Menu Sluiten

Een bijzonder fenomeen, de geiser Strokkur

Verrast door het moment suprême

Al vaak, en steeds met veel ontzag, was ik getuige van de uitbarsting van de geiser Strokkur. Iedere keer als ik daar stond werd ik vergezeld door mijn camera, waarmee ik probeerde, en regelmatig slaagde dit prachtige fenomeen vast te leggen. Turend naar het zachtjes schommelende water, met steeds de belofte van een eruptie. Vaak was het een kleine schijnbeweging, waarna het water weer terugzakte en weer even bleef deinen.

En dan, ondanks dat de belofte van een eruptie er steeds was, werd ik steeds weer verrast door het moment suprême. In de loop van de jaren leerde ik steeds weer bij, en wist ik mijn camera steeds sneller in de juiste positie met de juiste instellingen klaar te hebben staan, zodat zelfs de verrassing mij niet meer verraste.

Een moment van verzadiging

En hoe vreemd het ook klinkt, er komt een keer een moment van verzadiging. Het fotograferen gaat op automatische piloot, en hoewel het steeds weer een bevredigend gevoel geeft, is de beloning achteraf toch minder euforisch.

Het besef dat je minder euforisch wordt over je foto’s kan in hoofdzaken twee dingen met je doen. Het eerste, je geeft het op. “De” foto heb je al, dus de camera kan in de rugzak blijven. Het tweede, je probeert anders naar je onderwerp te kijken, en probeert door je creativiteit in de strijd te gooien, te komen tot die “andere foto”.  

Mensen inspireren

Een paar jaar geleden besloot ik de veilige standaardfoto aan mij voorbij te laten gaan. De hemel was bijna strak blauw, en een stralend zonnetje zette de Strokkur vol in het licht. Ik besloot om mezelf recht tegenover de zon te positioneren, en wachtte op het juiste moment. Ik weet niet meer of het meteen de eerste keer lukte, maar op die dag schoot ik een foto, waarvan later één van mijn deelnemers aan een fotografiereis, mij trots een gelijksoortig resultaat liet zien, en zei: “Deze foto zag ik van jou, en die wilde ik namaken”.

Mijn foto had als resultaat dat ik iemand had weten te inspireren. Volgens mij is dat het hoogst haalbare dat je als fotograaf kunt halen. Mensen inspireren!

De foto die ik toen maakte prijkt nu op de cover van mijn boekje “Fotograferen op IJsland”.

Als tegenlicht ook niet meer voldoende is

Met het maken van deze foto had ik ook mijn moment van euforie weer terug gevonden. Wat had ik geleerd? Hoe je ook fotografeert, er is altijd nog ruimte voor “anders”. Met deze gedachte fotografeer ik eigenlijk altijd. Je bent nooit klaar. Ander licht, een ander seizoen, een andere setting in de camera geeft steeds een ander resultaat, daarom verveelt IJsland mij na ruim veertig bezoeken nog steeds niet.

Na mijn “inspirerende” foto kwam ik nog verschillende keren bij de Strokkur. Maar de omstandigheden lieten mij in de steek, of gaven mij niet de inspiratie weer eens wat anders te proberen. Er borrelde wel wat ideeën op voor een ander soort “Strokkur” fotografie. Het soort waarvoor ik wel al een en ander experimenteerde, maar waarvoor een strak blauwe lucht essentieel was.

Het beoogde resultaat

Tijdens onze wandeling langs de rivier Bruár (vorige blogje) was de hemel strak blauw. Hoewel we beide al heel wat kilometers in de benen hadden zitten, wist ik dat we dit moment niet voorbij moesten laten gaan. De Strokkur ligt op slechts een steenworp afstand van de rivier Bruár, dus niet veel later stond ik tegenover de zon, met tussen mij en de zon niets anders dan de Strokkur. Het idee? Meestal wordt de Strokkur gefotografeerd met een snelle sluitertijd om zo iedere druppel in de lucht te “bevriezen”. Ik wilde dit keer proberen de beweging van het water vast te leggen door te werken met lange sluitertijden. Voor mij was ¼ seconde belichtingstijd de juiste instelling om mijn beoogde resultaat te behalen.

 

Mijn publicatie "IJslandse Parels"

 

Mijn nieuwste publicatie over IJsland. Meer dan 100 toplocaties in IJsland die je gezien wilt hebben. Alle locaties zijn voorzien van de coördinaten voor je navigatie! 
IJslandse Parels is de perfecte voorbereiding voor je IJslandreis. 

Bestel het hier!

 

 

Heb je interesse in een fotografiereis? Kijk eens op mijn site voor het actuele aanbod. Klik Hier

Al mijn IJslandreizen zijn een samenwerking met:

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Stroomopwaarts bij de turquoise Brúará

De waterval voor onszelf

Ik kan me nog goed voor de geest halen, dat ik voor het eerst de Brúarfoss bezocht. Het was een hele ontdekking. Parkeren, dat deden we ergens in de verbreding van een zandweg, waar we onze auto net kwijt konden. Vanaf daar ploeterden we te voet, over een modderig pad, stapten we over grote stenen door een rivier, en bereikten uiteindelijk de turquoise waterval. We hadden de waterval voor onszelf. Er was op wat vogels na in de verre omtrek geen levend wezen te ontdekken.

Nadat we de waterval goed hadden bekeken, en ik intensief had gefotografeerd, keek ik vanaf de brug, stroomafwaarts en bedacht me dat de Brúarfoss, vast niet de enige waterval in deze rivier was.

De prachtige waterval Hlauptungufoss

Jaren later, het pad dat wij gebruikten was afgesloten, was er een nieuw pad. Een pad dat de loop van de rivier Brúará volgde. Het pad volgde de rivier nauwgezet, en zo nu en dan moest je echt goed uitkijken om niet twee of drie meter naar beneden te glijden, en zelf in het turquoise water terecht te komen. Mijn vermoeden van meer watervallen werd wel bevestigd. De prachtige Hlauptungufoss, welke ik zelfs mooier vind dan de Brúarfoss, en iets verder stroomopwaarts ook nog de Miðfoss.

Witschuimend water markeert ons doel

Onlangs liepen we deze route weer een keer. Het voornemen was, om de eerste drie watervallen zo snel mogelijk voorbij te lopen en dan verder. Verder waarheen? Op Google-Earth had ik een paar kilometer stroomopwaarts enkele stroomversnellingen en/of watervallen ontdekt. Google-Earth is niet echt heel gedetailleerd in dit gebied, dus het enige wat ik zeker wist, was dat er wildschuimend water te zien was.

Een nieuwe ontdekkingsreis

Omdat we de highlights van IJsland ondertussen al vaak hebben gezien, was het nu tijd voor een nieuwe ontdekkingsreis. Weg van de “relatieve” drukte van de Brúarfoss, weg van de gebaande paden, maar zelf weer gaan ontdekken. Te gaan waar nog geen mensen – of in ieder geval nog niet heel veel mensen- waren gegaan.

De wandeling was een verademing. Smalle paadjes, soms een jeeptrack waar zo te zien al jaren niemand had gereden, en een immens gevoel van “alleen op de wereld”. Dit was het IJsland zoals ik het had ervaren tijdens mijn eerste bezoeken aan dit fantastische land.

 

 

Nog niet aan het eind van onze ontdekkingsreizen

Aangekomen bij ons “Google-Earth” moment hebben we echt uren zitten genieten van het turquoise wild stromende water. Een nieuwe ontdekking, en een reden om nogmaals terug te gaan. Verder stroomopwaarts heb ik geloof ik nog iets gezien…. Nog niet aan het eind van onze ontdekkingsreizen

.

Mijn publicatie "IJslandse Parels"

 

Mijn nieuwste publicatie over IJsland. Meer dan 100 toplocaties in IJsland die je gezien wilt hebben. Alle locaties zijn voorzien van de coördinaten voor je navigatie! 
IJslandse Parels is de perfecte voorbereiding voor je IJslandreis. 

Bestel het hier!

 

 

Heb je interesse in een fotografiereis? Kijk eens op mijn site voor het actuele aanbod. Klik Hier

Al mijn IJslandreizen zijn een samenwerking met:

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Voorzichtigheid was hier zeker geboden

Op ontdekkingsreis in IJsland

Een paar kilometer voorbij de afslag veranderde de asfaltweg in een gravelweg. Geen probleem voor onze Toyota Rav4. Vanaf het moment dat ik met deze hybride 4×4 auto mocht wegrijden vanaf het vliegveld, kon, ik alleen maar onder de indruk zijn. Dat beetje gravel kon onze auto best aan. De tocht voerde ons door een prachtig lavaveld.

Hoe verder we ons van de hoofdweg verwijderde, hoe smaller de weg werd, en hoe meer grote keien op de weg lagen. Het werd een langzame slalomrit, om de keien en kuilen zoveel mogelijk te mijden. Voorzichtigheid was geboden.

Een avontuurlijke route

Even stonden we stil bij de parkeerplaats waarvandaan een wandelroute richting de berg Keiler begon. Maar Keiler was niet de reden waarom we deze afslag hadden genomen. Sogin, een geothermisch gebied dat we nog niet kenden was het doel van deze enigszins avontuurlijke route.

Mijn Waterloo

Niet veel verder stond een twee meter hoge pijp, met een diameter van ongeveer 50 centimeter flink stoom af te blazen. Vanaf hier, was het nog ongeveer een kilometer naar een parkeerplaats. De weg werd nog smaller, de keien iets groter en de kuilen wat dieper. Na ongeveer 300 meter vond onze auto, of eigenlijk vond ik, “mijn Waterloo”. De kuilen werden te diep voor mij, om met een gerust hart door te rijden.  

Omdraaien was ook geen optie, daarvoor was de weg te smal. Geloof me, achteruitrijden, zelfs met een achteruitrijdcamera is geen pretje, zeker niet op deze weg, en zeker niet ruim 300 meter. De laatste kilometer werd dan ook een wandeling. Een wandeling met mooie die meer dan de moeite waard was.

 

Mijn nieuwste publicatie over IJsland. Meer dan 100 toplocaties in IJsland die je gezien wilt hebben. Alle locaties zijn voorzien van de coördinaten voor je navigatie! 
IJslandse Parels is de perfecte voorbereiding voor je IJslandreis. 

Bestel het hier!

 

 

Heb je interesse in een fotografiereis? Kijk eens op mijn site voor het actuele aanbod. Klik Hier

Al mijn IJslandreizen zijn een samenwerking met:

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

De uitbarsting van de Fagradalsfjall

Het is oktober 2020, als in het Geldingadalir, op het IJslandse schiereiland Reykjanes, een niet aflatende reeks van aardbevingen begint, enkele met een kracht van 5,6 op de schaal van Richter. De verwachtte vulkaanuitbarsting startte na ruim 50.000 aardbevingen op 19 maart 2020 vanuit de krater Fagradalsfjall.

Wat had ik graag in het vliegtuig gestapt om zo ooggetuige te mogen zijn van dit visueel spectaculaire natuurgeweld. Hoewel velen die stap wel waagden, besloot ik vanwege de Covid uitbraak niet te gaan. Ik hoopte op betere tijden, met uitbarsting, maar zonder Covid.

Helaas, eind september, een maand voordat ik naar IJsland zou afreizen stopte na zes maanden de uitbarsting.

En nu, het is inmiddels 21 mei 2022, mogen we kijken naar de nieuwe creatie van moeder natuur. Een indrukwekkende massa uitgestoten magma bedekt een groot deel van de bodem van het Geldingadalir. Op enkele plaatsen komt nog wat stoom tussen de lava omhoog. De lava die één groot kunstwerk heeft gecreëerd, maar dat opgebouwd lijkt te zijn uit duizenden op zichzelf staande kunstwerkjes.

Bruin, grijs, zwart, rood, en hier en daar wat spiegelend blauw gesteente zover het oog reikt. Een surrealistisch landschap, waarvan we maar geen genoeg kunnen krijgen. Het mooie weer speelt natuurlijk ook een grote rol. Een heerlijk zonnetje, blauwe luchten, afgewisseld door witte wolken; zelfs zonder de uitgestroomde lava is het uitzicht al zonder meer fenomenaal.

Onderweg stoppen we regelmatig. Soms om wat te eten, soms om onze kuiten even rust te geven, maar het meest toch om de omgeving in ons op te nemen. Zelfs de wind, die opsteekt zodra we aan het eind van de wandeling, op het voor ons hoogste punt zijn aangekomen, weet ons niet te verjagen.

Ik probeer mezelf een voorstelling te maken, hoe het hier ten tijde van de uitbarsting moet zijn geweest, en ik weet het meteen. De volgende keer, dan ben ik erbij!

Heb je interesse in een fotografiereis? Kijk eens op mijn site voor het actuele aanbod. Klik Hier

Al mijn IJslandreizen zijn een samenwerking met:

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Bladzijde 212, de vuurtorens van Akranes

De afslag naar Akranes

Het was 2011. Onderweg in IJsland had ik de afslag naar Akranes altijd gemeden. Ik kon me ook niet voorstellen dat ik hier iets zou missen. In 2011 had ik wat meer tijd, en toen ik de tunnel onder het Hvalfjörður door was besloot ik de rotonde dit keer driekwart rond te nemen.

Mijn zoektocht naar fotografisch interessante plekjes, brachten mij naar het uiterste puntje van het schiereiland waar een oude vervallen vuurtoren direct mijn aandacht trok. Gewapend met mijn camera liep ik naar de vuurtoren, waar ik natuurlijk ook even aan de klink van de deur moest voelen. Die deur was open, en ik besloot ook binnen in de vuurtoren te gaan kijken. 

De geur van Verroest metaal

Binnen snoof ik de geur van verroest metaal en vochtig beton in. De iconische maar vervallen vuurtoren uit 1918, bleek een dankbaar onderwerp voor een aantal foto’s. De toegang naar het “balkon” stond open, en zo kon ik vanuit deze oude toren, een blik werpen op de nieuwe vuurtoren die in 1947 in gebruik was genomen. Tevreden verliet ik na nog wat omzwervingen, het plaatsje Akranes.

Na nog een paar bezoekjes in de jaren die volgden, stond ik in 2016 samen met Ans weer bij de vuurtorens. Dit keer werden we uitgenodigd om de vuurtoren van binnen te bekijken. De man waarvan we dachten dat hij de vuurtorenwachter was, vertelde enthousiast over de oude vuurtoren die hij had weten te behoeden van de sloop. Hij vertelde over de muzikanten die vanwege de bijzondere akoestiek, optraden, of opnames maakten in de nieuwe toren.

De vuurtoren komt tot leven

Hilmar, zoals de man bleek te heten, wist met zijn verhalen, de vuurtoren tot leven te wekken. Het was niet langer een gewoon gebouw, het werd een gebouw, met een eigen verhaal, een eigen geschiedenis. Een vuurtoren met een bijzondere aantrekkingskracht.

Pagina 212

Nog regelmatig bezoek ik Hilmar en zijn vuurtorens, en het was dan eigenlijk ook niet eens vraag of ik de vuurtorens van Akranes wel zou opnemen in mijn boek “IJslandse Parels”. Toen ik in mei weer afreisde naar IJsland ging er natuurlijk een exemplaar mee om cadeau te doen aan Hilmar. 

 

 

 

 

 

 

Als je het boek hebt, kijk dan maar eens op pagina 212. Als je het boek nog niet hebt, bestel het dan nu nog voor de huidige prijs van € 29,95. Vanaf 1 juli zal de prijs € 39,95 worden.

Bestellen kan hier

Ans en Gerry op de vuurtoren in Akranes
Bezoek ook de Bowie Wall

Mijn nieuwe publicatie: IJslandse Parels

IJslandse Parels

Eind 2020, begon ik aan mijn nieuwe boek. Een boek dat uiteindelijk de titel “IJslandse Parels” kreeg.

IJslandse Parels is veel meer dan gewoon een fotoboek, maar het is ook meer dan een reisgids. Een goede omschrijving voor “IJslandse Parels” is wellicht; “Fotoreisboek”. Het is dan ook niet alleen de perfecte voorbereiding voor een reis naar IJsland, maar ook een boek om gewoon zo nu en dan door te bladeren en zo te genieten van de prachtige IJslandse landschappen.

Om een kort verhaal lang te maken; in 2016 begon ik aan een nieuw IJslands avontuur, waarvoor de voorbereidingen in 2012 al werden gemaakt. De roots van dit avontuur lagen achteraf gezien al in 2007. Over dit avontuur kan ik nu nog niet zoveel vertellen. Door de Corona viel dit project, dat had moeten eindigen in 2020, volledig stil. Als alles goed gaat, start het project in 2021 weer door, en hoop ik datzelfde jaar het project nog af te kunnen ronden.

Duimen draaien, of doorgaan?

Door het wegvallen van dit project, waar ik veel tijd en energie in stak, viel ik plots in het bekende zwarte gat. Wel bleef mijn telefoon rinkelen, en puilde mijn inbox uit, voor IJsland gerelateerde vragen. Locaties, wegnummers en veel “wat moet ik gaan zien als ik door IJsland reis?”

Toen ik eind december bezig was een IJsland gerelateerde mail te beantwoorden begonnen de radertjes in mijn hoofd te draaien. Het spreekwoordelijke “Eureka” moment, het oplichtende lampje boven mijn hoofd, of als je wilt het kwartje dat viel, zorgde ervoor dat alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Het concept voor een nieuw boek was geboren.

Verzamelen van de pareltjes

Met behulp van mijn fotoarchief, de in de loop van jaren verzamelde GPS-Data, en een kaart van IJsland begon ik met het samenstellen van een top 100 van IJslandse toplocaties. Locaties, die ik nog steeds met veel plezier bezoek tijdens mijn reizen in dit onvoorstelbaar mooie land.

De titel van mijn boek moest “100 IJslandse Toplocaties” worden. Toen ik over de 100 items ging, besloot ik er enkele te schrappen. Dat viel nog niet mee. Welk “pareltje” moest sneuvelen?  Ik wilde dat Alle locaties die ik verzameld had acte de présence zouden geven in mijn boek.

Het sneuvelen van de titel bleek een betere optie te zijn. De titel werd veranderd in: “IJslandse Parels”, en het aantal beoogde pagina’s groeide van 200 naar 240.

Het resultaat

Meer dan 300 foto’s, 240 pagina’s, parkeer en locatie coördinaten voor de navigatie, en om en nabij de 18000 woorden, vormen samen mijn nieuwe publicatie “IJslandse Parels”. Een boek om weg te dromen bij de schitterende IJslandse landschappen, maar ook een gids waarmee je je IJslandreis kunt voorbereiden en tevens een naslagwerk voor relevante informatie, over wegen en de bestemmingen. Kortom, een boek dat niet mag ontbreken in de boekenkast van een IJslandliefhebber. 
IJslandse Parels is uit voorraad leverbaar!  Bestel hier

Een kleine preview:

Het einde van een fantastische reis

Aan onze reis in IJsland komt langzaam een eind. Waar we een paar weken terug nog het idee hadden dat ons verblijf in IJsland nog eindeloos zou duren komt nu het besef dat we binnenkort weer thuis zullen zijn. Een mix van gevoelens. Aan de ene kant is het goed en wil je graag naar huis, aan de andere kant wil je nog een periode van eindeloos blijven aan de reis toevoegen.

Vandaag doen we nog net alsof de reis eindeloos gaat duren. Sterker nog, het duurt eindeloos voordat we ons verblijf van afgelopen nacht kunnen verlaten. Een laag van bijna vijftien centimeter sneeuw heeft onze auto bedolven. Het heeft even tijd nodig voordat de auto ver genoeg sneeuwvrij is om te kunnen vertrekken.

We hoeven niet heel ver te gaan. Een waterval die we jaren geleden ooit op de verkeerde plek zochten ligt op ongeveer tien kilometer afstand van onze laatste accommodatie. Het bijzondere aan deze waterval is het warme badje dat vlak voor de waterval ligt. De auto ploegt moeiteloos door de vijftien centimeter sneeuw laag. De uitdaging ligt er in om op de weg te blijven. Door de sneeuwval is het verschil tussen weg en berm verdwenen. We weten tot het einde van de weg door te rijden en parkeren onze auto.

Warme badjes horen ook bij IJsland

Dit keer gaat er naast onze gebruikelijke spullen ook nog zwemkleding en handdoeken mee. De wind maakt het gemeen koud. Het is fijn om door de maagdelijke sneeuw te kunnen wandelen. Vandaag zijn wij de eerste bezoekers van deze waterval, en we hebben geen idee wat ons te wachten staat.  Een kwartiertje later staan we bij de waterval die mooier is dan ik me had kunnen voorstellen. Het water is licht blauwgroen van kleur en stort in witte slierten tussen een besneeuwd landschap in een diep zwarte rivier.

De fijne nevel die door de waterval wordt veroorzaakt hangt als fijne ijskristallen in de lucht. Een mooi schouwspel, maar voor een fotograaf ook een uitdaging. Ik ben meer bezig met het schoonpoetsen van de voorste lens op mijn camera dan het fotograferen. De 1/125ste van een seconde die ik nodig heb voor het maken van een foto, wordt me niet gegund. Na een flink aantal pogingen lukt het mij om een paar foto’s te schieten, zonder dat de lens van mijn camera bedekt is met honderden minuscule waterdruppeltjes.

De snijdende koude in combinatie met het idee dat er om de hoek een warm badje op ons wacht laat ons al snel weer doorlopen. Nu ben ik niet zo van de warme badjes, maar Ans vind het wel lekker. In mijn gedachten wisselen de beelden die ik graag wil gaan schieten zich al in rap tempo af. Terwijl Ans zich klaar maakt om het badje te betreden ga ik alvast wat foto’s schieten.

Als ik denk klaar te zijn met mijn foto’s loop ik terug naar het badje waar mijn zeemeermin zich al helemaal thuis voelt. Ik voel er niets voor om het water in te gaan. Ik heb al zo’n idee hoe het voelt als je er weer uit moet. De snijdende wind is niet bepaald een motivator. Voor Ans pakt dit goed uit, want als zij uit het water stapt kan ik haar helpen met afdrogen en fungeren als een windscherm. We lopen nog even terug naar de waterval. Ik daal een klein stukje af voor een mooiere foto en kan weer terug vallen in de routine van lens poetsen, foto maken, controleren en opnieuw beginnen.

 

IJsland, het land van de spectaculaire luchten

We lopen weer terug naar de auto en vervolgen onze weg naar het westen. IJsland is ook een land van de wonderbaarlijke luchten en het daarbij behorende licht. Terwijl donkere wolken achter ons zich samenpakken, wordt de voorgrond door de zon beschenen. Een prachtig warm licht. Helaas is het druk op de besneeuwde en gladde weg. Stoppen behoort niet tot de opties, dus geniet ik van het uitzicht vanuit de warmte van onze auto. Een automobilist die niet al te ver voor mij rijd denkt daar blijkbaar anders over. Op de hoofdweg zet hij gewoon zijn auto plotseling stil. Een levensgevaarlijke manoeuvre van deze idioot. We kunnen hem nog net ontwijken. In mijn spiegels zie ik hoe de chauffeur bewapend met zijn camera uitstapt en doodleuk wat foto’s begint te schieten.

 

Wij nemen een paar kilometer verderop de afslag naar de kloof Kolugljufur waarin de waterval Kolufossar ligt. Hier is verder niemand en kunnen wij onze auto veilig aan de kant zetten. Met aan de ene kant het fantastische licht, en aan de andere kant een aantal mooie paardjes heb ik weer inspiratie genoeg voor een aantal foto’s.

De Kolugljufur kun je vanaf twee verschillende wegen, die in een V vorm bij elkaar komen bereiken. Deze twee wegen komen ongeveer twee kilometer voor de kloof bijeen, en vanaf daar rijd je dan over één weg verder. Van een afstandje zien we een auto op de andere weg wel erg langzaam rijden en vaak stilstaan.

Als wij al lang bij de waterval aan het fotograferen zijn komt deze wagen nog steeds in hetzelfde tempo aanrijden. Vlak voor de parkeerplaats stappen een aantal Aziatisch uitziende jongens uit. Ze lopen naar de plek waar wij onze auto hebben geparkeerd en beginnen op de grond te stampen. Nieuwsgierig vragen wij ze naar het waarom van deze actie. Ze zijn blijkbaar ongerust over de ondergrond en zijn bang dat ze er met de wagen inzakken. Zou het dan toch waar zijn dat veel Aziaten hun rijbewijs halen in een simulator, en dat dit de eerste keer is dat ze op de harde weg rijden?

 

 

Hvítserkur (Withemd)

Het is al tegen zonsondergang als we aankomen bij Hvítserkur. Volgens overleveringen een versteende trol, maar vaak aangeduid als de dinosaurus. Door de gladheid is de weg naar beneden niet echt eenvoudig, maar we weten het strand te bereiken. Het water staat erg laag waardoor je helemaal om het “beest” heen kunt lopen. De meeste keren dat ik hier kwam stond hij minimaal tot zijn knieën in het water. Nu heeft hij veel ruimte om zich heen en nemen we rustig de tijd om de mooiste plekjes te vinden waarvandaan je hem fotograferen kunt. De besneeuwde bergen en enigszins roze/oranje kleurende wolkenlucht maken het net weer een beetje mooier.

Het is al donker als we aankomen in plaatsje Hvammstangi, waar we nog een overnachting hebben op een mooie plek met uitzicht op het Miðfjörður.

Afsluiting

Morgen wordt de dag van de bezoekjes. We hebben wat afspraken langs de route naar en in Reykjavík. Onderweg gaan we verder niet meer stoppen. We komen iets voor vijf uur aan in Reykjavík, waar we ons appartement voor de komende twee nachten hebben geboekt.

Een van de dingen die ik echt nog eens wil fotograferen is de Imagine Peace Tower. De toren van licht wordt ieder jaar op negen oktober ontstoken ter nagedachtenis aan John Lennon. Tot acht december, de sterfdag van John Lennon, straalt het blauwe licht van één uur na zonsondergang tot middernacht.

De omstandigheden om de toren te fotograferen zijn niet ideaal. Er is teveel omgevingslicht waardoor de straal er een beetje flets bijstaat. Het fletse licht wordt meer dan goedgemaakt door het plotselinge verschijnen van de Aurora Borealis.

De halve marathon van Reykjavík

Op de allerlaatste dag van onze reis in IJsland loopt Ans de herfst Marathon van Reykjavík. Ondanks een blessure die Ans opliep voor de vakantie, waardoor ze in IJsland verschillende keren heeft moeten trainen (wat ze geen straf vond) finisht ze in een tijd waarover ze best tevreden is. Omdat ik in de tijd dat ze loopt toch niets te doen heb loop ik rond met mijn camera en help daarmee de organisatie aan een flink aantal foto’s van de deelnemers die ik bij het keerpunt tref.

Morgen nog de vlucht naar huis, en daarmee komt een eind aan deze bijzondere reis waarin we veel leuke mensen mochten ontmoeten, oude bekenden opzochten, nieuwe gebieden konden verkennen en enorm hebben genoten. En nu? Plannen maken voor onze volgende reis natuurlijk!

Staat IJsland ook op jouw verlanglijstje? Kijk dan eens op de voorpagina van deze site, en ga mee van 2 tot en met 10 maart 2019 naar het mooie winterse IJsland. Een fotografie reis waarbij we overdag de mooiste stukjes IJsland aan de zuidzijde bezoeken, en in de avonduren op zoek gaan naar de Aurora Borealis, beter bekend als het Noorderlicht.

 

 

 

Gaan we het halen, of…

Het hele jaar door, maar natuurlijk extra in de periode dat de nachten langer worden, is reizen in IJsland nooit vanzelfsprekend. Er zijn veel verschillende oorzaken die roet in “je” eten kunnen gooien. Zo nu en dan krijg je bijvoorbeeld een Jökulhlaup, waarbij een enorme hoeveelheid water van onder een gletsjer weet te ontsnappen en zo delen van de weg of een brug in hun niets ontziende stroom meeneemt. Soms laat een vulkaan een boertje, wakkert de wind aan tot stormkracht of wordt half IJsland geteisterd door sneeuw en ijs. Reizen in IJsland vraagt aan de reiziger soms wat flexibiliteit.

Zo wist ik al in de eerste week dat ik in IJsland was dat veel van mijn plannen niet door konden gaan. Hevige regen en sneeuwval was voor de wegbeheerders voldoende reden om veel wegen in het binnenland af te sluiten. Als in oktober de wegen worden afgesloten wordt de kans erg klein dat ze dat jaar nog opengaan. Meestal wordt dat begin juni van het volgende jaar. Tegen beter weten in keek ik nog regelmatig op de website waarop de informatie hierover te vinden is, en steeds zag ik hetzelfde beeld. Alle wegen naar het binnenland waren rood gemarkeerd. Rood staat voor “afgesloten”.

De weg naar misschien wel de mooiste waterval van IJsland, de F26, beter bekend als de Sprengisandur, en de weg die langs de Aldeyjarfoss leidt hoorde daar ook bij. De internetkaarten van de wegbeheerders zijn niet zo gedetailleerd dat je de afsluitlocatie precies kunt aanduiden. Neem je de afslag, en rijd je 42 kilometer om erachter te komen dat je nog vijf kilometer moet wandelen, of geef je het aan het begin maar vast op?

Doen we het, of doen we het niet?

Na even stil te hebben gestaan bij de Goðafoss, een waterval die dezelfde bron, heeft als de Aldeyjarfoss, de rivier Skjálfandafljót, nemen we het risico. En eerlijk is eerlijk, op de spanning na of de weg nu open of dicht is, is het geen straf om de route te rijden. Hoewel ik in IJsland bijna blindelings naar de volgende locatie kan rijden, laat ik TomTom altijd even meekijken, al is het maar om te weten hoeveel kilometer ik nog voor de boeg heb.

Ik ben erg verbaasd als deze mij na ongeveer twintig kilometer een brug over wil sturen. Ik weet toch zeker dat ik aan de oostzijde van de rivier moet blijven, maar tomtom zegt… Ik ben niet zo heel moeilijk aan het twijfelen te brengen, maar ik besluit toch mijn eigen weg te volgen. Tomtom blijft de rest van de weg volhouden dat ik om moet draaien en voegt steeds enkele kilometers toe aan de af te leggen route. Ik breng de Tomtom tot zwijgen en rijd stug door.

Hoewel je de weg gewoon moet blijven volgen weet ik dat je even moet opletten. Als je de weg namelijk echt blijft volgen rijd je bij de juiste afslag gewoon het erf van een boerderij op. Als je dat weet, en je blijft bij de les kan het niet misgaan.

Een flinke wandeling wacht ons. Of niet?

Bij de afslag aangekomen zie ik ver beneden ons een brug. Dit is de plek waar ik verwacht dat de weg is afgesloten. Een geparkeerde auto even voorbij de brug bevestigd mijn vermoeden. Dat wordt nog een behoorlijk stuk lopen. Bij de geparkeerde auto aangekomen wordt de door mijn vermoedde bevestiging ontkracht. Geen afgesloten weg, we kunnen gewoon verder.

Niet veel later zetten we de auto vlak bij de Aldeyjarfoss stil. Voor ik uitstap kan ik het niet laten mijn Tomtom nog even aan te zetten. Ik spreek mijn tomtom vermandend toe: “zie je nu wel”, en zet haar weer uit. Ik weet niet of mijn Tomtom mannelijk of vrouwelijk is, maar ik heb hem ingesteld met een vrouwenstem omdat ik nu eenmaal beter met vrouwen dan met mannen kan communiceren.

De mooiste patronen in water, rots en lucht

Het is niet de eerste keer dat ik bij de Aldeyjarfoss stond, maar dit keer is hij echt prachtig. Het water heeft net de juiste cadans om perfecte cirkels met een mooie onderlinge afstand in het water te tekenen. Krachtig, met de juiste tussenposen lijkt het water schoksgewijs neer te komen. Ruig vulkanisch gesteente afgewisseld door perfect gepositioneerde kolommen van basalt scheppen mooie patronen die nog eeuwen stand gaan houden. De patronen in de wolken blijven bestaan tot een veranderende wind anders besluit. De patronen in het blauwgroene water… Een keer knipperen met je ogen, en ze zijn weer anders.

 

De Hrafnabjargafoss

Hoe ver kan het nog zijn tot aan de Hrafnabjargafoss? Hemelsbreed is het slechts 2,5 kilometer. Nu we toch hier zijn willen we ook deze waterval gaan bewonderen. De waterval staat al langer op mijn lijstje. De exacte afstand naar de Hrafnabjargafoss weet ik zo niet, maar ik hoop alleen maar dat de weg tot aan deze waterval open is. Na een paar kilometer zie ik een bord met daarop de naam van de waterval. Rechtdoor is de weg afgesloten. Hier eindigt de route voor de komende tijd, maar wij slaan linksaf en rijden over een nogal onduidelijke weg steeds dichter naar de waterval.

De laatste twee of driehonderd meter gaan we te voet verder. Bijna onzichtbaar voor onze ogen heeft een flinterdunlaagje ijs zich aan de rotsen vastgezet en daardoor een bijna onneembare hindernis opgeworpen. Voor de mooiste foto’s zal ik gebruik moeten maken van de crampons. Ans loopt even terug naar de auto om ze te halen, en ik begin alvast met het maken van wat foto’s.

Even later bind ik de crampons onder mijn schoenen en kan ik de gladde rotsen, nog steeds met het in acht nemen van de grootste voorzichtigheid, beklimmen. Ik ben eens een keer wat overmoedig geweest, en heb daar wijze lessen uitgetrokken. Nadenkend bij iedere stap vind ik een goed standpunt voor het maken van wat plaatjes. Natuurlijk blijft het mooiste standpunt toch onbereikbaar, maar ik wil geen risico nemen en beperk me tot de plaatsen waar ik mezelf veilig acht.

We lopen nog een klein stukje stroomafwaarts langs de Skjálfandafljót waar nog tal van fotogenieke plekjes te vinden. Wachtend op de juiste omstandigheden en het juiste licht zou je hier een hele week kunnen houden. Daarbij zou je steeds weer nieuwe invalshoeken ontdekken en thuis kunnen komen met talloze foto’s van deze bijzondere rivier met zijn watervallen. Nu beperken we ons tot wat de dag ons aanbiedt, en dat is meer dan ik me kon wensen.

En vergeet de details niet…

De oostzijde heeft de voorkeur

We rijden verder naar het noorden. De dagen worden snel korter, de temperaturen lager. De winter staat om de hoek, klaar om toe te slaan. De winter heeft deze dag uitgekozen voor een eerste slag. In de bermen ligt al een dun laagje opgewaaide sneeuw. Wolken drijven langzaam voor de zon, en bij iedere kilometer die we afleggen wordt het landschap witter.

Er volgen vele kilometers waar de ruitenwissers zachtjes de sneeuwvlokken van de ramen schuiven, de verwarming zachtjes warme lucht de cabine in blaast en de motor van onze auto slechts zachtjes ronkt. Muziek van de IJslandse band Sigur Rós klinkt op bijpassend geluidsniveau door de auto. De wereld om ons heen wordt kleiner en kleiner.

Hoe graag zou ik stoppen om foto’s te maken van dit serene landschap, maar het ontbreken van geschikte uitwijkmogelijkheden of parkeerplaatsen laten mij doorrijden. Ik sla de beelden op in mijn geheugen, al weet ik dat in mijn herinneringen deze beelden met de jaren alleen maar mooier zullen worden, want dat is wat onze hersenen doen met herinneringen. Als ik niet stop om foto’s te maken zal mijn geheugen me over enkele jaren proberen wijs te maken dat de sneeuw in alle kleuren van de regenboog rondom ons heen neerdwarrelde.

Het duurt lang, of in ieder geval lijkt het lang te duren voordat ik een parkeerplaats vind waar ik mijn eerste echte winterplaatjes kan schieten. Mijn schoenen zakken weg in een twintig centimeter dikke  laag, witte poedersneeuw. Het is koud, maar niet te koud, het waait, maar niet te hard, het sneeuwt maar wel zachtjes, ik geniet, maar wel enorm. Rondom ons is de wereld ontdaan van alle kleur. De wereld is wit met hier en daar een accentje zwart.

Als we verder rijden wordt het zicht langzaam beter. De wereld om ons heen groeit, en de zon priemt zo nu en dan tussen de wolken door. Donkere wolken, met een potentieel voor veel neerslag zorgen  voor grote contrasten met het witte sneeuwlandschap. We rijden door een bijzonder landschap. Waar we kunnen zetten we de auto even aan de kant, soms om wat langer om ons heen te kijken, en soms om ook snel een paar foto’s te kunnen schieten.

 

De weg aan de oostzijde van de waterval Dettifoss, is afgesloten. We steken de brug die over de Jökulsá á Fjöllum gaat over, en nemen een paar kilometer verderop de afslag die naar de westzijde van deze imposante waterval leidt. Ik heb het nooit begrepen. De Dettifoss is alleen goed in al zijn kracht vanaf de oostzijde zichtbaar. De nevel die deze waterval in zijn 44 meter diepe val opstuwt waait in 95% van de tijd naar de westzijde. Toch heeft de regering van IJsland ervoor gekozen om de weg aan de westzijde te asfalteren, en de weg aan de oostzijde, een gravelweg niet of bijna niet meer te onderhouden. Ik heb ooit vernomen dat hier wat geld onder de tafel is doorgeschoven om voor deze onlogische variant te kiezen.

Voor mij hoeft de wandeling naar de Dettifoss dan ook niet zo nodig. Anderhalve kilometer stroomopwaarts ligt nog een andere waterval, de Selfoss. Voor deze waterval maakt het niet zo heel veel uit van welke zijde je hem benaderd. Beide zijden zijn mooi en bijzonder fotogeniek. Bij deze waterval komt over een lengte van enkele honderden meters op verschillende plekken het water over een 11 meter hoge wand naar beneden gestroomd.

Dit keer is het anders. Alleen over de eerste honderd meter stroomt water naar beneden. De rest staat droog. In eerste instantie valt me dat wat tegen, maar als ik iets langer blijf kijken zie ik toch wel mogelijkheden voor “andere” foto’s. Plekken waar je normaal gesproken niet kunt komen zijn nu makkelijk toegankelijk. Ik loop even rond, maak wat opnames die ik bij het terugkijken toch afkeur of in ieder geval niet bijzonder genoeg vind. Na een tijdje vind ik mijn plekje. Oke, mijn statief staat half in het water, en om mijn voeten droog te houden staan ze ongeveer een meter uit elkaar wat niet echt stabiel aanvoelt. Maar bij het kijken door de zoeker weet ik dat ik nu goed zit. Dit worden de opnamen waar ik later nog met plezier naar zal terugkijken.

Tevreden lopen we terug richting parkeerplaats. Halverwege draai ik me nog even om. Meestal resulteert zo’n laatste blik terug er altijd in dat ik mijn camera toch nog een keer tevoorschijn halen moet. De droge wand waar anders het water overheen stroomt verdient een eigen foto. Zelden heb je zo’n mooi zicht op het achterste deel van de waterval. Een voor mij unieke ervaring die ik vast moet leggen. Ik ben ook enorm gecharmeerd van de wolkenlucht en het licht achter de waterval en gun mezelf de tijd om van deze combinatie ook wat foto’s te maken.

Omdat we toch dichtbij zijn lopen we toch maar even naar de Dettifoss. Ik had dat beter niet kunnen doen, want het zicht maakt me alleen maar melancholischer. Ik verlang terug naar de tijd dat je hier naar beneden kon wandelen over een slecht modderspoor waarbij je zo dichtbij de waterval kon komen dat je je bijna één voelde worden met het watergeweld. Het modderpaadje is vervangen door een metalen trap met antislip treden en een leuning. Voor de trap hangt een geel/wit lint met daaraan een bordje dat de trap gesloten is. Waar is de tijd gebleven dat je zelf je risico maar moest inschatten of je naar beneden wilde wandelen, en hoe dicht je dan bij de rand wilde komen. Nu wordt er voor ons besloten. Tot hier en niet verder.

Een strak uit hout en metaal opgebouwd wandelpad hoog boven, en ver van de waterval is het enige wat nu nog rest om de waterval van uit een verkeerde hoek te kunnen bekijken. Nee, de Oostzijde heeft de voorkeur.

Zonder mijn camera tevoorschijn te halen draaien we weg van het platform. Terwijl mijn humeur ongelijk evenredig is gedaald ten opzichte van mijn onbegrip over dit westelijk uitzichtpunt, wandelen we terug naar de auto. De wind en de wolken hebben ter compensatie voor mijn melancholische bui, een mooi uitzicht voor ons samengesteld.

De camera komt weer tevoorschijn, net zoals een lach op mijn gezicht.

De mooiste basalt canyon van IJsland…

We vissen meer en meer kledinglaagjes uit onze kofferbak. Vanuit de warme auto zou je niet vermoeden dat er buiten zo´n koude wind staat. Het is niet fijn om te koud gekleed, aan een wandeling te beginnen, maar te warm vind ik nog vele malen erger. Toch gaat de complete wintergarderobe vandaag mee. De summiere informatie die ik heb kunnen vinden over deze wandeling geeft globaal een afstand, en globaal een locatie. Het gegeven dat de wandeling acht kilometer lang is geeft ook geen houvast omdat we niet konden achterhalen of dat enkele reis is of retour. De enige informatie waar we iets aan hebben is dat je ongeveer zeven á acht uur voor de wandeling uit moet trekken.

In deze tijd van het jaar hebben we ongeveer negen uur daglicht waarvan er al twee om zijn als we bij de start van de wandeling aankomen. Het is natuurlijk niet meteen aardedonker als de zon achter de horizon verdwijnt, zodat we nog anderhalf tot twee uur schemering kunnen optellen bij de tijd die we hebben om terug bij het startpunt te zijn.

De kans om te verdwalen is niet zo heel groot, we lopen in het dal van de gletsjerrivier, Jökuldalur. Zolang we de rivier onder in het dal blijven volgen lopen we niet verkeerd, hooguit te ver.

De basalt kolommen vallei

We zijn onderweg naar de Stuðlagil, wat vertaald naar het Nederlands “Basalt kolommen vallei” betekend. Door de bouw van een waterkrachtcentrale, “Kárahnjúkavirkjun” is de eens woeste en daardoor beruchte rivier Jökulsá á Brú veranderd in een vriendelijk stroompje, dat wordt gevoed door kleinere rivieren en regenwater uit de omliggende bergen. Door het dalen van het waterpeil kwam een schitterende vallei met basaltkolommen tevoorschijn.

Enigszins opgewonden beginnen we aan de wandeling. De verwachtingen zijn hoog, en dan kan het eigenlijk alleen maar tegenvallen. De enige auto op de parkeerplaats is die van ons, en dat kan ik niet goed begrijpen. Voor mij moet dit zo ongeveer het hoogtepunt van deze IJsland reis zijn, en ik kan me bijna niet voorstellen dat er vandaag niemand anders is die ook op het idee is gekomen deze plek te bezoeken.

Bij de boerderij Klaustursel steken we de brug over en slaan meteen rechts af op de weg die de rivier volgt. Zo nu en dan moeten we over een hek klimmen dat hier duidelijk is bedoeld om de schapen aan de andere kant te houden, en niet om wandelaars te ontmoedigen. Het ontmoedigen is meer toebedeeld aan de koude wind die ons dwingt de mutsen ver over de oren te trekken, en mond en neus diep in de das te duwen.

Zoeken naar de juiste locatie

Er is niets wat ons ook maar enigszins de goede richting in stuurt. Geen bordjes en geen paaltjes. We volgen de canyon, die een paar honderd meter rechts van ons ligt en proberen een glimp op te vangen van basalt kolommen. Door voorbereidingen weet ik dat er maar één plek is waar je in de canyon kunt afdalen. Waar die plek is werd niet verteld.

Ik houd de steile wanden van de canyon goed in de gaten. Ik ben te bang dat we anders de afdalingsplek zullen missen. Als je de canyon goed volgt is er maar één logische plek waar je kunt afdalen. We lopen er dan ook in een keer naar toe. Even later staan we in de canyon. Ik kan bijna niet geloven wat ik zie. Nog nooit zag ik zoveel basalt structuren op zo’n korte afstand bij elkaar. Waar ik ook kijk, alles is interessant en fotogeniek. Teveel om te fotograferen voor één fotograaf. Dat maakt me niet moedeloos, dat maakt mij gelukkig.

Mooi maar glad

Voortbewegen door de canyon is nog een uitdaging. Het heeft vannacht gevroren, en alle stenen, alle afdalingen zijn bedekt met een flinterdunlaagje helder ijs. Je ziet het bijna niet, maar het is wel spekglad. Langzaam schuifelend werk ik mezelf door de canyon naar de mooiste plekjes.

Ik kan niet overal komen. Soms zijn de risico’s te groot om nog een stapje verder te gaan. Zo nu en dan moet ik al op handen en voeten als ik net die extra stap wil zetten.

Ik kan niet stoppen met het maken van foto’s. Soms maak ik een foto, die vind ik dan zo mooi dat ik hem nog een keer maak. Ja, ik weet het. Een rare tik die ik over heb gehouden uit de film en dia tijd. Stel je voor dat zo’n dia of negatief net beschadigd is, dan kan het geen kwaad om er nog een te hebben.

Te weinig tijd voor teveel foto momenten. Toch moet ik even stoppen en gaan we even een stukje lopen. Ik ben redelijk in beweging, maar Ans die toch vooral wacht tot ik weer eens fotografisch bevredigd ben heeft het ijskoud. We lopen ons even warm buiten de canyon, maar keren dan weer terug en dalen opnieuw af

 

We gaan nu de andere kant in. Ondertussen is ook de zon flink gaan schijnen, en dat levert op een andere manier weer prachtige plaatjes op. Vooral het groene water springt er mooi uit. Als we op het verste punt in de canyon zijn, en dan bedoel ik het punt waar je niet verder kunt zonder minimaal kniediep door het water te moeten waden, keren we om. Als we ons omdraaien kijken we tegen een hele donkere lucht aan. Zo’n lucht waar of heel veel water, sneeuw of hagel uit kan vallen. Even later dwarrelen de witte watjes vrolijk om ons heen. Van zonneschijn naar sneeuw binnen een paar minuten. We zullen wel in IJsland zijn.

De terugweg met natte voeten

Het wordt ook zo langzaam aan tijd om de canyon te verlaten. We moeten nog vier kilometer terugwandelen en doen dit bij voorkeur toch bij daglicht. Na twee kilometer stoppen we nog even bij de Stuðlafoss. De basaltkolommen waterval dus. Op de heenweg stopte we hier ook voor korte tijd, en hoewel de waterval zeker enorm fotogeniek was, was ik toch te gretig om de canyon te zien en gingen we in mijn optiek snel verder. (Mijn optiek is niet gelijk aan die van Ans).

Het voordeel is dat er nu aanzienlijk meer water door de waterval stroomt. Het nadeel is dat de stapstenen om naar de overkant te komen gedeeltelijk onder water liggen. Terwijl Ans twijfelt om van steen naar steen te stappen maak ik eerst wat foto’s en stap dan naar de overkant. Ans twijfelt nog steeds, en ik doe mijn best om haar daarmee voor de gek te houden. Als ik dan voor de derde keer over de stapstenen loop, mis ik plotseling ook een paar stenen. In een paar minuten tijd is het water nog eens minstens 10 centimeter gestegen.

Ik maan Ans om nu echt haast te maken voordat het water nog verder stijgt. Het stijgende water geeft Ans vleugels, en hoewel niet met droge voeten, staat ze nu snel aan de goede kant van het water en kunnen we de laatste twee kilometer terugwandelen naar de auto, waar droge sokken op haar wachten.

Met de verwarming van de auto op de hoogste stand rijden we niet veel later terug naar ons huisje Ásgeirsstaðir terwijl de sneeuw de weg, witter en witter kleurt.

Stuðlagil

Van 1 mei tot en met 10 juni broed hier de Kleine rietgans, (Anser brachyrhynchus). In deze tijd wordt je vriendelijk verzocht het gebied niet te betreden.