Menu Sluiten

Die onbedwingbare nieuwsgierigheid

De laatste paar weken is de gletsjertong Solheimajökull veel in het nieuws geweest. Door het terugtrekken van de gletsjer worden de wanden instabiel en vallen er regelmatig stenen. De bergen moeten nu, zonder de fundering van de gletsjers, hun nieuwe balans zien te vinden. Allemaal erg boeiend, maar niet als je er net loopt wanneer de berg zijn balans oefeningen verricht.

Ik heb dan ook besloten niet naar de Solheimajökull te gaan. In de verte zie ik de brug die net voor de afslag ligt, maar ik besluit door te rijden. Totdat ik op de brug rijd. Dan krijgt mijn nieuwsgierigheid de overhand. Ik kijk in de spiegels, geen verkeer achter mij, richting aangeven, remmen en afdraaien.

Niet veel later sta ik op de parkeerplaats. Een plek die sinds mijn eerste bezoek hier in 1999 verschillende keren is opgeschoven om de bezoekers niet al te lang te laten lopen, en flink is gegroeid om al die bezoekers te kunnen ontvangen. Vlak bij mijn camper staan een twintigtal bezoekers te luisteren naar de instructies van de gidsen. Bewapend met helm, houweel en crampons, luisteren ze aandachtig alvorens zich in de richting van de gletsjers te begeven.

Zwarte en witte pieken

Het stelt mij gerust, want als het risico echt groot zou zijn, ging hier niemand de gletsjer op. Ik pak mijn spullen, en loop ook richting de gletsjertong die mijn hart heeft gestolen vanwege de vele tinten in het ijs. En dan heb ik het niet enkel over blauw en wit, maar ook echt diepzwart. Die zwarte ijspieken zijn voor mij het meest bijzonder.

De gletsjer stelt niet teleur. Het blauw is een grote afwezige, maar wordt ruimschoots gecompenseerd door het zwart. Spitse zwarte punten in willekeurige plekken, waar je als fotograaf dan toch probeert om orde in de chaos te creëren en zo tot een mooi fotografisch resultaat te komen. Voor de terugweg loop ik langs het gletsjermeer in de hoop nog wat motieven te ontdekken, maar ik vind niets dat het openen van mijn fotorugzak verantwoord.

Ga ik een poging wagen

Bij Vík í Mýrdal stop ik even. Zal ik naar de Reynisdrangar wandelen, en hem dit keer fotograferen zoals ik hem nog nooit gefotografeerd heb? Ach, het is een voornemen wat ik al op zoveel plekken maakte. “Dit keer maak ik een totaal andere foto als al die andere foto’s die ik hier al maakte,” om vervolgens met toch weer ongeveer dezelfde foto’s thuis te komen.

Ik ga het toch proberen, zoals ik het al zo vaak probeerde. En ook dit keer ga ik me weer zonder plan laten leiden door wat ik tegenkom. Bepakt met mijn rugzak stap ik uit de camper en wat dan als eerste opvalt is die kerk.

Víkurkirkja

Ik gooi het er maar meteen uit, al weet ik zeker dat niet veel mensen het met mij eens zijn, maar ik vind het gewoon een dertien-in-een-dozijnkerkje. Geen bijzondere architectuur, geen spectaculaire vormgeving. Qua vorm en uitstraling lijkt het vrijwel identiek aan de op hemelsbreed slechts een paar kilometer verderop gelegen Reyniskirkja. De geschiedenis is misschien interessant, maar aan het kerkje zelf zie ik niets wat het architectonisch bijzonder maakt. Het is gewoon een eenvoudig, wit kerkje met een rood dak dat het vooral moet hebben van zijn ligging.

En die ligging, die is inderdaad mooi. Van een afstand steekt het witte gebouw fel af tegen de donkere, achterliggende berg. Ik kijk nog eens naar de kerk. Rondom staan inmiddels veel auto’s, campers en toerbussen. De kerk is een hype, niet meer en niet minder. Veel gefotografeerd, en daarom moet hij wel bijzonder zijn.

Wat de bezoekers volgens mij uit het oog verliezen, is dat je, als je de kerk daadwerkelijk als iconisch beeld wilt vastleggen, juist minimaal vijfhonderd meter verderop moet gaan staan. Pas vanaf daar ontstaat het beeld waar het ooit om begonnen is: dat kleine, witte kerkje, bijna verloren in het overweldigende IJslandse landschap.

Begrijpen al die bezoekers die nu rond de kerk staan dan niet dat ze niet het icoon zien, maar slechts de hype eromheen omarmen? En wil je nog een mooie, iconische foto maken, dan zul je heel vroeg of heel laat moeten komen. Anders wordt het beeld onvermijdelijk bezoedeld door bussen, campers, auto’s en veel te veel mensen.

De Reynisdrangar

Ik kijk nog een keer naar boven, en loop dan door naar het ander icoon van Vík I Mýrdal: De Reynisdrangar. Een mooie rotsformatie die ongeveer 500 meter uit de kust liggen. Er zullen geen mensen op rond lopen, laat staan dat er auto’s voor geparkeerd staan. Met een gerust hart loop ik zonder idee en zonder planning naar het zwarte strand Víkurfjara.

“Een andere foto?” Met die opdracht loop ik eerst richting de grote uit grote rotsen aangelegde golfbreker. Ik wil er overheen klimmen, maar tijdens de klim verzet ik de koers, en loop naar het einde van de pier. Aan de andere kant van de pier loopt het riviertje Víkurá.
Het brengt mij zo nog geen inspiratie, voor die andere foto. Die inspiratie komt pas op het laatste stukje van de pier. Laag, tegen het riviertje aan liggen enkele rotsen die niet echt een onderdeel van de pier vormen, maar die wel mooi gifgroen zijn gekleurd door algen. Langzaam klim ik naar beneden en sta ik tussen pier en rivier. Hier kan ik mij rustig uitleven. Verschillende ideeën borrelen omhoog. De Reynisfjara in de achtergrond, en de groene bijna lichtgevende rotsen als hoofdrol.

Na een paar pogingen betrek ik ook de rivier bij mijn composities. Ik ben druk bezig met fotograferen wanneer anderen mij zien staan, en ook vanaf dezelfde plek foto’s willen gaan maken. Helaas voor hen ligt, het riviertje Víkurá tussen ons in. Er zit voor hen niets anders op dan om te lopen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor mij. Zodra ik verder over het strand wil gaan lopen moet ik eerst de golfbreker weer beklimmen, en terug naar de brug.

Waar kan je liggen in het zand…

Vanaf het strand bekijk ik de mogelijkheden voor nog een andere “die andere foto.” De zon schijnt zijn felle licht op de stenen op het strand die daardoor gaan schitteren. Er zit niets anders op dan ook de schittering te gaan vangen. Die laat zich enkel vangen wanneer ik plat op het strand ga liggen en mijn camera bijna in het zand moet leggen, slechts ondersteund door mijn hand.

Velen zullen zeggen: “Je kunt toch op het schermpje aan de achterkant kijken, dan hoef je niet plat op de grond te gaan liggen.” Dan ben ik wellicht van de oude stempel. Voor mij blijft bij al mijn fotografie de zoeker favoriet, al is het maar omdat je dan met je zicht afgesloten bent van alle afleiding. Bovendien, moet ik om vanaf het beeldscherm aan de achterkant te kunnen fotograferen, mijn leesbril opzetten, en dan nog weet de zon het beeld vaag en contrastloos te maken. Platliggend op de grond denk ik nog even aan het manneke bij de Brimketill die zich liet verrassen door een golf. Mijn rechteroog hangt voor de zoeker, mijn linkeroog houdt angstwekkend de vloedlijn in de gaten.

Na een aantal pogingen heb ik het beeld gevangen, en kan ik droog teruglopen naar de camper.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Lost in Iceland

Vanaf het vliegveld is het een korte rit naar het hete bronnengebied Gunnuhver. Het is één van de hetebronnen gebieden die me vanaf het eerste moment dat ik het zag, en iedere keer dat ik er weer terugkwam wist te fascineren. De exacte plek waar de stoom de grond verlaat is al verschillende keren verplaatst. Soms, zonder waarschuwing stopt de bron om vervolgens op een andere plek weer te gaan spuiten. Het is niet iets dat iedere dag gebeurt, maar in de vijfentwintig jaar dat ik IJsland bezoek al drie keer.

Ik stond hier bij storm, bij regen, in de sneeuw en zoals nu bij perfect mooi, lees interessant, weer. Voor mij moet het dit keer een helende bron zijn. Het is een paar uur geleden dat ik Ans op het vliegveld achterliet, en ik heb even iets positiefs nodig om me weer op de rit te krijgen. Na vijf weken intensief samen genieten van IJsland, moet ik dat nu weer alleen doen.

De vraag is, geniet ik dan nu maar half, of moet ik gaan compenseren en dubbel genieten?

