Menu Sluiten

Twee dagen van storm en regen

De camper schudt in de wind, de ruitenwissers maken overuren. Al sinds ik Jökulsárlón achter mij liet, rijd ik in de regen, in de mist en in harde tot zeer harde wind. Ik houd wat vaker pauze, en neem gedurende de hele dag niet meer dan zes foto’s. Ik denk dat ik bewondering heb voor de mensen die op plekken waar ik sta, stoppen en ingepakt in alles dat regen en wind kan tegenhouden een stukje gaan wandelen. Waarheen? Dat weet niemand.

Wanneer ik de Vestrahorn nader, kijk ik zover ik kan in de afslag. Ik zie enkele auto’s rijden. Wat gaan die in vredesnaam in dit weer doen? Wat verwachten ze eigenlijk. Het is waarschijnlijk een bucketlist locatie, en ook al zie je niets, wellicht dat het idee dat ze er wel zijn geweest dan voldoende is. Wellicht is het ook beter dan van hotel naar hotel te rijden zonder iets te zien. Maar zelfs al sta je aan de voet van de markante bergrug, zul je de toppen niet zien.

In plaats van TV

Deze dag heeft me nog niet veel gebracht. Iets voor drie uur zet ik de camper stil bij Fauskasandur. Het uitzicht is beperkt. Golven beuken op de twintig meter hoge pilaar, en tegen een grote rotswand. De beleving bestaat uit koffie drinken, kijken naar de rollende golven, en de bezoekers die veel tijd kwijt zijn met het aantrekken van hun regenkleding. In de camper is dat een luxe. Gewoon even rustig je regenbroek en jas aantrekken terwijl je droogstaat. De bezoekers die niet over deze luxe beschikken, trekken buiten hun auto hun regenkleding aan terwijl ze het druk hebben met evenwichtsoefeningen. Staand in regen en wind, is het al een hele prestatie wanneer je tijdens het omkleden niet op zijn minst bijna valt.

Meestal volgen dan ongeveer tien stappen buiten de auto, wordt een blik richting het strand geworpen, een selfie gemaakt en vervolgens weer tien stappen naar de auto gezet. Terwijl ik nog wat water kook voor mijn volgende kop koffie, is dit best vermakelijk om te zien.

De regen neemt even pauze

Iets na vijf uur neemt de regen snel af, komt er nuance in het grijs van de lucht, en waag ik het erop. Ik daal af naar het strand, en fotografeer de inkomende golven. Golven die stuk slaan op de pilaar “Stapi í Stapavík” die je vrij vertaald “de rotspilaar in Rotspilaarbaai” zou mogen noemen.

In de grijze lucht komen steeds meer gaten waardoor de blauwe hemel zich laat zien. Voor wie niet verder komt, of is gekomen dan het zicht vanaf de parkeerplek kan ik zeggen “je hebt heel wat gemist”. De pilaar is weliswaar indrukwekkend, maar niet het mooiste dat je op het strand zult vinden. Slechts een paar honderd meter verderop staat een andere rots die vanaf de juiste hoek markant genoemd mag worden.

Wanneer ik bij die rots aankom lijkt het er even op dat het weer gaat regenen. Het is echter het water van een ruim honderd meter verderop gelegen waterval dat door de wind wordt meegevoerd.

Ik loop nog verder, tot ik aan het einde van de baai bij een rotspartij komt die een tiental meters in het water staat. Door het lage water, de witschuimende golven en de donkere lucht is deze rots vandaag extra fotogeniek. Voor het maken van een foto kun je kiezen voor het zwarte strand, wit schuimende golven, roodoranje zeewier, donkere rotsen, groen mos, een doorkijkje en een dreigende lucht. Maar je kunt het ook allemaal samenvatten in één foto.

Iets verder op het strand zit het oog. Een rotswand met veel reliëf en veel kleur.

Ik zou hier veel langer kunnen blijven. Pas wanneer ik de parkeerplaats verlaat en de baai in mijn spiegels verdwijnt, vraag ik me af waarom ik dat niet heb gedaan.


Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

IJslandtours
IJsland Tours, de specialist voor al uw IJsland reizen

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Langs de Oostfjorden

De dagen in IJsland worden al snel korter. De winter is in aantocht en snoept iedere dag enkele minuten weg van de dag, en schenkt ze aan de nacht. Als het bewolkt is, of de kans op noorderlicht minimaal liggen we voor onze begrippen vroeg op bed. In het donker zitten we dan al aan het ontbijt, en bij het eerste daglicht zijn we weer op pad.

We willen als eerste naar de tot de verbeelding sprekende Vestrahorn rijden. Bij de afslag naar deze prachtig gelegen bergrug blijft mijn richtingaanwijzer uit, en houd ik het stuur recht. De bewolking hangt zo laag dat het weinig zin heeft hier af te slaan. De plannen die je maakt voor een rondreis in IJsland dienen alleen als richtlijn. Je weet van tevoren dat je niet alles gaat halen. Of je komt op een plek waar het zo mooi is dat je onbewust veel langer blijft dan je had gedacht, of je regent op diezelfde plek weg, en staat al vroeg in de middag bij je volgende accommodatie.

De oostfjorden van IJsland

De Vestrahorn zal voor een andere keer zijn. We rijden de tunnel in, en verlaten daarmee de zuidkust van IJsland en rijden naar de Oostfjorden. Een mooi maar door velen enorm ondergewaardeerd stuk IJsland. Komende vanaf de spectaculaire zuidkust, rijdend op de doorgaande weg valt er niet veel te beleven in dit deel van IJsland. Geen spectaculaire watervallen en geen gletsjers. De meeste reisgidsen gebruiken de Oostfjorden enkel als doorvoer van zuid naar noord. Jammer, want er is veel te zien en te beleven.

Onlangs kreeg ik nog een tip van een mooi stukje IJsland op slechts een paar kilometer voorbij de tunnel waar we zojuist doorheen reden. Als je weet waar je moet kijken is de Skutafoss, de waterval van de tip makkelijk vanaf de hoofdweg te zien. Een paar honderd meter met de auto, en dan nog een paar honderd meter te voet is alles wat nodig is om de waterval aan te kunnen raken.

[singlepic id=1068 w=750 h=501 float=center]

Als wij er aankomen regent het een beetje. We wachten de ergste regen even af, en beginnen dat aan die laatste drie of vierhonderd meter. Niet zichtbaar vanaf de weg is een door de natuur gevormd afdak waaronder je prima kunt schuilen. Thuis had ik al op de kaart gekeken en plannen gemaakt om de rivier voorbij de waterval nog een stuk stroomopwaarts te volgen. Die plannen moet/wil ik vanwege de regen bijstellen. De waterval op zich is al een traktatie, en verder lopen door het zompige veen is niet erg uitnodigend.

Een nat pak is een kwestie van minuten

Als we teruglopen naar de auto wakkert de wind even aan, en komt de regen plots met bakken uit de hemel. Mijn broek, die waterafstotend maar niet waterdicht is kan al dat water en windgeweld niet aan zodat ik even later voor de eerste keer deze dag, nattigheid voel. Ans is beter tegen dit watergeweld opgewassen. Het hemelwater rolt zo van haar broek af.

In de auto gaat al snel de verwarming naar de hoogste stand, net zoals de stoelverwarming.  Met het langzaam opdrogen van mijn broek komt mijn humeur ook weer in de betere zone. Dat de wolken steeds meer plaats maken voor een stukje blauwe lucht werkt ook mee.

We stoppen bij een plek die ik ooit heb leren kennen als Hlaupgeiri al ben ik er nooit achter gekomen of deze naam wel klopt. Het is één van de plaatsen waar ik graag stop en die hoewel niet spectaculair, voor mij een stukje van de charme van de oost fjordenkust betekend. Een pilaar staand op de grens van eb en vloed en die bij storm of springvloed wordt geteisterd door hevige golfslag.

[singlepic id=1069 w=750 h=501 float=center]

Tussen eb en vloed

De golven slaan zo nu en dan woest tegen de pilaar en waaieren breed uit over het pekzwarte strand. Als we naar beneden lopen trek ik, wijs geworden van mijn ervaring bij de Skutafoss mijn regenbroek aan. Ik loop even over het strand om “de” positie in te nemen vanwaar ik verwacht “mijn foto” te kunnen maken. Dat is, hoe kan het ook anders iets voorbij de grens van eb en vloed. Ik wacht op de perfecte golf. Die moet dan zowel tegen de pilaar aan slaan, als een mooi wit spoor over het strand trekken. Soms heb ik mijn “perfecte plaatje” bijna gemaakt als blijkt dat mijn statief, tijdens de opname, iets is verzakt in het zwarte zand doordat het water net iets hoger kwam dan ik had verwacht. Mijn concentratie, of beter gezegd fixatie neemt toe. Nauwkeurig observeer ik de golven, tel af tot het moment van impact en druk af als ik denk dat dit het juiste moment is. Door mijn concentratie op de pilaar vergeet ik even dat er ook golven achter mij het strand oprollen. Het is dan ook onvermijdelijk dat ik even later vergeefs probeer weg te rennen van het water dat mij allang in zijn greep heeft. Gretig neemt het water alle open ruimte in mijn schoenen in. Als het water weer terugtrekt naar de zee, of simpelweg wegzakt in het zwarte strand is het kwaad geschiet. Met een klotsend geluid bij iedere stap die ik zet ga ik eigenwijs en koppig terug naar de grens tussen eb en vloed. Een paar natte voeten en schoenen is blijkbaar de prijs die ik moet betalen voor het “perfecte plaatje”.

[singlepic id=1070 w=750 h=501 float=center]

Onderweg naar “The Middle of Nowhere”

Als ik denk dat het perfecte plaatje is geschoten, en er weer donkere wolken voor de zon schuiven wordt het tijd om terug naar de auto te lopen. Een klein watervalletje dat hier van een steile klif stroomt vormt nog een mooie voorgrond voor de dreigende luchten die nu de hemel domineren.

Onderweg naar onze volgende accommodatie, Ásgeirsstaðir, niet ver van de stad Egilstaðir stoppen we tussen twee buien door nog even bij fossardalur. Een mooie waterval die vanaf de doorgaande weg niet zichtbaar en daardoor weinig populair is. De reizigers moesten eens weten wat hier op slechts een kleine 200 meter van de doorgaande weg ligt.

Nog net voor het donker, komen we aan bij Ásgeirsstaðir, onze bungalow voor de komende twee nachten. Het ligt een paar kilometer ten oosten van Egilstaðir op een plek die je zo zou kunnen omschrijven als “the middle of nowhere”. Het is voor ons een mooie uitvalsbasis voor de wandeling van morgen, waar ik me al een paar weken enorm op verheug…

[singlepic id=1071 w=750 h=501 float=center]