Menu Sluiten

Een verdiende herkansing

Tot ongeveer zes uur heb ik als een roos geslapen. Wanneer ik wakker word is het eerste wat door mijn hoofd schiet “brandstoffilter”. Vanaf dat moment val ik zo nu en dan nog wel in slaap, maar dan in een onrustige variant. Het begint een beetje rond te spoken in mijn hoofd. Hoe gaan ze het repareren, kunnen ze het repareren, moeten we weer wachten op onderdelen.

Zodra ik wakker ben en heb ontbeten is het eerste wat ik doe de motorkap opentrekken. Gisteren durfde of wilde ik dat niet meer. Voorzichtig til ik de klep omhoog en kijk naar het filter. Dat zit eigenlijk nog best stevig vast. Ik ben er enigszins gerust op dat we Kirkjubæerklaustur gewoon gaan halen. Ik begin zelfs te twijfelen of we voor een herkansing moeten gaan van de laatste ronde. Gisteren tijdens het rijden naar de camping kon ik niet genieten van de omgeving, al zag ik soms wel erg mooie landschappen.

Tot de plek waar we onze keuze moeten maken, terug naar de hoofdweg of nog een rondje hebben we een paar kilometer. Als tot die tijd het filter blijft zitten, durf ik die extra ronde wel aan.

Doen we het, of…

Bij de splitsing kijk ik even naar de wegaanwijzers. Rechts, Kirkjubæerklaustur, links Laki. Boven ons hangt de blauwe lucht, voor ons kijken we uit over een mosgroen landschap. In een seconde maak ik de beslissing. We gaan links naar Laki. Dit keer ben ik meer ontspannen en kan ik weer genieten van de prachtige lavavelden, de mooie kraters, en de blauwe luchten met sneeuwwitte wolken.

De Laki zelf rijden we voorbij. Die wandeling hebben we gisteren gehad. We hobbelen steil tegen het begin van de F207 op, een wasbordenweg met diepe groeven. De auto schudt, de camper klappert maar geen extra geluiden die vanonder de motorkap komen.

Al snel komen we bij het kratermeer waar gisteren de wind een ribbelpatroon overheen joeg. Nu is het een bijna perfecte spiegel. Beide zijn mooi, maar de spiegel heeft de voorkeur. Twee landschappen voor de prijs van één. De wolkenlucht die schuin boven de bergen hangt doet mee in de spiegel.

De prachtige Tjarnagígur krater

We rijden verder, en met enkele tussenstops, gewoon stil staan op de weg, en fotograferen maar komen we aan bij de Tjarnagígur krater. Een krater met daarin een mooi helderblauw meer. Omgeven door hoge kraterwanden horen we niet meer dan het incidentele fluiten of roepen van enkele vogels. De spiegel van het meer is niet perfect, maar laat mij dezelfde foto toch steeds opnieuw maken. Een rare tik. Je maakt de foto, kijkt naar je scherm, denkt wat een mooie foto, en maakt er nog één.

Daarna vervolgen we het pad dat ons tussen twee oude lavastromen laat wandelen met keer op keer mooie uitzichten. Ruwe heuvels van met mos bedekte lavastructuren, tot gladde bijna glooiende mosweiden. Dat alles in groen met alle tussentinten die de kleur groen rijk is.

Een landschap net buiten de wandelroute, een deel waar de meesten aan voorbijrijden omdat het moeilijk is om daar even te stoppen viel me gisteren al op. Vijf mosgroene landtongen die worden geraakt door vijf gitzwarte zandtongen. Het is een surrealistisch beeld dat je enkel in IJsland zult tegenkomen.

Een verlangen naar dichterbij

Niet veel later, of eigenlijk de hele weg al, viel mijn oog op een markante bergtop, de Uxatindar. Het hele landschap rondom deze markante berg schreeuwt om een wandeling om dichter bij te komen. Dat er onder de berg een rivier loopt met van afstand gezien een gigantische waterval sterkt het verlangen. Mijn voet, die ik blesseerde in de eerste twee weken op IJsland, schreeuwt tegen mij: “Als je het maar uit je hoofd laat”. Vijf kilometer wandelen gaat ondertussen redelijk, maar dit zijn er minimaal twintig heen en terug. Ik luister naar mijn voeten en zoom met de camera maar een beetje extra in om die twintig kilometer enigszins te compenseren.

Het was een fantastische dag, met fantastische foto en geluksmomenten. Eenmaal terug op de camping is het bijna lege veld van gisteren nu gevuld met een stuk meer tenten, campers en andere mobiele accommodatie. Wij kiezen voor een ander veld waar behalve wij, niemand is. Voor ons is die eenzaamheid een welkom onderdeel van onze IJslandervaringen. Nog eenmaal open ik de motorkap en kijk ik naar het brandstoffilter. Het hangt er nog precies zo bij als vanmorgen. En toch, morgen wordt onze eerste stop, een stop bij een garage, want de wegen die ons nog te wachten staan hebben geen medelijden met onze tie-wraps.

Een internationaal gezelschap bij de garage

Vroeg in de middag staan we in Kirkjubæerklaustur bij de garage. Het is een internationaal gezelschap. We raken aan de praat met een Duits echtpaar. Hun Mercedes camper die waarschijnlijk ouder is, als dat ik ben, heeft de geest gegeven. Ze ze moeten eigenlijk overmorgen met de boot mee. Een viertal heel vriendelijke Taiwanese dames moeten de boordcomputer uit laten lezen vanwege een lampje dat niet hoort te branden. En wij als Nederlanders, die moeten kijken of het mogelijk is ons brandstoffilter stabiel te monteren.

Prutswerk

Een jonge man, kijkt even onder de motorkap, draait een paar bouten los en houdt de gebroken steun in zijn handen. “Prutswerk,” zegt hij. “Helemaal verkeerd en te koud gelast. Kijk zegt hij,” en laat het zien. “De las zit op het metaal, en niet erin.” Ik heb geen verstand van lassen, dus ik kan enkel ja schudden en beamen dat het in dat geval prutswerk is.

Even later heeft hij de hele beugel gedemonteerd en is hij ijverig bezig het prutswerk weg te slijpen en het metaal schoon te maken.

Ongeveer 45 minuten later, laat hij het resultaat zien. Het ziet er nu zondermeer professioneel uit. “Dit gaat niet meer los,” zegt hij.

Een paar minuten later zijn we weer op weg, en hoewel ik nog even hernieuwd vertrouwen in de auto moet krijgen, draaien we een paar kilometer verderop de F208 in.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Gletjsers en spectaculaire luchten

De Hoffelsjökull

Dankzij de vier nieuwe banden, en een vervangen reserveband rijden we weer vol vertrouwen over IJslandse wegen. Ook de bijzonder slechte weg naar de Hoffelsjökull is geen probleem. De harde wind nemen we voor lief, en de zware bewolking is voor mooie lichtvallen een zegen. Het uitzicht op het meer is fenomenaal. Zwarte donkere wolken hangen hoog boven de gletsjer. Iets lager is de lucht lichtgevend wit, wat een mooi tegenlicht en reflecties op het water tussen de ijsbergen laat zien. Een bijna surrealistische zilveren landschap tussen zwarte wanden.

Een wandelroute belooft een mooi uitzicht op de Hoffelsjökull, en niet dat we bang zijn voor een beetje regen, maar een wandeling beginnen wanneer het regent is vele malen lastiger dan het trotseren van regen wanneer je aan een wandeling bezig bent. Een kopje koffie in de camper is dan een mooi alternatief. Een paar keer willen we vertrekken, en een paar keer is het de regen die dan onze plannen in het water gooit.

Bij het volgende droge moment stappen we uit de camper en beginnen aan de steile wandeling omhoog. Soms lopen we in de beschutting van de berg, om het volgende moment snoeihard door de wind om de oren geslagen te worden. Een beetje wind is vervelend, een snoeiharde wind een beleving. Kromgebogen lopen om niet terug geblazen te worden, en af en toe omdraaien om even niet met je hoofd recht tegen de wind in hoeven te hangen draagt positief bij aan de ervaring.

De wandelroute biedt soms uitzicht op de gletsjer, en soms beschutting tegen de wind, maar bijna nooit beide tegelijkertijd. Voor het maken van een foto maak ik mezelf steeds zo klein mogelijk om zo min mogelijk wind te vangen. Het is bijzonder om te zien hoe het perspectief op de ijsbergen en de gletsjer van deze hoogte veranderen. IJsbergen die we zagen als onderdeel van de gletsjer blijken nog honderden meters voor de gletsjer te drijven.

Op het verste uitzichtpunt vinden we een windluwe plek en blijven we even zitten. Genieten van de prestatie, een snack, elkaar en de stilte. Daarna gaan we terug in onze voetsporen, terug naar de camper.

De Heinabergjökull

Enkele jaren geleden ontdekte we de Bolstaðafoss. Een mooie slanke elegante waterval, niet ver van de Heinabergjökull. Over hobbelige zandwegen rijden we eerst naar de gletsjertong voor een wandeling. De wandeling is alleen al geslaagd door de honderden kleine ijsblokjes die vlak aan de oever door wind en water zachtjes tegen elkaar aanbotsen en daarbij een marimba achtige klank laten horen. We willen nog wat dichter bij de ijsbergen komen, maar we worden de pas afgesneden door een riviertje dat net genoeg water laat doorstromen om ons rechtsomkeer te laten maken.

Gelukkig hebben we ook nog de Bolstaðafoss. Ik tuur al een tijdje naar de wand waar de waterval volgens mij hoort te liggen, maar zie niets wat op een waterval lijkt. Heb ik me dan vergist in de wand? Het zou zomaar kunnen, want volgens mij is het minimaal tien jaar geleden dat ik hier was. Dan hoor ik Ans zeggen, daar is hij, tenminste dat wat er van is overgebleven. Ik kijk naar de richting waarin ze wijst en zie weliswaar de mooie ondiepe kloof, maar inderdaad met een minimaal waterstraaltje dat enigszins beschaamd naar beneden glijdt. Het zal het seizoen wel zijn, want tijdens onze tocht zagen we al meerdere watervallen die vrijwel droog stonden.

De rust wordt ernstig verstoord

Terwijl we terugrijden nemen we nog een andere afslag, naar de Fláajökull, en parkeren de auto op wandelafstand naar een uitkijkpunt. Slechts een woeste rivier scheidt ons van de prachtige ijssculpturen en vormen. We kijken en genieten van afstand en blijven zitten totdat de wind vindt dat we hier al lang genoeg zijn. Terwijl de wind woester wordt wandelen we terug naar de camper waar we vlak langs de rivier een plekje vinden om wat te eten. We vinden het fijn om ons eigen plekje te hebben, ver weg van de druktes. We rekken de tijd meestal ver genoeg op, om pas laat op een camping te komen. Waar veel mensen genieten van wat roering, hebben wij tijdens onze reizen het liefst een plekje waar we moederziel alleen zijn.

Lichtharpen ondersteboven

Dit keer rekken we de tijd iets minder uit. De wind is veranderd in storm die rukt en trekt aan de camper. Nog even probeer ik het door de camper met de neus in de wind te zetten, maar ook dat is tevergeefs. Iedere windstoot voelt alsof de volgende stoot de camper fataal zal zijn. We zetten alles vast, ruimen der rotzooi op, en gaan op weg naar de camping, een half uurtje rijden van ons plekje vandaan. Gelukkig is het rustig op de weg, want de wind is zo fel dat het met de camper onverantwoord is harder dan 70 kilometer per uur te rijden.

Terwijl mijn handen verkrampt rondom het stuur klemmen, kijk ik vol bewondering naar de wolkenlucht boven ons. Een ware stormlucht met stormachtige lichtomstandigheden. Op de eerste de beste parkeerplek langs de hoofdweg zetten we de camper stil, en rennen naar het uitzichtpunt waar we slechts, hangend tegen de wind genieten van de spectaculaire luchten en heuse anticrepusculaire stralen. Een lichtharp, die vanachter de horizon naar boven lijkt te schijnen in een uitwaaierende vorm.

Daarna rijden we door naar de camping vanwaar het uitzicht op de wolken nog steeds fascinerend blijft.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Weer herenigd

Ruim op tijd, sta ik niet ver van het vliegveld van Keflavik, te wachten op de vlucht die Ans naar IJsland, en naar mij brengt. Vanaf hier kan ik binnen vijf minuten op de luchthaven zijn. Iets na de geplande landingstijd krijg ik een eerste berichtje. “Ik ben geland.“ Dan is het nog even wachten op de koffers en krijg ik het verlossende bericht. “Ik heb mijn koffer, ik kom er nu aan“. Even later kunnen we elkaar weer recht in de ogen kijken, en elkaar even stevig vasthouden. De koffer verdwijnt snel achter in de camper, en we laten het vliegveld achter ons. De camping bij Vogar, een paar kilometer verderop is een goede plek voor de eerste nacht. Voor Ans was het een lange dag, mede door het tijdsverschil van twee uur. Het is even wat eten, veel bijpraten en terwijl Ans nu laat naar bed gaat, lig ik er al vroeg in.

Geen regenboog zonder regen

We zijn alweer een paar dagen verder wanneer ik er weer aan denk om te schrijven. Niet dat er niets te schrijven viel, maar om te schrijven moet ik in de juiste stemming zijn, en vooral niet te moe. De afgelopen dagen waren erg vermoeiend. Het op de weg houden van de camper koste door de harde rukwinden veel energie en opperste concentratie. Het niet aflatende geluid van de storm, die zelfs bij stilstand op de camping, dag en nacht liet weten dat hij nog steeds aanwezig was zorgde voor onrustige nachten.

Tijdens onze wandelingen gingen die stormen gewoon door. Naast elkaar lopen, en geen gesprek kunnen voeren, maar enkel schreeuwen naar elkaar. Dat klinkt negatief, maar dat was het niet altijd. Want soms schreeuwde je dan “Kijk, een regenboog,“ of “Kijk, een zeehond“.

En zo nu en dan, wanneer de wind er even geen zin meer in had, kwam er een onrealistische stilte om ons heen. Die stilte waarvan je vergeten was dat die bestond. Veel mensen begrijpen het niet, maar het ontbreken van ieder geluid kan soms net zo mooi zijn als het mooiste lied van je meest favoriete band.

Omgeven door kolommen van basalt

We bezochten Kalfshammersvík, de vuurtoren omlijst door mooie basalt kolommen. We bleven totdat de zon laag aan de horizon kwam te staan, waardoor de aanwezige schapen slechts als goudomrande silhouetten zichtbaar waren. En we bleven zelfs langer. We bleven totdat het weer tijd was voor het ontbijt.

Na het ontbijt volgden we de contouren van het schiereiland Vatnsnes, en lieten dat overgaan in het schiereireiland Skagi. Een van de stops die we hier maakten was bij Ketubjörg. Indrukwekkend vanwege de steile kliffen, de waterval, en in ons geval door de wind die ons keer op keer probeert over de rand te duwen. Zo‘n storm waar je tegenaan kunt leunen.

Een mooie zonsondergang

Wanneer in de loop van de avond ook de wind moet gaan rusten, genieten we bij de camping  bij Grettislaug van een mooie zonsondergang met uitzicht op het eilandje Drangey. En omdat de zon hier pas erg laat ondergaat, liggen we na een lange vermoeiende dag erg laat op bed. Maar wie doet ons wat. Het is vakantie, we staan in een verre uithoek van de camping en hebben enkel verre buren. Ook de wind is het blazen moe, en komt niet verder dan het zachtjes laten wiegen van onze camper.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Een paar dagen in een notendop

Enkele afspraken rondom mijn expositie verplichten mijn om niet te ver te reizen. Zo heb ik een afspraak voor het laten afnemen van een interview en het laten maken van een paar foto’s voor de krant Skessuhorn. Ik ben aangenaam verrast wanneer de krant verschijnt, en ik blijkbaar een hele pagina heb gekregen. Ik ben zo trots als een pauw.

Ik kan er natuurlijk geen woord voor lezen, maar een combinatie van een broer en AI zorgen voor een vertaling van het artikel.

Er gaan ook dagen voorbij zonder afspraken. Voor de vulling van die dagen ben ik afhankelijk van mezelf, maar ook van het weer. Op een dag rijd ik op de 508, onwetend van het feit dat die weg veel weg heeft van een fuik. Hij begint met tweebaans asfalt, gaat over in gravel, om vervolgens langzaam te veranderen naar éénbaan. En hoe verder ik kom, hoe harder het gaat waaien, hoe smaller de weg wordt, en te meer geulen de weg dwars doorsnijden. Met een gewone 4×4 geen probleem, maar als op die 4×4 ook je huis vast zit wordt het toch anders. Ik overweeg te keren, maar ook dat is nergens mogelijk. Niet veel verder gaat de route steeds steiler omhoog, over scherpe stenen. En steeds als ik denk dat het niet erger kan worden, wordt het nog erger. Ik ben bang dat ik hier straks ga stranden, terwijl het al laat in de avond is. Rond 21:00 in de avond vind ik uiteindelijk wel mijn bestemming, maar wanneer ik uitstap op het laatste stuk te gaan lopen begint het te regenen.

Ik ga terug in de camper, en raadpleeg de kaart. Tot aan de doorgaande weg is het nu nog iets meer als zeven kilometer. Ik ga het erop wagen.

De contactsleutel draait om, en ik hobbel verder over de scherpe los gestorte stenen. Een kwartier later sta ik bij de doorgaande weg, en sla of naar Þingvellir, waar ik laat in de avond aankom. De camping is al in diepe rust. Om die rust niet te verstoren zet ik mijn camper op het eerste de beste vrije plekje, en draai de contactsleutel al zowat om nog voordat ik goed en wel stilsta. Ik stap uit de cabine, en duw zo zachtjes als ik kan de deur dicht, en stap achter in het woongedeelte van de camper, waar ik ook voorzichtig de deur dichttrek. En vanaf dat moment ben ik muisstil.

Al vroeg in de ochtend wordt er aan mijn deur geklopt. Wanneer ik de deur open sta ik oog in oog met een ranger van Þingvellir. Hij verzoekt mij om de camping te verlaten. Het heeft de hele nacht geregend, en de camping staat compleet onder water. Aan alle deuren wordt geklopt, en ik zie al verschillende campers die het terrein beginnen te verlaten. Zo snel ik kan verlaat ook ik de camping. Bijslapen zal voor een andere keer zijn.

Het blijft regenen

Na weer even in Akranes te zijn geweest ga ik weer op pad. Het zijn een paar heftige dagen geweest, en ik voel de behoefte om in aller rust aan mijn foto´s en mijn teksten te werken. Een rust die ik hoop te vinden op een van de twee parkeerplaatsen bij Gerðuberg. Wanneer ik daar een uurtje heb gestaan wordt het drukker en drukker. Ik ben vooral druk bezig met het observeren van mensen. Mensen die hier in de stormende regen toch even uitstappen, naar de kolommen lopen en vervolgens drijfnat terug de auto in stappen om naar hun volgende natte doel te rijden. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik hier al vaker ben geweest met goed weer, en dat ik niet per sé in de regen IJsland hoef te bewonderen. Maar wanneer je hier voor het eerst komt, tsja, dan kun je niet anders. Ik zit rustig vanuit mijn schuilhut te kijken naar een jongedame, die voorbij het raam waaraan ik zit komt lopen. Even kijkt ze om zich heen, en begint dan schichtig haar broek naar beneden te doen. Ze is nog niet heel ver met het laten zakken van haar broek, en het lijkt mij netjes om even met veel geluid te gaan verzitten zodat ze in de gaten krijgt dat er iemand zit mee te kijken. En ik weet het best, het is niet netjes om te kijken, maar het voelt een beetje alsof je naar een film kijkt. Je wilt toch weten hoe hij afloopt.

De broek gaat een stuk sneller weer omhoog dan dat hij naar beneden ging, en ze verdwijnt uit mijn gezichtsveld. Een film met een open einde.

Ik vind dat het hier te druk wordt om rustig te werken, en begin mijn spullen in de kasten te laden en meer eenzaamheid te zoeken.

Wanneer ik klaar ben om te vertrekken en uit de camper wil stappen zie ik dat de film nog verder is gegaan na de aftiteling. Geen open einde. Een duidelijk urine spoor precies achter de deur van de camper is getuige van het einde van de film. Gadverdamme. Nog meer reden om te vertrekken.

Ik start de camper en rijd door naar Rauðamelsölkelda, een stuk verder voorbij Gerðuberg, en met de rust die ik zocht. De rest van de middag zie of hoor ik niemand. Ik werk aan mijn foto´s, aan mijn teksten en maak een korte wandeling naar een sprookjesachtige waterval, diep in een kloof.

Vroeg in de avond zoek ik een camping en vind die niet ver van Ytri Tunga in Granny´s campsite. Het binnenrijden van de camping is alsof je een scene van The Birds, de film van Alfred Hitchcock in rijdt. Enkele tientallen Noordse Sternen belagen mijn camper. Wanneer ik uitstap denk ik dat het wijs is om mijn petje op te zetten. Een goede beslissing, want hoewel de sternen over het algemeen enkel schijnaanvallen uitvoeren, voel ik duidelijk hoe een stern mijn petje gebruikt voor een doorstart.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Snuffelen op Snæfellsnes

Omdat ik wat afspraken heb lopen rondom mijn expositie wil ik niet het hele land doorkruisen. Een mooie gelegenheid om Snæfellsnes dit keer niet in één dag te doen, maar gewoon de tijd te nemen. Ik ga op zoek naar rust, ruimte, plekken die ik al lang niet meer heb gezien, of door het grote publiek nog niet echt ontdekt zijn.

Hítardalur is zo´n plek. Rust, ruimte en nog niet echt ontdekt. Het gaat mij vooral om de rode kleuren in het gesteente die zo mooi afsteken tegen het groene mos. Het moet bijna vijfentwintig jaar geleden zijn geweest dat ik hier zelf was.

Het mooie aan IJsland is dat je vaak de goede verkeerde afslag neemt. Ook nu kan ik kiezen tussen links en rechts. De weg loopt dood bij een oude vervallen boerderij, die toch nog bewoond wordt. Maar de vervallen schuur met oude hooibalen ervoor is een prachtig onderwerp, en de goede verkeerde afslag heeft een mooi fotomoment opgeleverd. Ik rijd een paar kilometer terug en neem alsnog de afslag die ik had moeten nemen.

Het landschap waar ik doorheen rijd is verrassend mooi, maar het licht verrassend saai. Het landschap blijft boeien, en ik rijd er zo rustig als ik wil doorheen. Ik ben alleen op de wereld. Ik kan midden op de weg stoppen, kijken zolang ik wil, en ook al neem ik geen, of bijna geen foto´s ik geniet volop.

Wanneer ik aan het einde ben van deze route, is het weer zover omgeslagen dat een wandeling er niet inzit. Ik ben ver van de bewoonde wereld, en vind zelf dat ik hier best mag overnachten. Misschien is het licht morgenvroeg beter en heb ik meer fotomomenten. Ik sluit de camper, de gordijnen, mijn ogen en de dag.

Terug naar de hoofdweg

Het rustgevende geluid van wind, regen en hagel, het ongelijkmatige deinen van de camper heeft mijn nachtrust goed gedaan. Buiten de natuurgeluiden heb ik niets gehoord. De rest natuurlijk alleen in de korte momenten dat ik wakker werd, waarna ik weer heerlijk in slaap werd gewiegd.

De terugweg heeft bijna net zo´n slecht weer als de heenweg. Ik moet het houden bij korte fotomomenten en het voornemen hier terug te komen zodra het weer beter wordt. Aan de hoofdweg twijfel ik even. Links of rechts. Het wordt rechts, verder Snæfellsnes op. De wind, regen en hagel die mij een goede nachtrust gaven geven me nu hoofdbrekens. Heeft het zin om verder te rijden. Een goed alternatief is af te slaan bij Gerðuberg. Wachten op mooi licht onder het genot van een kop koffie en mijn opengeslagen laptop. Het mooie licht laat op zich wachten, en aan het einde van de dag moet ik mij gewonnen geven. Ik rijd een paar kilometer terug naar de camping bij Snorrastaðir.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De expositie in Akranes

De foto´s voor mijn expositie in de grote vuurtoren van Akranes hebben de hele route stevig ingepakt in een kist en voorzien van bubbeltjesplastic achter de bestuurderstoel gestaan. Ik heb al veel wasbord wegen gereden, en de camper is behoorlijk door elkaar geschud. Geloof me dat ik onderweg verschillende keren inwendig heb gevloekt als ik weer eens door een kuil ging. Het uitpakken van de foto´s is dan ook een spannend moment. Vijf pakketjes met ieder vier foto´s, twintig in totaal.

De opluchting is groot wanneer ik het eerste pakket open en er geen krasje op de foto´s te bekennen is. Ik verdeel de foto´s over twee verdiepingen en in de thuis bedachte volgorde. Met een meetlint bepaal ik de afstand en de hoogte van de afbeeldingen.

Wanneer alles hangt kijk ik tevreden naar het resultaat. Tevreden is relatief, het is nu echt, en wat echt is, is ook spannend. Hoe worden de beelden ontvangen?  Ik zal pas echt gerustgesteld zijn wanneer ik leuke reacties krijg.

Ik controleer nog meerdere keren of alle koortjes netjes zijn weggewerkt, en of alles goed vast zit. En toch, wanneer ik die avond in de camper zit, spookt het steeds door mijn hoofd dat wanneer ik morgen ga kijken alle foto´s op de grond zullen liggen.

De volgende ochtend is het eerste dat ik doe, – nog voordat de vuurtoren officieel opent – alles nogmaals controleren. Maar alles is in orde.

Ik opereer graag op de achtergrond. Zowel nieuwsgierig als zenuwachtig voor de reacties, hoor ik de eerste bezoekers binnenkomen. Ze komen niet voor mijn expositie, ze komen voor het uitzicht vanaf het dak, en lopen mijn expositie voorbij zonder het een blik waardig te gunnen. Je kunt het ze niet kwalijk nemen, het is zoals het is.

Dan hoor ik iemand achter mij zeggen “Are you Gerry?” Ik had niet verwacht herkend te worden, maar dit is al leuk. We praten een tijdje over de foto’s, en ik incasseer een voor een, en dankbaar alle mooie woorden die hij over mijn foto’s loslaat. Veel van de mensen die naar het dak zijn gesneld, komen nu naar beneden, en nemen nu de tijd om de panelen te bekijken. De man waarmee ik sprak bedankt mij voor de expositie, geeft me een hand en neemt afscheid. Terwijl hij de trap afloopt hoor ik nog een paar keer “ beautiful, beautiful”.

In de loop van de dag zijn er verschillende mensen die even een stoppen om een praatje te maken. Tegen de tijd dat de vuurtoren sluit, besluit ik dat het voor mij ook tijd is om te gaan. In IJsland valt zelfs voor mij nog steeds veel te ontdekken. Ik zal hier de komende maand nog wel verschillende keren langs komen, maar nu eerst op ontdekkingsreis.


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De aantrekkings – kracht – van het water

Ik faal nog steeds in het vroeg naar bed gaan, en zet daarmee de voorzet voor het falen van het vroeg opstaan. Maar het wordt niet echt donker in de nacht. De uren die ik mis in de ochtend haal ik weer ruim in als de avond begint. Terwijl de meeste mensen hun plekje op de camping of in het hotel gevonden hebben ben ik nog onderweg. Ook nu ben ik pas weer laat op pad. Omdat het op de route ligt kan ik het niet laten om even te stoppen bij de Goðafoss.

Mijn mond valt open van verbazing. Het is druk. En niet een beetje druk, maar gewoon vol. Ik loop naar de waterval, en zie dan dat veel van de aanwezigen een stikkertje met nummer op hun kleding hebben. Dit keer lopen er mensen met nummers tussen 20 en 25 rond. Wel handig, dan weten ze bij welke groep ze horen, al zullen enkele alsnog verdwalen of gaan twijfelen. Het pad ligt vol met labeltjes varierend tussen 20 en 25. Ik loop eerst even naar het laagste punt. Ik kijk liever op dan neer op een waterval. Ik sta zelfs graag in de nevel van een waterval, behalve als ik hem wil fotograferen. Dan mag die nevel even de andere kant in afslaan.

Wanneer ik klaar ben aan de voet van de waterval loop ik toch maar even naar het achterste uitkijkpunt. Ik heb een hekel aan die betonnen paden in de natuur. Het haalt toch een deel van de beleving weg.

Dan zie ik een oudere man met een rolstoel, een iets minder oude vrouw met een scootmobiel, en een man die ondersteund wordt door een jonger persoon snap ik dat het voor deze category mensen een zegen moet zijn dat ze niet over een ongelijk zandpad hoeven.

Ik heb nog steeds een hekel aan die betonnen banen, maar voor deze mensen is het een uitkomst.

Een vrouw in een rolstoel met de meest fleurige kleding die ik ooit zag, baant zich voortgedreven door een soort mini scootmobiel door de drukte. De kleuren van haar kleding gaan bijna naadloos over in haar haar. Het is een prachtige verschijning, de vrolijke noot van het gezelschap. Even overweeg ik te vragen of ik een foto mag maken. Ik doe het niet, misschien zou ze het een compliment vinden, maar misschien wil ze ondanks haar kleurrijke uitdossing opgaan in de grijze massa. Ik kijk, ik geniet, maar maak ook geen stiekeme foto. Ik zal me deze verschijning gewoon moeten herinneren.

Van de kleurrijke vrouw ga ik over naar de kleur van het water. Het was me natuurlijk wel eerder opgevallen, maar het water is redelijk blauw van kleur. Dat maakt me weer gelukkig omdat ik verwacht dat de stroomopwaarts gelegen Aldeyjarfoss ook blauw zal zijn.

Bij de Aldeyjarfoss

Dat valt dan weer wat tegen. Het watergeweld is gigantisch, maar de kleur is grijs bruin. En er is ook zoiets als een overdaad aan water. Bij de Aldeyjarfoss is er een ideale hoeveelheid water voor het maken van een foto die alles heeft. Bij de juiste hoeveelheid water in combinatie met de juiste techniek kun je een golfpatroon ontdekken in het uitwaaiende water. Ik geniet nog steeds van de schoonheid van de waterval, want volgens mij is dit de mooiste, of in ieder geval meest tot de verbeelding sprekende waterval. Ik fotografeer, ik observeer en raak in een soort trance van het vallende water. Waarschijnlijk zal iedereen dat wel eens doen, een deel van het water proberen te volgen in de onvermijdelijke weg naar beneden. En dan weer en weer. Mijn advies als je dat doet, ga eerst even zitten, want enige duizeligheid is bij deze manier van kijken onvermijdelijk. Misschien lijkt het meer op een soort beginnende aangeschoten gevoel.

Na de Aldeyjarfoss heb ik nog een waterval die ik dit keer graag ga bekijken.De Hrafnabjargafoss. Even later sta ik op het ideale punt op de waterval te fotograferen. Het zou in ieder geval het ideale punt kunnen zijn, waren het niet dat het vrijwel onmogelijk is een foto te maken zonder nevelspatten op de lens te krijgen. Nou ja, het lukt bijna, en daar moet ik het dan mee doen. Gelukkig is het lang licht, zolang dat ik de tijd vergeet. Als ik bij de camper aankom moet ik nog koken en eten. De dichtstbijzijnde camping is nog een uur rijden. Ik maak de afweging, blijven staan of naar een camping rijden. Ik blijf staan, al heb ik het vermoeden dat ik dat eigenlijk al wist. Ik blijf nog lang de wolken in de gaten houden in de hoop dat het licht nog interessant wordt. Ik kijk op de klok… Misschien morgen. Ik doe de gordijnen dicht en kruip het bed in.

 


Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Keuzestress en twijfel

In de ochtend rijd ik in de richting van Húsavík. Lang blijf ik twijfelen waar ik zal afslaan, de twee kandidaten zijn Skeifarfoss en Gatanöf. Een waterval of een rotspunt. Fotografisch vind ik beide interessant. Het is de lucht die de doorslag geeft. Het is geen watervallen, maar rotspunten licht. De twijfel gaat over in een vastberadenheid in het voordeel van Gatanöf.

Ik heb moeite met het vinden van de afslag, zodat ik die voorbijrijd. Ik controleer mijn navigatie, maar wordt daar niet wijzer van. Mijn ogen speuren over de weg voor een glimp van herkenning, maar niets zet mij op het juiste spoor. In mijn ooghoek zie ik in de verte een rood autootje wegrijden van een parkeerplaats. Die parkeerplaats was er vorige keer nog niet, of hij is me niet opgevallen. Ik volg met mijn ogen het rode autootje en kijk waar hij terug de weg op komt. Even later rijd ik zijn route in omgekeerde richting. Te zien aan de borden en de richtingaanwijzers is deze route en parkeerplek niet lang geleden aangelegd.

Ik pak mijn rugzak, en hoop dat er hoog water bij Gatanöf zal zijn. Ik kan dat al zien op de app, maar dat heeft geen zin. Ik ben er nu, en moet het gewoon doen met de situatie die ik zal aantreffen. Als het laag tij is, ga ik toch geen zes uur wachten op hoog water.

Het zit me niet mee, in die zin dat het eb is, maar is het niet al gewoon geweldig dat ik hier kan zijn in de rust en stilte van een stukje minder bekend IJsland. Ik ben alleen met slechts het ruisen van de wind, het geluid van het water dat zachtjes op en neer wiegt, en het zachte gekwetter van de vogels. En even, heel even kan ik horen wat er via de omroepinstallatie van een van de walvisvaarders, wordt verteld. Vanaf hier lijkt de boot aan de andere zijde van het fjord te varen, maar dat zal wel gezichtsbedrog zijn. Het geluid verstomd zodra de wind een beetje aantrekt.

Als fotograaf probeer ik nieuwe invalshoeken te bedenken om de rots zo voordelig als mogelijk in beeld te krijgen. Maar de beelden die ik zag op de informatie borden zal ik niet kunnen evenaren. Het eerste beeld, de rots met daarbij het noorderlicht en de tweede waarbij de ondergaande zon precies door de opening zijn gouden gloed weet te sturen.

Tevreden met het best haalbare in het moment verlaat ik ontevreden de scene en ga op zoek naar een nieuwe uitdaging.

Het hete bronnen gebied Þeistareykir, stelt niet teleur, tenminste niet nadat ik het gevonden heb. Op GoogleEarth zag het er zo makkelijk uit, maar eenmaal op locatie ontdek ik al snel dat ik nog een stukje verder zal moeten rijden. Þeistareykir stelt niet teleur. Het is een hete bronnen gebied zonder betaald parkeren, zonder faciliteiten, een het eind van een slechte zandweg, en zonder druktes. Het gebied is nog redelijk ongerept. De enige sporen die je vindt zijn de sporen van de schapen. Gezien het aantal schapen valt het aantal sporen best mee. Hoeveel schapen het waren heb ik niet geteld, want ik wil nog even wakker blijven.

Onderweg terug naar Húsavík geniet ik van een wolkenpartij die de bergen flankeert, en in de verte langzaam richting de weg lijkt te glijden. Het wordt even een wedstrijdje. Blijf ik de wolken voor? De wolken winnen. Het uitzicht verdwijnt gelijk met het zicht op de weg. Mijn vader zou hebben gezegd dat de mist zo dik was dat je er je fiets tegen aan kon zetten. Mijn kilometer teller gaat terug naar een schamele 20 kilometer per uur, en zelfs dan moet ik me enorm concentreren om de auto binnen de lijnen te houden.

Vlak voor Húsavík besluit ik dat het voor vandaag weer genoeg is geweest, en tegen beter weten in rijd ik naar de camping. Al vanaf de hoofdweg weet ik dat dit niet mijn accommodatie voor de nacht zal zijn. Het is er druk erg druk. Nog steeds tegen beter weten in zet ik de auto stil, maar onbewust weet ik al dat ik hier niet ga blijven. De autodeur blijft dicht, de gordel blijft om. Ik zoek naar redenen om te blijven, maar kan er geen vinden. Er is geen ruimte, de lucht is gevuld met de lucht van barbecues, vanaf de voetbalvelden klinkt het doordringende geluid van hard weggeschopte voetballen. Niet van een wedstrijd, maar van een training, dus het knalt sneller achter elkaar dan de eerste vijf minuten van het oudejaarsvuurwerk. Net als ik denk dat dit niet de hele nacht door zal gaan hoor ik schreeuwende kinderen. Natuurlijk, die zijn op vakantie en natuurlijk uitgelaten. Kinderen zijn kinderen, maar laat ik nu helemaal dol zijn op stilte. Niet altijd hoor, maar wel wanneer ik zelf op vakantie ben.

Twintig kilometer verderop is nog een camping met de mooie naam Heiðarbær. Ik besluit daar mijn geluk te proberen. Gezien de drukte bij Húsavík kan ik me bijna niet voorstellen dat het hier rustig is, maar wanneer ik aankomt staan er slechts twee caravans. Ik vind een eenzaam plekje in een verre hoek van de camping.

 


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Dezelfde plek, een ander gevoel

Ik ben dicht bij de afslag naar de Dettifoss. Dat is waarschijnlijk wat iedereen denkt wanneer ze aan het begin van wegnummer 864 staan. Eigenlijk is het de weg langs het mooiste deel van de Jökulsá á Fjöllum, met de watervallen Hafragilsfoss, Dettifoss, en Selfoss, en voor wie hem weet te vinden ook de Rettarfoss.

Wie hem weet te vinden geldt dit keer ook voor mij. Ik weet eigenlijk zeker dat ik de goede afslag heb genomen, maar begin halverwege te twijfelen. Bovendien is de weg erg slecht, en als er een tegenligger komt, zal één van de twee in zijn achteruit ongeveer vier kilometer terug moeten rijden. Ik draai om en rijd zo snel mogelijk uit angst op de terugweg die tegenligger te ontmoeten.

Opgelucht rijd ik verder naar het zuiden richting Hafragilsfoss. De waterval moet het niet hebben van zijn eigen schoonheid, maar het is meer een uitzicht punt vanwaar je de kloof kunt overzien. Bovendien is het hier altijd erg rustig; behalve vandaag.

Twee dames hebben een tafeltje neergezet waarop een gigantische schaal ligt. Ik denk eerst nog dat het studenten zijn, of wellicht geologen, want ze beginnen als gekken met een gigantische hamer op de schaal te rammen. Regelmatig stoppen ze even, voelen met de handen over de schaal, en geven elkaar enthousiast een dubbelle high five. Een stukje verderop staat een auto met daarop de naam van een internetsite. Nieuwsgierig lees ik op de site waarop staat dat door meteorietenstof te versmelten met de gong, deze gong in harmony met het universum komt.

Terwijl je in de wijde omgeving van de Hafragilsfoss gek wordt van het wilde gehamer op een stuk metaal – het lijkt alsof je met een twee pannendeksels hard tegen elkaar slaat – lees ik op hun site: Waar stilte spreekt, “worden deze poorten geboren”. Voor hen zal de stilte wel spreken, want in tegenstelling tot de vele mensen die hier van de natuur komen genieten en worden verjaagd door het oorverdovend kabaal, dragen ze zelf gehoorbescherming.

Ik ben dan ook blij wanneer ze een laatste dubbelle high five geven, en de gong nog een beetje gaan polijsten. Daar heeft niemand last van.

Bij de Dettifoss, onder het kabaal van het neerstortende water kom ik weer helemaal tot rust. Het is natuurlijk een vreemde gewaarwording, dat natuurlijke geluiden zoals het oorverdovende geluid van de Dettifoss, in tegenstelling tot de hamerslagen van daarnet totaal niet storen. Natuurlijk kan ik niet aan de Dettifoss voorbij zonder een paar foto’s te maken. Vandaag kijk ik vooral naar de mensen die zichtbaar onder de indruk, de waterval of fotografisch; in het geheugen, of beide opslaan.

De wandeling naar de Selfoss neem ik er met veel plezier bij. Het pad is niet echt uitnodigend, wat veel mensen afschrikt. In de verte bij de Selfoss zie ik dan ook slechts een handje vol mensen die bij de waterval staan te kijken. Voordat ik aankom lopen ze mij al tegemoet. Wanneer ik bij de waterval aankom, is hij even van mij alleen. En wow, als iemand mij nu zag staan zou hij of zij wellicht denken, “Hij legt de waterval of fotografisch in het geheugen, of beide vast”.

Ik heb de waterval ook nog nooit zo mooi gezien als vandaag. De nevel die de waterval bijna altijd omsluit verdwijnt netjes naar de overkant waardoor ik een vrij en een helder zicht heb. Het kan dan ook niet anders dan dat ik teveel foto’s maak. Maar ik maak niet alleen foto’s. ik kijk, ik geniet en ben verwonderd. Verwonderd om zoveel schoonheid die ik al vaker mocht zien, maar mij nog nooit zo diep onder de indruk bracht. Het is niet enkel de waterval die indruk maakt, het is het totale plaatje.

Ik verlaat de 864 waar ik erin kwam, en ga nog even kijken naar Karl og Kerling, twee rotspilaren langs dezelfde rivier. Eigenlijk ga ik voornamelijk hierheen voor de camping, maar die blijkt enkel toegankelijk voor tenten.

Voor de tweede keer in drie jaar tijd sta ik bij Karl og Kerling en verbaas me over deze twee gigantische pilaren. Heel even laat de zon de omgeving oplichten en zie ik de rode tinten aan de overkant van de rivier. Net genoeg tijd om het vast te leggen. Dan verdwijnt de zon achter de steeds dikker wordende wolken, en verdwijn ik richting een volgende overnachtingsplek.

 


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Een mini ontdekkingsreis

Wanneer ik uit Vopnafjórður wegrijd is dat nog bijna in de volle zon. Ik ben onderweg naar het schiereiland Melrakkaslétta, kortweg ook Slétta genoemd. Het is een van de uithoeken van IJsland waar bijna niemand woont, en waarvoor de reiziger geen tijd wil vrijmaken. Omdat het nu op de route ligt, bezoek ik eerst de Heimskautsagerðid beter bekend als de Arctichenge bij Raufarhöfn. Wanneer je in de omgeving bent is het een mooie plek om even de benen te strekken. Als fotograaf vind ik het jammer dat er een paar bankjes omheen geplaatst zijn en het pad er naartoe voorzien is van verlichting. Hiermee wordt volgens mij het doel, iets wat is geïnspireerd op Stonehenge, toch wat minder authentiek, zover je van authenticiteit kunt spreken. Ik denk wel dat in de donkere dagen, en zodra het klaar is het een sfeervolle plek zal zijn waarbij de verlichting wel past.

Deze uithoek van IJsland heb ik gekozen om een bezoek te brengen aan Rauðinúpur. De vorige keer dat ik in deze omgeving was heb ik bewust gekozen hier niet heen te gaan. Het weer was niet uitnodigend, en de alternatieven klonken toen beter. Nu kan ik het niet laten om toch te gaan kijken naar deze twee staken, Sölvanöf en Karl. Ik heb even ruzie met mijn navigatie, maar dat los ik op door te kiezen voor kortste in plaats van snelste route. Van 77 naar 42 kilometer. Ik verruil hiervoor wel het asfalt voor gravel, maar de lege uitgestrektheid van het landschap trekt mij. Ik geniet van de rit waarbij het uitzicht wisselt tussen leegte en nog meer leegte. Heel af en toe zie ik in de verte en oude verlaten boerderij. Op zich een mooi onderwerp om me ooit fotografisch in te verdiepen, maar dat mag een andere fotograaf op zich nemen.

Ik ben bijna bij mijn bestemming wanneer ik op enige afstand een poort zie met een verbodsbordje waarvan ik op afstand nog niet kan lezen wat er op staat. Gelukkig is de poort niet gesloten, en het bordje geeft aan dat je niet harder wordt geacht te rijden dan 15 kilometer per uur. Daar kan ik me wel in vinden.

Wanneer ik uitstap om de poort te openen hoor ik als eerste het gekrijs van noordse sternen. Op enige hoogte hangen ze klaar om aan te vallen zodra ik te dicht bij hun nest kom. Deze Stern is de eerste van velen. Het wemelt hier van de sternen, en ik probeer er een sport van te maken ze in de aanval vast te leggen. Dat lukt niet altijd, want die beesten zijn razendsnel. Ik denk dat ik wel kan stellen “razend en snel”.

De weg loopt dood bij een boerderij en een parkeerplek. In de verte zie ik de pilaren al staan, en gretig als ik ben om ze te fotograferen zet ik er flink, zover het pad het toelaat, de pas er in.

Door de route verdwijnen de pilaren uit beeld, maar ik kan me eenvoudig richten op de oranje vuurtoren. Die zal vast op het uiterste puntje staan, het puntje waarvandaan ik als het goed is de rode pilaren kan zien staan.

Zodra de eerste pilaar in zicht komt kijk ik even verbaasd naar de bewoners van de eerste pilaar. Tientallen of misschien wel honderdtallen Jan-van-Genten zijn de bewoners op de top. En dan te bedenken dat ik vanmorgen nog met een beetje pijn in het hart de route naar de kolonie op het schiereiland Langanes vanwege het weer heb overgeslagen. De Jan-van-Genten lopen niet weg, dus ik begin met het maken van foto’s van de pilaren. Ik kijk naar de zijde waar de pilaar rood zou moeten zijn, maar die zijde is helemaal wit. Ik moet even goed kijken, maar onder aan de pilaar nestelen enkel honderden alken. En eerlijk gezegd, denk ik dat het witte van de pilaar mooier is dan het rode zou zijn geweest.

Dan wordt het toch even tijd voor de telelens om de Jan-van-Genten wat dichter bij te halen. In volle vlucht is wat lastig, daarvoor zitten ze te ver weg, en dat vind ik geen foto waard. Maar zoveel bij elkaar heeft toch wel wat.

Wanneer ik denk dat ik het wel gezien heb, kijk ik naar de vuurtoren. Oké, ze zijn bijzonder, en knalgeel, maar zo heb ik er al velen gezien. Toch loop ik er even dichter naar toe, al is het maar om vanaf hier ook de rotsen te fotograferen. Dan komt er weer een verrassing. Ongeveer tien meter onder mij zitten tientallen Papegaaiduikers. Ook Borgarfjörður Eystri heb ik overgelagen. Een te grote omweg voor iemand die zich geen vogelaar of vogelfotograaf wil noemen. Ik vind een vogelfoto pas geslaagd wanneer er iets bijzonders gebeurt. Ik zie dergelijke foto´s regelmatig, en daar kan ik echt van genieten, maar dat zijn meestal foto´s van fotografen die zich hebben verdiept in de vogelfotografie en het hebben van een enorme dosis geduld. En zelfs die vogelfotografen zijn volgens mij al blij als één op de duizend foto´s het niveau van illustratie voor een biologieboek ontstijgt. Niets dan respect voor deze fotografen die zo op kunnen gaan in hun passie, maar het is niet mijn passie.

Maar om dan hier op een onverwacht moment de papegaaiduikers te ontdekken maakt mij dan toch weer blij. Uiteraard maak ik weer teveel foto´s, maar geen duizend. Die bijzondere foto heb ik dan ook niet gemaakt.

Ik wandel weer terug naar de parkeerplaats die inmiddels redelijk vol begint te raken.Dat ligt niet aan het aantal wagens dat een plekje zoekt, maar heeft meer te maken met het formaat camper waarmee sommige mensen willen reizen. Ik geef het meteen toe, met die campers kom je op plekken waar ik toch eerst even achter mijn oren zou krabben. Maar het beperkt je tegelijkertijd ook om te komen op plekken waar ik wel kan komen. Gewoon omdat ze te groot en te zwaar zijn. Ik geloof dat het twee jaar geleden is dat een duitse reiziger met zo´n bakbeest drie dagen heeft moeten graven om zijn camper weer vlot te krijgen.

Tot opluchting -denk ik- van een van de chaufeurs verlaat ik de parkeerplek, en maak zo net voldoende ruimte voor een kolosale camper.

Voordat ik naar een camping ga zoeken heb ik nog één plekje voor mezelf tegoed. Vorige keer dat ik hier was, waren de lichtomstandigheden voor fotografie bedroevend. Met veel kunst en vliegwerk maakte ik toen nog een redelijke foto van enkel bijzondere rotsen bij Kópasker beach. Het licht is nu een stuk vriendelijker. Na een half uur houd ik dit stuk strand voor gezien. Terwijl de vorige keer de lichtomstandigheden bedroevend waren, was ik blijer met de uiteindelijke resultaten. Een bijna blauwe lucht is mooi voor de ansichtkaarten, maar niet voor boeiende foto‘s.

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier