Menu Close

Jökulsárlón, eeuwige schoonheid

Het is bijna een traditie, en natuurlijk wil je het ook niet missen. Voor het ijsbergenmeer Jökulsárlon trekken we een hele dag uit. Het wordt alleen erg moeilijk het meer te bereiken als de uitzichten onderweg mooi zijn en steeds mooier worden.

Het licht is deze ochtend dan ook prachtig.

Door de wind ligt er vandaag een minimale hoeveelheid ijs in het meer. Tenminste niet vlak bij de brug. Daar ligt wel een en ander aan mooie sculpturen, maar het grootste deel ligt vlak tegen de kilometers verderop gelegen gletsjer aan.
Gelukkig is het strand vandaag rijkelijk met ijs toebedeeld. Prachtige sculpturen rijzen op uit het woelige water. Enkele meters hoge varianten stelen de show, maar ook de kleinere brokken met hun schitterende schoonheid trekken stuk voor stuk om aandacht.

De golven beuken om het hardst om de grote stukken te doen breken. Lang houden ze het dan ook niet vol. De brokken ijs zijn geen partij voor de kracht van het water.

Terwijl de zon gestaan zijn weg naar beneden vervolgd rijden wij terug naar ons hotel. Natuurlijk niet zonder onderweg nog enkele keren te stoppen en te genieten van het nog steeds mooie licht en de prachtige kleuren.

Om de dag compleet te maken gaan we in de avond nog naar de lichtshow die Aurora Borealis heet.

Interessant weer

Op de weersite van IJsland ziet het er vandaag veelbelovend uit. Dit is een tegenstelling van wat ik door het raam zie. Donker grijze luchten en bomen die geen keus hebben dan meebuigen met de wind vormen het decor van deze dag in IJsland.
Het eerste half uur twijfel ik enorm. Sla ik af bij Skógafoss, of rijd ik door? Het doorrijden houd stand tot het moment dat ik de waterval in het oog krijg. Ondanks de grijze lucht en de regen reserveer ik 20 minuten om alvast een indruk te krijgen van het watergeweld. Op de terugweg komen we toch weer langs de waterval. Dat is dan later op de dag waarbij de kans op het zien van “de” regenboog aanmerkelijk groter is.

Er worden een paar foto’s geschoten, maar de beschutting van de bus is toch erg verleidelijk. Met de ruitenwisser op standje twee rijden we Petursey voorbij. Ook nu ben ik vanwege het weer ervan overtuigd dat we Dyholæy beter kunnen overslaan. Met nog een kleine kilometer voor de afslag lijken de wolken enigszins open te trekken zodat op ongeveer honderd meter voor de afslag te richtingaanwijzer toch naar rechts aangaat.
Het is hoog tij, waardoor het strand vrijwel ontoegankelijk is. Daarom zet ik koers naar de vuurtoren. De windkracht is hier enorm. Zelfs met het parkeren van de bus moet ik hier ernstig rekening mee houden. Het laatste wat je wilt is dat de deur uit je handen schiet en vervolgens in een hoek komt te staan die je in de gebruikershandleiding van de auto niet terug zult vinden.

Buiten kunnen we letterlijk tegen de wind in hangen. Slechts met moeite weten we bij de vuurtoren en het uitzichtspunt op de boog te komen. Niemand klaagt over de wind. In tegendeel, er wordt genoten van deze extreme omstandigheden. Het is onderdeel van de ‘ Iceland Experience’.

Ongeveer 20 kilometer verderop rijden we naar Reynisfjara. Het gitzwarte strand dat zich ooit in de top 10 van de mooiste stranden van de wereld bevond. Door de 340 meter hoge berg Reynisfjall staan we redelijk beschut.

Ik zelf heb het strand al meerdere keren bezocht en besluit me niet teveel te concentreren op de pilaren die de Reynisdrangar vormen maar me meer te richten op de vele vormen in de bergwand. Al snel heb ik spijt dat ik mijn statief in de auto heb laten liggen. Uit de hand fotograferen lukt wel, maar naar mijn mening moet de ISO van de camera teveel omhoog gezet worden om nog uit de hand te kunnen schieten.

Die middag rijden we verder naar het oosten. De eerste stop is een paar kilometer voorbij Vík bij Hjorleifshofdi. Een tot de verbeelding sprekende zandvlakte met hier en daar een uitstulping en wat eenzame plantjes vormen het decor van deze surrealistische omgeving.

Planten worden penselen in de handen van de wind. Verder dan enkele eenvoudige strepen in het zand zal het niet komen, en zodra de wind weer draait zal deze de zojuist gemaakte creaties weer eenvoudig uitgummen.

Vanaf het Eldhraun begint het weer wat op te knappen. Door de vele regen van de afgelopen weken heeft het mos een mooie diepgroene kleur. De vele vormen nodigen uit tot het schieten van veel plaatjes.

Als laatste stop gaan we naar de Verenkloof. Een prachtige kloof van ongeveer 2 kilometer lang en een hoogste punt van om en nabij de 100 meter. De formatie ontstond ongeveer 2 miljoen jaar geleden door de kracht van het water.

De zon sluit deze dag af met een mooie rode avondlucht. De belofte voor beter weer vanaf morgen.

Þjórsárdalur en Gjáin

Deze dag is gereserveerd voor Þjórsárdalur en Gjáin. Onderweg hierheen wordt onze bus nog geteisterd door een beetje regen maar heel veel wind. Na een paar korte fotostops komen we bij het eerste officiële fotografische deel van het programma. De Hjálparfoss. Een mooie fotogenieke waterval die we vandaag bijna helemaal voor onze fotogroep hadden. De enige andere aanwezigen waren werkers die bezig waren een nieuw pad aan te leggen. Laten we hopen dat ze niet ook bezig waren met een uitkijkplatform waarvan je dan in de toekomst nog slechts vanaf een afstandje naar de waterval mag kijken.

Daarna komt het hoofddoel van onze trip van deze dag in zicht. Gjáin. Vanaf de eerste keer dat ik Gjáin heb betreden heeft het gebied zich in mijn hart gesloten. Als er al elfen in IJsland wonen stel ik me voor dat ze dat voornamelijk hier doen. Een meer tot de verbeelding sprekend sprookjesachtig gebied vind je volgens mij niet in IJsland.

Als we de zandweg inslaan ziet het weer er niet hoopgevend uit. Donkere wolken pakken zich samen boven ons. Fotografisch natuurlijk prachtig, zolang ze hun water maar vast houden.

De mooiste waterval ligt wel enigszins verstopt zodat je wat moeite moet doen om deze te bereiken. Maar eenmaal oog in oog met deze schoonheid vergeet je de moeite die je ervoor hebt moeten doen direct.

Hoe verder de dag vordert hoe mooier de luchten worden. Zo nu en dan is er zelfs wat blauw tussen de grijze massa te ontdekken. Het is moeilijk ons los te rukken van dit landschap, maar er is geen keus, het einde van de dag dient zich aan, en we hebben nog een lange weg voor de boeg. Tijdens die lange weg zetten we nog regelmatig de bus aan de kant om van de gelegenheid gebruik te maken het mooie landschap vast te leggen.

We zijn niet meer zo heel ver van het hotel verwijderd en hebben nog even tijd om een van de iets minder bekende watervallen van IJsland te bezoeken. De Gluggafoss. We moeten wind en regen trotseren maar ik hoor niemand klagen. Het weer geeft gewoon karakter aan het landschap!

Een onstuimig begin van de reis

We landen op een redelijk bewolkt IJsland. Gelukkig valt het met de regen mee, en nadat we enkele kilometers hebben gereden zie ik de lucht aan de zuidkust enigszins opklaren. Dat is voldoende aanleiding om de eerst de weg naar Grindavík en later naar Krýsuvík in te slaan.

Krýsuvík met zijn warme bronnen, modderpotten en vreemd gevormde structuren is de gelegenheid om mijn gasten een eerste glimp op te laten vangen van de unieke natuur die IJsland rijk is.

Daarna rijden we door naar ons eerste hotel, hotel Anna. Dit zal voor de komende drie dagen onze uitvalsbasis zijn. Tijdens de rit er naar toe verslechterd het weer snel. Hevige rukwinden aangevuld met hevige regenval ontnemen het zicht en maken dat we niet al te hard kunnen rijden.

Als we bij Anna aankomen regent het zo hard dat de afstand van ongeveer 10 meter tussen parkeerplaats en ingang voldoende is om helemaal nat te regenen. De koffers worden in sneltreinvaart uit de bus en in het hotel geladen. Zodra wij met z’n alle binnen staan kijk ik tevreden naar buiten waar de bus nog vervaarlijk in de wind op en neer zwiept. Het gaat zo tekeer dat een van mijn gasten zich afvraagt of de bus wel overeind blijft.

De volgende ochtend ziet er totaal anders uit. De donkere lucht begint open te breken en op plaatsen laat de zon zich al zien. De wind blijft behoorlijk, maar in het licht en zonder de regen valt er goed te rijden.

Vandaag staat de gouden cirkel op het programma. Een flinke rit, maar wel een met veel highlights van IJsland. In de bus vertel ik een en ander over IJsland, en natuurlijk bespreken we een en ander over fotografie, en de handigste manieren om een en ander mooi vast te leggen. Ik heb een heel ervaren groep fotografen in mijn gezelschap waardoor een half woord meestal voldoende is. De techniek zit in ieder geval wel goed, de rest is persoonlijke visie waarbij we veel van elkaar opsteken.

Een van de watervallen die ik wil delen met de groep is helaas door de hevige regenval van de afgelopen dagen niet bereikbaar. Zelfs met rubberlaarzen zou het nog moeilijk zijn geweest. Het pad ernaar toe lijkt nog steeds meer op een riviertje dan een pad. Het blijft natuurlijk IJsland, dus niet alles hoeft vanzelf te gaan.

Er is deze dag toch voldoende te zien, en als we vroeg in de avond weer aankomen bij het hotel heeft iedereen een tevreden gevoel over wat IJsland ons vandaag te bieden had.

Enkele dagen voor vertrek

Zaterdagmiddag, 4 oktober zal IJslandse bodem weer in contact komen met mijn schoenzolen. Hoewel het inpakken van onder andere fotospullen steeds geroutineerder gaat sta ik steeds weer voor de kast in de hoop de juiste keuzes te maken. Wat zeker meegaat naast de camera is natuurlijk een goed groothoek objectief, een 70-200mm teleobjectief, een goed statief, voldoende geheugenkaartjes, een draadontspanner en zo kan ik nog wel even doorgaan. Natuurlijk mag de reserve body niet ontbreken, want hoewel hij tot nu toe altijd weer ongebruikt mee naar huis is gegaan is alleen al het idee dat je nr1 camera het begeeft voldoende voor een kleine paniekaanval.

Vanwege de beperkingen in het gewicht wat in het vliegtuig mee mag blijft het dan nog moeilijk om te kiezen wat er voor de rest meegaat. Neem ik mijn macro-objectief mee, of vind ik het voldoende om tussenringen mee te nemen. In Lightroom kan ik even terugkijken hoevaak ik mijn macro-objectief gedurende mijn vorige reis gebruikt heb. Slechts bij 5% van mijn foto’s werd hij gebruikt, en als ik hem thuislaat kan ik weer iets anders meenemen.

Meestal eindig ik toch weer met een veel te volle en zware rugzak en moet ik toch weer besluiten om een paar andere keuzes te maken, of wellicht een trui minder in mijn koffer moet pakken om zo weer ruimte te maken voor die ene lens die ik misschien toch nog een keer nodig kan hebben.

Mij kennende zal ik tot zaterdag blijven twijfelen en af en toe de hele zaak binnensmonds vervloeken.

Als de tijd het toelaat zal ik gedurende de komende week wat fotografische resultaten op dit blog plaatsen.

Een van de resultaten van de vorige reis welke met de groothoek werd geschoten is een opname van de Lomagnupur. Wil je zelf ook een keer oog in oog staan met deze prachtige berg kijk dan onder het kopje “Op pad met de fotograaf” en houd daar de 2015 pagina’s in de gaten. Ik hoop daar eind oktober het programma en de prijzen te kunnen vermelden.

20131009-040

De lange weg naar het westen

Op de laatste dag bezoeken we de highlights die we op de heenweg moesten missen. Door de weersomstandigheden op de heenweg waar we af en toe wel heel beperkt zicht hadden is alles op de terugweg “nieuw”.

Het verschil is de sneeuw. De wind is gebleven. Aan het strand bij Vík levert die wind spectaculaire beelden op. We blijven hier langer als gepland om te genieten van de indrukwekkende krachten van de natuur.

Op het schiereiland Reykjanes ligt nog een mooie hete bron, Gunuhver. Een onaards landschap met een enorme bron waar de stoom met zo’n grote omvang uit de grond komt dat er doorheen wandelen garant staat voor een nat pak. Zodra je een stap in de stoom zet wordt je meteen voor de anderen aan het zicht onttrokken. Net zo plots als je aan de ene kant verdwijnt kom je aan de andere zijde weer tevoorschijn.

Dat het hier weinig zin heeft om te fotograferen is snel duidelijk. Van een afstandje schieten we wat beelden.

De laatste stop voordat we gaan inchecken in hotel Berg in Keflavik is de ruige kust van Reykjanesta. Woest beuken de golven tegen de rotsen. De nevel spat meer dan 10 meter in de lucht, terwijl meeuwen krijsend beschutting zoeken op de steile rotsen.

Hier nemen we fotografisch afscheid van IJsland. Nog een korte rit naar het hotel, het afscheidsdiner en dan snel het bed opzoeken. Morgenvroeg mogen we om 04:30 al aanschuiven aan het ontbijt, en om 06:00 worden we verwacht op het vliegveld. Het was een mooie reis waarop we een klein beetje getuigen mochten zijn van de overweldigende natuurkrachten die op IJsland heersen.

Aan het Jökulsárlón

Het ijsbergenmeer Jökulsárlón blijft tot de verbeelding spreken. Niet alleen voor mij, ook voor Hollywood getuigen het aantal films dat hier in het verleden is opgenomen.

Vandaag wordt een dag met wat opklaringen verwacht. We rijden door een dik pak sneeuw waar ik ondanks 4×4 en spikes onder de banden toch wat voorzichtig in acht neem. Ook een 4×4 die gaat schuiven schuift gewoon door. Rustig rijden is dus het devies.

Het weer verbeterd met iedere kilometer die we het meer naderen. Deze dag kan dus eigenlijk bij voorbaat al niet meer stuk. Tenminste dat is wat ik dacht totdat we over de brug van de Jökulsá a Breiðamerkursandi rijden.

De vlakte aan de oostelijke kant van het strand staat vol vrachtwagens. “Pegasus” en “Closed” staat op de bordjes die ik nog net in mijn ooghoeken kan zien. Balen natuurlijk, want al van afstand zie ik de grote blauwe brokken ijs op dit stuk strand liggen.

Nou ja, het meer is groot, en aan de westzijde is ook nog een stuk strand, dus fotoplekjes zijn in voldoende mate aanwezig. We beginnen maar meteen met het fotograferen van de schotsen in het meer zelf. Een kleine wandeling over de eerste bergen brengt ons bij een flink aantal zeehonden die op een ijsschots een uiltje knappen. Voor mijn 200 mm liggen ze eigenlijk een beetje buiten bereik, maar kijken naar deze prachtige beesten is ook mooi.

Ik wandel over de brug naar de westzijde als een man met een quad komt aanrijden. Hij vraagt mij of ik naar het strand wil lopen. Als ik dat bevestig zegt hij mij dat dat niet kan, want het strand is gesloten. Ik loop naar hem toe om uitleg te vragen, maar hij geeft gas en is alweer op weg naar het strand om daar tegen iedereen te vertellen dat ze moeten maken dat ze wegkomen.

Een stuk verderop parkeert hij de quad. Ik zie dat het hem niet lukt iedereen van het strand te verwijderen. Ik besluit eens te gaan peilen wat er echt aan de hand is. Hij legt me uit dat ze de andere zijde van het strand hebben afgehuurd voor het opnemen van de BBC serie Fortitude. Deze locatie moet een stukje Spitsbergen voorstellen, en voor het shot wat ze nu willen maken filmen ze in de richting van dit stuk strand. Nu geeft hij aan dat ze aan 20 minuten genoeg hebben, als iedereen maar even het strand wil verlaten.

Ik bied hem aan te helpen de mensen van het strand te krijgen. Hij aanvaard mijn hulp, en even later hebben we het strand schoon en kan de shoot beginnen. Na 20 minuten en 2 takes is het inderdaad klaar, en hij bedankt me voor de hulp. Hij kan tevreden terug naar de set, en wij kunnen met zijn alle het strand weer “innemen”.

Het licht aan het strand is vandaag niet echt spectaculair. Ik besluit mijn geluk een stukje verderop te proberen en vind regelmatig leuke motieven om vast te leggen. De sneeuw in combinatie met de lichte lucht en de zwarte rotsen die hier en daar door de sneeuw priemen maken het landschap bijna grafisch. Met zorg zoek ik mijn composities uit en loop tevreden en breed grijnzend door dit mooie landschap.

Tijdens de terugweg naar het hotel strekken we de benen even bij het turfkerkje Hofskirkja, en bij Sandfell bij “de eenzame boom”. De sneeuw is hier nog geheel maagdelijk. Teken dat wij hier vandaag de eerste bezoekers zijn. Gezien het tijdstip waarschijnlijk ook de laatste van deze dag.

In de avond is de hemel bijna geheel helder. De noorderlicht verwachtingen zijn laag, maar dat wil niet zeggen dat je geen mooie nachtfoto’s kunt maken van de Svínafelljökull in een decor van duizenden sterren.

Met het blote oog is het noorderlicht niet waarneembaar, we zijn dan ook aangenaam verrast als we de resultaten zien van de eerste 20 seconden belichting. Het noorderlicht doorkruist de Melkweg. Het enthousiasme om te fotograferen groeit enorm. Als zo nu en dan een vallende ster de hemel overschiet wordt het enthousiasme alleen nog maar groter.

Een vallende ster is zelfs zo helder dat we eerst niet kunnen geloven dat het hier om een vallende ster gaat. Alsof de duvel ermee speelt is dit net het moment waarop mijn camera staat te rekenen om de 20 belichtingsseconden te verrekenen met de ruis op de sensor. Van alle camera’s is er slechts 1 die het fenomeen weet te vangen, maar in het enthousiasme wordt de camera aangestoten zodat deze foto niet helemaal scherp is.

Het mag de pret niet drukken. Langzaam dooft het noorderlicht nog verder uit en wij keren terug naar het hotel. Ik wil net een plek aan gaan wijzen van waaruit je het noorderlicht kunt fotograferen mocht het zich vanavond nog aandienen als een helder licht vanachter de bergen begint te schijnen. Het noorderlicht is terug. We snellen naar de plaats waar we kunnen fotograferen. Ik stel snel mijn camera in met als extra dat hij 8 opnames mag maken van ieder 30 seconden, en snel dan terug naar het hotel om iedereen van onze groep die net de warmte van de kamers heeft opgezocht weer naar buiten te krijgen. Niet veel later staan we met zijn allen te kijken naar het prachtige schouwspel dat zich hoog boven ons afspeelt.

Skaftafell

Wie Skaftafell zegt, zegt Svartifoss. De Svartifoss wordt de eerste bestemming van deze dag. Het eerste deel van de wandeling gaat erg goed, maar op de plek waar het pad naar beneden afbuigt ligt een dikke laag ijs. Voorzichtig aftastend hoe glad het is beweeg ik langzaam naar beneden. Het venijn zit hem in de staart, en bij de laatste meter ga ik onderuit. Gelukkig zijn de overige mensen van de groep geen van alle snel genoeg om dit voor mij vernederende moment vast te leggen. Nog voordat de camera’s in de aanslag zijn sta ik alweer op mijn twee benen.
Iets voorzichtiger dan ik het deed dalen de medefotografen ook af. Als we met drie man sterk onder aan de glijbaan staan lopen we eerst verder naar de waterval. Hier valt de gladheid mee. Ik laat mijn spullen achter en loop terug om te kijken of ik wat hulp kan bieden.
Een kwartiertje later staan we allemaal bij de waterval en proberen we allemaal op eigen wijze deze kleine maar bijzondere waterval middels de lens te vangen.

De weg terug gaat een stuk lastiger. Het is alsof het pad nog gladder geworden is. We moeten alle zeilen bijzetten en elkaar helpen om over het meest gladde stuk te komen. Handen, benen en statieven worden ingezet om iedereen weer boven te krijgen. Wordt een foto niet altijd een stuk mooier als je er meer moeite in hebt moeten stoppen?

De wandeling naar de Skaftafelljökull wordt ieder jaar weer wat langer maar blijft ook altijd de moeite waard. Kruiend ijs ligt aan de rand van het meer en levert een mooie voorgrond voor de imposante gletsjer.

Later die dag gaan we naar de Svínafelljökull. De eerste verrassing bij deze gletsjer is het patroon van sneeuw en ijs in het meer voor de gletsjertong. Een bijna kleurloze Mondriaan ligt aan onze voeten.

De tweede verrassing is het blauwe ijs tussen de besneeuwde bergtoppen. Een bijna grafische afbeelding van de gletsjer ligt voor ons. Je krijgt bijna de neiging het hele geheugenkaartje vol te schieten met alleen dit uitzicht.

Voorbij het onderste deel van de gletsjer ligt een imposante steile helling bestaande uit eeuwenoud ijs. Helaas is hiervan door de nevel bijna niets te zien. Af en toe wordt door de wind een deel van de nevel weggeblazen en krijgen we een vage indruk van hoe groot die wand werkelijk is.

Als fotograaf moet je natuurlijk altijd die extra inspanning leveren om tot de mooiste plaatjes te komen. Dat je daardoor zo nu en dan door een bijna 1 meter dikke laag sneeuw moet ploeteren is geen reden om te klagen, maar gewoon alledaags werk voor een goede fotograaf.

We rijden terug naar het hotel, waar enkele fotografen de warmte van de hotelkamer opzoeken en andere voor nog een extra wandeling gaan naar het meer aan de voet van de Svínafelljökull. We laten ons door de donkere dreigende lucht en de koude wind niet ontmoedigen en fotograferen er gretig op los. Het is al bijna donker als we weer terugkeren bij het hotel.

Sneeuw, heel veel sneeuw

De dag begint somber. De zon laat zich niet zien, en er staat een koude harde wind. We zijn nog maar een klein stukje op weg als het begint de sneeuwen. Tegen beter weten in neem ik de afslag naar Dyrhólæy. Het is de eerste fotostop van deze dag, maar gezien de weersomstandigheden ben ik bang dat er weinig te fotograferen valt.
Het valt niet mee om je camera stabiel te houden. Zelfs met statief is het oppassen geblazen, want iedere windstoot kan je statief zo tegen de grond gooien.
Het duurt dan ook niet lang voordat we allemaal weer in de bus zitten en verder gaan. We hoeven maar een paar kilometer te rijden, maar door de sneeuw en het wel zeer beperkte zicht komen we niet zo snel vooruit. Het zicht is vaak niet meer dan een kleine 10 meter.
Als we vlak bij Reynishverfi zijn zien we door de sneeuw een aantal paarden die dapper stand houden tegen de extreme omstandigheden. Tijd om die stoere houding van dit sterke dier op de foto vast te leggen.

Aangekomen bij het strand is de wind alleen maar toegenomen. De wind, gevangen door de Reynisfjall, blaast vanuit alle hoeken. Het zicht varieert van 1 tot soms 5o meter. De sneeuw wordt door de wind met hoge snelheden tussen de rotsen geblazen wat een surrealistisch landschap oplevert. Af en toe zie je vaag de contouren van een van onze medereizigers, maar steeds vaker zie je alleen een witte muur van sneeuw. Deze kans om op het strand te kunnen zijn laten we ons niet ontnemen.
We zijn hier op een gunstige tijd. Het water staat redelijk laag zodat de grot toegankelijk is. Het is alleen jammer dat ik van onze fotografen alleen Jan kan vinden die met mij mee naar de grot gaat. Beschut voor de wind door de grot is het redelijk fotograferen. Een enkele ijspegel siert het plafond, en heel af en toe is een van de pilaren van de Reynisdrangar zichtbaar.

Als we terug naar de bus willen gaan zie ik een krab ondersteboven in de sneeuw liggen. Ik neem aan dat hij het extreme weer niet heeft overleefd, maar als ik hem omdraai zit er toch nog beweging in zijn scharen. Als ik de bodem afspeur zien we steeds meer krabben die hun uitstapje naar deze grot waarschijnlijk niet gaan overleven

Om te tanken, de inwendige mens te versterken en de sneeuwstorm uit te zitten rijden we verder naar Vík. De sneeuwbuien worden alleen maar erger zodat ik regelmatig niet harder kan rijden dan een schamele 10 kilometer per uur. Anders gezegd, we komen terecht in een Whiteout. Een situatie van helderheid die je kunt ervaren bij een combinatie van een besneeuwde ondergrond in combinatie met een dichtte sneeuwbui waarbij alles om je heen in een gelijk helder wit veranderend waarbij de horizon verdwijnt en bodem en lucht naadloos in elkaar overgaan. Er zijn geen contouren en geen schaduwen. Je zit in een lege oneindige witte ruimte wat enorm desoriënterend werkt. Afremmen, en hopen dat als er verkeer achter je rijd ze het zelfde idee hadden.

Volgens de bediende van de benzinepomp is de situatie ongeveer 10 kilometer verderop totaal anders. Na wat te hebben gegeten en getankt gaan we dan ook vol goede moed weer op pad. Die 10 kilometer waren enigszins optimistisch weergegeven. Pas na een kleine 50 kilometer krijgen we weer een beetje zicht op het landschap.
De kleine paaltjes bij Laufskálavarða contrasteren mooi met de witte sneeuw. De gelegenheid voor een korte fotostop.

Er is weinig onderscheid te maken tussen de verschillende landschappen. Het anders mooi met groen mos bedekte Elhdraun is nu bijna aan het zicht ontrokken door een witte pak sneeuw. Het geeft wel de gelegenheid voor “andere” fotoos.

Net als we dan denken dat de volgende stop hoogstwaarschijnlijk het hotel zal worden slaat het weer enigszins om. We rijden net voorbij de waterval Þvera, en zetten de bus aan de kant. De laatste fotostop voor vandaag.