Menu Sluiten

Meer Snæfellsnes gesnuffel

To go where no man has gone before. Of in ieder geval deze man. Hoe vaak heb ik niet rondgelopen bij het kleine zwarte kerkje, “Búðakirkja.“ Het kerkje heb ik van alle kanten gefotografeerd. In zijn geheel, gedeeltelijk, half verscholen tussen lavastenen, achter hoog gras, en ik wandelde ook naar het strand, maar steeds keek ik ook naar Búðaklettur. Ik liep er nooit naar toe. Vandaag is de dag, ik trek mijn wandelschoenen aan, doe mijn regenjas aan en zet mijn eerste stappen. Na een aantal van die eerste stappen begint het zachtjes te regenen. Te zachtjes om me van mijn voornemen af te halen. Mijn gedachten beginnen al te malen, en zeggen tegen mij “hier ga je nog spijt van krijgen”.

Ik stap stevig door en na tien minuten stopt de regen die me zowel fysiek als mentaal nauwelijks heeft geraakt. Vanaf het kerkje ziet Búðaklettur er uit als een perfecte ronde bol die als een berg het landschap domineert. Misschien zou je niet eens beseffen dat deze ronde bol verantwoordelijk is voor het lavaveld dat hier 8000 jaar geleden ontstond.

Langzaam kom ik dichter bij de Búðaklettur. Eenmaal aan de voet van de berg besluit ik er ook maar omheen te lopen. Want fotografisch heb ik nog niet iets bijzonders kunnen vinden. Dat veranderd zodra ik aan de andere kant van de bol sta, want hier is de bol hol. Vanaf hier zie je duidelijk de krater. Een pad brengt me langzaam naar boven en geeft uitzicht op de Snæfellsjökull. Het is jammer, maar tegelijkertijd ook fijn dat zowat niemand de moeite neemt deze route te wandelen. Een gemis voor diegene die enkel voor het zwarte kerkje komen.

Een andere plek waar ik steeds weiger te stoppen is Djúpalónssandur. Een plek die vooral beroemd is vanwege een scheepswrak. Stel je daar niet te veel van voor. Het zijn enkel onherkenbaar stukken verroest metaal waaruit je zelfs met veel fantasie geen scheepswrak kunt halen. Het wordt pas boeiend wanneer je de moeite neemt het bijbehorende informatiebord te lezen. Een scheepsramp waarbij op 13 maart 1948, 14 bemanningsleden om het leven kwamen.

Ik loop met respect rondom de wrakstukken heen. In de branding staat de rots Kerling, een hoge pilaar waar mijn oog direct opvalt. Het is alsof de rest van de kust, het kiezelstrand en de mensen rondom me heen verdwijnen. Die pilaar, daar moet ik heen.

Even later zit ik op een rots en ben bezig met het maken van foto na foto, zoekend naar de juiste golf, de juiste compositie en de perfect bijbehorende sluitertijd om de perfecte foto te maken. Nou ja, perfectie bestaat niet. Maar het beste uit de situatie halen blijft altijd een optie. Het wachten is vooral op die ene brekende golf die op het juiste punt in mijn compositie moet verschijnen. De ene keer is de positie juist, maar breekt hij met veel schuim, de andere keer breekt hij mooi, maar past hij niet binnen de compositie. Geduld is hier een schone zaak. Wachtend op die ene perfecte golf zie ik mensen komen en zie ik mensen gaan. Ik kan me een beetje voorstellen wat ze denken over die zonderlinge fotograaf, zittend op de kiezels van het strand, kijkend door de camera. Ik hoor ze bijna denken, “die spoort niet”.

Maar voor mij is “The fool on the beach”, The fool on the hill.

But the fool on the hill,
Sees the sun going down.
And the eyes in his head
See the world spinning ‘round.

Het begint al wat later te worden. De wandeling naar Dritvik laat ik voor vandaag even zitten. Ik rijd door naar Hellissandur. Het is ook wel eens fijn om wat vroeg op de camping te staan.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Snuffelen op Snæfellsnes

Omdat ik wat afspraken heb lopen rondom mijn expositie wil ik niet het hele land doorkruisen. Een mooie gelegenheid om Snæfellsnes dit keer niet in één dag te doen, maar gewoon de tijd te nemen. Ik ga op zoek naar rust, ruimte, plekken die ik al lang niet meer heb gezien, of door het grote publiek nog niet echt ontdekt zijn.

Hítardalur is zo´n plek. Rust, ruimte en nog niet echt ontdekt. Het gaat mij vooral om de rode kleuren in het gesteente die zo mooi afsteken tegen het groene mos. Het moet bijna vijfentwintig jaar geleden zijn geweest dat ik hier zelf was.

Het mooie aan IJsland is dat je vaak de goede verkeerde afslag neemt. Ook nu kan ik kiezen tussen links en rechts. De weg loopt dood bij een oude vervallen boerderij, die toch nog bewoond wordt. Maar de vervallen schuur met oude hooibalen ervoor is een prachtig onderwerp, en de goede verkeerde afslag heeft een mooi fotomoment opgeleverd. Ik rijd een paar kilometer terug en neem alsnog de afslag die ik had moeten nemen.

Het landschap waar ik doorheen rijd is verrassend mooi, maar het licht verrassend saai. Het landschap blijft boeien, en ik rijd er zo rustig als ik wil doorheen. Ik ben alleen op de wereld. Ik kan midden op de weg stoppen, kijken zolang ik wil, en ook al neem ik geen, of bijna geen foto´s ik geniet volop.

Wanneer ik aan het einde ben van deze route, is het weer zover omgeslagen dat een wandeling er niet inzit. Ik ben ver van de bewoonde wereld, en vind zelf dat ik hier best mag overnachten. Misschien is het licht morgenvroeg beter en heb ik meer fotomomenten. Ik sluit de camper, de gordijnen, mijn ogen en de dag.

Terug naar de hoofdweg

Het rustgevende geluid van wind, regen en hagel, het ongelijkmatige deinen van de camper heeft mijn nachtrust goed gedaan. Buiten de natuurgeluiden heb ik niets gehoord. De rest natuurlijk alleen in de korte momenten dat ik wakker werd, waarna ik weer heerlijk in slaap werd gewiegd.

De terugweg heeft bijna net zo´n slecht weer als de heenweg. Ik moet het houden bij korte fotomomenten en het voornemen hier terug te komen zodra het weer beter wordt. Aan de hoofdweg twijfel ik even. Links of rechts. Het wordt rechts, verder Snæfellsnes op. De wind, regen en hagel die mij een goede nachtrust gaven geven me nu hoofdbrekens. Heeft het zin om verder te rijden. Een goed alternatief is af te slaan bij Gerðuberg. Wachten op mooi licht onder het genot van een kop koffie en mijn opengeslagen laptop. Het mooie licht laat op zich wachten, en aan het einde van de dag moet ik mij gewonnen geven. Ik rijd een paar kilometer terug naar de camping bij Snorrastaðir.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Een mini ontdekkingsreis

Wanneer ik uit Vopnafjórður wegrijd is dat nog bijna in de volle zon. Ik ben onderweg naar het schiereiland Melrakkaslétta, kortweg ook Slétta genoemd. Het is een van de uithoeken van IJsland waar bijna niemand woont, en waarvoor de reiziger geen tijd wil vrijmaken. Omdat het nu op de route ligt, bezoek ik eerst de Heimskautsagerðid beter bekend als de Arctichenge bij Raufarhöfn. Wanneer je in de omgeving bent is het een mooie plek om even de benen te strekken. Als fotograaf vind ik het jammer dat er een paar bankjes omheen geplaatst zijn en het pad er naartoe voorzien is van verlichting. Hiermee wordt volgens mij het doel, iets wat is geïnspireerd op Stonehenge, toch wat minder authentiek, zover je van authenticiteit kunt spreken. Ik denk wel dat in de donkere dagen, en zodra het klaar is het een sfeervolle plek zal zijn waarbij de verlichting wel past.

Deze uithoek van IJsland heb ik gekozen om een bezoek te brengen aan Rauðinúpur. De vorige keer dat ik in deze omgeving was heb ik bewust gekozen hier niet heen te gaan. Het weer was niet uitnodigend, en de alternatieven klonken toen beter. Nu kan ik het niet laten om toch te gaan kijken naar deze twee staken, Sölvanöf en Karl. Ik heb even ruzie met mijn navigatie, maar dat los ik op door te kiezen voor kortste in plaats van snelste route. Van 77 naar 42 kilometer. Ik verruil hiervoor wel het asfalt voor gravel, maar de lege uitgestrektheid van het landschap trekt mij. Ik geniet van de rit waarbij het uitzicht wisselt tussen leegte en nog meer leegte. Heel af en toe zie ik in de verte en oude verlaten boerderij. Op zich een mooi onderwerp om me ooit fotografisch in te verdiepen, maar dat mag een andere fotograaf op zich nemen.

Ik ben bijna bij mijn bestemming wanneer ik op enige afstand een poort zie met een verbodsbordje waarvan ik op afstand nog niet kan lezen wat er op staat. Gelukkig is de poort niet gesloten, en het bordje geeft aan dat je niet harder wordt geacht te rijden dan 15 kilometer per uur. Daar kan ik me wel in vinden.

Wanneer ik uitstap om de poort te openen hoor ik als eerste het gekrijs van noordse sternen. Op enige hoogte hangen ze klaar om aan te vallen zodra ik te dicht bij hun nest kom. Deze Stern is de eerste van velen. Het wemelt hier van de sternen, en ik probeer er een sport van te maken ze in de aanval vast te leggen. Dat lukt niet altijd, want die beesten zijn razendsnel. Ik denk dat ik wel kan stellen “razend en snel”.

De weg loopt dood bij een boerderij en een parkeerplek. In de verte zie ik de pilaren al staan, en gretig als ik ben om ze te fotograferen zet ik er flink, zover het pad het toelaat, de pas er in.

Door de route verdwijnen de pilaren uit beeld, maar ik kan me eenvoudig richten op de oranje vuurtoren. Die zal vast op het uiterste puntje staan, het puntje waarvandaan ik als het goed is de rode pilaren kan zien staan.

Zodra de eerste pilaar in zicht komt kijk ik even verbaasd naar de bewoners van de eerste pilaar. Tientallen of misschien wel honderdtallen Jan-van-Genten zijn de bewoners op de top. En dan te bedenken dat ik vanmorgen nog met een beetje pijn in het hart de route naar de kolonie op het schiereiland Langanes vanwege het weer heb overgeslagen. De Jan-van-Genten lopen niet weg, dus ik begin met het maken van foto’s van de pilaren. Ik kijk naar de zijde waar de pilaar rood zou moeten zijn, maar die zijde is helemaal wit. Ik moet even goed kijken, maar onder aan de pilaar nestelen enkel honderden alken. En eerlijk gezegd, denk ik dat het witte van de pilaar mooier is dan het rode zou zijn geweest.

Dan wordt het toch even tijd voor de telelens om de Jan-van-Genten wat dichter bij te halen. In volle vlucht is wat lastig, daarvoor zitten ze te ver weg, en dat vind ik geen foto waard. Maar zoveel bij elkaar heeft toch wel wat.

Wanneer ik denk dat ik het wel gezien heb, kijk ik naar de vuurtoren. Oké, ze zijn bijzonder, en knalgeel, maar zo heb ik er al velen gezien. Toch loop ik er even dichter naar toe, al is het maar om vanaf hier ook de rotsen te fotograferen. Dan komt er weer een verrassing. Ongeveer tien meter onder mij zitten tientallen Papegaaiduikers. Ook Borgarfjörður Eystri heb ik overgelagen. Een te grote omweg voor iemand die zich geen vogelaar of vogelfotograaf wil noemen. Ik vind een vogelfoto pas geslaagd wanneer er iets bijzonders gebeurt. Ik zie dergelijke foto´s regelmatig, en daar kan ik echt van genieten, maar dat zijn meestal foto´s van fotografen die zich hebben verdiept in de vogelfotografie en het hebben van een enorme dosis geduld. En zelfs die vogelfotografen zijn volgens mij al blij als één op de duizend foto´s het niveau van illustratie voor een biologieboek ontstijgt. Niets dan respect voor deze fotografen die zo op kunnen gaan in hun passie, maar het is niet mijn passie.

Maar om dan hier op een onverwacht moment de papegaaiduikers te ontdekken maakt mij dan toch weer blij. Uiteraard maak ik weer teveel foto´s, maar geen duizend. Die bijzondere foto heb ik dan ook niet gemaakt.

Ik wandel weer terug naar de parkeerplaats die inmiddels redelijk vol begint te raken.Dat ligt niet aan het aantal wagens dat een plekje zoekt, maar heeft meer te maken met het formaat camper waarmee sommige mensen willen reizen. Ik geef het meteen toe, met die campers kom je op plekken waar ik toch eerst even achter mijn oren zou krabben. Maar het beperkt je tegelijkertijd ook om te komen op plekken waar ik wel kan komen. Gewoon omdat ze te groot en te zwaar zijn. Ik geloof dat het twee jaar geleden is dat een duitse reiziger met zo´n bakbeest drie dagen heeft moeten graven om zijn camper weer vlot te krijgen.

Tot opluchting -denk ik- van een van de chaufeurs verlaat ik de parkeerplek, en maak zo net voldoende ruimte voor een kolosale camper.

Voordat ik naar een camping ga zoeken heb ik nog één plekje voor mezelf tegoed. Vorige keer dat ik hier was, waren de lichtomstandigheden voor fotografie bedroevend. Met veel kunst en vliegwerk maakte ik toen nog een redelijke foto van enkel bijzondere rotsen bij Kópasker beach. Het licht is nu een stuk vriendelijker. Na een half uur houd ik dit stuk strand voor gezien. Terwijl de vorige keer de lichtomstandigheden bedroevend waren, was ik blijer met de uiteindelijke resultaten. Een bijna blauwe lucht is mooi voor de ansichtkaarten, maar niet voor boeiende foto‘s.

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Alleen, maar niet eenzaam

Onderweg naar IJsland – 2026

De tijd verstrijkt langzaam. Ik doe een spelletje op mijn telefoon, kijk een gedownloade Netflix-film, en geef toe aan de slaap waar ik blijkbaar al lang aan toe was. Komt het door het zachtjes wiegen van de boot, de warmte in mijn hut, de verveling die me loom maakt? Of gewoon de suikerinname, want de verveling laat me steeds weer een nieuwe toffee pakken. Erg zoet en erg zacht. Zodra de toffee op mijn tong ligt, valt hij uiteen in zachte chocolade die de karamel omhult. De karamel en de chocolade bieden mijn smaakpapillen een paar seconden overwerk waarna ze bijna vloeibaar in mijn slokdarm verdwijnen. Mijn smaakpapillen komen meteen in een staat van opperste verwarring en vragen zich af waar die sensatie van net gebleven is. Mijn onderbewustzijn helpt door een volgende toffee op mijn tong te leggen, mijn lichaam in verwarring brengend over een weeïg gevoel dat zich meester van mij maakt en aangeeft dat het wel genoeg is geweest.

Steeds wanneer ik mijn hut binnenloop, voelt het even fris. Die frisheid is relatief. Het is slechts frisser dan op de gang. Na een tijdje voelt die frisheid drukkend en kan ik niet anders dan de hut verlaten en een wandelingetje maken door de lange gang met blauwe vloerbedekking en veel deuren. Allemaal hutten met mensen die ieder hun eigen verhaal hebben. De vierpersoons hutten, het zijn verblijven voor een paar dagen, toch prijs ik mezelf gelukkig dat ik zo’n hut voor mezelf heb. De bovenste stapelbedden zitten opgeklapt tegen de wand waardoor je toch een beetje de illusie van ruimte hebt. Een klein bureautje met een krukje en een klein tafeltje tussen de onderste bedden. Een douche en een toilet, allemaal functioneel, misschien zelfs enigszins knus. Een poster van een gele dwergstrandloper is de enige versiering in de kamer.

Ik loop over de gang en ga van de zevende naar de vijfde verdieping. Er is een winkeltje met te dure spullen en wat souvenirs, maar ook toffees. Langs het winkeltje een aantal tafeltjes met wat luxere stoelen. Hoewel ze plaats bieden aan vier of meer personen lijken ze stuk voor stuk geclaimd door enkelingen, en soms een duo. Tassen worden gebruikt om het territorium af te bakenen. Soms ligt een enkeling door het ontbreken van een tas breeduit over een bank om het territorium te claimen. Twee mannen zitten breed uit op de banken, met twee aangebroken sixpacks tussen hen in om aan te geven dat dit hun hoekje is. De twee sixpacks geven duidelijk aan dat dit duo geen prijs stelt op een extra passagier. Niet dat ik hun dronkenmansgelul zou willen aanhoren. De nutteloze bandana om hun hoofd moet naast de sixpack waarschijnlijk een soort verbondenheid aangeven, al zal ik nooit begrijpen waarom iemand in een binnenruimte een bandana of petje zou willen dragen. Het zal wel iets te maken hebben met het imago dat ze hiermee denken uit te stralen.

Een stukje verderop loop ik een van de restaurants van het schip binnen. Een dertigtal, misschien wel een veertigtal mensen vult de tafeltjes. Een enkel stel heeft een stok kaarten bij zich en speelt in stilte, sommigen lezen een boek, maar de meesten zitten verdiept in hun mobiele telefoon. Het mooiste zijn de stellen waarvan één verdiept is in de telefoon, en de partner apathisch naar buiten kijkt naar de klotsende zee en de voorbijdrijvende wolken. Buitenom wandel ik naar de Laterna Magica-bar. Van buiten zie ik eigenlijk hetzelfde tafereel: mensen die verveeld en apathisch naar buiten kijken.

Ik loop de bar binnen. In de hoek van de ruimte op een te klein podium zit een muzikant zijn zuiverste noten te zingen. Noten die hij begeleidt met zijn gitaar. Eerlijk gezegd, het klinkt best goed, maar voor de aanwezigen niet genoeg om ook maar enige aandacht te krijgen. Ook in deze bar is iedereen druk bezig met niets doen. Blik op leeg. Als ik binnen kom, is er niet één hoofd dat even in mijn richting beweegt. Ik kijk altijd rond wanneer ik ergens binnen kom, kijkend of er een moment van oogcontact volgt, maar hier gebeurt helemaal niets. De barman die bezig is de bar te poetsen kijkt even op, knikt vriendelijk en gaat verder met poetsen. De bovenzijde van de bar is versierd met afbeeldingen van oude Faeröerse postzegels, ik neem de afbeeldingen in mij op en denk aan de IJslandse postzegels waarmee ik thuis bezig ben.

Ik kijk nog even naar het tafereel van de afwezige aanwezigen. Het voelt eenzaam, en ik besluit terug te gaan naar mijn hut waar ik net zoveel gezelschap heb als hier, tussen de mensen. Alleen in de hut voel ik me niet eenzaam, slechts alleen. En dat is prima.

 

Litli Hrútur eruptie op IJsland juli 2023

Al sinds 23 januari 1973 was het een wens van mij een uitbarsting live te mogen meemaken. Ik was toen 9 jaar oud, en zag de beelden van de Eldfell op de Westmaneilanden, waar grote lavafonteinen over een lengte van 1600 meter uit de aarde spuwden.

Terwijl ik aan het werken was aan een nieuw boekproject, dat verband houdt met IJsland, bereikte mij het nieuws dat een nieuwe uitbarsting van een vulkaan aanstaande was. Ik hield het nieuws natuurlijk nauwlettend in de gaten.

Ik was in het Noordwesten van IJsland, toen de lava begon te stromen. Diezelfde dag reed ik naar het zuiden met het plan om nog dezelfde nacht naar de uitbarsting te wandelen. Vlak voor Reykjavik kreeg ik bericht dat in verband met giftige gassen de eruptie site voor iedereen was gesloten. Het was rond middernacht. Een goede tijd om een plaats voor de nacht te zoeken.

De volgende dag was de site nog steeds gesloten. Om goed voorbereid te zijn kocht ik alvast een gasmasker met een ABEK filter. De minimale vereisten om onder deze omstandigheden bij de nieuwe krater te mogen zijn, en een vergunning hiervoor te krijgen.

De eruptiesite gaat weer open

Op het moment dat het nieuws mij bereikte dat de eruptie site weer openging was ik vlak bij de site in het plaatsje Grindavík. Ik was dan ook snel ter plaatse en kon beginnen aan de 9 kilometer wandeling naar de eruptie site. Twee uur later stond ik oog in oog met de krater. Oog in oog is misschien wat te voorbarig. Van de krater was niets te zien. Door het smeulende mos was van zowel de krater als de lava fonteinen niets te zien.

Soms speelde de wind even mee en werd de rook naar beneden geblazen waardoor een glimp van de krater zichtbaar was. Mijn droombeeld? Nee! Een bijzondere sfeer? Jazeker.

Na enkele uren besloot ik dat het tijd was om terug te gaan naar de camper. “Morgen een rustdag, en overmorgen weer”, dacht ik bij mezelf.

Een nachtelijke ontmoeting

Het is laat in de nacht, of vroeg in de ochtend. Het is maar hoe je het bekijkt, als ik de camper even verlaat. Er komen nog steeds mensen teruglopen van de nieuwe krater, die al snel de naam Litli Hrútur heeft gekregen. Ik raak aan de praat met iemand die net terug is van de site, en bekijk op haar camera de beelden die zij schoot. Wow! In het semi donker van een IJslandse zomer zie je de stromende lava een stuk beter. Vandaag geen rustdag, of tenminste niet de hele dag. Overdag ga ik rusten, maar vanavond ga ik nog terug.

Een hernieuwde kennismaking met Litli Hrútur

In de avond ga ik vroeg op pad. Het is net 20:00 geweest als ik naar de eruptie site begin te wandelen. Aan het begin van de wandeling spreek ik nog iemand van de “Search and Rescue” organisatie, Landsbjörg,  van IJsland. Hij vertelt me dat het pad weliswaar open is, maar dat het zicht op de krater minimaal is vanwege de vele rook.

Het kan me niet tegenhouden toch te gaan. Enkele kilometers voor de eruptie site hangen dikke rookwolken over het pad. Ik begin te twijfelen aan mijn beslissing. Is er echt zoveel meer rook als gisteren?

Zodra de eruptie site in beeld komt, zie ik inderdaad voornamelijk rook. Veel rook. Langzaam nader ik de site tot op enkele honderden meters, en sta dan voor een dik rookgordijn waarachter zowel de nog steeds hoogstaande zon als de krater vaag te zien zijn.

Het is niet waar ik op rekende, maar het is waar ik het mee moet doen. Ik zit een tijdje te kijken, en zie dan door de rook heen mensen bewegen. Natuurlijk, gisteren smeulde het mos, dicht bij de krater. Misschien is de rook waarachter ik zit slechts een rookgordijn, en sta je voorbij de rook, met vrij zicht bij Litli Hrútur.

Ik pak mijn gasmasker, en waag mezelf door de rook heen. De dikke rook die om mij heen hangt is plotseling weg, en voor het eerst in mijn leven zie ik een heldere en heftige vulkaanuitbarsting. Ik ben er een tijdje stil van. Een wens van 50 jaar geleden komt uit.

Al snel sta ik te fotograferen, en te kijken. Voornamelijk te kijken.

Het wordt toch koud

Het klinkt misschien vreemd, zo dicht bij de krater waarin lava van 800 tot 1200 graden steeds de lucht in wordt gesmeten, maar het wordt toch koud. Ik besluit dat het mooi geweest is, en terug te keren naar de camper. De eerste 2 kilometer van de terugweg is er nog zicht op de krater met de uitvloeiende lava. Ik heb nog nooit zo vaak achteromgekeken tijdens een wandeling. Het blijft een fascinerend schouwspel.

Zodra de krater uit beeld verdwijnt, verdwijnt mijn camera pas weer in de rugzak. Ik heb nog bijna 2 uur lopen voor de boeg, maar die 2 uren vliegen voorbij. Het is bijna 04:00 als ik bij de camper terugkom. Ik ga nu niet meer rijden. Hoewel het niet mag, zie ik het niet zitten om rond deze tijd nog een camping op te gaan zoeken.

De volgende ochtend

Ik ben alweer vroeg wakker. In ieder geval vroeg voor iemand die na 04:00 naar bed is gegaan. Terwijl ik het parkeerterrein afrijd, zie ik dat de medewerkers en auto’s van Landsbjörg weg zijn. Er staan enkel twee politieauto’s. De ene blokkeert de ingang van het parkeerterrein, terwijl een agent uit de andere auto mij maant om door te rijden.

De toegang tot de eruptie site wordt afgesloten.

Een wandeling door het ruige Hengill gebergte

Uitzichten en bijzondere rotsformaties

Een smalle asfaltweg slingert zich door het Hengill gebergte. Met onze auto slingeren we lekker mee. Bij een parkeerplek twijfel ik even of we wel goed zitten. Het ligt op een andere plek dan in mijn herinnering. Even later, als ik verderop enkele herkenningspunten zie in het landschap, verdwijnt die twijfel.

De zon schijnt, en de hemel deelt gebroederlijk de blauwe lucht met vele schapenwolkjes. De eerste heuvel die we moeten trotseren, ziet eruit als iedere andere willekeurige heuvel in IJsland. Mooi om langs af te rijden, misschien leuk voor een fotomomentje, maar dan weer snel verder in de auto.

Wetend wat er achter die heuvel ligt, gaan wij de uitdaging aan. Een steil pad brengt ons snel op hoogte, en buiten adem. Maar het is zo de moeite waard. We genieten van het uitzicht, en vanaf sommige punten, zie je achter een uitgestrekte vlakte, in de verte Reykjavik liggen.

[singlepic id=1240 w=800 h=533 float=center]

Natuur en tijd als beeldhouwers van het landschap

Na nog een paar korte kuitenbijtertjes staan we in een door erosie geteisterd, of moet ik zeggen: een door erosie, prachtig gebeeldhouwd landschap? Het uit vele lagen opgebouwde landschap, dat duidelijk is opgebouwd door vulkanisme spreekt tot de verbeelding. Het lastigst bij fotograferen is voor mij, om voorbij het bijzondere te zoeken naar interessante invalshoeken. Iets bijzonders fotograferen levert bijna altijd een boeiend plaatje op, maar blijft het een boeiend plaatje, of een bijzondere foto?

[singlepic id=1238 w=800 h=533 float=center]

[singlepic id=1239 w=800 h=533 float=center]

We lopen langs bijzondere sculpturen, kijken uit over bijzondere uitzichten en genieten van ieder moment. Het is alweer ruim elf jaar geleden dat ik hier voor het laats was. We genieten van de momenten van herkenning, maar ook van de plekken, die we ons of niet herinneren, of toch nieuw voor ons zijn.

[singlepic id=1241 w=800 h=533 float=center]

De olifantenrots, een bijzondere sculptuur

Een rots die mij altijd is bijgebleven, is de olifantenrots. Op zijn IJslands zou dat iets van Fíla rokk zijn, maar ik ben er eigenlijk zeker van dat dit niet de naam is van de rots, als deze al een naam heeft. En als de rots een naam heeft, zal de naamgever er wellicht geen olifanten in gezien hebben. Ik zie er vier.

[singlepic id=1237 w=800 h=533 float=center]

Een reden om terug te keren naar IJsland

Na de eerste kilometers in de wandeling lopen we vast. Waar het pad hoort te lopen ligt een dikke pak sneeuw. Dat hadden we in deze tijd van het jaar, eigenlijk niet meer verwacht. We bestuderen de situatie een beetje, en schatten in of we eigenlijk nog wel verder kunnen. We komen al snel tot de conclusie dat de route vervolgen, best risicovol is. We nemen een alternatieve route, wetend dat we wat mooie plekjes van de wandeling gaan missen, en we wat kilometers af zullen snijden. Het is niet anders. En hoewel het jammer is, hebben we voor onszelf alweer een reden gevonden om toch weer een keer terug te mogen keren naar IJsland.

[singlepic id=1236 w=800 h=533 float=center]

  Mijn publicatie "IJslandse Parels"   Mijn nieuwste publicatie over IJsland. Meer dan 100 toplocaties in IJsland die je gezien wilt hebben. Alle locaties zijn voorzien van de coördinaten voor je navigatie!  IJslandse Parels is de perfecte voorbereiding voor je IJslandreis.  Bestel het hier!     Heb je interesse in een fotografiereis? Kijk eens op mijn site voor het actuele aanbod. Klik Hier Al mijn IJslandreizen zijn een samenwerking met:
IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Mijn nieuwe publicatie: IJslandse Parels

IJslandse Parels

Eind 2020, begon ik aan mijn nieuwe boek. Een boek dat uiteindelijk de titel “IJslandse Parels” kreeg.

IJslandse Parels is veel meer dan gewoon een fotoboek, maar het is ook meer dan een reisgids. Een goede omschrijving voor “IJslandse Parels” is wellicht; “Fotoreisboek”. Het is dan ook niet alleen de perfecte voorbereiding voor een reis naar IJsland, maar ook een boek om gewoon zo nu en dan door te bladeren en zo te genieten van de prachtige IJslandse landschappen.

Om een kort verhaal lang te maken; in 2016 begon ik aan een nieuw IJslands avontuur, waarvoor de voorbereidingen in 2012 al werden gemaakt. De roots van dit avontuur lagen achteraf gezien al in 2007. Over dit avontuur kan ik nu nog niet zoveel vertellen. Door de Corona viel dit project, dat had moeten eindigen in 2020, volledig stil. Als alles goed gaat, start het project in 2021 weer door, en hoop ik datzelfde jaar het project nog af te kunnen ronden.

Duimen draaien, of doorgaan?

Door het wegvallen van dit project, waar ik veel tijd en energie in stak, viel ik plots in het bekende zwarte gat. Wel bleef mijn telefoon rinkelen, en puilde mijn inbox uit, voor IJsland gerelateerde vragen. Locaties, wegnummers en veel “wat moet ik gaan zien als ik door IJsland reis?”

Toen ik eind december bezig was een IJsland gerelateerde mail te beantwoorden begonnen de radertjes in mijn hoofd te draaien. Het spreekwoordelijke “Eureka” moment, het oplichtende lampje boven mijn hoofd, of als je wilt het kwartje dat viel, zorgde ervoor dat alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Het concept voor een nieuw boek was geboren.

Verzamelen van de pareltjes

Met behulp van mijn fotoarchief, de in de loop van jaren verzamelde GPS-Data, en een kaart van IJsland begon ik met het samenstellen van een top 100 van IJslandse toplocaties. Locaties, die ik nog steeds met veel plezier bezoek tijdens mijn reizen in dit onvoorstelbaar mooie land.

De titel van mijn boek moest “100 IJslandse Toplocaties” worden. Toen ik over de 100 items ging, besloot ik er enkele te schrappen. Dat viel nog niet mee. Welk “pareltje” moest sneuvelen?  Ik wilde dat Alle locaties die ik verzameld had acte de présence zouden geven in mijn boek.

Het sneuvelen van de titel bleek een betere optie te zijn. De titel werd veranderd in: “IJslandse Parels”, en het aantal beoogde pagina’s groeide van 200 naar 240.

Het resultaat

Meer dan 300 foto’s, 240 pagina’s, parkeer en locatie coördinaten voor de navigatie, en om en nabij de 18000 woorden, vormen samen mijn nieuwe publicatie “IJslandse Parels”. Een boek om weg te dromen bij de schitterende IJslandse landschappen, maar ook een gids waarmee je je IJslandreis kunt voorbereiden en tevens een naslagwerk voor relevante informatie, over wegen en de bestemmingen. Kortom, een boek dat niet mag ontbreken in de boekenkast van een IJslandliefhebber. 
IJslandse Parels is uit voorraad leverbaar!  Bestel hier

Een kleine preview:

Not The Highlights Tour

Keer op keer, keer ik terug naar IJsland. Het oerlandschap heeft mij in zijn greep en wil me niet meer loslaten. Zo zijn er diverse plaatsen waar ik nog steeds niet aan voorbij kan rijden zonder er op zijn minst even stil gestaan te hebben en minimaal één foto te hebben geschoten. Als ik er geen foto schiet ben ik er gevoelsmatig niet echt geweest.

Dit keer moet het anders. Tenminste, ik sta nu aan het begin van mijn reis en heb me voorgenomen dat het dit keer echt anders moet. Diverse highlights heb ik van mijn lijstje geschrapt. Niet dat ik er niet heen wil, maar het neemt teveel kostbare tijd in beslag. Tijd waarin ik ook nieuwe dingen wil gaan ontdekken.

Soms kan het niet anders

Ik ga er zeker niet aan ontsnappen om bij enkele highlights alsnog de auto even aan de kant te zetten, en er vervolgens misschien weer net iets langer te blijven dan gepland. Hopelijk dan wel gemotiveerd door bijzondere omstandigheden. Dat is wat ik zoek, nieuw territorium of interessante omstandigheden. Mocht er straks ergens een foto van de Skogafoss, het Jökulsárlon of wellicht Kirkjufell voorbijkomt op mijn blog, dan kon ik het toch weer even niet laten.

Nu ben ik de eerste twee weken van mijn reis even niet met “vakantie” bezig, maar met een nog geheim project waarover ik op dit moment nog even niets wil los laten. Nou ja, helemaal niets… Het gaat over een nieuw boek.

Maar goed, “Not the Highlights Tour” dus. Ik kan niet alle dagen aan mijn project werken, dus zo nu en dan heb ik een vrije dag. Deze dag moet ik vroeg in de avond op locatie zijn, dus heb ik overdag tijd om andere dingen te doen. Die andere dingen moeten wel plaatsvinden op Reykjanes. Nu is er op Reykjanes niet meer zo heel veel dat ik nog niet gezien heb, dus besluit ik af te reizen naar Krýsuvík. Niet om naar Krýsuvík te gaan, maar al zolang ik daar kom zie ik op hemelsbreed ongeveer twee kilometer afstand naar het oosten een flinke stoompluim uit de bergen opstijgen. Tijd om te onderzoeken waar die stoom vandaan komt.

De tijd nemen levert veel op

De meeste wolken zijn door de zon verjaagd, dus het weer is ideaal voor het zoeken naar nieuwe territorium. De weg brengt me eerst nog naar het Kleifarvatn, waar ik meestal de tijd niet neem om wat langer, of beter te kijken. Dit keer in het kader van “Not The Highlights Tour” dus wel. Ik ben aangenaam verrast door de mooie rotsformaties, pilaren in het water, en zelfs een ondiepe grot.

[singlepic id=962 w=750 h=501 float=center]

 

[singlepic id=963 w=750 h=501 float=center]

Het is wel vechten tegen de snoeiharde en ijskoude wind, maar het is zo enorm de moeite waard om hier wat langer te blijven dat ik dat maar voor lief neem.

Even later rijd ik Krýsuvík voorbij. Nou ja, bijna voorbij. Het vlees is zwak. Ik draai toch de parkeerplaats op. Hoe kon ik het in mijn hoofd halen hier zomaar aan voorbij te rijden? Het voelt tegennatuurlijk. Mijn wilskracht om nieuwe dingen te zien wint het op het laatste moment van mijn obsessie om hier te stoppen. De deuren van de auto blijven dicht, de motor blijft draaien, en zonder echt stil te hebben gestaan trap ik het gaspedaal weer in en rijd ik het parkeerterrein weer af.

Een paar honderd meter bij een oude nertsenfarm stuur ik de auto het parkeerterrein op. De avond gaat nog zwaar worden, dus besluit ik mijn rugzak met fotospullen niet mee te nemen. Mijn trouwe camera met één objectief moet genoeg zijn. Zonder statief, zonder back-up camera, geen andere objectieven, geen filters. Het voelt alsof ik half naakt op pad ben.

In de hoogste versnelling

Al snel vind ik een spoor dat in de goede richting leidt. Als ik “vol verwachting” ben van de dingen die gaan komen gaat de pas er altijd flink in. Door mijn hoofd spoken dan de mooie beelden die ik verwacht te gaan zien, afgewisseld met het doemscenario dat het waarschijnlijk toch niets is en dat ik hier voor niets met een flink verhoogde hartslag wandel.

Het laatste stukje van de wandeling verlaat ik het pad. Slechts een niet al te hoge heuvel staat tussen mij en mijn hooggespannen verwachting in. Het pad gaat in een wijde boog om de heuvel heen, maar ik kan niet wachten op die te langzame onthulling, en snel over de heuvel heen.

[singlepic id=964 w=750 h=501 float=center]

Dan sta ik oog in oog met mijn stoompluim. De stoompluim wordt vergezeld door een witblauw meertje, pruttelende gasputjes en een wit uitgeslagen riviertje met net zo’n wit gesteente. Het overtollige water wordt door dit riviertje afgevoerd. Missie geslaagd. Mijn eerste “Not A Highlight” van deze tour kan worden afgevinkt.

[singlepic id=965 w=750 h=501 float=center]

 

Wat betreft mijn project…

Hier alvast een tipje van de sluier…

[singlepic id=966 w=750 h=501 float=center]

Op pad in IJsland

 

[singlepic id=307 w=750 h=77 float=center]

Proloog

Voorafgaand aan de fotografiereis naar IJsland controleer ik zo nu en dan de IJslandse weersites. Ik weet dat ik dat niet moet doen. Als de voorspellingen goed zijn, of soms zelfs te goed kan ik het niet geloven en als de voorspellingen slecht zijn bederft dat toch maar mijn humeur.
Nu zijn er natuurlijk gradaties in slecht weer. Ik spreek dan ook liever van interessant weer of saai weer. Zware bewolking met hier en daar een opening voor de zon doen het bij mij een stuk beter dan een egaal blauwe lucht met een vrolijk schijnend zonnetje. Mooi voor de “groeten uit” ansichtkaarten, maar minder voor mijn fotografische aspiraties.
Toch controleer ik een paar dagen voor vertrek de site. Het is voornamelijk regen dat overheerst. Op vrijdag verwachten ze in IJsland zelfs een flinke storm waarvoor iedereen wordt geadviseerd vooral niet de weg op te gaan. Wij vliegen pas op zondag, dus de storm heeft nog twee dagen om tot rust te komen. De rest van de week ziet het er goed uit. Geen neerslag, en temperaturen onder nul. Ik hoop op watervallen met veel ijspegels.
De dag en nacht voor ons vertrek begint het plots enorm te sneeuwen in IJsland. Een pak van 51 centimeter sneeuw in één nacht is zelfs voor IJslandse begrippen erg veel. Naast de weersite controleer ik zondagmorgen voor vertrek ook maar de site van het wegennet. De weg die wij moeten volgen naar onze eerste accommodatie is afgesloten. Ik verwacht dat de sneeuw wel geruimd zal zijn voordat wij aankomen in IJsland en ga vol goede moed op weg naar Schiphol.

Schiphol

Op de afgesproken tijd zijn we allemaal op Schiphol. Zes dames en één heer die ik dit keer mag introduceren of herintroduceren met het IJslandse landschap en met een beetje geluk de Aurora Borealis.

Tijdens het inchecken is er nog geen nieuws over vertragingen. Een van mijn gasten krijgt dan een Sms’je van het thuisfront dat onze vlucht een uur vertraging heeft. Bij zo’n bericht begin ik meestal al te rekenen. Een uur vertraging betekend dat we het bezoek aan de vuurtoren van Akranes naar een andere dag moeten verzetten. Uiteindelijk kunnen we anderhalf uur later dan gepland toch boarden. Helaas is het wachten dan nog niet voorbij. Voordat we toestemming krijgen om te vertrekken gaat er nog meer dan een half uur voorbij.

Na ruim twee uur wachten hangen we dan eindelijk in de lucht. Als we een kleine drie uur later de kust van IJsland naderen krijgen we van de gezagvoerder het bericht dat de landingsbaan schoongemaakt moet worden. We mogen nog even cirkelen boven IJsland. Vanaf onze hoogte hebben we een mooi uitzicht op het uiterste puntje van Reykjanesta zodat dat ook geen straf is.

Niet veel later staan we bij de bagagebanden te wachten op onze koffers. Er is een enorme drukte in de bagagehal. We zijn waarschijnlijk niet de enige die behoorlijk wat vertraging hebben opgelopen tijdens onze reis naar IJsland. Het geeft ons ruim de tijd om alvast wat plaatselijke valuta uit de automaat te halen. Als we door de douane komen zijn we bijna drie uur later dan gepland op onze bestemming.

Bij het kantoor van Hertz haal ik de sleutels van onze bus. Een ruime Ford die beschikt over voldoende stoelen zodat iedereen ruim kan zitten en een apart deel waarin al onze koffers passen waardoor ik niet met een aanhanger hoef te rijden. Dat is wel zo relaxed. Na een klein oponthoud omdat de microfoon niet goed werkt en deze moet worden omgeruild gaan we op weg naar ons eerste onderkomen, Ensku Húsin vlak bij Borgarnes.

Voordat we gaan rijden bel ik nog even met Ensku Húsin om aan te geven dat we op zijn vroegst om 21:30 aan zullen komen in verband met de vertragingen op het vliegveld. Ik had niet anders verwacht, maar het is voor hen geen enkel probleem. Ze zullen er voor zorgen dat we bij aankomst alsnog kunnen genieten van een heerlijk diner.

Achteraf hoor ik dat er door IJsland Tours ook al is gebeld naar Ensku Húsin om door te geven dat we behoorlijk wat later zullen aankomen. Het is fijn om te weten dat je op pad bent met een organisatie die goed voor je zorgt en meedenkt op het moment dat dingen niet helemaal gaan zoals je gepland had.

Een paar minuten na half tien zijn we op de plaats van bestemming. Nadat iedereen alvast zijn koffers naar de kamers heeft gebracht nemen we plaats aan tafel. Onder het genot van een heerlijke maaltijd komen we weer een beetje bij. Het was een inspannende tocht over ijzige wegen, maar onze auto heeft zich er dapper doorheen geslagen.

De eerste week

Hoewel ik me bij aanvang van iedere reis voorneem om dagelijks aan mijn blog te werken, komt het in de praktijk maar weinig voor dat me dat ook daadwerkelijk lukt. Er zijn redenen genoeg te bedenken om niet te schrijven of niet aan je foto’s te werken. Het weer is te mooi, de avonden zijn te gezellig, de laptop is zo langzaam dat ik niet wil beginnen, ik kan mijn ogen niet openhouden of ik ben in de avonduren nog steeds aan het fotograferen.

Iedere reden op zich is al voldoende niet achter de laptop te kruipen, maar vaak is het ook een combinatie van verschillende redenen.

Maar goed, ik zit nu in mijn hotelkamer in Akureyri. Hier had ik me voorgenomen om mijn blog bij te werken. Tijd genoeg. Vandaag heeft iedereen een dag ter vrije besteding. Ik dus ook, en Akureyri is niet groot. Helaas beschikt mijn kamer niet over een fatsoenlijk bureau en/of bureaustoel zodat ik mijn laptop op schoot moet nemen en moet wissellen tussen een stoel met te hoge armleuningen waarbinnen ik mijn armen niet kan bewegen zodat ik in een verkrampte houding moet proberen te tikken, om vervolgens maar weer op het bed ga liggen voor een volgende foto en of passage in de tekst. Nu zit ik op een stoel/poef zonder rug en of armleuning met mijn laptop op een glazen tafeltje van ongeveer 30 bij 60 cm welk bij iedere toetsaanslag bijna in elkaar dreig te zakken.

Niet vreemd voor een hotelkamer? Wel als je je realiseert dat ik in een hotel zit wat buiten het seizoen in gebruik is als school waar kinderen intern zitten. Ik heb nu al medelijden met de student die onder deze omstandigheden aan zijn huiswerk zal moeten werken.

Hoewel dit ook weer een reden zou kunnen zijn niet aan mijn blog te werken heb ik besloten et toch maar een kans te geven op zijn minst een begin te maken.

We hebben een voorspoedige vlucht gehad en doordat we de omstandigheden mee hadden zijn we eerder op Keflavik dan verwacht. Bij de bagageband gaat het mis. Op één koffer na heeft iedereen zijn bagage. Het enige wat we verschillende keren op de band voorbij zien schuiven is een koffer die erg lijkt op de koffer van een van mijn gasten.

Twee zaken maken dit tot slechts een klein incident. De gast in kwestie maakt zich niet zo druk en gaat ervan uit dat het wel goed komt. Ook heeft zijn vrouw de spullen van hun beide verdeeld over twee koffers zodat ze toch voor hun beide voldoende spullen hebben om de komende dagen door te komen.

Na aangifte bij de juiste instanties vertrekken we dan ook naar de Blue Lagoon waar de meeste van de gasten zich overgeven aan de omarming van het warme water.

De tweede dag begint met een stadstour door Reykjavik. Ik laat de in mijn ogen belangrijkste gebouwen en plaatsen van de stad zien, geef ze een plattegrond van de stad zodat bij beeindiging van de stadstour iedereen gericht op zoek kan naar de plaatsen die ze willen bezoeken. Enkele zaken die we bezochten tijdens de tour zijn,

001 reykjavik2

Perlan met voor de ingang deze prachtige voorstelling van een band.

002 harpa

Harpa, het nieuwe congres en muziekcentrum van IJsland.

003 hallgrimskirkja

Hallgrimskirkja, een van de bekendste gebouwen van Reykjavik.

004 reykjavik1

Zomaar een gebouw, maar wel mooi verlicht in de avond.

005 solfar

En natuurlijk Solfar. Voor mij altijd vast in het programma. Ik ben niet in Reykjavik geweest als ik hier niet even ben gestopt. De laatste foto’s zijn gemaakt toen ik in de avonduren nog zelf een bezoekje bracht aan de stad om in het semidonker wat sfeerplaatjes te schieten.

De volgende morgen gaat de tocht naar Þingvellir waar ik een en ander mag vertellen over het IJslandse parlement dat hier in 930 werd opgericht. Natuurlijk verlaten we Þingvellir niet voordat we ook een bezoek hebben gebracht aan de Öxaráfoss.

007 oxarafoss

We rijden met de bus over de Kaldidalur, de koude valei. Een mooi stukje binnenlandweg met mooie vergezichten en een helaas steeds sneller slinkende gletsjer de Langjökkull.

005a kaldidalur

Eenmaal voorbij Kaldidalur is het maar een korte afstand naar de Hraunfossar. Hoewel ik daar natuurlijk ook dit keer weer een paar plaatsjes heb geschoten van de waterval plaats ik dit keer geen waterval foto´s. De volgende foto is een stuk touwlava waar een fotogenieke barst doorheen liep.

008 lavaveld

Dannog deze hoop stenen waarbij ik in de vormen onmiskenbaar ………… herkende. Wat herken jij?

008b stelletje

Een paar uurtjes later zijn we bij Ytri Tunga waar meestal wel een paar zeehonden te vinden zijn. Dit keer helaas niet heel dichtbij, maar wel dichtbij genoeg voor een plaatje.

009 zeehonden

Het kerkje van Budír blijft ook altijd mooi om te vereren met een bezoek.

010 budir

Bij Arnarstapi wandelen we naar het plaatsje Hellnar. De wandeling is slechts 2,5 kilometer, maar als je onderweg een en ander wilt fotograferen mag je gerust rekenen op een wandeltijd van 1,5 uur. Deze tijd nemen we dan ook. Het weer is toch veel te mooi om in de bus te gaan zitten.

010b arnarstapi

We checken in bij hotel Stykkisholmur waar ik na het diner nog even de straat oversteek om de kerk te fotograferen. De kerk is ergens gebouwd in de jaren 80/90 van de vorige eeuw, en was toen qua architectuur zijn tijd volgens mij al ver vooruit. Ook nu doet het voor mij nog steeds erg modern aan.

011 stykkisholmur

De volgende dag rijden we over een gravelweg verder naar het noorden. Na een paar tussenstops voor het strekken van de benen en het nemen van wat foto’s komen we aan bij Gauksmyri. Hier kijken we naar een paardenshow waarin wordt gedemonstreerd waar de IJslandse paarden allemaal in staat zijn. En hoewel de koets nooit onderdeel is geweest van gebruikte vervoermiddellen in IJsland wordt er even kort aandacht aan besteed. De hond was geen onderdeel van de show, maar was waarschijnlijk op zoek naar een beetje aandacht. Alsof hij erbij hoorde liep hij de hele ronde onder het span door.

012 gauksmyri

Ze zijn niet erg groot, maar kunnen toch tot behoorlijke snelheden komen. Op deze foto heeft het paard slechts 1 been aan de grond.

013 gauksmyri

Nog een korte stop bij de Kolugljufur.

014 kolugljufur

De haven van Sauðurkrökur waar we gingen kijken naar de stokvis maar waar andere elementen ook de aandacht vroegen.

015 haven

 

016 haven

Vandaag dus Akureyri. Morgen gaan we verder naar onder andere Husavik, maar te zien aan de lucht even zonder het zonnetje.