Menu Sluiten

Een nieuwe ontdekking op bekend terrein

Wow, en dat gewoon op loopafstand. Ik had al wel eens gehoord van de verborgen parel bij Hólaskjól maar had niet het idee dat hij zo indrukwekkend zou zijn. Uitgaande van de hoeveelheid water in het stroompje langs de camping kon het niet heel bijzonder zijn. De laatste keren dat ik hier was, was ook het weer niet echt heel geweldig, en dan is de stap om aan een wandeling te beginnen een stuk groter.

Het is nu heerlijk weer. Weer om die stappen van de wandeling uit te gaan voeren. Niet heel veel later hoor ik het donderend geraas van de waterval. Ik versnel mijn pas een beetje, en sta even later vol verbazing te kijken naar de Silfurfoss. Het weer zal ongetwijfeld een rol spelen, maar wow, wat ben ik, wat zijn wij onder de indruk.

Een ondergewaardeerd stukje natuur

De waterval Silfurfoss is meer dan een watervalletje om even te bezoeken. Als deze dichter bij de ringweg lag, was het pad waarschijnlijk totaal platgelopen. Hier, ver van de hoofdweg pronkt een waterval die zich met vele anderen kan meten qua waterverplaatsing, ligging en schoonheid. Ik geef wel meteen toe, dat de waterval niet makkelijk te fotograferen valt. Er zijn maar een paar veilige standpunten waarmee je het als fotograaf moet doen. Die plekken probeer ik optimaal te benutten, al zal ik in de toekomst ongetwijfeld een standpunt zie waarvan ik mezelf wel voor mijn hoofd kan slaan dat ik het niet ook zag.

Van lokale mensen hoor ik dat de waterval qua vorm vergeleken wordt met de Gullfoss, de gouden waterval. De naam Silfurfoss, “Zilver waterval”, is in dat opzicht logisch, al hebben lokale inwoners het liever over de Huldufoss, wat weer een afgeleide is van het Huldufólk, het “verborgen volk”, en dus wellicht de verborgen waterval.

Een blik op de kaart leert ons dat een kilometer stroomopwaarts nog een waterval ligt. Niemand die de moeite heeft genomen deze waterval een naam te geven, maar in het land van tienduizend watervallen kan er wel eens eentje vergeten worden.

De waterval van verwondering

Bij de Silfurfoss werden we nog vergezeld door een handjevol mensen die ook de moeite hadden genomen deze waterval te bezoeken. De rest van de route lopen we enkel in het gezelschap van elkaar, enkele schapen, die ons van ver weg in de gaten houden, en een paar vogels die onze wandeling muzikaal omlijsten.

Wanneer we de volgende waterval in het oog krijgen zijn we beide even sprakeloos. Het watergeweld, het witte schuimende water dat zich tussen rotsen en basaltkolommen perst, veroorzaakt een enorm geraas. Na de laatste trap buigt het water bijna negentig graden naar links, of vanuit de stroomrichting gezien naar rechts, in een kloof die zo recht is dat hij lijkt uitgegraven door machines.

Zonder iets te zeggen genieten we van dit uitzicht op de waterval die ons beiden sprakeloos maakte. Met elkaar spreken is hier sowieso een slecht idee, want door het hard stromende water kunnen we elkaar nauwelijks verstaan. Zoekend naar de mooiste plek en de beste instellingen, brengen we behoorlijk wat tijd door bij deze waterval, en schiet ik waarschijnlijk teveel foto’s. Maar wat is teveel? Zodra de camera weer plaats mag nemen in de rugzak bedenk ik me dat ik het vervelend vind de waterval naamloos achter te moeten laten en doop hem “Undrunarfoss, De waterval van verwondering.”

Alleen met de natuur

We moeten besluiten wat we gaan doen. Terug naar de camper, of stroomopwaarts zoeken naar andere mooie, rustige en liefst fotogenieke plekjes. Aangezien we hier niemand anders hebben gezien, en we genieten van dit soort momenten is de keuze snel gemaakt. We lopen verder. We lopen langs prachtige lavaformaties, door weelderig groene weiden, en onder een heerlijk zonnetje met een briesje dat een wandeling precies datgene geeft waar we blij van worden.

Een mooiere waterval vinden we onderweg niet meer, maar de groene zacht geërodeerde bergen, de paarse bloemetjes en het blauwe water van de rivier Syðri-Ófæra geven voldoende indrukken en energie om de wandeling als zeer geslaagd te beschrijven.

We wandelen terug naar de camper. En gaan de door omstandigheden uitdagende F208 verder rijden. De route is vooral uitdagend vanwege de kuilen, geulen en ribbels in de weg. Tegenliggers kunnen we van grote afstand herkennen vanwege de enorme stofwolken die met ze meereizen. In mijn spiegels zie ik dat wij deze mede reizigers ook met ons meenemen. Verder is de route tot de verbeeldingsprekend mooi. Je kunt op zowat iedere plek stoppen en een foto nemen van een surrealistisch landschap. De kleuren, de vormen, de geulen. Maar het wordt later op de dag, en de camping lonkt.

Een oase van rust

Niet de camping bij Landmannalaugar zelf, die slaan we over na alle verhalen die ik heb gehoord over de enorme toeloop met campeerders. Je kunt blijkbaar zonder de grond te raken van de ene in de andere camper stappen. Dat is aan ons niet besteed. We rijden een stuk door, en zetten onze camper neer bij Landmannahellir. Een oase van rust, en terwijl wij wegzakken in een diepe slaap, drijven dikke wolken over de camping die zachtjes hun druppels laten vallen op een landschap dat morgen een stuk minder stoffig zal zijn.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Een zandstorm en wasbordwegen

De F208 begint als een asfaltweg, maar gaat al snel over in een gravelweg. In de verte hangt een bijna ondoorzichtig deken van stof. Een beetje wind en veel droogte, en het fijne IJslandse zand kiest het luchtruim. Zo nu en dan ontstaan kleine zandtornado’s. Een prachtig gezicht, maar eigenlijk alleen wanneer je er niet doorheen hoeft te rijden. Het lijkt erop dat wij het grootste deel van de zandstorm aan ons voorbij kunnen laten gaan omdat de weg steeds weg draait van het dichtste deel. Helemaal ontkomen aan de zandstorm lukt niet, maar het wordt nooit gevaarlijk.

Het wegdek is in niet al te beste staat. Op zijn best rijden we over een wasbordenpatroon, maar we moeten ook regelmatig afremmen voor diepe kuilen of juist voor bulten op de weg. Ik heb iets minder aandacht voor de omgeving, maar veel aandacht voor de weg. We rijden voor nu de camping bij Hólaskjól voorbij. We zijn onderweg naar de Eldgjá, “de vuurkloof” met de bijzondere waterval Öfærufoss. Tot 1996 was de waterval extra bijzonder vanwege de natuurlijks stenen brug. Ik had dat graag gezien, maar moet het doen met de foto´s die ik hiervan onder ogen kreeg.

Naar de Eldgjá

We nemen de afslag voor de laatste twee kilometer naar de parkeerplek. In plaats van de rivierdoorsteek die ik hier de eerste keer dat ik hier kwam moest nemen, ligt er nu een voetgangersbrug. De waterstand van de rivier is erg laag, en ik ben bang dat de waterval ook een stuk minder indrukwekkend zal zijn dan voorgaande keren. Het gaat natuurlijk niet enkel om de foto´s, maar ook om de wandeling dus vol goede moed zetten we onze eerste stappen over de brug, gevolgd door de rest van de stappen die nodig zijn om de waterval te gaan bekijken.

Onderweg bewonderen we de mooie lavastenen in verschillende roden tinten, genieten we van de steile wanden, en een berg waarvan de flank bij zonlicht geheel rood kleurt. Zodra we de waterval in het oog krijgen weet ik dat hij ondanks de lage waterstand van de rivier, niets van zijn imposante verschijning heeft ingeleverd. Met verschillende invalshoeken fotografeer ik, terwijl we de waterval naderen, steeds op een andere manier het watergeweld. Dat de lucht begint te betrekken vind ik niet eens zo´n probleem. Een donkere lucht die de waterval aan de bovenzijde flankeert laat het water juist extra wit lijken.

Het laatste stuk van de wandeling gaat over een steil pad naar boven. Dat pad houd op bij een uitkijkpunt waarvandaan je twee trappen van de waterval mooi kunt zien. Ook is het goed te zien hoe het water vorm gegeven heeft aan diverse steenformaties. Na een half uurtje waarin ik me goed fotografisch heb kunnen uitleven op het watergeweld is het tijd om langs het pad weer af te dalen.

Nieuwe impressies

Wanneer we onder aan de waterval staan bedenk ik me dat de lage waterstand wel eens kansen kan bieden. We wandelen naar de oever van de rivier waarin de waterval verder stroomt. Langs de oevers, kun je door de lage waterstand, de kloof waarin het onderste deel van de waterval uitkomt, inlopen. Niet veel later zien we hoe het onderste deel van de waterval, met veel geweld in de rivier stort. Nieuwe fotomomenten, nieuwe impressies.

Tevreden aanvaarden we de terugweg naar de parkeerplaats, en rijden we naar Hólaskjól waar we vannacht zullen kamperen. Eenmaal op de camping, open ik heel even de motorkap. Tevreden gaat die kap snel weer dicht. De beugel heeft het enorme wegengeweld goed doorstaan. We kunnen weer met veel vertrouwen verder gaan met onze reis.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Pech in viervoud

We hebben besloten om op tijd op pad te gaan. Even ontbijten, niet treuzelen en dan naar de Hoffelsjökull. Terwijl ik naar voren loop, valt mijn oog op de achterband die aan de onderkant een beetje vormloos op het gras rust. Lekke band! Enkele krachttermen schieten door mijn hoofd. Wat er verder door mijn hoofd schiet zijn: De reserve band is uit 2003, heeft de garage bij de laatste APK zoals gevraagd de bandenspanning gecontroleerd, we staan op het gras dat is lastig met opkrikken, de krik heb ik nog nooit getest. Is hij qua gewicht berekend op de zware camper. Zomaar wat gedachten die mij in sneltreinvaart in de paniekmodus manoeuvreren.

Tijd voor actie

Even kijk ik moedeloos naar het treurige plat stukje rubber onder aan het wiel. Al snel schakel ik over naar de actie stand. Terwijl Ans op zoek gaat naar planken of stenen die we kunnen gebruiken om de krik stevig neer te zetten, ga ik op zoek naar de krik die natuurlijk ver weg gestopt onder een aantal kisten ligt. Terwijl ik de kisten uitlaad, komt Ans met de eerste stenen en planken aandragen. De krik is er uit, de ondergrond hebben we onder controle, nu nog de reserveband onder de auto uit laten zakken.

Ik pak het benodigde gereedschap, en zie al snel dat het benodigde gereedschap nog uit de pré camper tijd stamt. De bijna één meter lange stang, bedoeld om het reservewiel te laten zakken wordt de pas afgesneden door de vuilwatertank. Moet ik nu de vuilwatertank demonteren om het wiel te kunnen pakken.

Een paar vloeken verder probeer ik met ander gereedschap de constructie los te krijgen en na een paar vruchteloze pogingen, momenten dat ik het wilde opgeven, en wat WD40, krijg ik met behulp van wat alternatieve methoden om gereedschap te gebruiken beweging in de constructie. In totaal beginnen we drie keer met het opkrikken van de auto. De eerste keer begint de plank waarop de krik staat angstvallig te kraken. Bij de tweede poging heeft de krik net te weinig bereik omdat hij alsnog wegzakt in het gras, maar bij de derde poging lukt het om het wiel net hoog genoeg te krijgen om de wielen te verwisselen.  Terwijl ik de krik langzaam terugdraai kijk ik met angst en beven naar het reservewiel. Maar de bandenspanning is prima in orde. Terwijl de camper weer op alle vier de wielen staat draai ik de moeren nog een beetje extra aan, ruimen we de camper weer in, en rijden naar Höfn waar volgens onze gegevens een bandencentrum aanwezig is.

Wat je niet wilt horen

En dit wil je niet horen wanneer je in IJsland in een bandencentrum staat: “Hmm, wat een vreemde maat banden heb jij. Die heb ik nog nooit gezien. Even later zit de goede man achter zijn computer en zoekt heel IJsland af naar een passende band. Zonder succes overigens. En rijden met een 4×4 met verschillende bandenmaten is sterk af te raden. In plaats van één nieuwe band, worden het er vier. Pech in viervoud.

De rest van de dag doen we niet veel meer. De Hoffelsjökull laten we even zitten. We kunnen wel rijden, maar ik wil de gravel of keien wegen vermijden, want geen reserveband, en een band uit 2003 om mee te rijden vragen natuurlijk om weer een lekke band op een onmogelijke plaats.

Enkel op de harde weg

De tweede dag gaan we gewoon op pad. We blijven zoveel mogelijk op het asfalt, en bezoeken als eerste de Skútafoss. Een kleine dubbelle waterval met een unieke uitstraling. Het is eigenlijk een waterval met een tribune en een afdak. De perfecte plek om vandaan te fotograferen waarmee je uit de regen en uit de wind kunt gaan staan. Dat is ook wel nodig, want bij tijden regent het, en de wind laat zich nog steeds van zijn beste kant voelen. Ik ben gelukkig met de omstandigheden, want waar ik voorheen enkel de Skútafoss kende met een saaie grijze achtergrond, zorgen wind, regen en zon voor enkele mooie momenten.

Ook vanaf het dak, want je kunt ook op het afdak gaan staan biedt bijzondere perspectieven. Terwijl ik in de verte kijk naar een grote rotspartij geeft Ans aan dat er verderop nog een waterval ligt. De Innstifoss, die je alleen al vanwege haar mooie naam wilt toevoegen aan bezochte watervallen. Slechts vijfhonderd meter verderop vinden we de Innstifoss die net zo mooi is als haar naam, maar bijzonder lastig is om te fotograferen. Maar ik waag een paar pogingen.

Wanneer we teruglopen verbaas ik mij over diverse bezoekers die hier afdraaien, een paar meter lopen naar de onderste aangelegde waterval, en vervolgens zonder het besef van de schoonheid die stroomopwaarts te vinden is weer vertrekken. Hoe kunnen mensen IJsland zo slecht voorbereid bezoeken?

De reflectie van Eystrahorn

Wij rijden door naar de volgende iconische bergrug, de Eystrahorn. Ik verbaas me enigszins over de drukte, vooral bij de vuurtoren. Het is natuurlijk een mooie vuurtoren. De vuurtoren is zo fel oranje geschilderd, zoals trouwens veel vuurtorens in IJsland, dat je hem ook zou zien wanneer het licht niet ontstoken zou worden. De vuurtoren zelf krijgt geen plaatsje in mijn galerij van foto’s van deze dag. Alle aandacht gaat naar de bergrug met die ik fotografeer met een klein meertje in de voorgrond waardoor Eystrahorn meer is dan een iconische berg, maar onderdeel wordt van een bijzonder landschap.

We vervolgen onze wandeling naar een kleine inham waar het water een mooie reflectie van de Eystrahorn laat verschijnen. Een verschijnsel dat door de harde wind slechts zelden voorkomt, in ieder geval op de momenten dat ik hier ben geweest. Ik versnel mijn pas om op tijd bij de reflectie te kunnen zijn alvorens de wind mijn geluksmoment zal verstoren. De wind wist het al eerder, want in plaats van de wind draait precies in het verlengde van de Eystrahorn een gigantische tourbus het weggetje in. Uit de tourbus komen vervolgens een veertigtal passagiers gestapt die niet enkel mijn gepland fotomoment om zeep helpen, maar ook proberen door platte stenen over het wateroppervlak te laten ketsen, de spiegeling doorbreken.

Mijn geduld wordt zwaar op de proef gesteld, maar net voordat de wind de rol van spelbreker van de bus overneemt kan ik een paar foto’s maken waarover ik enigszins tevreden kan zijn.

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De Mythe van Nykur

Vol energie beginnen we de aan de rit over de Öxipass. Het is lang geleden dat ik hier was, en na vele kilometers asfalt begin ik te twijfelen. Zitten we op de goede weg. Pas wanneer we het asfalt verruilen voor gravel, ben ik er weer van overtuigd dat we goed zitten. Er zit vrijwel geen verkeer op deze pas, en met een zeer rustig tempo rollen we langzaam vooruit. We zijn al over de helft alvorens we onze eerste gehaaste tegenligger ontmoeten. Ik moet dat even laten bezinken. Je kiest bewust voor de “toeristische route”, en gaat dan als een gek zo snel mogelijk over die route racen. Neem dan de hoofdweg, die is bedoeld voor de haastige rijder.

Wij rollen rustig voort, laten haastige mensen voor, laten tegenliggers rustig passeren en we genieten van de route. Waar het kan gaat de camper aan de kant, en ademen we het uitzicht in. De langste stop is bij de Folaldafoss. We wandelen naar de voet van deze waterval en staan hier lange tijd alleen. Pas wanneer we zelf klaar zijn en terug wandelen naar de camper komen we een paar mensen tegen. Ook op de parkeerplaats zijn enkele nieuwe bezoekers aangekomen, maar voordat wij goed en wel klaar zijn om verder te rijden zijn die ook alweer weg.

Bij de Nykurhylsfoss, ook bekend als Sveinsstekksfoss slaan we even af. We zijn hier vaker geweest, maar ik heb nog nooit het bord gezien met daarop een verwijzing naar een wandelroute en een brug. Het is altijd mooi om nieuwe dingen te ontdekken. Ik kan me niet voorstellen dat er in deze stroom alleen deze ene waterval ligt, en na een mooie wandeling krijg ik gelijk. De naamloze bovenliggende waterval heeft de rotsen waartussen hij valt mooi gepolijst. Prachtige vormen, ik mag wel zeggen sculpturen zijn hier door water en tijd ontstaan, en zullen waarschijnlijk ook weer door water en tijd verdwijnen. De natuur creëert, en de natuur breekt af. Het zicht op de waterval zelf is hier wat minder, maar ik verwacht dat we eenmaal over de brug vanaf de andere zijde mooi zicht krijgen op deze naamloze waterval.

De naam Nykurhylsfoss, komt van de mythische waterhengst. Nykur probeerde kinderen en reizigers te verleiden om op zijn rug te klimmen, om vervolgens in het water te rennen en de berijder te verdrinken. Door zijn naam te roepen “Nykur” kon je aan de waterhengst ontsnappen. De naam zou je kunnen vertalen als “Waterval van de poel van Nykur.” Ik vind het niet rechtvaardig dat de hoger gelegen waterval naamloos is, terwijl deze minimaal dezelfde schoonheid en dezelfde uitstraling heeft. Om in de sfeer van de mythe te blijven noem ik hem Nykurgljúfursfoss, “Waterval van de kloof van Nykur.”

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De aantrekkings – kracht – van het water

Ik faal nog steeds in het vroeg naar bed gaan, en zet daarmee de voorzet voor het falen van het vroeg opstaan. Maar het wordt niet echt donker in de nacht. De uren die ik mis in de ochtend haal ik weer ruim in als de avond begint. Terwijl de meeste mensen hun plekje op de camping of in het hotel gevonden hebben ben ik nog onderweg. Ook nu ben ik pas weer laat op pad. Omdat het op de route ligt kan ik het niet laten om even te stoppen bij de Goðafoss.

Mijn mond valt open van verbazing. Het is druk. En niet een beetje druk, maar gewoon vol. Ik loop naar de waterval, en zie dan dat veel van de aanwezigen een stikkertje met nummer op hun kleding hebben. Dit keer lopen er mensen met nummers tussen 20 en 25 rond. Wel handig, dan weten ze bij welke groep ze horen, al zullen enkele alsnog verdwalen of gaan twijfelen. Het pad ligt vol met labeltjes varierend tussen 20 en 25. Ik loop eerst even naar het laagste punt. Ik kijk liever op dan neer op een waterval. Ik sta zelfs graag in de nevel van een waterval, behalve als ik hem wil fotograferen. Dan mag die nevel even de andere kant in afslaan.

Wanneer ik klaar ben aan de voet van de waterval loop ik toch maar even naar het achterste uitkijkpunt. Ik heb een hekel aan die betonnen paden in de natuur. Het haalt toch een deel van de beleving weg.

Dan zie ik een oudere man met een rolstoel, een iets minder oude vrouw met een scootmobiel, en een man die ondersteund wordt door een jonger persoon snap ik dat het voor deze category mensen een zegen moet zijn dat ze niet over een ongelijk zandpad hoeven.

Ik heb nog steeds een hekel aan die betonnen banen, maar voor deze mensen is het een uitkomst.

Een vrouw in een rolstoel met de meest fleurige kleding die ik ooit zag, baant zich voortgedreven door een soort mini scootmobiel door de drukte. De kleuren van haar kleding gaan bijna naadloos over in haar haar. Het is een prachtige verschijning, de vrolijke noot van het gezelschap. Even overweeg ik te vragen of ik een foto mag maken. Ik doe het niet, misschien zou ze het een compliment vinden, maar misschien wil ze ondanks haar kleurrijke uitdossing opgaan in de grijze massa. Ik kijk, ik geniet, maar maak ook geen stiekeme foto. Ik zal me deze verschijning gewoon moeten herinneren.

Van de kleurrijke vrouw ga ik over naar de kleur van het water. Het was me natuurlijk wel eerder opgevallen, maar het water is redelijk blauw van kleur. Dat maakt me weer gelukkig omdat ik verwacht dat de stroomopwaarts gelegen Aldeyjarfoss ook blauw zal zijn.

Bij de Aldeyjarfoss

Dat valt dan weer wat tegen. Het watergeweld is gigantisch, maar de kleur is grijs bruin. En er is ook zoiets als een overdaad aan water. Bij de Aldeyjarfoss is er een ideale hoeveelheid water voor het maken van een foto die alles heeft. Bij de juiste hoeveelheid water in combinatie met de juiste techniek kun je een golfpatroon ontdekken in het uitwaaiende water. Ik geniet nog steeds van de schoonheid van de waterval, want volgens mij is dit de mooiste, of in ieder geval meest tot de verbeelding sprekende waterval. Ik fotografeer, ik observeer en raak in een soort trance van het vallende water. Waarschijnlijk zal iedereen dat wel eens doen, een deel van het water proberen te volgen in de onvermijdelijke weg naar beneden. En dan weer en weer. Mijn advies als je dat doet, ga eerst even zitten, want enige duizeligheid is bij deze manier van kijken onvermijdelijk. Misschien lijkt het meer op een soort beginnende aangeschoten gevoel.

Na de Aldeyjarfoss heb ik nog een waterval die ik dit keer graag ga bekijken.De Hrafnabjargafoss. Even later sta ik op het ideale punt op de waterval te fotograferen. Het zou in ieder geval het ideale punt kunnen zijn, waren het niet dat het vrijwel onmogelijk is een foto te maken zonder nevelspatten op de lens te krijgen. Nou ja, het lukt bijna, en daar moet ik het dan mee doen. Gelukkig is het lang licht, zolang dat ik de tijd vergeet. Als ik bij de camper aankom moet ik nog koken en eten. De dichtstbijzijnde camping is nog een uur rijden. Ik maak de afweging, blijven staan of naar een camping rijden. Ik blijf staan, al heb ik het vermoeden dat ik dat eigenlijk al wist. Ik blijf nog lang de wolken in de gaten houden in de hoop dat het licht nog interessant wordt. Ik kijk op de klok… Misschien morgen. Ik doe de gordijnen dicht en kruip het bed in.

 


Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Dezelfde plek, een ander gevoel

Ik ben dicht bij de afslag naar de Dettifoss. Dat is waarschijnlijk wat iedereen denkt wanneer ze aan het begin van wegnummer 864 staan. Eigenlijk is het de weg langs het mooiste deel van de Jökulsá á Fjöllum, met de watervallen Hafragilsfoss, Dettifoss, en Selfoss, en voor wie hem weet te vinden ook de Rettarfoss.

Wie hem weet te vinden geldt dit keer ook voor mij. Ik weet eigenlijk zeker dat ik de goede afslag heb genomen, maar begin halverwege te twijfelen. Bovendien is de weg erg slecht, en als er een tegenligger komt, zal één van de twee in zijn achteruit ongeveer vier kilometer terug moeten rijden. Ik draai om en rijd zo snel mogelijk uit angst op de terugweg die tegenligger te ontmoeten.

Opgelucht rijd ik verder naar het zuiden richting Hafragilsfoss. De waterval moet het niet hebben van zijn eigen schoonheid, maar het is meer een uitzicht punt vanwaar je de kloof kunt overzien. Bovendien is het hier altijd erg rustig; behalve vandaag.

Twee dames hebben een tafeltje neergezet waarop een gigantische schaal ligt. Ik denk eerst nog dat het studenten zijn, of wellicht geologen, want ze beginnen als gekken met een gigantische hamer op de schaal te rammen. Regelmatig stoppen ze even, voelen met de handen over de schaal, en geven elkaar enthousiast een dubbelle high five. Een stukje verderop staat een auto met daarop de naam van een internetsite. Nieuwsgierig lees ik op de site waarop staat dat door meteorietenstof te versmelten met de gong, deze gong in harmony met het universum komt.

Terwijl je in de wijde omgeving van de Hafragilsfoss gek wordt van het wilde gehamer op een stuk metaal – het lijkt alsof je met een twee pannendeksels hard tegen elkaar slaat – lees ik op hun site: Waar stilte spreekt, “worden deze poorten geboren”. Voor hen zal de stilte wel spreken, want in tegenstelling tot de vele mensen die hier van de natuur komen genieten en worden verjaagd door het oorverdovend kabaal, dragen ze zelf gehoorbescherming.

Ik ben dan ook blij wanneer ze een laatste dubbelle high five geven, en de gong nog een beetje gaan polijsten. Daar heeft niemand last van.

Bij de Dettifoss, onder het kabaal van het neerstortende water kom ik weer helemaal tot rust. Het is natuurlijk een vreemde gewaarwording, dat natuurlijke geluiden zoals het oorverdovende geluid van de Dettifoss, in tegenstelling tot de hamerslagen van daarnet totaal niet storen. Natuurlijk kan ik niet aan de Dettifoss voorbij zonder een paar foto’s te maken. Vandaag kijk ik vooral naar de mensen die zichtbaar onder de indruk, de waterval of fotografisch; in het geheugen, of beide opslaan.

De wandeling naar de Selfoss neem ik er met veel plezier bij. Het pad is niet echt uitnodigend, wat veel mensen afschrikt. In de verte bij de Selfoss zie ik dan ook slechts een handje vol mensen die bij de waterval staan te kijken. Voordat ik aankom lopen ze mij al tegemoet. Wanneer ik bij de waterval aankom, is hij even van mij alleen. En wow, als iemand mij nu zag staan zou hij of zij wellicht denken, “Hij legt de waterval of fotografisch in het geheugen, of beide vast”.

Ik heb de waterval ook nog nooit zo mooi gezien als vandaag. De nevel die de waterval bijna altijd omsluit verdwijnt netjes naar de overkant waardoor ik een vrij en een helder zicht heb. Het kan dan ook niet anders dan dat ik teveel foto’s maak. Maar ik maak niet alleen foto’s. ik kijk, ik geniet en ben verwonderd. Verwonderd om zoveel schoonheid die ik al vaker mocht zien, maar mij nog nooit zo diep onder de indruk bracht. Het is niet enkel de waterval die indruk maakt, het is het totale plaatje.

Ik verlaat de 864 waar ik erin kwam, en ga nog even kijken naar Karl og Kerling, twee rotspilaren langs dezelfde rivier. Eigenlijk ga ik voornamelijk hierheen voor de camping, maar die blijkt enkel toegankelijk voor tenten.

Voor de tweede keer in drie jaar tijd sta ik bij Karl og Kerling en verbaas me over deze twee gigantische pilaren. Heel even laat de zon de omgeving oplichten en zie ik de rode tinten aan de overkant van de rivier. Net genoeg tijd om het vast te leggen. Dan verdwijnt de zon achter de steeds dikker wordende wolken, en verdwijn ik richting een volgende overnachtingsplek.

 


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De ultieme verrassing van Þakgil

Nog even terug bij de Djöflarokk

Nog voor mijn ontbijt ben ik terug bij de Djöflarokk. De regen is gestopt, de lucht is fris en het al weelderige groene mos lijkt nu nog groener. Water stroomt met donderend geraas door de smalle kloof. De kleine watervallen vormen een prachtige voorgrond voor de duivelsrots. Tevreden keer ik terug naar onze hut. Tijdens het ontbijt, zit ik op het puntje van mijn stoel, en met mijn gedachten al bij de volgende wandeling. Het weer ziet er veelbelovend uit, en dan is iedere minuut binnen de beschutting van de muren van je hut, een minuut te veel. [singlepic id=1220 w=800 h=533 float=center]

Tussen zachtgroene velden en bijzondere steenformaties

We gaan snel op pad. Volgens onze informatie moeten we een kleine zijweg nemen van de Kerlingardalsvegur. Er is slechts één kleine rivierdoorwading, maar dat moet voor onze auto geen probleem zijn. Het riviertje blijkt niet al te breed te zijn, maar heeft wel een hoge wal. Ik bekijk het even, en neem het zekere voor het onzekere. Onze auto heeft niet voldoende bodemvrijheid om hier zonder problemen, doorheen te kunnen rijden. Bovendien hoeven we na de rivier nog maar vijfhonderd meter af te leggen tot aan de parkeerplaats. Dat stukje kunnen we ook wel lopen. We parkeren de auto en zoeken een plek waar we via stapstenen naar de overkant van de rivier kunnen stuntelen. We passeren bergen met imposante inkervingen en vreemd gevormde structuren, we wandelen door zachtgroene velden, tussen bergen, met mooie rotsformaties, en komen langzaam maar zeker op steeds grotere hoogten. Mijn ogen zijn nog steeds gericht op een boeiende steenformatie, maar als ik voldoende hoogte heb bereikt ontvouwt zich voor ons, een prachtig uitzicht. Onder ons ligt een uitloper van de Mýrdalsjökull. Terwijl aan de randen de honderden meters dikke ijslaag zich goed laat zien, is de bovenkant helemaal bedekt met een dikke laag as. Het is een bijzondere aanblik, een zwarte gletsjer. Een surreëel geheel. [singlepic id=1222 w=800 h=533 float=center]

Als schaduwen en zonlicht het spel met elkaar aangaan

Een kleine inham biedt ons beschutting tegen de harde wind. Vanuit onze beschutting genieten we van de wolken die voorbijtrekken. Soms weten de wolken het landschap te bedekken met een dikke laag schaduw, om vervolgens de zon even een doorkijkje te gunnen en daarmee het zwart dieper te maken, het blauw volledig te verzadigen, en het groen te laten fluoresceren. [singlepic id=1223 w=800 h=533 float=center] Eerlijk is eerlijk, ik had liever nog even gebleven. Het fenomenale uitzicht werkt op mij als een magneet. Ik betrap er mezelf op dat ik steeds maar weer nieuwe foto’s maak. Het landschap blijft natuurlijk hetzelfde. Het betoverende licht, en de wolken die zich steeds nieuwe vormen laten aanmeten, brengen steeds andere nuances in het landschap aan, en wat als ik nu te snel wegga, en de mooiste creaties mis? [singlepic id=1224 w=800 h=533 float=center]

Wow, wow en nog meer wow

We dalen af, en lopen niet veel later de Remundargil in. Een kronkelpaadje leidt ons door zachtgroene velden, waarin verschillende grote rotsen, -naar beneden gestort van de ons omringende bergen-, hun voorlopige eindbestemmingen gevonden hebben. Langzaam wordt de kloof nauwer, de wanden hoger, steiler, en voelen wij ons bij iedere stap steeds kleiner worden. [singlepic id=1226 w=800 h=533 float=center] Onder de indruk van de kloof, denk ik dat we het mooiste van deze wandeling wel gezien hebben. Ik weet dan nog niet dat ik slechts een paar stappen verwijderd ben van mijn eerste blik op de Remundargilsfoss. Vanaf die blik hoor ik mezelf alleen nog maar wow, wow en wow zeggen. Het is weliswaar nog even wandelen tot aan de voet van de waterval, en hoewel ze zelf niet erg imposant is door haar grootte, is het totale plaatje, de omgeving, de rode rotsen en het groene mos zeker imposant te noemen. Wanneer dan ook de zon zich nog laat zien, en in de nevel een regenboog tevoorschijn tovert weet ik het zeker. De Remundargilsfoss, is de verrassing van Þakgil. [singlepic id=1219 w=800 h=533 float=center] [singlepic id=1221 w=800 h=533 float=center] Met zoveel schoonheid om ons heen duurt een dag altijd veel te kort. We moeten beginnen aan de terugweg, maar als er één ding is wat ik zeker weet, is dat ik hier nog eens terug zal keren. Te veel indrukken om tijdens deze ene wandeling te verwerken. Te veel schoonheid om hiervan slechts herinneringen te bewaren. [singlepic id=1225 w=800 h=533 float=center] [singlepic id=1227 w=800 h=533 float=center] We wandelen terug naar de auto, en rijden niet veel later terug in de richting van de ringweg, waar we nog vaak moeten stoppen vanwege alle uitzichten, rotsformaties en genietmomentjes. [singlepic id=1228 w=800 h=533 float=center]   Mijn publicatie "IJslandse Parels" Mijn nieuwste publicatie over IJsland. Meer dan 100 toplocaties in IJsland die je gezien wilt hebben. Alle locaties zijn voorzien van de coördinaten voor je navigatie!  IJslandse Parels is de perfecte voorbereiding voor je IJslandreis.  Bestel het hier!       Heb je interesse in een fotografiereis? Kijk eens op mijn site voor het actuele aanbod. Klik Hier Al mijn IJslandreizen zijn een samenwerking met:
IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Langs de Oostfjorden

De dagen in IJsland worden al snel korter. De winter is in aantocht en snoept iedere dag enkele minuten weg van de dag, en schenkt ze aan de nacht. Als het bewolkt is, of de kans op noorderlicht minimaal liggen we voor onze begrippen vroeg op bed. In het donker zitten we dan al aan het ontbijt, en bij het eerste daglicht zijn we weer op pad.

We willen als eerste naar de tot de verbeelding sprekende Vestrahorn rijden. Bij de afslag naar deze prachtig gelegen bergrug blijft mijn richtingaanwijzer uit, en houd ik het stuur recht. De bewolking hangt zo laag dat het weinig zin heeft hier af te slaan. De plannen die je maakt voor een rondreis in IJsland dienen alleen als richtlijn. Je weet van tevoren dat je niet alles gaat halen. Of je komt op een plek waar het zo mooi is dat je onbewust veel langer blijft dan je had gedacht, of je regent op diezelfde plek weg, en staat al vroeg in de middag bij je volgende accommodatie.

De oostfjorden van IJsland

De Vestrahorn zal voor een andere keer zijn. We rijden de tunnel in, en verlaten daarmee de zuidkust van IJsland en rijden naar de Oostfjorden. Een mooi maar door velen enorm ondergewaardeerd stuk IJsland. Komende vanaf de spectaculaire zuidkust, rijdend op de doorgaande weg valt er niet veel te beleven in dit deel van IJsland. Geen spectaculaire watervallen en geen gletsjers. De meeste reisgidsen gebruiken de Oostfjorden enkel als doorvoer van zuid naar noord. Jammer, want er is veel te zien en te beleven.

Onlangs kreeg ik nog een tip van een mooi stukje IJsland op slechts een paar kilometer voorbij de tunnel waar we zojuist doorheen reden. Als je weet waar je moet kijken is de Skutafoss, de waterval van de tip makkelijk vanaf de hoofdweg te zien. Een paar honderd meter met de auto, en dan nog een paar honderd meter te voet is alles wat nodig is om de waterval aan te kunnen raken.

[singlepic id=1068 w=750 h=501 float=center]

Als wij er aankomen regent het een beetje. We wachten de ergste regen even af, en beginnen dat aan die laatste drie of vierhonderd meter. Niet zichtbaar vanaf de weg is een door de natuur gevormd afdak waaronder je prima kunt schuilen. Thuis had ik al op de kaart gekeken en plannen gemaakt om de rivier voorbij de waterval nog een stuk stroomopwaarts te volgen. Die plannen moet/wil ik vanwege de regen bijstellen. De waterval op zich is al een traktatie, en verder lopen door het zompige veen is niet erg uitnodigend.

Een nat pak is een kwestie van minuten

Als we teruglopen naar de auto wakkert de wind even aan, en komt de regen plots met bakken uit de hemel. Mijn broek, die waterafstotend maar niet waterdicht is kan al dat water en windgeweld niet aan zodat ik even later voor de eerste keer deze dag, nattigheid voel. Ans is beter tegen dit watergeweld opgewassen. Het hemelwater rolt zo van haar broek af.

In de auto gaat al snel de verwarming naar de hoogste stand, net zoals de stoelverwarming.  Met het langzaam opdrogen van mijn broek komt mijn humeur ook weer in de betere zone. Dat de wolken steeds meer plaats maken voor een stukje blauwe lucht werkt ook mee.

We stoppen bij een plek die ik ooit heb leren kennen als Hlaupgeiri al ben ik er nooit achter gekomen of deze naam wel klopt. Het is één van de plaatsen waar ik graag stop en die hoewel niet spectaculair, voor mij een stukje van de charme van de oost fjordenkust betekend. Een pilaar staand op de grens van eb en vloed en die bij storm of springvloed wordt geteisterd door hevige golfslag.

[singlepic id=1069 w=750 h=501 float=center]

Tussen eb en vloed

De golven slaan zo nu en dan woest tegen de pilaar en waaieren breed uit over het pekzwarte strand. Als we naar beneden lopen trek ik, wijs geworden van mijn ervaring bij de Skutafoss mijn regenbroek aan. Ik loop even over het strand om “de” positie in te nemen vanwaar ik verwacht “mijn foto” te kunnen maken. Dat is, hoe kan het ook anders iets voorbij de grens van eb en vloed. Ik wacht op de perfecte golf. Die moet dan zowel tegen de pilaar aan slaan, als een mooi wit spoor over het strand trekken. Soms heb ik mijn “perfecte plaatje” bijna gemaakt als blijkt dat mijn statief, tijdens de opname, iets is verzakt in het zwarte zand doordat het water net iets hoger kwam dan ik had verwacht. Mijn concentratie, of beter gezegd fixatie neemt toe. Nauwkeurig observeer ik de golven, tel af tot het moment van impact en druk af als ik denk dat dit het juiste moment is. Door mijn concentratie op de pilaar vergeet ik even dat er ook golven achter mij het strand oprollen. Het is dan ook onvermijdelijk dat ik even later vergeefs probeer weg te rennen van het water dat mij allang in zijn greep heeft. Gretig neemt het water alle open ruimte in mijn schoenen in. Als het water weer terugtrekt naar de zee, of simpelweg wegzakt in het zwarte strand is het kwaad geschiet. Met een klotsend geluid bij iedere stap die ik zet ga ik eigenwijs en koppig terug naar de grens tussen eb en vloed. Een paar natte voeten en schoenen is blijkbaar de prijs die ik moet betalen voor het “perfecte plaatje”.

[singlepic id=1070 w=750 h=501 float=center]

Onderweg naar “The Middle of Nowhere”

Als ik denk dat het perfecte plaatje is geschoten, en er weer donkere wolken voor de zon schuiven wordt het tijd om terug naar de auto te lopen. Een klein watervalletje dat hier van een steile klif stroomt vormt nog een mooie voorgrond voor de dreigende luchten die nu de hemel domineren.

Onderweg naar onze volgende accommodatie, Ásgeirsstaðir, niet ver van de stad Egilstaðir stoppen we tussen twee buien door nog even bij fossardalur. Een mooie waterval die vanaf de doorgaande weg niet zichtbaar en daardoor weinig populair is. De reizigers moesten eens weten wat hier op slechts een kleine 200 meter van de doorgaande weg ligt.

Nog net voor het donker, komen we aan bij Ásgeirsstaðir, onze bungalow voor de komende twee nachten. Het ligt een paar kilometer ten oosten van Egilstaðir op een plek die je zo zou kunnen omschrijven als “the middle of nowhere”. Het is voor ons een mooie uitvalsbasis voor de wandeling van morgen, waar ik me al een paar weken enorm op verheug…

[singlepic id=1071 w=750 h=501 float=center]

Weer samen

 

Vandaag staat er niets in de planning. Een goede dag om wat achterstallig werk weg te werken. Ik hoef pas om 12:00 uur mijn kamer in hotel Eyafjallajökull te verlaten. Hoewel het mooi weer is neem ik rustig de tijd voor een ontbijt, en ga dan terug naar mijn hotelkamer om te werken aan mijn blog. Het geeft veel voldoening als ik mijn blog teksten een beetje dichter bij de actualiteit kan brengen.

Rond 12:00 uur verlaat ik het hotel en rijd eerst maar eens richting Gluggafoss. Een waterval waar ik al vaker was, maar waar ik nu op slechts 10 kilometer afstand van heb overnacht. Bovendien zijn er een paar wegen die ik eens wil afrijden om te kijken of ik zo nog bij nieuwe dingen uit kan komen.

[singlepic id=1002 w=501 h=750 float=center]

Ik sta een tijdje stil bij de Gluggafoss, maar kan geen vernieuwende standpunten ontdekken die de waterval interessanter maken. Maar het weer is mooi, het licht is goed, en er komt een grote hoeveelheid water van de waterval naar beneden.

[singlepic id=1001 w=750 h=501 float=center]

Als ik fotografisch gezien uitgekeken ben op het moment vervolg ik de weg, op zoek naar nieuwe uitdagingen. Helaas, ik zit te laat in het seizoen, en daar waar het interessant wordt is de weg afgesloten. Ik kan niet anders dan omdraaien en dezelfde weg terugrijden.

Nog een kleine 24 uur

Morgen komt Ans naar IJsland, en kunnen we beginnen aan onze vakantie. In Hvolsvöllur zoek ik op het internet naar een geschikte accommodatie voor de komende drie nachten.  Op booking.com vind ik al snel een bungalow, in de omgeving van Selfoss die me heel geschikt lijkt. De bungalow is van alle gemakken voorzien, en heeft bovendien een hotpot. Goed voor mijn gekwelde rug natuurlijk, maar ook fijn om onze eerste avond buiten onder de sterrenhemel samen door te kunnen brengen.

Het is nog vroeg in de avond, maar toch al bijna donker als ik aankom op Kiðjaberg waar de bungalow ligt. Door wat miscommunicatie en de afwezigheid van de receptioniste sta ik iets langer achter de slagboom dan gepland, en zoek ik daarna tevergeefs naar mijn bungalow. Beide wordt opgelost door een kort telefoontje, en zo kijk ik niet veel later om me heen in mijn mooie iets te warm gestookte bungalow.

Ik maak het huis mijn thuis en vind mezelf niet veel later voor de eerste keer in de hotpot. De warmte is heerlijk, en het scheelt weinig of ik val in de hotpot in slaap. Voordat mijn ogen voor deze nacht definitief dichtvallen, weet ik gelukkig mijn bed nog te vinden.

Weer samen

Als ik wakker word is het weer omgeslagen. De regen valt met bakken uit de hemel, en de wind zweept een en ander nog flink aan. Ik gebruik de ochtend om alvast delen voor mijn boek te schrijven, dat wil zeggen om aantekeningen uit te werken. Rond 13:00 uur vertrek ik richting Keflavík. Daar moet ik de auto inleveren, en kan ik meteen een andere auto ophalen. We zitten alweer twee en een halve week verder richting de winter, dus krijg ik eenzelfde type auto, maar nu voorzien van winterbanden en spikes. Wel zo veilig.

Om 15:00 uur sta ik in de aankomsthal. Het vliegtuig is nog niet geland, en bij de balie van Hertz is het nog rustig. Mijn volgende auto is snel geregeld, en op de borden zie ik dat het vliegtuig met daarin Ans ondertussen is geland. Al snel krijg ik via Whatsapp een berichtje van Ans. Ze mogen het vliegtuig nog niet verlaten vanwege de harde wind. Als ik dan toch extra tijd heb kan ik net zo goed de auto alvast gaan inspecteren.

Het zal een snelle inspectie worden, want de wind raast over het vliegveld, en de regen striemt in mijn gezicht. Ik maak een snel rondje om de auto, en vind geen enkele schade die nog niet door Hertz is ontdekt. Ik zet mijn spullen in de kofferbak van de auto, en met de wind nu in de rug ben ik in no time terug in de aankomsthal. Ik heb me gehaast, want ik wil het moment natuurlijk niet missen dat de deuren van de aankomsthal openschuiven en Ans daar doorheen gelopen komt. Keer op keer schuiven de deuren open, en steeds weer lopen mensen door de deuropening, maar geen Ans te zien. Ik krijg weer een Whatsappje. Het kan nog wel even duren. De wind… Weer wordt mijn geduld in IJsland op de proef gesteld. Het is natuurlijk niet leuk om zo lang te moeten wachten, maar hier is moeder natuur aan het woord, en als moeder natuur spreekt, dan kun je alleen maar luisteren, en dit geval wachten.

De tijd doden

Als tijdverdrijf observeer ik de mensen die aankomen. Families die worden herenigd zijn het leukst, vooral als er kleine kinderen bij betrokken zijn. Zo zie ik diverse kleine kinderen papa of mama om de nek vliegen. Iets oudere kinderen die worden herenigd geven een wat afstandelijker kusje, en vragen meteen of papa of mama een cadeautje meegenomen hebben. Jonge stelletjes die worden herenigd zijn ook mooi om te zien. Die vliegen elkaar om de nek, zoenen elkaar hartstochtelijk, en houden elkaar vast alsof ze elkaar nooit meer los zullen laten.

Soms ook ontstaat er een heuse file van mensen. Dan gaan de schuifdeuren open en lopen de mensen elkaar achterna. Als dan de voorste niet meer verder kan stagneert de rij. De schuifdeuren gaan dan met enige regelmaat nutteloos open en dicht zonder dat er nog iemand doorloopt. Dit gaat dan zo door totdat er één uit de rij ontsnapt en een andere kant in loopt. Dan volgen er meer, en stroomt er plots veel volk de aankomsthal in.

Uiteindelijk komt Ans twee uur later dan gepland door de openschuivende deuren aangelopen. Even lijken wij ook op de jonge stelletjes die herenigd worden. Na twee en een halve week alleen telefonisch contact en Whatsapp voelt het heerlijk haar weer vast te kunnen houden en in de ogen te kunnen kijken. De storm is ondertussen grotendeels gaan liggen. We plaatsen de bagage van Ans in de auto en laten het vliegveld al snel achter ons.

Als we aankomen bij het huisje is het inmiddels aardedonker. De nacht is helder en vol met sterren. Het duurt dan ook niet lang, of we liggen samen dicht tegen elkaar in de hotpot en kijken naar de twinkelende sterren hoog boven ons aan het firmament.