De hete bron Gunnuhver

Gunnuhver helpt me daarbij. Al snel ben ik aan het zoeken naar mogelijkheden en technische details om de foto‘s zo te krijgen als ik ze wil. Wat ik niet onder controle heb zijn de andere bezoekers die ook graag op de mooiste plekjes willen gaan staan voor hun foto‘s of filmpjes. Wanneer het even te druk wordt ga ik ergens in een hoekje staan of op een bankje zitten en probeer ik de gemoedstoestand van de bezoekers in te schatten. De gemiddelde bezoeker is gefascineerd en kijkt vol ontzag naar de stoom die uit de bron ontsnapt, anderen zien de bron niet eens, maar laten hun partner foto‘s maken met zichzelf in de hoofdrol en Gunnuhver als een rekwisiet. Kinderen houden het een paar minuten vol, en beginnen dan wat te jengelen dat ze wel weer klaar zijn. (niet alle kinderen). Mensen met veel fotoapparatuur bij zich kijken ernstig en zijn druk met de techniek om de bron zo mooi mogelijk te fotograferen, waarbij het soms lijkt alsof ze enkel oog hebben voor de techniek en niet voor de omgeving.

Achtergrond informatie is verhelderend

Ik zie een kind van een jaar of acht, spelen met een bolletje wol. Een korte blik naar links, en ik zie iemand, waarschijnlijk zijn vader die instructies geeft wat het kind moet doen. Beide hebben er plezier in. Voor wie het verhaal achter Gunnuhver niet kent zal het een vreemde situatie zijn. Wie de moeite heeft genomen het informatiebord te lezen, of even google te raadplegen kent de legende van de hete bron.

In de momenten dat het weer wat rustiger is, zet ik ook weer mijn ernstige gezicht op en begin weer met het maken van foto‘s. Recht achter de richting waar de stoom door de wind wordt heengedreven hangt een donkere wolk. De stoom die vandaag in mooie aaneengeschakelde wolken de grond verlaat, lijkt bijna naadloos in de donkere wolken te worden opgenomen. Dan zijn er ook nog de plekken waar je de bron niet kunt zien, maar wel de stoom. Die plekken verbergen ook de vlonders en de bezoekers zodat ik me daar kan voelen als de enige reiziger in een surrealistisch landschap.

Brimkettil het bad van Oddný

Nadat ik mijn inspiratie voor hete bronnen heb opgebruikt is het tijd voor golven en rotsen. Niet ver van de hete bronnen kom ik aan bij Brimkettil. Het is even zoeken naar een parkeerplekje. Het zijn van die momenten dat het ook fijn is om met een 4×4 te rijden. Een stukje parkeerplaats bestaat uit erg los zand. Niemand zet daar de auto neer en daarmee heb ik dan toch ruimte genoeg.

Ik twijfel even of ik mijn fototas mee moet nemen. Brimkettil is voor mij een oude bekende, en ik kan me niet voorstellen dat ik hier nog een foto kan maken die niet in mijn archief zit. Toch gaat de tas mee, je weet tenslotte maar nooit. Op het uitkijkplatform is het redelijk druk, dus ik begin maar weer met mensobservaties. Hier staan minder mensen met serieuze camera‘s. Eigenlijk ben ik de enige, maar mijn camera zit nog in de rugzak. Ik wil eerst even acclimatiseren en kijken of ik iets bijzonders zie dat ik voorheen heb gemist. De mensen menigte is druk bezig met het maken van selfies en foto‘s van elkaar. En eerlijk gezegd is dat soms hilarisch om te zien. Nu moet iedereen natuurlijk zelf weten wat hij of zij doet, maar je ziet soms mensen in poses gaan staan die ik zelf niet zo snel zou kiezen. En de gezichten die ze erbij trekken lijken misschien heel blij, maar ik denk dat veel van de gemaakte foto‘s straks toch in de digitale prullenbak verdwijnen voordat anderen ze gaan zien. Ik hoop dat in ieder geval voor die “anderen.“

Dan kun je enkel afdruipen

Een klein groepje jonge jongens, een beetje in de stijl van kijk mij stoer zijn, is ook nadrukkelijk aanwezig. Niet storend of zo, maar gewoon nadrukkelijk. Wanneer een van de mannekes het uitkijkplatform wil verlaten komt er net een golf in een inham die parallel loopt met de loopbrug. Ik kijk op het juiste moment en zie hoe de miljoenen opgespatte druppels water allemaal het manneke als doelwit hebben gekozen. Hij had niet natter kunnen zijn als hij gewoon in het water gesprongen was. Even is het helemaal stil. Dan stijgt er een enorm gelach op uit de menigte, en het manneke lacht mee. Druipend loopt hij naar de groep toe, waar de ene zijn droge T-shirt afstaat aan het natte manneke, en een iets ouder persoon hem zijn jas aanreikt. Een mooi gebaar van zijn mede reisgenoten.

Net als het manneke, druipt de hele groep nu af, en geïnspireerd door het wilde water pak ik op een veilige plek mijn camera uit de tas. Ik concentreer me op hoge golven bij de Brimkettil zelf, maar die komen niet op commando, of zijn te klein. Na een tijdje kan ik enkel tot de conclusie komen dat de hoek waarin de golven op de kust slaan niet goed is om het badje Brimkettil hard genoeg te raken.

Meer volgers dan ik hebben kan

Nu ik het platform al een tijdje voor mezelf heb geef ik mezelf de tijd om goed om me heen te kijken. Een stukje verderop zie ik hoe golven zich te pletter slaan tegen de kliffen, en daarmee het water tot grote hoogte de lucht in smijten. Nog even kijk ik rond. Ik houd niet van “volgers,“ en helaas gebeurt me dat erg vaak. Je oog valt op iets bijzonders, en zodra je erheen loopt, zijn er altijd weer mensen die je gaan volgen. Ik kijk om me heen. Ik ben alleen. Ik pak mijn spullen en loop in de richting van de opgestuwde golven. Van hoogte kijk ik op het watergeweld. Zodra ik een paar foto‘s heb gemaakt begrijp ik dat als mijn foto‘s moeten spreken, ik zelf lager moet gaan staan. Ik kijk nog een keer om me heen en zie een mensloos landschap. Snel daal ik af, en even later sta ik beschut van wind en blikken op de bijna ideale plek.

Nu is het moment daar om de juiste golf op het juiste moment vast te leggen, want niet iedere golf doet wat ik van hem verwacht, maar zo nu en dan komt er een golf die over een grote lengte uiteenspat in de branding, maar waarvan een klein deel, als een heuse ballerina een pirouetje draait rondom een rots. Of ben ik hier getuige van de verrichtingen van een heuse waternimf? Ik geniet van het watergeweld, en laat even de camera voor wat hij is. Ik ga op de rotsen zitten, en terwijl ik op mijn gemak een mars wegwerk neem ik het schouwspel in me op. Soms denk ik wel “verdomme, die had ik moeten hebben”. Om vervolgens te denken: “maar ik heb hem wel gezien.”.

Ik kan hier nog lang blijven zitten, want het perfecte moment zal ongetwijfeld nog komen. Maar wat is perfectie? Er zal altijd iets beters, iets meer spectaculair of op een andere manier gebeuren wanneer ik er niet bij ben. Ik besef dat het als fotograaf vaak aankomt op locatie, omstandigheden, inspiratie, geduld en zeeën van tijd. Tijd heb ik vandaag genoeg, ik hoef nergens heen, maar inspiratie en geduld worden nu toch wel een dingetje. Tijd om mijn spullen te pakken en nieuwe horizonnen gaan vinden.

Nog even loop ik langs Brimkettil. De hoek waarin de golven het badje raken is ondertussen iets veranderd, en de golven slaan net wat mooier over de rand van het badje heen. Nog één keer haal ik hier mijn camera tevoorschijn alvorens terug te lopen naar mijn camper, hem los te rijden uit het mulle zand.

Nog even naar de kerk

Voordat ik naar een camping vertrek neem ik nog even de afslag naar het kerkje Krýsuvíkurkirkja. Núpsstaður heeft de naam de kleinste kerk van IJsland te hebben, maar ik geloof dat deze kerk niet veel groter, misschien zelfs wel kleiner is. Het bijzondere aan het kerkje is niet de vorm. De enige twee kerken die ik ken in IJsland die het van vorm en architectuur moeten hebben zijn volgens mij Hallgrímskirkja in Reykjavik en de kerk Stykkishólmskirkja. Of je de architectuur nu mooi vindt of niet, bijzonder zijn ze zeker. Misschien kan ik de kerk van Akureyri nog in de lijst opnemen.

Het bijzondere aan deze kerk is de ligging in het landschap. Gelegen op een heuvel, omgeven door heel veel ruimte maakt het kerkje bijzonder. Ik had er graag wat mooier licht op gezien, maar helaas, het is IJsland, en de vijf minuten regel is niet van toepassing. Ik maak er onder de omstandigheden het beste van, en rijd naar Gata de enige gratis camping van IJsland maar niets minder dan veel campings waarvoor je gewoon moet betalen. Ik heb er een rustige en donkere nacht.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Een nieuwe laatste wandeling

Om de laatste twee dagen dat Ans nog hier is niet verloren te laten gaan met wachten tot het vliegtuig vertrekt rijden we naar Nesjavellir. Een mooi gebied met bergen, hete bronnen en surrealistiche landschappen. We zijn laat vandaag en meer tijd dan voor een korte wandeling is er niet. We kiezen voor een gebied met veel hete bronnen. Het meeste wat hier opvalt is het ontbreken van grote drukte. Een handjevol mensen bevind zich op de route. We zien ze slechts op afstand, verder zijn we vrijwel alleen. De bereikbaarheid zal meespelen dat het hier wat rustiger is. Er zijn andere hete bronnen waar je de auto bijna bovenop kunt parkeren Deze route vereist iets meer inspanning, al zijn het aantal kilometers nog steeds niet groot.

Geen twee hete bronnen zijn hetzelfde

We hebben al veel hete bronnen gezien in IJsland. Maar geen twee gebieden zijn hetzelfde. Ook dit gebied heeft weer een ander soort schoonheid. Nog steeds, na al mijn bezoeken aan IJsland weet het land mij te verbazen. We volgen de route door een smalle kloof voorafgegaand door een riviertje met een vreemd heldere minerale ondergrond. Onze wandeling eindigt bij een platform met een mooi zicht op een geul waaruit veel stoom uit de grond weet te ontsnappen. Wanneer de wind er onder de goede hoek doorheen blaast is ook de ondergrond zichtbaar, en ik probeer die momenten te vangen.

Enthousiast door wat we al gezien hebben willen we verder gaan met de wandeling. Onze kaart laat zien dat de rest van de wandeling voornamelijk langs de energie centrale gaat. Die route is nog zes kilometer, terwijl we ook terug kunnen in drie. We kiezen voor die laatste optie. Voor morgen hebben we een wat langere wandeling in de planning.

Die avond zitten we op een camping die volgens de recensies niet veel sterren verdient, maar meestal wordt dan geklaagd over sanitair, en dat hebben we zelf aan boord. Buiten een plekje hebben we niets nodig. We zijn bijna geheel zelfvoorzienend. Wij zijn al blij wanneer we ons toilet kunnen legen en het water kunnen bijvullen. En het voordeel van een weinig sterren camping is de rust en de ruimte.

Het gastenboek van de expositie

Vanmorgen, toen we in Akranes waren ben ik natuurlijk even naar de vuurtoren, waar ik mijn espositie had, gegaan. Ik moest nog even afscheid nemen van Hilmar, en mijn gastenboek ophalen. In de avond heb ik tijd om het door te nemen. Veel mensen hebben de moeite genomen om iets persoonlijks te schrijven over de expositie, en ik zie ook veel namen van bekenden, en dat doet me natuurlijk goed. Leuk om te zien dat mensen de moeite hebben genomen naar de foto´s te komen kijken, en dan ook nog wat in het gastenboek te schrijven. Het boek is een mooie herinnering aan deze unieke kans om in IJsland te mogen exposeren.

Nog een laatste wandelpoging

Een wandeling die we bij ons vorige bezoek niet af konden maken vanwege een dik pak sneeuw gaat op herhaling. De rugzakken zijn gepakt. Kijkend naar de lucht gaat ook de regenkleding mee.

Vol goede moed beginnen we aan de wandeling. Het eerste deel wordt bijna routine. Ooit, aan het begin van deze eeuw hebben we de wandeling wel kunnen maken. Toch krijgen we allebei veel “Oja“ momenten.

Na een steile klim staan we op wat ik het mooiste plekje van de wandeling vindt. Mooie rotsformaties en doorkijkjes. Sommige punten herken ik meteen, bij andere met ik toch echt twee keer kijken vanuit welke hoek ik ooit eerder een foto maakte. Foto‘s die ik ooit nog op dia of negatief maakte, maar nu digitaal nogmaals vastleg. De uithangende steen waaronder je uitzicht hebt op Reykjavík, het doorkijkje in rode steen, de rots met de grillige pilaren. Allemaal plekken met herinneringen. Door de natuur gladgepolijste stenen in mooie vormen en subtiele gekleurde lijnen. Op de harde wind na is het een bijna perfecte wandeling.

Hefigere weersomstandigheden

We komen een stuk hoger waar de wind meer vat op ons krijgt en de gevoelstemperatuur flink daalt. In de verte zie ik op nog grotere hoogte hoe de wolken hun natte lading over het landschap laten vallen. Ik blijf even kijken, en besef dan dat het geen lokale bui is, maar een bui die zich snel begint uit te breiden. Het kost me even moeite om Ans te overtuigen om te keren. De omstandigheden lijken extremer te worden, en hoewel we goed voorbereid zijn, gaat dit net een stap te ver.

Het voordeel is dat we tot nu toe enkel zijn gestegen. De terugweg gaat bergafwaarts en daarmee ook een stuk sneller. Een paar honderd meter voor onze camper beginnen de druppels te vallen. We zijn net op tijd terug om de harde regen voor te zijn. Ondanks de ingekorte versie van deze wandeling kijken we terug op een geslaagde dag.

We rijden naar de camping in Vogar niet ver van de luchthaven Keflavík. In de avond worden de spullen die Ans mee naar huis wil nemen ingepakt, en wat vroeger dan normaal liggen we in bed. Gelukkig hebben we niet de eerste vlucht dus de wekker hoeft pas om 07:00 af te gaan.

Afscheid

We zijn ruim op tijd bij het vliegveld. Ik parkeer even op de Kiss and Ride plek. We pakken de spullen die mee moeten, en nemen alvast een beetje afscheid. Even een dikke knuffel, en terwijl Ans naar binnen gaat rijd ik met de camper naar de parkeerplaats. Ik ga de camper parkeren, en dan naar de vertrekhal teruglopen. Ik weet dat er op het vliegveld wel eens wat mis kan gaan, en ik zou het vervelend vinden als Ans alles zelf moet proberen op te lossen.

De parkeerplaats is zo gevonden. Ongeveer vijftien minuten later ben ik weer bij Ans. Alles ging vanzelf, en ze kan meteen in de rij voor bagage drop off. Ik sluit mee aan zodat we nog even “samen tijd hebben“. De rij is lang, maar het loopt redelijk door. Vlak bij de doorgang voor de douane check nemen we nu echt afscheid. Ik kijk nog even totdat ze boven aan de trap uit zicht verdwijnt, dan loop ik terug naar de camper.

Eerst maar even wat boodschappen gaan doen, de camper voltanken en even koffie drinken. Ik blijf een beetje hangen in de buurt van het vliegveld. Mocht er toch nog iets gebeuren kan ik in ieder geval nog proberen wat te helpen.

We hebben nog een tijdje contact totdat ik hoor dat ze in het vliegtuig zit. Op Flightradar zie ik even later dat het vliegtuig is opgestegen.

 

Vandaag is het mooi weer, dus wellicht is Gunnuhver een goed idee om te bezoeken. Met een leeg en eenzaam gevoel rijd ik IJsland weer in.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

De ontbrekende dag

Na de mooie dagen in Þakgil rijden langzaam terug naar de hoofdweg. Langzaam, want voor ons uit rijdt een schraper. Een schraper is een grote machine die de bovenlaag van de weg schraapt. Kuilen worden dichtgeschraapt en de rest van het wegdek wordt een beetje egaler. Comfortabel is het dan nog steeds niet, maar het is een enorme stap vooruit. Alleen zo´n machine is breed, en de weg is smal. Soms stopt de machine even en laat hij een aantal auto´s door.

Zelfs al reizen wij zonder planning, komen we later dan gepland op de doorgaande weg, en ik ben dol op de IJslandse binnenlanden, maar ik ben even heel erg blij dat we weer gewoon asfalt onder de banden hebben. We kunnen elkaar weer verstaan, en ik kom tot de ontdekking dat de radio toch gewoon aanstaat.

Druk of niet druk is relatief

We rijden alle highlights voorbij. Die hebben we al vaak gezien, en staan niet op onze niet gemaakte planning. Ik laat wat namen de reveue passeren. Namen van plaatsen die we kunnen bezoeken. We blijven hangen op de Nauthusagil. Die had de vorige keer wel indruk gemaakt, dus een goede kandidaat voor een herhaling.

Bij de kloof Nauthusagil is het druk. Een vijftal auto´s staat geparkeerd.  Vijf auto´s, waar heb ik het dan over. Voor de beperkte ruimte in de kloof is dat druk, te druk. Wanneer wij parkeren zien we al een aantal mensen de kloof verlaten, en in de tijd dat wij richting kloof wandelen komen we genoeg mensen tegen om vier van de vijf auto´s te vullen.

We lopen de kloof, het duister de stilte en de koelte in. Vooraan in de kloof horen we enkel het kabbelen van het water met zijn eigen zachte echo. Verderop horen we stemmen die steeds dichter bij komt. De vijfde auto is onderweg naar de uitgang. We ontmoeten vier mensen waarvan de stemmen al snel richting de uitgang verdwijnen. Dan is de stilte compleet. Een rare gedachte. Hoe maak je stilte compleet? Je hebt stilte, voegt iets toe, en dan wordt het stiller? We nemen afscheid van de geciviliceerde geluiden en worden omringdt door een ingetoge stilte zoals je die enkel in de natuur kunt ervaren.

Een onneembare hindernis

Al snel komen we bij de stapstenen boven een één meter hoge waterval waar we bij ons vorige bezoek lang hebben getwijfeld hoe we hier het water moesten oversteken. We zijn nu gewapend met wandelstokken voor mij, en waadschoenen voor Ans. Ik kom eenvoudig aan de andere kant met schoenen die enkel van buiten nat zijn. Ans komt aan met doorweekte en koude voeten. Maar dat zijn koude en natte voeten uit een bewuste keuze, en dus geen probleem.

Een waterval die langs een volledig groene moswand naar beneden stort markeert het einde van de wandeling. Voor de fotograaf in mij betekend dat het begin van mijn werk. Moet ik het werk noemen als ik het met veel plezier doe? Tijdens vakanties noem ik het toch maar gewoon hobby, maar dan wel een hele serieuze hobby. Natuurlijk geeft het fotograferen in een natte omgeving met veel verschillende nuances van heel licht tot heel donker wat uitdagingen, maar de hobbyist in mij probeert daar het beste van de maken.

Wanneer we de kloof weer verlaten horen we aanzwellende stemmen. Meer mensen dan in één auto passen komen ons tegemoet. Als we buiten de kloof komen en onze ogen zich weer hebben aangepast aan het licht zien we een vijftal auto‘s op de parkeerplaats staan. We prijzen ons gelukkig met deze ervaring van eenzaamheid en rijden terug naar de hoofdweg.

Omarm de duisternis

We nemen de beslissing om zo ver mogelijk naar het westen van het schiereiland Snæfellsnes te rijden om de drukte voor te zijn. Voor de zonsverduistering wordt hier nogal wat volk verwacht. Wij hebben de luxe positie om de drukte voor te zijn. Overmorgen willen we op Granny´s campsite zijn. Een mooi gelegen camping bij Langaholt.

Een plek waar ik al vaker wilde stoppen is nu een optie. Fiskulækur is een oude boerderij ongeveer zeven kilometer voorbij de afslag naar Akranes. Een oud huis, een klein kerkhof met misschien tien graven en enkele stallen. Het ziet er troosteloos uit, maar ook typisch IJslands. Verlaten boerderijen, gestript van alles, maar in een staat waarvan je denkt dat iemand nog wel eens het idee zou kunnen krijgen om het in oude glorie te herstellen. De laatste restjes verf hangen verbleekt aan de deuren en kozijnen, ramen zijn ingeslagen en alles van waarde is weg. Grafity artiesten hebben nog pogingen gewaagd om de bouwval te voorzien van een vrolijke uitstraling. Schoenen, boeken en tijdschriften, aangevallen door tijd en de elementen zijn de enige overblijfselen die nog iets over de bewoners zouden kunnen vertellen, maar ze zwijgen voor ons.

De camping is gesloten, maar niemand die het weet

We rijden verder naar Langaholt. De Snæfellsnjökull heet ons welkom, en het lijkt mij mooi om de zonsverduistering in de omgeving van deze gletsjer mee te maken. Een gletsjer die zich mag rekenen tot een van de zeven energieknooppunten van de wereld. Een plaats voor inspiratie en spiritualiteit en voor velen een plek van bezinning.

Ik heb het niet gezien, maar Ans zegt dat het bordje met daarop het teken van de camping is afgeplakt. Ik ben verbaasd. Je gaat je camping toch niet sluiten op deze drukke dag. Alle andere campings die je online kunt boeken zijn volgeboekt, of in ieder geval niet meer te reserveren. We draaien toch af en zien dat we niet alleen zijn. Er staan een vijftal campers, en dat aantal groeit enkel gedurende dag. In de avond, wanneer Granny de betalingen komt afwikkellen klaagt ze een beetje. “Ik was eigenlijk gesloten, maar de mensen komen toch”. Ze accepteert het gegeven en cashed het geld. Misschien kan ze daar voor de volgende keer een rood lint van kopen om de ingang te sluiten.

In de avond lopen wij over het goudgele strand dat door de ondergaande zon zelfs dieper goud kleurt. Het is een heerlijke avond, en zelfs zonder zonsverduistering is het mooi om deze wandeling onder het toeziende oog van de spirituele en inspirerende Snæfellsjökull te maken. Voel ik nieuwe inspiratie? Ik kijk naar de gletsjer. Zou het dan toch…

De ontbrekende dag

Wanneer ik terugkijk in mijn beeldarchief vind ik niet één foto terug van de zonsverduistering. In de ochtend is het bewolkt, en ondanks de belofte van Chatgpt dat er in de middag waarschijnlijk gaten gaan vallen in het wolkendek blijft het grijs. De camera, het extra zware statief dat ik speciaal voor dit doel meegenomen heb, de eclips brilletjes en het speciale zonnefilter blijven ongebruikt in de kast liggen.

Als een soort oud en nieuw ritueel houden we toch de klok in de gaten. Lange tijd gebeurt er niets, maar dan wordt het plots heel snel donker. We wensen elkaar een gelukkige duisternis, of zoiets, zoals ik al zei, een soort oud en nieuw. En de beste wensen voor de volgende zonsverduistering.

Ondanks de bewolking is het een bijzonder moment. Het is ineens donker, en dan een minuut later maken we het mee dat in een paar tellen alles weer licht wordt. Je mag niet met je ogen knipperen want dan mis je het moment, maar wij waren erbij.

Maar in mijn fotoarchief is dit een ontbrekende dag.

De naweeën van de eclips

De volgende dag is alles weer terug naar normaal. In de ochtend komt de zon op en wordt het licht. Laat in de avond gaat de zon onder en wordt het donker. Van de enorme file die gisterenavond tot laat in de avond het schiereiland teisterden hebben wij geen last of weet gehad.

Wij verlaten de camping en rijden naar Arnarstapi voor een korte wandeling langs de kust en door een lavaveld naar Hellnar. De kust bij Arnarstapi is gevuld met fotografische verrassingen. Basaltkolommen, rotsbogen, lavaformaties en tientallen kleine eilandjes. Hoe verder we ons verwijderen van de parkeerplaats, hoe rustiger het wordt. De verrassing van de wandeling zit natuurlijk aan de kust bij Hellnar. Een klein koffietentje met heerlijke wafels. Die bestellen we met slagroom. Bij het serveren blijkt de slagroom donkergrijs te zijn. Donkere slagroom, passend in de sfeer van de zonsverduistering. Het zijn van die kleine dingen die van iets zo normaal als een wafel met slagroom een speciale wafel met slagroom maken. Een wafel die je enkel vanwege de slagroom niet snel meer zult vergeten.

De rest van de naweeën van de eclips zijn de chocoladerepen, koekverpakkingen, toetjes en T-shirts die verwijzen naar de eclips. Souvenirshops, benzinepompen en supermarkten liggen vol met eclips prullaria. Niemand die er aan gedacht heeft een verpakking te ontwerpen waarop een dik wolkendek prijkt met daaronder de tekst, “Oké, ik was erbij, maar…”

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Naar de wonderbaarlijke Þakgil

We hadden wat mooie plannen voor Landmannalaugar, maar het weer is een spelbreker. Laaghangende bewolking, motregen en flinke windvlagen. We nemen de beslissing om naar þakgil te gaan. Een wonderbaarlijke vallei met een mooie niet al te lastige route er naar toe.

Het is een flink stuk rijden, maar wat later in de middag komen we aan bij de afslag en beginnen we aan de mooie route.

De seizoenen hebben de weg geen goed gedaan. Dit jaar lijkt een echt rampjaar voor de IJslandse gravelwegen te zijn geweest.We vorderen maar langzaam, maar met het huidige weer is dat niet zo erg. De regen gaat soms over in dichte mist en het is goed opletten om tussen de grote kuilen door te manoeuvreren. Er is zelfs een plek waar ik even moet uitstappen om te kijken of ik wel verder wil rijden. Diepe kuilen, en grote rotsen op een steil stuk omhoog. Vanuit de auto kan ik het niet goed zien. Natte ramen, zwarte wegen en een witte lucht. Het contrast is gewoon te groot. Ik loop een stukje over de weg, en zie dan dat het weliswaar slecht is, maar wel goed te rijden met onze camper.

Na deze hindernis gaat de rest vrijwel vanzelf, al is het wel nodig om extra allert te blijven op kuilen en gaten. Na een enigzins inspannende rit rijden we de vallei Þakgil in. De campingbeheerder is niet op zijn plaats, dus we zoeken een plekje op het doorweekte terrein om onze camper neer te zetten. Het regent dan nog steeds, deze dag beschouwen we dan maar als verloren, behalve de mooie inspannende route die we mochten rijden. Dat was het lichtpuntje van deze dag.

Þakgil, een volle camping, een handvol wandelaars

Terwijl ik denk dat het al heel erg druk is op de camping, blijven de auto‘s totdat het bijna donker is het terrein oprijden. Þakgil was voor mij altijd een oase van rust, een gevoel van eenzaamheid dat je deelt met een select groepje mensen dat hetzelfde kan waarderen. Het lijkt nu wel een hype te zijn om hier te overnachten. Het aantal kleine 4WD auto‘s met daktenten dat hier laat aankomt, vormt ongeveer 75% van de bezoekers. Het zijn ook de auto‘s die in de ochtend als eerste weer vertrekken en behalve de overnachting, volgens mij niets hebben meegekregen van de omgeving.

De hemel trekt open

In de ochtend regent het nog steeds, en we besluiten de regen even uit te zitten. Terwijl de camping langzaam leegloopt, trekt de lucht steeds verder open en kunnen we beginnen aan de wandeling naar de Remundargil. Ik heb mooie herinneringen aan deze wandeling die we drie jaar geleden ook maakten. Het weer is nu wel een stuk minder, maar het is niet zo‘n heel lange wandeling, en ik wil kijken of mijn voetblessure me die tijd kan blijven dragen. Voor de zekerheid neem ik wel twee wandelstokken mee.

Zodra je de vallei binnenloopt zit je in een andere wereld. Een wereld die bestaat uit pekzwart steen en heel veel verschillende kleuren groen. Mooi om te zien, lastig om met een foto over te brengen, maar ik ga de uitdaging aan. Hoe verder ik de kloof in kom, hoe meer ik besef dat we de vorige keer erg veel geluk hebben gehad. Door hogere waterstanden zijn sommige plaatsen een stuk moeilijker te wandelen. We moeten vaak het water doorsteken over stapstenen. Hier komen de wandelstokken goed van pas. Bij de grote waterval aan het eind van de kloof blijven we even stil staan. De vorige keer hadden we hier een prachtige blauwe lucht en een regenboog. Nu hebben we vooral veel water en een grijze lucht. Het is nu“anders mooi“.

Het is ruiger en woester, en ik bedenk me dat ik voorzichtiger moet zijn wanneer ik anderen adviseer hier te gaan kijken. Die adviezen wil ik nog verder aanpassen wanneer we staan te kijken en er een aantal stenen vlak langs ons neervallen. We zorgen dat we iets verder van de wanden van de kloof gaan wandelen, en gaan iets sneller de kloof uit dan eigenlijk onze planning was. Volgende keer een helm meenemen?

Uitwaaien wordt uitstormen

Wanneer we weer terug zijn aan het begin van de wandeling durf ik een tweede route ook nog wel aan. Deze route gaat naar een uitzichtspunt over een uitloper van de Mýrdalsjokull en het Mýrdalssandur. Aan het begin van de wandeling gaat alles nog oke. Mijn voeten werken goed mee, maar de wind werkt ons flink tegen. Hoe hoger we komen, hoe harder de wind probeert ons terug te blazen. We geven niet op, en lopen dapper door. De spieren in mijn benen beginnen zelfs te verzuren, maar daardoor lijkt de pijn in mijn voet wat naar de achtergrond te verdwijnen. Bij het laaste glibberige stukje moet ik de stokken erweer bij nemen, maar na een woeste strijd staan we op het uitzichtpunt.

Het is fenomenaal. Zo nu en dan komt de zon door. De zon laat het blauwe ijs dat tussen de met zwart zand bedekte uitlopers van de gletsjer een beetje oplichten waardoor een mooi contrast ontstaat. We nemen het uitzicht goed in ons op, en nemen kort de tijd om het ook met de camera of de telefoon vast te leggen. Onze kleding is niet voldoende opgewassen tegen de temperatuur die hier door de wind nog flink kouder aanvoelt. Als ik voorstel weer naar beneden te lopen is Ans het daar ook meteen mee eens. Het duurt even alvorens we weer in de luwte van de berg komen en we weer langzaam opwarmen.

We gaan terug naar de camping, waar tot het donker weer veel campers blijven binnen rijden. Rond 23:00, als het al wat donker is, keert toch de rust op de camping terug, en vallen we in een diepe welverdiende slaap.

Wandeling naar de huldufoss

Mijn voet blijft me parten spelen. Ik kan wel stukken wandelen, maar na ongeveer vijf kilometer is de rek er dan wel uit en begint de pijn langzaam op te zetten. Die pijn wordt vervolgens steeds erger. Langaam lopen, af en toe rusten en op de tanden bijten.

Het is wel de reden waarom we besluiten de wandeling naar de Huldufoss niet te gaan doen. Dat is 14 kilometer heen en terug.

Duivelsrots of wolfsrots

Zodra de zon de toppen van de Djöflarokk in Þakgil raakt gaan we wel even de vallei in om de markante rotspunt te fotograferen. Aan het begin van de vallei zie je de rots als een vast element van de rotswand. Pas wanneer je dichter bij komt laat Djöflarokk de rotswand los, en als alle elementen dan samenkomen lijkt het alsof er horens uit zijn toppen groeien. De rots heeft geen naam zover ik weet, dus ik doopte hem zelf Djöfjlarokk wat Duivelsrots betekend.

Ik klauter naar “het” standpunt. Ik houd niet van “het” standpunt, want dat beperkt in je creativiteit. Dit is een uitzondering, want tenzij het licht me elders stuurt is dit het beste punt vanwaar je de rots fotografeert. Er komen zelfs volgeladen tourbussen hier die ruim 30 kilometer over slechte wegen willen rijden om hun gasten deze rots te laten zien.

Even later lopen we terug naar de camper om ook 15 kilometer over die slechte weg te gaan rijden. We zitten al in de camper, klaar om te vertrekken als ik de campingbeheerder zie staan, en ik even een praatje met hem ga maken.

“Duivelsrots? Interessant. Ik snap je vergelijking. Ik noem het zelf altijd de wolfsrots. Die horens die jij ziet, zie ik als de kaken van een wolf die opengaat wanneer hij huilt naar de maan.”

En inderdaad, het is maar welke associatie het eerste bij je opkomt. Voor mij blijft het de duivelsrots. We hebben het ook over de route naar de Huldufoss. Ik leg hem mijn dilemma voor, want ik wil er zo graag naar toe. Eigenlijk wil ik gewoon gaan, en probeer ik mezelf te motiveren de 14 kilometer te gaan lopen. De heenweg, die 7 kilometer, die red ik wel. En de terugweg… Ik weet het dat wordt afzien. Ik hoor mezelf tegen de beheerder zeggen, och ik kan altijd omdraaien als het niet gaat, wetend dat ik dat echt niet ga doen.

We gaan ervoor

Ik loop terug naar de camper, kijk Ans aan en zeg, “kom we gaan wandelen.”

Even later zijn we op weg. Via een veel te steil pad lopen we omhoog, al zou je het op sommige stukken ook kruipen kunnen noemen. Het voordeel van het steile pad is  twee kilometer besparing op de wandeling, maar we weten nu al dat we op de terugweg de andere route moeten nemen. Hier komen we nooit naar beneden, tenminste niet zonder valpartijen.

Het eerste herkenningspunt is Hannibal. Het is een rots, lijkend op een olifant (vind ik) waar boven op een persoon lijkt te zitten. We lopen langs diepe valleien, tussen hoge bergen en schitterende uitzichten. We lopen in een scene van “The lord of the rings.” Spookjesachtig en luguber tegelijkertijd. Het is soms even wachten op die ene wolk die de zon de verkeerde kant in dirigeert, maar de beloning is groot. Na ongeveer 5 kilometer krijgen we de gletsjer Huldujökull in zicht. Een mooi punt om aan de terugweg te beginnen, maar ik wil te graag het uitzicht zien en lieg dus maar dat mijn voet het prima houdt. Ik kan nog wel even verder.

Mijn blik gaat op oneindig. Dit is niet het moment. Ik wil niet terug met de finish in zicht.

Nevel spat uiteen in een schitterend kleurenpallet

We nemen wel vaker korte pauzes, maar uiteindelijk staan we bij de kloof waar de Huldufoss zich vanaf de hoge rand Huldujökull naar beneden stort. Een stuk verderop maar dominant in zicht stort tegen een donkere rotswand een andere waterval vanuit de gletsjer naar beneden. Het geweld waarmee het water uit de gletsjer wordt geperst zorgt voor veel nevel. De nevel breekt het licht van de zon in alle kleuren van de regenboog. Het is een geweldige beloning die we krijgen voor onze inspanningen. Onderweg hebben we misschien tien mensen gezien. Het uitzicht zit ook niet helemaal op de route. Je bent snel geneigd de standaard route te volgen.

Op het hoogste punt van deze wandeling nemen we een lange pauze. In gedachte gaan we nog langer niet terug, totdat Ans zegt: “kijk eens naar die lucht achter ons.” Ik schrik van de donkere lucht die snel over de gletsjer trekt. We verwachten niet droog terug in Þakgil te komen, maar we gaan proberen de regen voor te blijven. We stappen flink door, maar worden door de donkere lucht ingehaald. Eerst verdwijnt de zon uit zicht, daarna wordt het snel kouder, zakt de bewolking naar beneden en lopen we plots in dichte mist. Even is het zicht zelfs minder dan twintig meter. Het pad is gelukkig goed te volgen.

Schitterende lichtmomenten

Waar we op de heenweg bezig waren langzaam te stijgen, dalen we nu af.. Na een uurtje komen we onder de mist vandaan en kunnen we weer wat om ons heen kijken. Het is verbazingwekkend, maar de gigantische wolk hangt precies boven ons. Aan alle randen, kilometers bij ons vandaan zien we blauwe lucht. Het is bijna surrealistisch, maar dan wel surrealistisch mooi. Het zonlicht zet steeds andere stukken van het landschap in een warm licht. De rest blijft grijs en donker. Een bijzonder landschap. Iedere stap is genieten.

Eigenlijk zijn de helft van de stappen genieten. De andere helft geeft steeds een stekende scherpe pijn. Het lopen wordt strompelen, en het helpt om af en toe even stil te gaan staan. De wandeling is zowel een kwelling als een onvergetelijke ervaring.

Als we terugkomen bij de camping boeken we nog maar een overnachting bij. Vandaag hebben we genoeg afgezien, en ik heb geen zin om 15 kilometer inspannende kilometers te gaan rijden. De beheerder van de camping biedt me meteen een ijspak aan wat ik maar wat graag aanneem. Even later, terwijl Ans zorgt voor het eten voel ik hoe het ijspak de pijn langzaam uit mijn voet lijkt te trekken.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Een nieuwe ontdekking op bekend terrein

Wow, en dat gewoon op loopafstand. Ik had al wel eens gehoord van de verborgen parel bij Hólaskjól maar had niet het idee dat hij zo indrukwekkend zou zijn. Uitgaande van de hoeveelheid water in het stroompje langs de camping kon het niet heel bijzonder zijn. De laatste keren dat ik hier was, was ook het weer niet echt heel geweldig, en dan is de stap om aan een wandeling te beginnen een stuk groter.

Het is nu heerlijk weer. Weer om die stappen van de wandeling uit te gaan voeren. Niet heel veel later hoor ik het donderend geraas van de waterval. Ik versnel mijn pas een beetje, en sta even later vol verbazing te kijken naar de Silfurfoss. Het weer zal ongetwijfeld een rol spelen, maar wow, wat ben ik, wat zijn wij onder de indruk.

Een ondergewaardeerd stukje natuur

De waterval Silfurfoss is meer dan een watervalletje om even te bezoeken. Als deze dichter bij de ringweg lag, was het pad waarschijnlijk totaal platgelopen. Hier, ver van de hoofdweg pronkt een waterval die zich met vele anderen kan meten qua waterverplaatsing, ligging en schoonheid. Ik geef wel meteen toe, dat de waterval niet makkelijk te fotograferen valt. Er zijn maar een paar veilige standpunten waarmee je het als fotograaf moet doen. Die plekken probeer ik optimaal te benutten, al zal ik in de toekomst ongetwijfeld een standpunt zie waarvan ik mezelf wel voor mijn hoofd kan slaan dat ik het niet ook zag.

Van lokale mensen hoor ik dat de waterval qua vorm vergeleken wordt met de Gullfoss, de gouden waterval. De naam Silfurfoss, “Zilver waterval”, is in dat opzicht logisch, al hebben lokale inwoners het liever over de Huldufoss, wat weer een afgeleide is van het Huldufólk, het “verborgen volk”, en dus wellicht de verborgen waterval.

Een blik op de kaart leert ons dat een kilometer stroomopwaarts nog een waterval ligt. Niemand die de moeite heeft genomen deze waterval een naam te geven, maar in het land van tienduizend watervallen kan er wel eens eentje vergeten worden.

De waterval van verwondering

Bij de Silfurfoss werden we nog vergezeld door een handjevol mensen die ook de moeite hadden genomen deze waterval te bezoeken. De rest van de route lopen we enkel in het gezelschap van elkaar, enkele schapen, die ons van ver weg in de gaten houden, en een paar vogels die onze wandeling muzikaal omlijsten.

Wanneer we de volgende waterval in het oog krijgen zijn we beide even sprakeloos. Het watergeweld, het witte schuimende water dat zich tussen rotsen en basaltkolommen perst, veroorzaakt een enorm geraas. Na de laatste trap buigt het water bijna negentig graden naar links, of vanuit de stroomrichting gezien naar rechts, in een kloof die zo recht is dat hij lijkt uitgegraven door machines.

Zonder iets te zeggen genieten we van dit uitzicht op de waterval die ons beiden sprakeloos maakte. Met elkaar spreken is hier sowieso een slecht idee, want door het hard stromende water kunnen we elkaar nauwelijks verstaan. Zoekend naar de mooiste plek en de beste instellingen, brengen we behoorlijk wat tijd door bij deze waterval, en schiet ik waarschijnlijk teveel foto’s. Maar wat is teveel? Zodra de camera weer plaats mag nemen in de rugzak bedenk ik me dat ik het vervelend vind de waterval naamloos achter te moeten laten en doop hem “Undrunarfoss, De waterval van verwondering.”

Alleen met de natuur

We moeten besluiten wat we gaan doen. Terug naar de camper, of stroomopwaarts zoeken naar andere mooie, rustige en liefst fotogenieke plekjes. Aangezien we hier niemand anders hebben gezien, en we genieten van dit soort momenten is de keuze snel gemaakt. We lopen verder. We lopen langs prachtige lavaformaties, door weelderig groene weiden, en onder een heerlijk zonnetje met een briesje dat een wandeling precies datgene geeft waar we blij van worden.

Een mooiere waterval vinden we onderweg niet meer, maar de groene zacht geërodeerde bergen, de paarse bloemetjes en het blauwe water van de rivier Syðri-Ófæra geven voldoende indrukken en energie om de wandeling als zeer geslaagd te beschrijven.

We wandelen terug naar de camper. En gaan de door omstandigheden uitdagende F208 verder rijden. De route is vooral uitdagend vanwege de kuilen, geulen en ribbels in de weg. Tegenliggers kunnen we van grote afstand herkennen vanwege de enorme stofwolken die met ze meereizen. In mijn spiegels zie ik dat wij deze mede reizigers ook met ons meenemen. Verder is de route tot de verbeeldingsprekend mooi. Je kunt op zowat iedere plek stoppen en een foto nemen van een surrealistisch landschap. De kleuren, de vormen, de geulen. Maar het wordt later op de dag, en de camping lonkt.

Een oase van rust

Niet de camping bij Landmannalaugar zelf, die slaan we over na alle verhalen die ik heb gehoord over de enorme toeloop met campeerders. Je kunt blijkbaar zonder de grond te raken van de ene in de andere camper stappen. Dat is aan ons niet besteed. We rijden een stuk door, en zetten onze camper neer bij Landmannahellir. Een oase van rust, en terwijl wij wegzakken in een diepe slaap, drijven dikke wolken over de camping die zachtjes hun druppels laten vallen op een landschap dat morgen een stuk minder stoffig zal zijn.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Een zandstorm en wasbordwegen

De F208 begint als een asfaltweg, maar gaat al snel over in een gravelweg. In de verte hangt een bijna ondoorzichtig deken van stof. Een beetje wind en veel droogte, en het fijne IJslandse zand kiest het luchtruim. Zo nu en dan ontstaan kleine zandtornado’s. Een prachtig gezicht, maar eigenlijk alleen wanneer je er niet doorheen hoeft te rijden. Het lijkt erop dat wij het grootste deel van de zandstorm aan ons voorbij kunnen laten gaan omdat de weg steeds weg draait van het dichtste deel. Helemaal ontkomen aan de zandstorm lukt niet, maar het wordt nooit gevaarlijk.

Het wegdek is in niet al te beste staat. Op zijn best rijden we over een wasbordenpatroon, maar we moeten ook regelmatig afremmen voor diepe kuilen of juist voor bulten op de weg. Ik heb iets minder aandacht voor de omgeving, maar veel aandacht voor de weg. We rijden voor nu de camping bij Hólaskjól voorbij. We zijn onderweg naar de Eldgjá, “de vuurkloof” met de bijzondere waterval Öfærufoss. Tot 1996 was de waterval extra bijzonder vanwege de natuurlijks stenen brug. Ik had dat graag gezien, maar moet het doen met de foto´s die ik hiervan onder ogen kreeg.

Naar de Eldgjá

We nemen de afslag voor de laatste twee kilometer naar de parkeerplek. In plaats van de rivierdoorsteek die ik hier de eerste keer dat ik hier kwam moest nemen, ligt er nu een voetgangersbrug. De waterstand van de rivier is erg laag, en ik ben bang dat de waterval ook een stuk minder indrukwekkend zal zijn dan voorgaande keren. Het gaat natuurlijk niet enkel om de foto´s, maar ook om de wandeling dus vol goede moed zetten we onze eerste stappen over de brug, gevolgd door de rest van de stappen die nodig zijn om de waterval te gaan bekijken.

Onderweg bewonderen we de mooie lavastenen in verschillende roden tinten, genieten we van de steile wanden, en een berg waarvan de flank bij zonlicht geheel rood kleurt. Zodra we de waterval in het oog krijgen weet ik dat hij ondanks de lage waterstand van de rivier, niets van zijn imposante verschijning heeft ingeleverd. Met verschillende invalshoeken fotografeer ik, terwijl we de waterval naderen, steeds op een andere manier het watergeweld. Dat de lucht begint te betrekken vind ik niet eens zo´n probleem. Een donkere lucht die de waterval aan de bovenzijde flankeert laat het water juist extra wit lijken.

Het laatste stuk van de wandeling gaat over een steil pad naar boven. Dat pad houd op bij een uitkijkpunt waarvandaan je twee trappen van de waterval mooi kunt zien. Ook is het goed te zien hoe het water vorm gegeven heeft aan diverse steenformaties. Na een half uurtje waarin ik me goed fotografisch heb kunnen uitleven op het watergeweld is het tijd om langs het pad weer af te dalen.

Nieuwe impressies

Wanneer we onder aan de waterval staan bedenk ik me dat de lage waterstand wel eens kansen kan bieden. We wandelen naar de oever van de rivier waarin de waterval verder stroomt. Langs de oevers, kun je door de lage waterstand, de kloof waarin het onderste deel van de waterval uitkomt, inlopen. Niet veel later zien we hoe het onderste deel van de waterval, met veel geweld in de rivier stort. Nieuwe fotomomenten, nieuwe impressies.

Tevreden aanvaarden we de terugweg naar de parkeerplaats, en rijden we naar Hólaskjól waar we vannacht zullen kamperen. Eenmaal op de camping, open ik heel even de motorkap. Tevreden gaat die kap snel weer dicht. De beugel heeft het enorme wegengeweld goed doorstaan. We kunnen weer met veel vertrouwen verder gaan met onze reis.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Naar de beruchte Lakagigar

Het is vreemd. Terwijl de wind gisteren, tijdens de rit naar onze camping van het rijden een ware uitdaging maakte, viel de wind eenmaal aangekomen op de camping totaal stil. We hadden een heerlijke rustige nacht, en vertrokken uitgerust naar Laki.

Na een korte stop bij Kirkjubæerklaustur rijden we deze ochtend de F206 in. Ik moet graven in mijn herinneringen wanneer ik hier voor het laatst was. Was dat echt in 2011? De weg is in een slechtere conditie dan mijn herinneringen me proberen wijs te maken. Al snel moet ik overschakelen naar de lage gearing, een 4×4 versnelling waarmee de snelheid wordt beperkt, maar de kracht op de motor een stuk groter wordt. Iedere heuvel op de route wordt moeiteloos genomen. De afdalingen kunnen bijna zonder gebruik te maken van de remmen, maar juist door gebruik te maken van afremmen op de motor op een ontspannen manier worden genomen.

Door de vele kuilen en gaten in de weg schudden we langzaam richting Laki. Alles gaat goed totdat ik een geluid hoor dat niet bij de auto hoort. Na een bepaalde tijd ken je alle geluidjes, piepjes en kraakjes wel. Het rammelen van de afwas in de wasbak, het trapje dat even wordt gelanceerd en weer neerkomt en soms de (bamboe) borden die uit de kast vliegen door een niet afgesloten kastdeurtje, maar dit geluid is nieuw. Ik concentreer me op het geluid, en realiseer me dat het vanonder de motorkap komt. Geen brandende lampjes op het dashboard, geen oplopende motortemperatuur, maar gepiep en een licht gebonk. Zodra het enigszins kan zet ik de auto aan de kant en open de motorkap.

Lichte motorpech

De beugel van het brandstoffilter is gebroken, waardoor ons het filter een beetje los, enkel vastgehouden door de verbonden brandstofslangen binnen de motorkap zweeft. De twee losse delen van de beugel die nog tegen elkaar aan schuren veroorzaken het grootste deel van het nieuwe geluid.

Trekbandjes, riempjes, ijzerdraad, ducttape, ik haal het allemaal tevoorschijn om te kijken of ik het filter kan stabiliseren totdat we bij een garage alles weer professioneel kunnen laten maken. Het vervelende is dat ik de beugel, die al eerder gebroken was een paar weken geleden in Nederland nog heb laten lassen en toen de garantie kreeg dat die beugel nu weer als nieuw zou zijn.

De hulptroepen zijn gearriveerd

Ik ben nog maar net bezig met het vastzetten wanneer er naast onze auto een jeep stopt. Ik kijk op, en wordt in het Nederlands aangesproken door de chauffeur. “Problemen?” vraagt hij. Ik leg zo goed en zo kwaad mogelijk als ik kan uit wat er aan de hand is. Ondertussen stoppen achter de jeep nog een zestal andere jeeps. Allemaal Nederlanders. De chauffeur van de eerste jeep roept de bestuurder van de achterste jeep naar voren.

“Hij heeft nog ooit de Dakar mee gereden” zegt de eerste chauffeur. Hij fikst dit wel even.” Met behulp van tie-wraps en wat korte spanbanden zet hij in korte tijd het filter weer vast. “Dat blijft wel een tijdje zitten,” zegt hij. “Het kan zo nergens naar toe.”

Terwijl de groep zich weer in beweging zet, kijk ik even om me heen. “Wat is hier nu net allemaal gebeurt.” Ik voel nog even aan het filter dat solide vast zit, en stap vol vertrouwen weer in. We gaan verder naar Laki.

Tijdens de rest van de rit blijf ik toch gespitst op bijgeluidjes, maar alles lijkt in orde.

Ik kijk even wat vaker en aandachtiger naar links, waar in de verte een zandstorm woedt. Zandtornado’s en dikke lage zand ontnemen in de verte het zicht, maar de berg Laki die we nu naderen heeft daarvan geen weet. Die staat te midden van een heldere blauwe lucht geduldig op ons bezoek te wachten.

Al snel beginnen we onze wandeling naar de top van de Laki om vanaf daar te genieten van het fenomenale uitzicht over de meer dan dertig kilometer lange rij kraters die hier in 1783 verantwoordelijk waren voor de uitstoot van twaalf kubieke kilometer lava, die werd verspreid over 585 vierkante kilometer IJsland. Achter de krater rij licht de immens grote gletsjer Vatnajökull te pronken. Net zoals bij ons vorige bezoek, probeert de inmiddels opgestoken wind ons het fotograferen onmogelijk te maken. Het enige wat ik kan doen is beschutting zoeken achter een paar rotsen, of mijn uiterste best te doen de camera stil te houden en af te drukken op het moment dat de wind een fractie van een seconde zijn aandacht laat verslappen.

We nemen een andere route naar beneden om zo de rondwandeling compleet te maken. Al snel zorgt de Laki zelf voor beschutting tegen de wind, en voelen we snel de warmte weer in onze lijven terugkeren. Tijdens de afdaling komen we nog langs een enorme wand met voetbal grote bollen van lava. Dat blijkt kussenlava te zijn. Het ziet er bijna uit alsof een menselijke kunstenaar de wand heeft bedacht, maar het is toch echt de natuur, die hier weer een bijzonder kunstwerk heeft neergelegd.

Eenmaal terug op de parkeerplaats wordt ons geadviseerd om terug te rijden over de F207. Op die manier rijden we in een soort eenrichtingsverkeer, en hoeven we niet zenuwachtig te zijn voor tegenliggers.

Gelukkig hebben we veel Tie-wraps

We zijn nog maar net op weg wanneer ik een inmiddels bekend geluid hoor. Ik zet de auto weer aan de kant, en kijk onder de motorkap. Eén van de spanbanden is gewoon doorgesneden, en het brandstoffilter hangt weer los in de ruimte. Met behulp van trekbandjes zet ik het filter weer vast, maar de rest van de rit over de F207 krijg ik niet echt mee. Ik ben te gespannen en te gefixeerd op ieder geluid dat niet vertrouwd klinkt. Bij iedere bult in de weg, bij iedere kuil, wanneer de auto iets meer beweegt vloek ik binnensmonds, en soms ook gewoon hardop.

Ik ben opgelucht wanneer we op de camping aankomen. We hebben de camping bijna voor onszelf alleen. Ik kijk snel onder de motorkap, maar de trekbandjes hebben het dit laatste deel van de route gehouden. Morgen rijden we naar Kirkjubæerklaustur, en hopen we dat ze de beugel opnieuw kunnen lassen, of een andere creatieve oplossing voor ons hebben.

Voor nu, staat de camper op de camping, is de motor tot zwijgen gebracht, en is het enige geluid dat we horen onze eigen ademhaling en onze eigen hartslag. Het is hier onwezenlijk stil, en we genieten van deze serene rust.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Pech in viervoud

We hebben besloten om op tijd op pad te gaan. Even ontbijten, niet treuzelen en dan naar de Hoffelsjökull. Terwijl ik naar voren loop, valt mijn oog op de achterband die aan de onderkant een beetje vormloos op het gras rust. Lekke band! Enkele krachttermen schieten door mijn hoofd. Wat er verder door mijn hoofd schiet zijn: De reserve band is uit 2003, heeft de garage bij de laatste APK zoals gevraagd de bandenspanning gecontroleerd, we staan op het gras dat is lastig met opkrikken, de krik heb ik nog nooit getest. Is hij qua gewicht berekend op de zware camper. Zomaar wat gedachten die mij in sneltreinvaart in de paniekmodus manoeuvreren.

Tijd voor actie

Even kijk ik moedeloos naar het treurige plat stukje rubber onder aan het wiel. Al snel schakel ik over naar de actie stand. Terwijl Ans op zoek gaat naar planken of stenen die we kunnen gebruiken om de krik stevig neer te zetten, ga ik op zoek naar de krik die natuurlijk ver weg gestopt onder een aantal kisten ligt. Terwijl ik de kisten uitlaad, komt Ans met de eerste stenen en planken aandragen. De krik is er uit, de ondergrond hebben we onder controle, nu nog de reserveband onder de auto uit laten zakken.

Ik pak het benodigde gereedschap, en zie al snel dat het benodigde gereedschap nog uit de pré camper tijd stamt. De bijna één meter lange stang, bedoeld om het reservewiel te laten zakken wordt de pas afgesneden door de vuilwatertank. Moet ik nu de vuilwatertank demonteren om het wiel te kunnen pakken.

Een paar vloeken verder probeer ik met ander gereedschap de constructie los te krijgen en na een paar vruchteloze pogingen, momenten dat ik het wilde opgeven, en wat WD40, krijg ik met behulp van wat alternatieve methoden om gereedschap te gebruiken beweging in de constructie. In totaal beginnen we drie keer met het opkrikken van de auto. De eerste keer begint de plank waarop de krik staat angstvallig te kraken. Bij de tweede poging heeft de krik net te weinig bereik omdat hij alsnog wegzakt in het gras, maar bij de derde poging lukt het om het wiel net hoog genoeg te krijgen om de wielen te verwisselen.  Terwijl ik de krik langzaam terugdraai kijk ik met angst en beven naar het reservewiel. Maar de bandenspanning is prima in orde. Terwijl de camper weer op alle vier de wielen staat draai ik de moeren nog een beetje extra aan, ruimen we de camper weer in, en rijden naar Höfn waar volgens onze gegevens een bandencentrum aanwezig is.

Wat je niet wilt horen

En dit wil je niet horen wanneer je in IJsland in een bandencentrum staat: “Hmm, wat een vreemde maat banden heb jij. Die heb ik nog nooit gezien. Even later zit de goede man achter zijn computer en zoekt heel IJsland af naar een passende band. Zonder succes overigens. En rijden met een 4×4 met verschillende bandenmaten is sterk af te raden. In plaats van één nieuwe band, worden het er vier. Pech in viervoud.

De rest van de dag doen we niet veel meer. De Hoffelsjökull laten we even zitten. We kunnen wel rijden, maar ik wil de gravel of keien wegen vermijden, want geen reserveband, en een band uit 2003 om mee te rijden vragen natuurlijk om weer een lekke band op een onmogelijke plaats.

Enkel op de harde weg

De tweede dag gaan we gewoon op pad. We blijven zoveel mogelijk op het asfalt, en bezoeken als eerste de Skútafoss. Een kleine dubbelle waterval met een unieke uitstraling. Het is eigenlijk een waterval met een tribune en een afdak. De perfecte plek om vandaan te fotograferen waarmee je uit de regen en uit de wind kunt gaan staan. Dat is ook wel nodig, want bij tijden regent het, en de wind laat zich nog steeds van zijn beste kant voelen. Ik ben gelukkig met de omstandigheden, want waar ik voorheen enkel de Skútafoss kende met een saaie grijze achtergrond, zorgen wind, regen en zon voor enkele mooie momenten.

Ook vanaf het dak, want je kunt ook op het afdak gaan staan biedt bijzondere perspectieven. Terwijl ik in de verte kijk naar een grote rotspartij geeft Ans aan dat er verderop nog een waterval ligt. De Innstifoss, die je alleen al vanwege haar mooie naam wilt toevoegen aan bezochte watervallen. Slechts vijfhonderd meter verderop vinden we de Innstifoss die net zo mooi is als haar naam, maar bijzonder lastig is om te fotograferen. Maar ik waag een paar pogingen.

Wanneer we teruglopen verbaas ik mij over diverse bezoekers die hier afdraaien, een paar meter lopen naar de onderste aangelegde waterval, en vervolgens zonder het besef van de schoonheid die stroomopwaarts te vinden is weer vertrekken. Hoe kunnen mensen IJsland zo slecht voorbereid bezoeken?

De reflectie van Eystrahorn

Wij rijden door naar de volgende iconische bergrug, de Eystrahorn. Ik verbaas me enigszins over de drukte, vooral bij de vuurtoren. Het is natuurlijk een mooie vuurtoren. De vuurtoren is zo fel oranje geschilderd, zoals trouwens veel vuurtorens in IJsland, dat je hem ook zou zien wanneer het licht niet ontstoken zou worden. De vuurtoren zelf krijgt geen plaatsje in mijn galerij van foto’s van deze dag. Alle aandacht gaat naar de bergrug met die ik fotografeer met een klein meertje in de voorgrond waardoor Eystrahorn meer is dan een iconische berg, maar onderdeel wordt van een bijzonder landschap.

We vervolgen onze wandeling naar een kleine inham waar het water een mooie reflectie van de Eystrahorn laat verschijnen. Een verschijnsel dat door de harde wind slechts zelden voorkomt, in ieder geval op de momenten dat ik hier ben geweest. Ik versnel mijn pas om op tijd bij de reflectie te kunnen zijn alvorens de wind mijn geluksmoment zal verstoren. De wind wist het al eerder, want in plaats van de wind draait precies in het verlengde van de Eystrahorn een gigantische tourbus het weggetje in. Uit de tourbus komen vervolgens een veertigtal passagiers gestapt die niet enkel mijn gepland fotomoment om zeep helpen, maar ook proberen door platte stenen over het wateroppervlak te laten ketsen, de spiegeling doorbreken.

Mijn geduld wordt zwaar op de proef gesteld, maar net voordat de wind de rol van spelbreker van de bus overneemt kan ik een paar foto’s maken waarover ik enigszins tevreden kan zijn.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De grootsheid van de kleine dingen

Na het watergeweld van de Nykurhylsfoss zou je verwachten dat onze volgende bestemming een overtreffende trap moet zijn om indruk te maken. Niets is minder waar. We vinden een waterval die het zeker niet moet hebben van zijn watergeweld, niet van een enorme hoogte en niet van een enorme breedte. De Riggifoss is indrukwekkend vanwege zijn ligging, de fijne mosjes, en de heldere groene poel waarin het water terecht komt alvorens tussen de grote rotsen te verdwijnen richting de oceaan. Zo’n groene poel waar je zo in zou duiken als je niet wist dat het water hooguit een paar graden koud zal zijn.

Wij blijven wijselijk aan de kant, en genieten van het water dat over de rand tuimelt, vervolgens zachtjes uit elkaar spat op een met mos bedekte rots en vervolgens de poel in glijdt.

Wanneer we verder rijden, trekt al snel de wind weer aan, en de bewolking dicht. De mythische Brunnhorn die we al van ver zien liggen lijkt door het donkere weer onderdeel van een landschap uit een duister horrorverhaal. Wanneer je het hebt over de Brunnhorn zal menig reiziger de schouders ophalen. “Brunnhorn? Die ken ik niet.” Als je dan Batmountain zegt gaat er meestal een belletje rinkelen en hebben ze hem gezien, of willen ze hem gezien hebben. Wij genieten van de duisternis rondom de berg.

Het licht zit niet mee

Skútafoss, Hvalnesviti en Eystrahorn, drie mooie stukken IJslands landschap slaan we over. De lucht bestaat uit een enkele grijze tint, en zo nu en dan regent het. Het zijn niet de omstandigheden die ons verlokken hier te stoppen. In de omgeving van Vestrahorn zien we wat meer licht tussen de wolken, en hier slaan we af in de hoop op interessant licht of omstandigheden. In mijn hoofd zit ik nog met de omstandigheden die ik hier aantrof van mijn laatste bezoek. Een van de foto’s die ik hier maakte werd de cover van mijn boek “In het spoor van het licht.”  Met die foto in gedachten weet ik dat ons bezoek van vandaag enkel kan tegenvallen. Als ik hier nu voor het eerst zou komen zou ik razend enthousiast zijn. Mooie zandduintjes, botten van iets wat ooit een walvis geweest zou kunnen zijn, drijfhout en natuurlijk zwart zand. Maar verwend door voorgaande bezoeken zie ik enkel stuurloos licht, voetsporen in het zand dat eigenlijk maagdelijk en ongerept zou moeten zijn, en het ontbreken van de gigantische spiegel die Vestrahorn zo beroemd heeft gemaakt.

Genieten met een andere mindset

Maar dat iets fotografisch niet zo interessant is, wil nog niet zeggen dat ik niet kan genieten van de omgeving. Na een paarhonderd meter wandelen over het strand hebben we de rust en de ruimte om ons heen met enkel het ruisen van de wind en het geluid van golven die zachtjes tegen het strand aan botsen. De voetsporen die we achterlaten in het zand worden door een volgende golf weer uitgewist. Alsof hier niemand was, alsof we er zelf niet zijn.

We lopen net zo ver door totdat we de Brunnhorn weer vol in zicht krijgen, maar nu vanaf de andere zijde, die op een andere manier fotogeniek is.

Vanaf Vestrahorn is het niet heel ver van de camping Haukafell. Met het zicht op de gletsjertong Fláajökull. De gletsjertong die wordt beschenen door Crepusculaire stralen, beter bekend als lichtharpen. De camper gaat natuurlijk even aan de kant om de harpen te fotograferen, en in ons op te nemen. Daarna rijden we door naar de camping, waar we zelfs een veld, voor onszelf hebben, en we kunnen genieten van een welverdiende nachtrust.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier