik me dan ook wijselijk op aan de ringweg met af en toe een klein voorzichtig uitstapje op een gravelweg. De auto is niet slecht, maar hij zit eigenlijk al wel tegen zijn pensioen aan en moet gezien zijn leeftijd hard werken.

Ik heb gekozen om over het zuiden te gaan, omdat alle highlights in het noorden toch wat gravelwegen met zich meebrengen. Zo kom ik deze ochtend langs het plaatsje Hella. Ik ben onderweg, maar weet niet waarheen. Dan schiet me een waterval te binnen die ik al vaker wilde bezoeken, maar die steeds op een “ach, de volgende keer lijst,“  terecht kwam. Vandaag is de volgende keer.

De Ægissiðufoss

Er loopt maar één rivier door Hella, dus de kans om verkeerd te rijden is niet groot, maar voor de zekerheid kijk ik even op de kaart. Ik stop op de parkeerplaats bij het vertrekpunt van de bus naar Landmannalaugar. Ik kijk even op naar de geparkeerde campers op het lang parkeren terrein, en ik moet toch even slikken. Het was voor ons een van de belangrijkste doelen van deze reis. De Laugavegur. Het heeft dit keer niet zo mogen zijn, en of er nog een herkansing gaat komen is nog maar de vraag. Ik ben niet oud, voel me niet oud, maar ik zit wel in de categorie waarin het de vraag is of het nog verstandig is om dit te gaan ondernemen.

Op de kaart vind ik snel de waterval, Ægissiðufoss, vernoemd naar de historische boerderij Ægissiða. Ægir op zij beurt, is in de Noorse mythologie een reus die de personificatie is van de oceaan en de zeeën. Volgens de kaart is inderdaad een kwestie van de enige weg te volgen die langs de rivier loopt. Het lijkt me een leuk plekje om ook even te lunchen. Ik kijk naar de laatste afslag voor de waterval en zie tegelijkertijd enkele auto‘s en campers de weg inrijden.  De parkeerplaats is nu al te klein voor al het verkeer dat hierheen komt. Ik dacht een waterval te hebben gevonden die nog relatief onbekend was, maar ik denk dat het internet aan velen de weg heeft geopenbaard.

Ik kan het voor mezelf niet verantwoorden hier te gaan lunchen, maar fotograferen lijkt me geen probleem. Even later loop ik met mijn rugzak richting de Ægissiðufoss. Ik word aangenaam verrast door wat ik aantref. Ik heb op het internet wel eens een foto van deze waterval gezien, maar die foto‘s deden de waterval geen recht. Voor het mooiste beeld zou ik eigenlijk moeten afdalen naar het waterniveau, maar als ik anderen zie strompelen om beneden te komen, en later weer naar boven zie ik ervan af. Het standpunt van bovenaf is ook niet slecht.

Naar de haven bij de Westmaneilanden

Het uitzicht op de Westmaneilanden heeft me altijd gefascineerd. Mijn volgende afslag is net voor de Seljalandsfoss richting de ferry naar de eilandengroep. Al vanaf de ringweg zie je de eilandengroep liggen, en als je niet beter weet denk je aan een rijtje bergen aan de kust. Ik zet de camper stil bij het Landeyjarsand en tuur over het strand. In de verte zie ik iets liggen dat een belletje doet rinkelen. Vanaf deze afstand is het onherkenbaar, maar lag hier geen scheepswrak? Ik pak mijn camera met telelens en schiet een snapshot dat ik vervolgens flink inzoom op het schermpje. Inderdaad, in de verte liggen de overblijfselen van de eens zo trotse Sigurður Gísli VE 127.

Het is nu eerst lunchtijd, en zover ik weet, is het scheepswrak vrij anoniem. Op de foto die ik net maakte kon ik geen mensen in de omgeving van het wrak zien. Met het volste vertrouwen dat ik nog wel even kan lunchen voor ik naar het wrak wandel drink ik mijn koffie, en eet mijn brood op. Buiten wordt het rumoerig. Ik zie een gezin met twee kinderen, en ik ga ervan uit dat ze naar de Westmaneilanden zullen gaan. Dan zie ik dat de vader een verrekijker in zijn hand heeft, en naar het wrak tuurt. Hij wijst het aan, geeft de verrekijker aan zijn vrouw. De vrouw geeft het even later aan één van de kinderen, en niet veel later lopen ze met zijn vieren het strand op.

Ik vloek binnensmonds en maak me zelf zo snel mogelijk klaar om ook naar het wrak te wandelen. Wanneer ik klaar ben om te vertrekken bestaat het gezin nog uit vier kleine stipjes die bijna rechtstreeks in de richting het wrak wandelen. Ik hoop nog dat ze het toch hebben gemist en eraan voorbijlopen. Die hoop vervliegt wanneer ik ze echt recht op het wrak zie aflopen. Ik had gehoopt op maagdelijk vers opgewaaid zwart strandzand. Ik besef dat ik dat wel kan vergeten. Dat wordt of creatief fotograferen, of photoshoppen… Nu het wrak bezet wordt door het gezin kijk ik even om me heen. Op een IJslands strand moet vast meer fotografisch interessante motieven liggen om me mee te vermaken. Een stuk verderop ligt een minimaal armdik groen touw. Een touw, wat zo te zien iedereen die het wrak in zicht krijgt links laat liggen. Vaak zijn dat mijn onderwerpen. Waar een ander zijn neus voor ophaalt is vaak een motief of element in een foto. Even later lig ik plat op mijn buik. Een touw in plaats van een wrak.

De aandacht verlegd

In het zand staan ook verschillende bandensporen van nogal groot uitgevallen banden. Het maagdelijk zwarte strandzand was sowieso een illusie. Terwijl nog twee mensen aan komen lopen kijk ik om me heen en zie prachtige zwarte zandduintjes. En ja, die zijn helemaal maagdelijk. Hier heeft de laatste honderd jaar niemand gelopen, of in ieder geval niet meer sinds de laatste windvlagen. Prachtige vormen in het zand, mooie zandduintjes en ruimte. Heel veel ruimte.

Ik ben het scheepswrak even helemaal vergeten, en om mijn eigen objecten niet te bederven, kijk ik voordat ik met mijn voetsporen het maagdelijke zand omploeg goed wat ik wil vastleggen en hoe ik het wil vastleggen. Maar er is hier zoveel. In feite is er enkel zand, gras en lucht. Wat totaal ontbreekt is menselijke aanwezigheid. En dat maakt voor mij als fotograaf veel van weinig. Ik kijk om me heen, en denk aan de wijze woorden van Tol Hansse. “Eenzaam in je blote billen, door een oerwoud lopen rillen“. Maar tegelijkertijd voel ik de koude wind en denk “Nee dat valt toch ook niet mee, op het zwarte zand holadilee“.

Van de zandduintjes loop ik naar de waterlijn waar het grijze water van de oceaan in wit schuim uiteen vloeit op het zwarte strand. Gek, hoe een paar elementen inspirerend op mij inwerken. Inspiratie ontstaat vaak uit het ontbreken van veel.

Het scheepswrak Sigurður Gísli VE 127

Ik bedenk dat ik hier kwam voor het scheepswrak, en wil teruglopen. Maar wanneer ik me omdraai zie ik hoe een superjeep het wrak nadert en vlak bij het wrak de auto stilzet. Ik zal me nog even moeten vermaken met het allesomvattende niets, en dat lukt me goed. Ik maak in ieder geval veel foto‘s. Na ongeveer een half uur, het kan ook een uur zijn geweest zie ik dat de auto langzaam van het wrak wegrijdt.

Ik loop nu zelf snel naar het wrak, en haal alles uit de kast om het de Sigurður boeiend in beeld te brengen. De restanten hebben bijzondere vormen en ligt hier na een brand al ruim 50 jaar op het strand waarbij het steeds iets dieper in het zand verdwijnt, de balken zijn gezandstraald en uitstekende spijkers getuigen van de planken, die hier ooit de romp van het schip vormde. Na een brand in 1974 werd het schip op het strand gesleept en uit het scheepsregister geschrapt.

Het is nu weer leeg op het strand zodat ik ruim de tijd kan nemen om te kijken en om foto‘s te maken van Sigurður. De voetsporen waarvoor ik bang was storten al snel in tot vormeloze kuilen die op een foto best te verdedigen zijn. In steeds kleinere kringen loop ik rond het scheepswrak. Op die manier probeer ik mijn eigen sporen zoveel mogelijk buiten beeld te kunnen houden. Tevreden met mijn foto oogst begin ik aan de wandeling terug naar de camper. Nog even kijk ik naar de zandduintjes. Die waren toch ook erg mooi. De verleiding is groot om nog even terug te keren, maar dan zouden de foto´s gewoon meer van hetzelfde worden.

Van storend element naar hoofdmotief

In de verte zie ik twee wandelaars aan de vloedlijn lopen. Om mijn eenzaamheidsgevoel nog even te behouden, en de wandelaars hun eigen eenzaamheidsgevoel te gunnen loop ik zover mogelijk van de vloedlijn vlak tegen de duintjes aan. Vanaf daar heb ik ook een mooi zicht op de Westmaneilanden. Ik besluit nog snel een foto te maken met een lage lijn van eilanden, en veel lucht. Door het tegenlicht worden de eilanden een bijna kleurloze landmassa, waarbij ik experimenteer met een dunne richel zee, of vastgegroeid aan het strand.

De wandelaars lopen mijn beeld binnen, en mijn eerste reactie is stoppen met fotograferen tot ze weg zijn. Maar dan zie ik de mensen verworden tot niet meer dan een silhouet, alsof ik naar een Piyingxi, een chinees schaduwtheater kijk. In plaats van te wachten tot ze buiten beeld zijn, besluit ik de poppetjes een hoofdrol in mijn foto te geven. Een hoofdrol, ondanks dat ze slechts 0,04% van de foto beslaan.

Ik loop verder richting de camper. Een superjeep eveneens aan de vloedlijn komt me tegemoet rijden. De wandelaars zijn bijna bij het scheepswrak en worden misschien honderd meter voordat ze aankomen, ingehaald door de jeep.

Ik kan alleen maar raden wat ze denken en hoe ze zich voelen.

Ik weet alleen maar zeker wat ik zou denken en voelen.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Lost in Iceland

Vanaf het vliegveld is het een korte rit naar het hete bronnengebied Gunnuhver. Het is één van de hetebronnen gebieden die me vanaf het eerste moment dat ik het zag, en iedere keer dat ik er weer terugkwam wist te fascineren. De exacte plek waar de stoom de grond verlaat is al verschillende keren verplaatst. Soms, zonder waarschuwing stopt de bron om vervolgens op een andere plek weer te gaan spuiten. Het is niet iets dat iedere dag gebeurt, maar in de vijfentwintig jaar dat ik IJsland bezoek al drie keer.

Ik stond hier bij storm, bij regen, in de sneeuw en zoals nu bij perfect mooi, lees interessant, weer. Voor mij moet het dit keer een helende bron zijn. Het is een paar uur geleden dat ik Ans op het vliegveld achterliet, en ik heb even iets positiefs nodig om me weer op de rit te krijgen. Na vijf weken intensief samen genieten van IJsland, moet ik dat nu weer alleen doen.

De vraag is, geniet ik dan nu maar half, of moet ik gaan compenseren en dubbel genieten?

De hete bron Gunnuhver

Gunnuhver helpt me daarbij. Al snel ben ik aan het zoeken naar mogelijkheden en technische details om de foto‘s zo te krijgen als ik ze wil. Wat ik niet onder controle heb zijn de andere bezoekers die ook graag op de mooiste plekjes willen gaan staan voor hun foto‘s of filmpjes. Wanneer het even te druk wordt ga ik ergens in een hoekje staan of op een bankje zitten en probeer ik de gemoedstoestand van de bezoekers in te schatten. De gemiddelde bezoeker is gefascineerd en kijkt vol ontzag naar de stoom die uit de bron ontsnapt, anderen zien de bron niet eens, maar laten hun partner foto‘s maken met zichzelf in de hoofdrol en Gunnuhver als een rekwisiet. Kinderen houden het een paar minuten vol, en beginnen dan wat te jengelen dat ze wel weer klaar zijn. (niet alle kinderen). Mensen met veel fotoapparatuur bij zich kijken ernstig en zijn druk met de techniek om de bron zo mooi mogelijk te fotograferen, waarbij het soms lijkt alsof ze enkel oog hebben voor de techniek en niet voor de omgeving.

Achtergrond informatie is verhelderend

Ik zie een kind van een jaar of acht, spelen met een bolletje wol. Een korte blik naar links, en ik zie iemand, waarschijnlijk zijn vader die instructies geeft wat het kind moet doen. Beide hebben er plezier in. Voor wie het verhaal achter Gunnuhver niet kent zal het een vreemde situatie zijn. Wie de moeite heeft genomen het informatiebord te lezen, of even google te raadplegen kent de legende van de hete bron.

In de momenten dat het weer wat rustiger is, zet ik ook weer mijn ernstige gezicht op en begin weer met het maken van foto‘s. Recht achter de richting waar de stoom door de wind wordt heengedreven hangt een donkere wolk. De stoom die vandaag in mooie aaneengeschakelde wolken de grond verlaat, lijkt bijna naadloos in de donkere wolken te worden opgenomen. Dan zijn er ook nog de plekken waar je de bron niet kunt zien, maar wel de stoom. Die plekken verbergen ook de vlonders en de bezoekers zodat ik me daar kan voelen als de enige reiziger in een surrealistisch landschap.

Brimkettil het bad van Oddný

Nadat ik mijn inspiratie voor hete bronnen heb opgebruikt is het tijd voor golven en rotsen. Niet ver van de hete bronnen kom ik aan bij Brimkettil. Het is even zoeken naar een parkeerplekje. Het zijn van die momenten dat het ook fijn is om met een 4×4 te rijden. Een stukje parkeerplaats bestaat uit erg los zand. Niemand zet daar de auto neer en daarmee heb ik dan toch ruimte genoeg.

Ik twijfel even of ik mijn fototas mee moet nemen. Brimkettil is voor mij een oude bekende, en ik kan me niet voorstellen dat ik hier nog een foto kan maken die niet in mijn archief zit. Toch gaat de tas mee, je weet tenslotte maar nooit. Op het uitkijkplatform is het redelijk druk, dus ik begin maar weer met mensobservaties. Hier staan minder mensen met serieuze camera‘s. Eigenlijk ben ik de enige, maar mijn camera zit nog in de rugzak. Ik wil eerst even acclimatiseren en kijken of ik iets bijzonders zie dat ik voorheen heb gemist. De mensen menigte is druk bezig met het maken van selfies en foto‘s van elkaar. En eerlijk gezegd is dat soms hilarisch om te zien. Nu moet iedereen natuurlijk zelf weten wat hij of zij doet, maar je ziet soms mensen in poses gaan staan die ik zelf niet zo snel zou kiezen. En de gezichten die ze erbij trekken lijken misschien heel blij, maar ik denk dat veel van de gemaakte foto‘s straks toch in de digitale prullenbak verdwijnen voordat anderen ze gaan zien. Ik hoop dat in ieder geval voor die “anderen.“

Dan kun je enkel afdruipen

Een klein groepje jonge jongens, een beetje in de stijl van kijk mij stoer zijn, is ook nadrukkelijk aanwezig. Niet storend of zo, maar gewoon nadrukkelijk. Wanneer een van de mannekes het uitkijkplatform wil verlaten komt er net een golf in een inham die parallel loopt met de loopbrug. Ik kijk op het juiste moment en zie hoe de miljoenen opgespatte druppels water allemaal het manneke als doelwit hebben gekozen. Hij had niet natter kunnen zijn als hij gewoon in het water gesprongen was. Even is het helemaal stil. Dan stijgt er een enorm gelach op uit de menigte, en het manneke lacht mee. Druipend loopt hij naar de groep toe, waar de ene zijn droge T-shirt afstaat aan het natte manneke, en een iets ouder persoon hem zijn jas aanreikt. Een mooi gebaar van zijn mede reisgenoten.

Net als het manneke, druipt de hele groep nu af, en geïnspireerd door het wilde water pak ik op een veilige plek mijn camera uit de tas. Ik concentreer me op hoge golven bij de Brimkettil zelf, maar die komen niet op commando, of zijn te klein. Na een tijdje kan ik enkel tot de conclusie komen dat de hoek waarin de golven op de kust slaan niet goed is om het badje Brimkettil hard genoeg te raken.

Meer volgers dan ik hebben kan

Nu ik het platform al een tijdje voor mezelf heb geef ik mezelf de tijd om goed om me heen te kijken. Een stukje verderop zie ik hoe golven zich te pletter slaan tegen de kliffen, en daarmee het water tot grote hoogte de lucht in smijten. Nog even kijk ik rond. Ik houd niet van “volgers,“ en helaas gebeurt me dat erg vaak. Je oog valt op iets bijzonders, en zodra je erheen loopt, zijn er altijd weer mensen die je gaan volgen. Ik kijk om me heen. Ik ben alleen. Ik pak mijn spullen en loop in de richting van de opgestuwde golven. Van hoogte kijk ik op het watergeweld. Zodra ik een paar foto‘s heb gemaakt begrijp ik dat als mijn foto‘s moeten spreken, ik zelf lager moet gaan staan. Ik kijk nog een keer om me heen en zie een mensloos landschap. Snel daal ik af, en even later sta ik beschut van wind en blikken op de bijna ideale plek.

Nu is het moment daar om de juiste golf op het juiste moment vast te leggen, want niet iedere golf doet wat ik van hem verwacht, maar zo nu en dan komt er een golf die over een grote lengte uiteenspat in de branding, maar waarvan een klein deel, als een heuse ballerina een pirouetje draait rondom een rots. Of ben ik hier getuige van de verrichtingen van een heuse waternimf? Ik geniet van het watergeweld, en laat even de camera voor wat hij is. Ik ga op de rotsen zitten, en terwijl ik op mijn gemak een mars wegwerk neem ik het schouwspel in me op. Soms denk ik wel “verdomme, die had ik moeten hebben”. Om vervolgens te denken: “maar ik heb hem wel gezien.”.

Ik kan hier nog lang blijven zitten, want het perfecte moment zal ongetwijfeld nog komen. Maar wat is perfectie? Er zal altijd iets beters, iets meer spectaculair of op een andere manier gebeuren wanneer ik er niet bij ben. Ik besef dat het als fotograaf vaak aankomt op locatie, omstandigheden, inspiratie, geduld en zeeën van tijd. Tijd heb ik vandaag genoeg, ik hoef nergens heen, maar inspiratie en geduld worden nu toch wel een dingetje. Tijd om mijn spullen te pakken en nieuwe horizonnen gaan vinden.

Nog even loop ik langs Brimkettil. De hoek waarin de golven het badje raken is ondertussen iets veranderd, en de golven slaan net wat mooier over de rand van het badje heen. Nog één keer haal ik hier mijn camera tevoorschijn alvorens terug te lopen naar mijn camper, hem los te rijden uit het mulle zand.

Nog even naar de kerk

Voordat ik naar een camping vertrek neem ik nog even de afslag naar het kerkje Krýsuvíkurkirkja. Núpsstaður heeft de naam de kleinste kerk van IJsland te hebben, maar ik geloof dat deze kerk niet veel groter, misschien zelfs wel kleiner is. Het bijzondere aan het kerkje is niet de vorm. De enige twee kerken die ik ken in IJsland die het van vorm en architectuur moeten hebben zijn volgens mij Hallgrímskirkja in Reykjavik en de kerk Stykkishólmskirkja. Of je de architectuur nu mooi vindt of niet, bijzonder zijn ze zeker. Misschien kan ik de kerk van Akureyri nog in de lijst opnemen.

Het bijzondere aan deze kerk is de ligging in het landschap. Gelegen op een heuvel, omgeven door heel veel ruimte maakt het kerkje bijzonder. Ik had er graag wat mooier licht op gezien, maar helaas, het is IJsland, en de vijf minuten regel is niet van toepassing. Ik maak er onder de omstandigheden het beste van, en rijd naar Gata de enige gratis camping van IJsland maar niets minder dan veel campings waarvoor je gewoon moet betalen. Ik heb er een rustige en donkere nacht.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Een nieuwe laatste wandeling

Om de laatste twee dagen dat Ans nog hier is niet verloren te laten gaan met wachten tot het vliegtuig vertrekt rijden we naar Nesjavellir. Een mooi gebied met bergen, hete bronnen en surrealistiche landschappen. We zijn laat vandaag en meer tijd dan voor een korte wandeling is er niet. We kiezen voor een gebied met veel hete bronnen. Het meeste wat hier opvalt is het ontbreken van grote drukte. Een handjevol mensen bevind zich op de route. We zien ze slechts op afstand, verder zijn we vrijwel alleen. De bereikbaarheid zal meespelen dat het hier wat rustiger is. Er zijn andere hete bronnen waar je de auto bijna bovenop kunt parkeren Deze route vereist iets meer inspanning, al zijn het aantal kilometers nog steeds niet groot.

Geen twee hete bronnen zijn hetzelfde

We hebben al veel hete bronnen gezien in IJsland. Maar geen twee gebieden zijn hetzelfde. Ook dit gebied heeft weer een ander soort schoonheid. Nog steeds, na al mijn bezoeken aan IJsland weet het land mij te verbazen. We volgen de route door een smalle kloof voorafgegaand door een riviertje met een vreemd heldere minerale ondergrond. Onze wandeling eindigt bij een platform met een mooi zicht op een geul waaruit veel stoom uit de grond weet te ontsnappen. Wanneer de wind er onder de goede hoek doorheen blaast is ook de ondergrond zichtbaar, en ik probeer die momenten te vangen.

Enthousiast door wat we al gezien hebben willen we verder gaan met de wandeling. Onze kaart laat zien dat de rest van de wandeling voornamelijk langs de energie centrale gaat. Die route is nog zes kilometer, terwijl we ook terug kunnen in drie. We kiezen voor die laatste optie. Voor morgen hebben we een wat langere wandeling in de planning.

Die avond zitten we op een camping die volgens de recensies niet veel sterren verdient, maar meestal wordt dan geklaagd over sanitair, en dat hebben we zelf aan boord. Buiten een plekje hebben we niets nodig. We zijn bijna geheel zelfvoorzienend. Wij zijn al blij wanneer we ons toilet kunnen legen en het water kunnen bijvullen. En het voordeel van een weinig sterren camping is de rust en de ruimte.

Het gastenboek van de expositie

Vanmorgen, toen we in Akranes waren ben ik natuurlijk even naar de vuurtoren, waar ik mijn espositie had, gegaan. Ik moest nog even afscheid nemen van Hilmar, en mijn gastenboek ophalen. In de avond heb ik tijd om het door te nemen. Veel mensen hebben de moeite genomen om iets persoonlijks te schrijven over de expositie, en ik zie ook veel namen van bekenden, en dat doet me natuurlijk goed. Leuk om te zien dat mensen de moeite hebben genomen naar de foto´s te komen kijken, en dan ook nog wat in het gastenboek te schrijven. Het boek is een mooie herinnering aan deze unieke kans om in IJsland te mogen exposeren.

Nog een laatste wandelpoging

Een wandeling die we bij ons vorige bezoek niet af konden maken vanwege een dik pak sneeuw gaat op herhaling. De rugzakken zijn gepakt. Kijkend naar de lucht gaat ook de regenkleding mee.

Vol goede moed beginnen we aan de wandeling. Het eerste deel wordt bijna routine. Ooit, aan het begin van deze eeuw hebben we de wandeling wel kunnen maken. Toch krijgen we allebei veel “Oja“ momenten.

Na een steile klim staan we op wat ik het mooiste plekje van de wandeling vindt. Mooie rotsformaties en doorkijkjes. Sommige punten herken ik meteen, bij andere met ik toch echt twee keer kijken vanuit welke hoek ik ooit eerder een foto maakte. Foto‘s die ik ooit nog op dia of negatief maakte, maar nu digitaal nogmaals vastleg. De uithangende steen waaronder je uitzicht hebt op Reykjavík, het doorkijkje in rode steen, de rots met de grillige pilaren. Allemaal plekken met herinneringen. Door de natuur gladgepolijste stenen in mooie vormen en subtiele gekleurde lijnen. Op de harde wind na is het een bijna perfecte wandeling.

Hefigere weersomstandigheden

We komen een stuk hoger waar de wind meer vat op ons krijgt en de gevoelstemperatuur flink daalt. In de verte zie ik op nog grotere hoogte hoe de wolken hun natte lading over het landschap laten vallen. Ik blijf even kijken, en besef dan dat het geen lokale bui is, maar een bui die zich snel begint uit te breiden. Het kost me even moeite om Ans te overtuigen om te keren. De omstandigheden lijken extremer te worden, en hoewel we goed voorbereid zijn, gaat dit net een stap te ver.

Het voordeel is dat we tot nu toe enkel zijn gestegen. De terugweg gaat bergafwaarts en daarmee ook een stuk sneller. Een paar honderd meter voor onze camper beginnen de druppels te vallen. We zijn net op tijd terug om de harde regen voor te zijn. Ondanks de ingekorte versie van deze wandeling kijken we terug op een geslaagde dag.

We rijden naar de camping in Vogar niet ver van de luchthaven Keflavík. In de avond worden de spullen die Ans mee naar huis wil nemen ingepakt, en wat vroeger dan normaal liggen we in bed. Gelukkig hebben we niet de eerste vlucht dus de wekker hoeft pas om 07:00 af te gaan.

Afscheid

We zijn ruim op tijd bij het vliegveld. Ik parkeer even op de Kiss and Ride plek. We pakken de spullen die mee moeten, en nemen alvast een beetje afscheid. Even een dikke knuffel, en terwijl Ans naar binnen gaat rijd ik met de camper naar de parkeerplaats. Ik ga de camper parkeren, en dan naar de vertrekhal teruglopen. Ik weet dat er op het vliegveld wel eens wat mis kan gaan, en ik zou het vervelend vinden als Ans alles zelf moet proberen op te lossen.

De parkeerplaats is zo gevonden. Ongeveer vijftien minuten later ben ik weer bij Ans. Alles ging vanzelf, en ze kan meteen in de rij voor bagage drop off. Ik sluit mee aan zodat we nog even “samen tijd hebben“. De rij is lang, maar het loopt redelijk door. Vlak bij de doorgang voor de douane check nemen we nu echt afscheid. Ik kijk nog even totdat ze boven aan de trap uit zicht verdwijnt, dan loop ik terug naar de camper.

Eerst maar even wat boodschappen gaan doen, de camper voltanken en even koffie drinken. Ik blijf een beetje hangen in de buurt van het vliegveld. Mocht er toch nog iets gebeuren kan ik in ieder geval nog proberen wat te helpen.

We hebben nog een tijdje contact totdat ik hoor dat ze in het vliegtuig zit. Op Flightradar zie ik even later dat het vliegtuig is opgestegen.

 

Vandaag is het mooi weer, dus wellicht is Gunnuhver een goed idee om te bezoeken. Met een leeg en eenzaam gevoel rijd ik IJsland weer in.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Ooit was hij de grootste

Een week geleden zei ik tegen Ans dat het over een week wel mogelijk zou moeten zijn om voor de tweede keer sinds we IJsland bezoeken het rondje Glymur gaan doen. In 1999 maakte we ons eerste rondje. Een avontuurlijke wandeling, vooral toen we er achter kwamen dat je om het rondje te kunnen maken ook boven de waterval, de rivier Botnsá moet oversteken. Op blote voeten en met opgerolde broekspijpen doorwaadden we toen het ijskoude water met op de bodem erg veel scherpe stenen. Ik weet niet meer wat het ergst was, het koude water waardoor het leek alsof mijn voeten met duizenden spelden tegelijkertijd werden geprikt, of de scherpe stenen op de bodem van de Botnsá.

Wat ik me nog wel kan herinneren is dat ik ongeveer halverwege de rivier was, en ik probeerde zo snel mogelijk de overkant te bereiken, en dat Ans riep “Even stil blijven staan, dan maak ik een foto.“

De Glymur had toen de eer om met 198 meter de hoogste waterval van IJsland te mogen zijn. In 2007 werd door het terugtrekkende ijs van de Morsárjökull een nog hogere waterval ontdekt die toepasselijk de naam Morsárfoss toebedeeld kreeg. De waterval bestond al veel langer, maar werd pas ontdekt toen het ijs van de gletsjer zich ver genoeg had teruggetrokken.

In de ochtend zijn mijn voeten altijd erg meegaand. Ze moeten natuurlijk wel. Waar ik ga, gaan mijn voeten. Voor de zekerheid tape ik ze toch maar even in. De stokken gaan mee, net zoals waadschoentjes. De koude kan ik wel accepteren, scherpe stenen ook maar tegelijkertijd is vervelend.

Het avontuur begint

Vanaf de parkeerplaats lopen we de eerste kilometer, of iets meer naar de grotten waar de wandeling officieel begint. Voorbij de grotten dalen we af naar de rivier, waar een balk ligt waarover je naar de overkant kunt. Iets boven de balk hangt een touw zodat je tijdens het oversteken iets hebt om je evenwicht te bewaren. Met alleen de balk zou je al snel in het koude water van de Botnsá terecht komen wat altijd vervelend is aan het begin van de echte wandeling.

De waterval waar we in 1999 nog tegen op moesten klimmen ligt nu buiten de enigszins verlegde route. Ik had me wel verheugd op die klim, maar het nieuwe pad is ook wel handig wanneer ik me realiseer dat ik inmiddels ruim 25 jaar ouder ben. Gaan de jaren tellen?

Hoe dan ook, het avontuur begint. Langzaam maar zeker lopen we in op groepen die ons deze dag zijn voorgegaan. Langzaam vorderen we de hoogtemeters naar de top van de waterval. Het is een mooie zonnige dag, wat fotografisch wel lastig is wanneer je de wandeling in de ochtend begint. Terwijl de top door de zon in het licht wordt gezet en prachtig glinstert, ligt het lagere deel in het duister van de kloof.

Toch blijven de uitzichten fascinerend mooi. De vele uitzichtpunten gebruiken we om even op adem te komen. Is dat wat ze bedoelen met ademloos genieten?

Toch zeker niet…

Aan de overkant van de waterval zien we steeds meer wandelaars. Hebben die allemaal waadschoentjes bij? Ik had verwacht dat er ondertussen veel wandelaars aan de terugweg zouden beginnen, maar er komt ons niemand tegemoet. Een brug… Ze hebben toch zeker geen brug geplaatst? Het zou het avontuur voor een groot deel uit de wandeling halen.

Wanneer wij op het hoogste punt komen haal ik opgelucht adem wanneer ik een stuk verderop mensen door het water zie lopen. Wij blijven zelf even zitten aan de top van de waterval waar ik enkele interessante stromen weet te vinden waar het water, nog onwetend van hun diepe val, zich spetterend naar voren haast.

Lunch entertainment

Daarna is het lunchtijd, en waar kun je beter lunchen dan bij de doorwaadbare plek in de rivier. Het is een fantastisch schouwspel van verschillende reacties. De ene vol ongeloof dat hier geen brug is, de andere die stroomopwaarts en stroomafwaarts blijft ijsberen om te zien of er niet ergens nog een verborgen brug ligt, de ervaren wandelaar die snel zijn schoenen voor waadschoentjes wisselt en verder loopt alsof hij dit iedere dag doet.

Een jongen die eerst probeert via stapstenen naar de overkant te komen, dan moet opgeven omdat die stapstenen maar een klein deel van de rivier overbruggen loopt nog een stukje door in de hoop zijn schoenen aan te kunnen houden. Niet veel later zien we hem inderdaad lopen met zijn schoenen nog aan, maar wel kniediep in het water.

Een andere man loopt over de stapstenen, en neemt vanaf de kant een steen mee. Blijkbaar wil hij toch die brug gaan bouwen. Maar ook hij komt er achter dat het krijgen van natte voeten een onvermijdelijk onderdeel van de wandeling is.

Een grote groep Aziaten komt ook hier tot de ontdekking dat ze door het water zullen moeten. Ook zij lopen veel op en neer, bestuderen het water en kijken elkaar bedrukt aan. Zodra ze zich schikken in hun lot gaan de schoenen uit en met veel hilariteit beginnen ze aan de oversteek. Een van de mannen is erg galant, en laat zijn vrouw op zijn rug klimmen. Dat vind ik dan weer spannend. Ik geloof nooit dat ze dat gaan redden, maar stap voor stap komen ze dichter bij de overkant. Op een klein eilandje laat hij zijn vrouw even zakken. Ik verwacht dat zijn vrouw de schoenen nu zal uitdoen en het laatste maar diepste stuk toch te gaan lopen. Maar niets van dat. Zodra de voeten van de man weer zijn opgewarmd, neemt zijn vrouw weer plaats op de brede rug van haar man, en met droge voeten komt ze aan de overkant.

Wij mogen ook

Ik kijk even naar Ans, maar ik geloof nooit dat ze mij zo naar de overkant kan brengen. Ik schik me in mijn lot, doe mijn waadschoentjes aan. De koude is nu een weldaad voor mijn voeten. Iets waar ik me de laatste kilometer al op verheugde. De voorpret begon al aan het begin van de wandeling. Hoeveel pijn ik ook zou krijgen, bij de doorsteek van de rivier zouden mijn voeten weer als herboren verder kunnen. Zo moet het mogelijk zijn om die twaalf kilometer te volbrengen.

Even later loopt Ans routineus door de rivier. In 2023 hebben we natuurlijk veel kunnen oefenen met doorsteken toen we de Laugavegur gedeeltelijk wandelden.

Terwijl we onze voeten afdrogen, en even verder laten drogen door de zon kijk ik verder stroomopwaarts. Ligt daar nog een waterval? We raadplegen de kaart en zien inderdaad dat er nog een waterval moet liggen. We trekken beide onze stoute schoenen weer aan, en volgen iets dat op een pad lijkt richting deze waterval die er van veraf uitziet als een bruidsluier.

De grote onbekende

Bijna iedereen is gefocust op de wandeling rondom de Glymur en denken er waarschijnlijk geen moment aan om de extra kilometers te maken naar die onbekende waterval die waarschijnlijk in iedere reisbeschrijving ontbreekt.

Een enkeling komt ons tegemoet, en een enkeling volgt ons op grote afstand. Een stroomversnelling met mooie sierlijke waterstromen, een paar honderd meter voor de waterval trekt mijn aandacht. We besluiten een iets avontuurlijke afdaling te maken naar de voet van de stroomversnelling. De drie wandelaars die ver achter ons liepen, lopen langzaam in, en ik verwacht dat ze de stroomversnelling zullen negeren, en door zullen lopen naar de grotere waterval. Vanaf beneden zie ik de eerste wandelaar een stukje doorlopen. Ik stel mijn camera en statief op om het beeld dat ik in gedachten heb vast te leggen als ik zie dat de wandelaar terug komt lopen. Precies in de richting waarin ik wil fotograferen gaat hij in het gras zitten. Als er iets is waarmee je een fotograaf op de kast kunt jagen is door op een volledig onlogische plek in je beeld te gaan zitten. De twee andere wandelaars, zijn blijkbaar onderdeel van het gezelschap, en even later zitten, liggen en hangen ze met zijn drieën in mijn foto.

We maken van deze onderbreking gebruik om te pauzeren en een appel te eten. Maar wanneer ik genoeg pauze heb gehad, en de appel al lang achter de kiezen heb, liggen ze er nog steeds. Ik denk dat alleen fotografen het gevoel en de gemoedstoestand zullen begrijpen die ik op dat moment onderga. Voor hen hoef ik het niet uit te leggen, en de niet fotografen zullen het niet begrijpen.

Voor ieder probleem is er een oplossing

Ik sta op, en probeer andere standpunten te vinden waarmee ik het gezelschap buiten beeld kan houden. Langs een smalle richel vind ik zo’n plek en loop terug om mijn camera te halen. Ik leg aan Ans uit wat ik ga doen. “Maar je hebt toch ook waadschoentjes bij je.” Ik kijk naar het water, en realiseer me dat ik dan op niet voor de hand liggende plekken kan komen en redelijk unieke foto’s kan maken.

Even later sta ik kniediep in het water. Ik zie lichtreflecties en vormen die ik normaal gesproken nooit zou hebben gevonden. Enthousiast leef ik me uit op alles wat me voorgeschoteld wordt. Ik mag het drietal wel dankbaar zijn. Door hen sta ik nu in het water en geniet ik dubbel van het fotograferen. Het zonlicht komt vanuit de perfecte hoek waardoor het water meer op kwik lijkt. Ik ben super geïnspireerd en maak daardoor waarschijnlijk te veel foto’s en breng waarschijnlijk teveel tijd in het water door.

Wanneer de inspiratie mijn hoofd verlaat en ik de oevers weer ga opzoeken is de ultieme verveling bij het drietal ook toegeslagen. Terwijl ik mijn camera weer opberg in de rugzak staan ze op en beginnen ze aan de terug wandeling. Voor mij maakt het niet uit dat ze nu gaan. De foto’s die ik al heb kan ik niet verbeteren door mijn initiële foto te maken.

Wij lopen nog even door naar de grotere waterval, en hoewel ik ook hier weer in het water ga staan, kan ik de inspiratie die ik eerder had niet meer naar boven halen. Ik heb mijn verzadigingspunt bereikt.

We wandelen terug naar de camper, waarbij we lang genoeg getreuzeld hebben zodat de Glymur waterval nu wel in het volle zonlicht baadt. De wandeling was inspannend, inspirerend, ontspannend en als je het toch nog even aan mijn voeten vraagt, een paar kilometer te lang.

De dag sluiten we af met een mooie zonsondergang achter de Snæfellsjökull gezien vanaf de camping van Akranes.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen