Menu Close

Onbekend maar niet onbemind

17 Dagen geleden stond ik hier ook. 17 dagen en ik ken het niet terug. Ik sta nu op precies dezelfde plek, maar in een totaal ander landschap. Waar een dun laagje ijs de ijsbergen in hun greep leken te houden, waar de hemel in de maagdelijke witte sneeuw blauw reflecteerde, en de bergtoppen door diezelfde sneeuw van al hun kleuren waren ontdaan.

Het waarschuwingsbord, voor aan de weg, dat aangaf dat het hier om een track voor enkel vierwiel aangedreven auto’s ging leek nu ook logischer. Waar ik de vorige keer nog over een rotsige weg eenvoudig tot aan de gletsjer kon geraken moesten nu diepe geulen met snelstromend water worden getrotseerd. Het water stroomt hier nu eenmaal niet door een geul, maar zoekt steeds opnieuw de makkelijkste weg naar de zee. Soms is die makkelijkste weg, “de” weg, en zo nu en dan steekt het water de weg over waardoor diepe geulen ontstaan.

Het eenvoudige autoritje van de vorige keer, was nu een klein avontuur. We parkeren de auto en nemen dan de laatste heuvel te voet. Vol verwachting klimmen we naar boven. Met het uitzicht van 17 dagen geleden in mijn gedachten is de aankomst bij de top van de heuvel een tegenvaller. Ik had veel ijsbergen, bijna op grijpafstand verwacht, maar het meer is vrijwel leeg.

Een verschil in verwachtingen

Mijn “Oooh” van teleurstelling wordt overstemd door de “Oooh” van fascinatie die Ans uitstoot. Zo zie je maar dat fascinatie of teleurstelling ook een gevolg is van je verwachtingspatroon. 

Alle ijsbergen zijn door de wind tot achter tegen de gletsjer aan geblazen. Diezelfde wind zorgt voor een rimpelig wateroppervlak dat ervan bovenaf wat bruinig uitziet. Als ik een beetje ben bijgekomen van mijn teleurstelling, en Ans lang genoeg heeft genoten van het uitzicht lopen we de heuvel af naar de rand van het meer.

Tijdens onze wandeling is de zon sterker doorgekomen, is de wind gaan liggen en is het rimpelige water langzaam tot rust aan het komen. Langzaam worden spiegelingen van de bergen en de gletsjer strakker in het water weergegeven. Het geeft een constante stroom van Kodak momentjes die steeds mooier worden.

Ik kan de verleiding niet weerstaan om even een stukje het water in te lopen om op die manier de illusie te wekken dat ik kan lopen op het water.

Als de wind na een tijdje de spiegeling aan diggelen blaast wordt het tijd voor ons om weer verder te gaan. Er zijn nog meer gletsjertongen die vandaag gezien moeten worden. Vorige keer zag ik een bordje met een mooie wandelroute bij de Heinabergsjökull. Een wandeling van ongeveer 14 kilometer die voor het restant van deze dag waarschijnlijk te lang is, maar we gaan voor de wandeling, niet voor het einddoel.

Het terugrijden naar de hoofdweg is nog wat lastiger. Ik heb het idee dat het water enigszins is gestegen. Dat zou op zich niet zo’n probleem zijn, maar we rijden recht tegen de laagstaande zon in. Het zicht is daardoor erg beperkt zodat we moeten gokken waar de weg is gebleven.

Voorzichtigheid is geboden…

Eenmaal terug op de hoofdweg rijden we verder naar het oosten waar enkele kilometers verderop de afslag naar de Heinabergsjökull ligt. We rijden nog maar een paar minuten op de afslag als we in de verte een kudde dieren zien lopen. Voor schapen zijn ze te groot, voor paarden te klein en voor koeien te elegant. Het kan niet anders dan dat we een kudde rendieren in het vizier hebben. We stoppen de auto en wisselen van stoel. Ans neemt het stuur in haar handen, en ik mijn camera met telelens. Langzaam naderen we de kudde die ons al snel in de gaten heeft maar nog even een afwachtende houding inneemt. Vluchten of eten, het is een lastige keuze. Voorzichtig manoeuvreren we dichterbij, en hoewel de afstand steeds te groot blijft voor een “prachtige” foto ben ik blij met het resultaat, en het met eigen ogen mogen zien van deze mooie dieren.

Een kleine teleurstelling volgt bij het doel van deze rit, de Heinabergsjökull. Dat ligt niet aan het aanzicht van de gletsjer, want die is prachtig. Alleen de brug waar we overheen moeten om aan de wandeling te kunnen beginnen is verdwenen. Er is voor ons geen mogelijkheid om aan de overkant te komen. Er zit niets anders op dan een alternatieve maar veel kortere wandeling te maken.

Een mooie, maar minder bekende waterval

Op onze weg naar deze gletsjertong zagen we een bordje met daarop “Bólstaðafoss “. Foss betekend “waterval”, en laat ik nu dol zijn op watervallen. We hebben de waterval al snel in het vizier, en kunnen onze auto op slechts een paar honderd meter van dit natuurverschijnsel parkeren. Het laatste stukje gaat te voet. We zijn erg blij met deze voor ons “nieuwe” waterval die mooi ingeklemd ligt in een kleurrijke kloof. In een paar trappen komt een smalle maar sterke waterstroom naar beneden. Het is even zoeken naar het “perfecte” standpunt, al heeft dat er misschien ook mee te maken dat ik niet kan kiezen. Het is zeker een plek die ik ga onthouden voor toekomstige IJsland reizen.

De zon staat nu erg laag, maar voordat we teruggaan naar ons hotel willen we nog even naar de Skálafellsjökull. Een gletsjertong waar je met een 4×4 auto redelijk in de buurt kunt komen, en een mooi uitzicht hebt over de tong. Het is onze tweede poging, de vorige eindigde in dichte mist. Dit keer is het redelijk helder.

Soms is het beter ieder risico te vermijden 

De conditie van de weg is redelijk, al zou ik iedereen met een twee wiel aangedreven auto ten strengste afraden om op deze weg te gaan rijden. De vele kuilen in de weg, erg modderige stukken, steile hellingen en haarspeldbochten vereisen veel concentratie, en een betrouwbare sterke auto. De route gaat op plekken erg steil en ik besluit al snel dat hoe mooi het uitzicht ook gaat zijn, ik voor het donker van deze weg af wil zijn. Dat geeft ons nog ongeveer anderhalf uur.

Hoe hoger we komen hoe slechter de weg wordt, en hoe meer sneeuw zich op de weg heeft verzameld. Zo nu en dan stoppen we even om van het uitzicht dat hier op zijn minst spectaculair te noemen is te genieten. We zijn nog ongeveer twee kilometer van het eindpunt als we op een steile en gladde afdaling aankomen. Een paar honderd meter verder zien we hoe een dikke pak wolken over de weg trekt. Wetende dat daar weinig tot geen uitzicht meer zal zijn, wetende dat we hier met zijn tweeën zijn en de kans klein is dat hier vandaag nog meer mensen heen rijden nemen we de enige en verstandigste beslissing die we kunnen nemen. We keren om.

Natuurlijk rijden we de weg niet in een keer helemaal af. We stoppen nog op verschillende plaatsen om uit te stappen en om ons heen te kijken. Een klein ijzig meertje met mooie reflecties trekt mijn aandacht en hoewel ik er nog lang zou willen blijven bedenk ik me; “Voor het donker de berg af”

Weer samen

 

Vandaag staat er niets in de planning. Een goede dag om wat achterstallig werk weg te werken. Ik hoef pas om 12:00 uur mijn kamer in hotel Eyafjallajökull te verlaten. Hoewel het mooi weer is neem ik rustig de tijd voor een ontbijt, en ga dan terug naar mijn hotelkamer om te werken aan mijn blog. Het geeft veel voldoening als ik mijn blog teksten een beetje dichter bij de actualiteit kan brengen.

Rond 12:00 uur verlaat ik het hotel en rijd eerst maar eens richting Gluggafoss. Een waterval waar ik al vaker was, maar waar ik nu op slechts 10 kilometer afstand van heb overnacht. Bovendien zijn er een paar wegen die ik eens wil afrijden om te kijken of ik zo nog bij nieuwe dingen uit kan komen.

Ik sta een tijdje stil bij de Gluggafoss, maar kan geen vernieuwende standpunten ontdekken die de waterval interessanter maken. Maar het weer is mooi, het licht is goed, en er komt een grote hoeveelheid water van de waterval naar beneden.

Als ik fotografisch gezien uitgekeken ben op het moment vervolg ik de weg, op zoek naar nieuwe uitdagingen. Helaas, ik zit te laat in het seizoen, en daar waar het interessant wordt is de weg afgesloten. Ik kan niet anders dan omdraaien en dezelfde weg terugrijden.

Nog een kleine 24 uur

Morgen komt Ans naar IJsland, en kunnen we beginnen aan onze vakantie. In Hvolsvöllur zoek ik op het internet naar een geschikte accommodatie voor de komende drie nachten.  Op booking.com vind ik al snel een bungalow, in de omgeving van Selfoss die me heel geschikt lijkt. De bungalow is van alle gemakken voorzien, en heeft bovendien een hotpot. Goed voor mijn gekwelde rug natuurlijk, maar ook fijn om onze eerste avond buiten onder de sterrenhemel samen door te kunnen brengen.

Het is nog vroeg in de avond, maar toch al bijna donker als ik aankom op Kiðjaberg waar de bungalow ligt. Door wat miscommunicatie en de afwezigheid van de receptioniste sta ik iets langer achter de slagboom dan gepland, en zoek ik daarna tevergeefs naar mijn bungalow. Beide wordt opgelost door een kort telefoontje, en zo kijk ik niet veel later om me heen in mijn mooie iets te warm gestookte bungalow.

Ik maak het huis mijn thuis en vind mezelf niet veel later voor de eerste keer in de hotpot. De warmte is heerlijk, en het scheelt weinig of ik val in de hotpot in slaap. Voordat mijn ogen voor deze nacht definitief dichtvallen, weet ik gelukkig mijn bed nog te vinden.

Weer samen

Als ik wakker word is het weer omgeslagen. De regen valt met bakken uit de hemel, en de wind zweept een en ander nog flink aan. Ik gebruik de ochtend om alvast delen voor mijn boek te schrijven, dat wil zeggen om aantekeningen uit te werken. Rond 13:00 uur vertrek ik richting Keflavík. Daar moet ik de auto inleveren, en kan ik meteen een andere auto ophalen. We zitten alweer twee en een halve week verder richting de winter, dus krijg ik eenzelfde type auto, maar nu voorzien van winterbanden en spikes. Wel zo veilig.

Om 15:00 uur sta ik in de aankomsthal. Het vliegtuig is nog niet geland, en bij de balie van Hertz is het nog rustig. Mijn volgende auto is snel geregeld, en op de borden zie ik dat het vliegtuig met daarin Ans ondertussen is geland. Al snel krijg ik via Whatsapp een berichtje van Ans. Ze mogen het vliegtuig nog niet verlaten vanwege de harde wind. Als ik dan toch extra tijd heb kan ik net zo goed de auto alvast gaan inspecteren.

Het zal een snelle inspectie worden, want de wind raast over het vliegveld, en de regen striemt in mijn gezicht. Ik maak een snel rondje om de auto, en vind geen enkele schade die nog niet door Hertz is ontdekt. Ik zet mijn spullen in de kofferbak van de auto, en met de wind nu in de rug ben ik in no time terug in de aankomsthal. Ik heb me gehaast, want ik wil het moment natuurlijk niet missen dat de deuren van de aankomsthal openschuiven en Ans daar doorheen gelopen komt. Keer op keer schuiven de deuren open, en steeds weer lopen mensen door de deuropening, maar geen Ans te zien. Ik krijg weer een Whatsappje. Het kan nog wel even duren. De wind… Weer wordt mijn geduld in IJsland op de proef gesteld. Het is natuurlijk niet leuk om zo lang te moeten wachten, maar hier is moeder natuur aan het woord, en als moeder natuur spreekt, dan kun je alleen maar luisteren, en dit geval wachten.

De tijd doden

Als tijdverdrijf observeer ik de mensen die aankomen. Families die worden herenigd zijn het leukst, vooral als er kleine kinderen bij betrokken zijn. Zo zie ik diverse kleine kinderen papa of mama om de nek vliegen. Iets oudere kinderen die worden herenigd geven een wat afstandelijker kusje, en vragen meteen of papa of mama een cadeautje meegenomen hebben. Jonge stelletjes die worden herenigd zijn ook mooi om te zien. Die vliegen elkaar om de nek, zoenen elkaar hartstochtelijk, en houden elkaar vast alsof ze elkaar nooit meer los zullen laten.

Soms ook ontstaat er een heuse file van mensen. Dan gaan de schuifdeuren open en lopen de mensen elkaar achterna. Als dan de voorste niet meer verder kan stagneert de rij. De schuifdeuren gaan dan met enige regelmaat nutteloos open en dicht zonder dat er nog iemand doorloopt. Dit gaat dan zo door totdat er één uit de rij ontsnapt en een andere kant in loopt. Dan volgen er meer, en stroomt er plots veel volk de aankomsthal in.

Uiteindelijk komt Ans twee uur later dan gepland door de openschuivende deuren aangelopen. Even lijken wij ook op de jonge stelletjes die herenigd worden. Na twee en een halve week alleen telefonisch contact en Whatsapp voelt het heerlijk haar weer vast te kunnen houden en in de ogen te kunnen kijken. De storm is ondertussen grotendeels gaan liggen. We plaatsen de bagage van Ans in de auto en laten het vliegveld al snel achter ons.

Als we aankomen bij het huisje is het inmiddels aardedonker. De nacht is helder en vol met sterren. Het duurt dan ook niet lang, of we liggen samen dicht tegen elkaar in de hotpot en kijken naar de twinkelende sterren hoog boven ons aan het firmament.