Menu Sluiten

Meer Snæfellsnes gesnuffel

To go where no man has gone before. Of in ieder geval deze man. Hoe vaak heb ik niet rondgelopen bij het kleine zwarte kerkje, “Búðakirkja.“ Het kerkje heb ik van alle kanten gefotografeerd. In zijn geheel, gedeeltelijk, half verscholen tussen lavastenen, achter hoog gras, en ik wandelde ook naar het strand, maar steeds keek ik ook naar Búðaklettur. Ik liep er nooit naar toe. Vandaag is de dag, ik trek mijn wandelschoenen aan, doe mijn regenjas aan en zet mijn eerste stappen. Na een aantal van die eerste stappen begint het zachtjes te regenen. Te zachtjes om me van mijn voornemen af te halen. Mijn gedachten beginnen al te malen, en zeggen tegen mij “hier ga je nog spijt van krijgen”.

Ik stap stevig door en na tien minuten stopt de regen die me zowel fysiek als mentaal nauwelijks heeft geraakt. Vanaf het kerkje ziet Búðaklettur er uit als een perfecte ronde bol die als een berg het landschap domineert. Misschien zou je niet eens beseffen dat deze ronde bol verantwoordelijk is voor het lavaveld dat hier 8000 jaar geleden ontstond.

Langzaam kom ik dichter bij de Búðaklettur. Eenmaal aan de voet van de berg besluit ik er ook maar omheen te lopen. Want fotografisch heb ik nog niet iets bijzonders kunnen vinden. Dat veranderd zodra ik aan de andere kant van de bol sta, want hier is de bol hol. Vanaf hier zie je duidelijk de krater. Een pad brengt me langzaam naar boven en geeft uitzicht op de Snæfellsjökull. Het is jammer, maar tegelijkertijd ook fijn dat zowat niemand de moeite neemt deze route te wandelen. Een gemis voor diegene die enkel voor het zwarte kerkje komen.

Een andere plek waar ik steeds weiger te stoppen is Djúpalónssandur. Een plek die vooral beroemd is vanwege een scheepswrak. Stel je daar niet te veel van voor. Het zijn enkel onherkenbaar stukken verroest metaal waaruit je zelfs met veel fantasie geen scheepswrak kunt halen. Het wordt pas boeiend wanneer je de moeite neemt het bijbehorende informatiebord te lezen. Een scheepsramp waarbij op 13 maart 1948, 14 bemanningsleden om het leven kwamen.

Ik loop met respect rondom de wrakstukken heen. In de branding staat de rots Kerling, een hoge pilaar waar mijn oog direct opvalt. Het is alsof de rest van de kust, het kiezelstrand en de mensen rondom me heen verdwijnen. Die pilaar, daar moet ik heen.

Even later zit ik op een rots en ben bezig met het maken van foto na foto, zoekend naar de juiste golf, de juiste compositie en de perfect bijbehorende sluitertijd om de perfecte foto te maken. Nou ja, perfectie bestaat niet. Maar het beste uit de situatie halen blijft altijd een optie. Het wachten is vooral op die ene brekende golf die op het juiste punt in mijn compositie moet verschijnen. De ene keer is de positie juist, maar breekt hij met veel schuim, de andere keer breekt hij mooi, maar past hij niet binnen de compositie. Geduld is hier een schone zaak. Wachtend op die ene perfecte golf zie ik mensen komen en zie ik mensen gaan. Ik kan me een beetje voorstellen wat ze denken over die zonderlinge fotograaf, zittend op de kiezels van het strand, kijkend door de camera. Ik hoor ze bijna denken, “die spoort niet”.

Maar voor mij is “The fool on the beach”, The fool on the hill.

But the fool on the hill,
Sees the sun going down.
And the eyes in his head
See the world spinning ‘round.

Het begint al wat later te worden. De wandeling naar Dritvik laat ik voor vandaag even zitten. Ik rijd door naar Hellissandur. Het is ook wel eens fijn om wat vroeg op de camping te staan.

 

Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De expositie in Akranes

De foto´s voor mijn expositie in de grote vuurtoren van Akranes hebben de hele route stevig ingepakt in een kist en voorzien van bubbeltjesplastic achter de bestuurderstoel gestaan. Ik heb al veel wasbord wegen gereden, en de camper is behoorlijk door elkaar geschud. Geloof me dat ik onderweg verschillende keren inwendig heb gevloekt als ik weer eens door een kuil ging. Het uitpakken van de foto´s is dan ook een spannend moment. Vijf pakketjes met ieder vier foto´s, twintig in totaal.

De opluchting is groot wanneer ik het eerste pakket open en er geen krasje op de foto´s te bekennen is. Ik verdeel de foto´s over twee verdiepingen en in de thuis bedachte volgorde. Met een meetlint bepaal ik de afstand en de hoogte van de afbeeldingen.

Wanneer alles hangt kijk ik tevreden naar het resultaat. Tevreden is relatief, het is nu echt, en wat echt is, is ook spannend. Hoe worden de beelden ontvangen?  Ik zal pas echt gerustgesteld zijn wanneer ik leuke reacties krijg.

Ik controleer nog meerdere keren of alle koortjes netjes zijn weggewerkt, en of alles goed vast zit. En toch, wanneer ik die avond in de camper zit, spookt het steeds door mijn hoofd dat wanneer ik morgen ga kijken alle foto´s op de grond zullen liggen.

De volgende ochtend is het eerste dat ik doe, – nog voordat de vuurtoren officieel opent – alles nogmaals controleren. Maar alles is in orde.

Ik opereer graag op de achtergrond. Zowel nieuwsgierig als zenuwachtig voor de reacties, hoor ik de eerste bezoekers binnenkomen. Ze komen niet voor mijn expositie, ze komen voor het uitzicht vanaf het dak, en lopen mijn expositie voorbij zonder het een blik waardig te gunnen. Je kunt het ze niet kwalijk nemen, het is zoals het is.

Dan hoor ik iemand achter mij zeggen “Are you Gerry?” Ik had niet verwacht herkend te worden, maar dit is al leuk. We praten een tijdje over de foto’s, en ik incasseer een voor een, en dankbaar alle mooie woorden die hij over mijn foto’s loslaat. Veel van de mensen die naar het dak zijn gesneld, komen nu naar beneden, en nemen nu de tijd om de panelen te bekijken. De man waarmee ik sprak bedankt mij voor de expositie, geeft me een hand en neemt afscheid. Terwijl hij de trap afloopt hoor ik nog een paar keer “ beautiful, beautiful”.

In de loop van de dag zijn er verschillende mensen die even een stoppen om een praatje te maken. Tegen de tijd dat de vuurtoren sluit, besluit ik dat het voor mij ook tijd is om te gaan. In IJsland valt zelfs voor mij nog steeds veel te ontdekken. Ik zal hier de komende maand nog wel verschillende keren langs komen, maar nu eerst op ontdekkingsreis.


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

De aantrekkings – kracht – van het water

Ik faal nog steeds in het vroeg naar bed gaan, en zet daarmee de voorzet voor het falen van het vroeg opstaan. Maar het wordt niet echt donker in de nacht. De uren die ik mis in de ochtend haal ik weer ruim in als de avond begint. Terwijl de meeste mensen hun plekje op de camping of in het hotel gevonden hebben ben ik nog onderweg. Ook nu ben ik pas weer laat op pad. Omdat het op de route ligt kan ik het niet laten om even te stoppen bij de Goðafoss.

Mijn mond valt open van verbazing. Het is druk. En niet een beetje druk, maar gewoon vol. Ik loop naar de waterval, en zie dan dat veel van de aanwezigen een stikkertje met nummer op hun kleding hebben. Dit keer lopen er mensen met nummers tussen 20 en 25 rond. Wel handig, dan weten ze bij welke groep ze horen, al zullen enkele alsnog verdwalen of gaan twijfelen. Het pad ligt vol met labeltjes varierend tussen 20 en 25. Ik loop eerst even naar het laagste punt. Ik kijk liever op dan neer op een waterval. Ik sta zelfs graag in de nevel van een waterval, behalve als ik hem wil fotograferen. Dan mag die nevel even de andere kant in afslaan.

Wanneer ik klaar ben aan de voet van de waterval loop ik toch maar even naar het achterste uitkijkpunt. Ik heb een hekel aan die betonnen paden in de natuur. Het haalt toch een deel van de beleving weg.

Dan zie ik een oudere man met een rolstoel, een iets minder oude vrouw met een scootmobiel, en een man die ondersteund wordt door een jonger persoon snap ik dat het voor deze category mensen een zegen moet zijn dat ze niet over een ongelijk zandpad hoeven.

Ik heb nog steeds een hekel aan die betonnen banen, maar voor deze mensen is het een uitkomst.

Een vrouw in een rolstoel met de meest fleurige kleding die ik ooit zag, baant zich voortgedreven door een soort mini scootmobiel door de drukte. De kleuren van haar kleding gaan bijna naadloos over in haar haar. Het is een prachtige verschijning, de vrolijke noot van het gezelschap. Even overweeg ik te vragen of ik een foto mag maken. Ik doe het niet, misschien zou ze het een compliment vinden, maar misschien wil ze ondanks haar kleurrijke uitdossing opgaan in de grijze massa. Ik kijk, ik geniet, maar maak ook geen stiekeme foto. Ik zal me deze verschijning gewoon moeten herinneren.

Van de kleurrijke vrouw ga ik over naar de kleur van het water. Het was me natuurlijk wel eerder opgevallen, maar het water is redelijk blauw van kleur. Dat maakt me weer gelukkig omdat ik verwacht dat de stroomopwaarts gelegen Aldeyjarfoss ook blauw zal zijn.

Bij de Aldeyjarfoss

Dat valt dan weer wat tegen. Het watergeweld is gigantisch, maar de kleur is grijs bruin. En er is ook zoiets als een overdaad aan water. Bij de Aldeyjarfoss is er een ideale hoeveelheid water voor het maken van een foto die alles heeft. Bij de juiste hoeveelheid water in combinatie met de juiste techniek kun je een golfpatroon ontdekken in het uitwaaiende water. Ik geniet nog steeds van de schoonheid van de waterval, want volgens mij is dit de mooiste, of in ieder geval meest tot de verbeelding sprekende waterval. Ik fotografeer, ik observeer en raak in een soort trance van het vallende water. Waarschijnlijk zal iedereen dat wel eens doen, een deel van het water proberen te volgen in de onvermijdelijke weg naar beneden. En dan weer en weer. Mijn advies als je dat doet, ga eerst even zitten, want enige duizeligheid is bij deze manier van kijken onvermijdelijk. Misschien lijkt het meer op een soort beginnende aangeschoten gevoel.

Na de Aldeyjarfoss heb ik nog een waterval die ik dit keer graag ga bekijken.De Hrafnabjargafoss. Even later sta ik op het ideale punt op de waterval te fotograferen. Het zou in ieder geval het ideale punt kunnen zijn, waren het niet dat het vrijwel onmogelijk is een foto te maken zonder nevelspatten op de lens te krijgen. Nou ja, het lukt bijna, en daar moet ik het dan mee doen. Gelukkig is het lang licht, zolang dat ik de tijd vergeet. Als ik bij de camper aankom moet ik nog koken en eten. De dichtstbijzijnde camping is nog een uur rijden. Ik maak de afweging, blijven staan of naar een camping rijden. Ik blijf staan, al heb ik het vermoeden dat ik dat eigenlijk al wist. Ik blijf nog lang de wolken in de gaten houden in de hoop dat het licht nog interessant wordt. Ik kijk op de klok… Misschien morgen. Ik doe de gordijnen dicht en kruip het bed in.

 


Dan nog even dit

Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Keuzestress en twijfel

In de ochtend rijd ik in de richting van Húsavík. Lang blijf ik twijfelen waar ik zal afslaan, de twee kandidaten zijn Skeifarfoss en Gatanöf. Een waterval of een rotspunt. Fotografisch vind ik beide interessant. Het is de lucht die de doorslag geeft. Het is geen watervallen, maar rotspunten licht. De twijfel gaat over in een vastberadenheid in het voordeel van Gatanöf.

Ik heb moeite met het vinden van de afslag, zodat ik die voorbijrijd. Ik controleer mijn navigatie, maar wordt daar niet wijzer van. Mijn ogen speuren over de weg voor een glimp van herkenning, maar niets zet mij op het juiste spoor. In mijn ooghoek zie ik in de verte een rood autootje wegrijden van een parkeerplaats. Die parkeerplaats was er vorige keer nog niet, of hij is me niet opgevallen. Ik volg met mijn ogen het rode autootje en kijk waar hij terug de weg op komt. Even later rijd ik zijn route in omgekeerde richting. Te zien aan de borden en de richtingaanwijzers is deze route en parkeerplek niet lang geleden aangelegd.

Ik pak mijn rugzak, en hoop dat er hoog water bij Gatanöf zal zijn. Ik kan dat al zien op de app, maar dat heeft geen zin. Ik ben er nu, en moet het gewoon doen met de situatie die ik zal aantreffen. Als het laag tij is, ga ik toch geen zes uur wachten op hoog water.

Het zit me niet mee, in die zin dat het eb is, maar is het niet al gewoon geweldig dat ik hier kan zijn in de rust en stilte van een stukje minder bekend IJsland. Ik ben alleen met slechts het ruisen van de wind, het geluid van het water dat zachtjes op en neer wiegt, en het zachte gekwetter van de vogels. En even, heel even kan ik horen wat er via de omroepinstallatie van een van de walvisvaarders, wordt verteld. Vanaf hier lijkt de boot aan de andere zijde van het fjord te varen, maar dat zal wel gezichtsbedrog zijn. Het geluid verstomd zodra de wind een beetje aantrekt.

Als fotograaf probeer ik nieuwe invalshoeken te bedenken om de rots zo voordelig als mogelijk in beeld te krijgen. Maar de beelden die ik zag op de informatie borden zal ik niet kunnen evenaren. Het eerste beeld, de rots met daarbij het noorderlicht en de tweede waarbij de ondergaande zon precies door de opening zijn gouden gloed weet te sturen.

Tevreden met het best haalbare in het moment verlaat ik ontevreden de scene en ga op zoek naar een nieuwe uitdaging.

Het hete bronnen gebied Þeistareykir, stelt niet teleur, tenminste niet nadat ik het gevonden heb. Op GoogleEarth zag het er zo makkelijk uit, maar eenmaal op locatie ontdek ik al snel dat ik nog een stukje verder zal moeten rijden. Þeistareykir stelt niet teleur. Het is een hete bronnen gebied zonder betaald parkeren, zonder faciliteiten, een het eind van een slechte zandweg, en zonder druktes. Het gebied is nog redelijk ongerept. De enige sporen die je vindt zijn de sporen van de schapen. Gezien het aantal schapen valt het aantal sporen best mee. Hoeveel schapen het waren heb ik niet geteld, want ik wil nog even wakker blijven.

Onderweg terug naar Húsavík geniet ik van een wolkenpartij die de bergen flankeert, en in de verte langzaam richting de weg lijkt te glijden. Het wordt even een wedstrijdje. Blijf ik de wolken voor? De wolken winnen. Het uitzicht verdwijnt gelijk met het zicht op de weg. Mijn vader zou hebben gezegd dat de mist zo dik was dat je er je fiets tegen aan kon zetten. Mijn kilometer teller gaat terug naar een schamele 20 kilometer per uur, en zelfs dan moet ik me enorm concentreren om de auto binnen de lijnen te houden.

Vlak voor Húsavík besluit ik dat het voor vandaag weer genoeg is geweest, en tegen beter weten in rijd ik naar de camping. Al vanaf de hoofdweg weet ik dat dit niet mijn accommodatie voor de nacht zal zijn. Het is er druk erg druk. Nog steeds tegen beter weten in zet ik de auto stil, maar onbewust weet ik al dat ik hier niet ga blijven. De autodeur blijft dicht, de gordel blijft om. Ik zoek naar redenen om te blijven, maar kan er geen vinden. Er is geen ruimte, de lucht is gevuld met de lucht van barbecues, vanaf de voetbalvelden klinkt het doordringende geluid van hard weggeschopte voetballen. Niet van een wedstrijd, maar van een training, dus het knalt sneller achter elkaar dan de eerste vijf minuten van het oudejaarsvuurwerk. Net als ik denk dat dit niet de hele nacht door zal gaan hoor ik schreeuwende kinderen. Natuurlijk, die zijn op vakantie en natuurlijk uitgelaten. Kinderen zijn kinderen, maar laat ik nu helemaal dol zijn op stilte. Niet altijd hoor, maar wel wanneer ik zelf op vakantie ben.

Twintig kilometer verderop is nog een camping met de mooie naam Heiðarbær. Ik besluit daar mijn geluk te proberen. Gezien de drukte bij Húsavík kan ik me bijna niet voorstellen dat het hier rustig is, maar wanneer ik aankomt staan er slechts twee caravans. Ik vind een eenzaam plekje in een verre hoek van de camping.

 


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Dezelfde plek, een ander gevoel

Ik ben dicht bij de afslag naar de Dettifoss. Dat is waarschijnlijk wat iedereen denkt wanneer ze aan het begin van wegnummer 864 staan. Eigenlijk is het de weg langs het mooiste deel van de Jökulsá á Fjöllum, met de watervallen Hafragilsfoss, Dettifoss, en Selfoss, en voor wie hem weet te vinden ook de Rettarfoss.

Wie hem weet te vinden geldt dit keer ook voor mij. Ik weet eigenlijk zeker dat ik de goede afslag heb genomen, maar begin halverwege te twijfelen. Bovendien is de weg erg slecht, en als er een tegenligger komt, zal één van de twee in zijn achteruit ongeveer vier kilometer terug moeten rijden. Ik draai om en rijd zo snel mogelijk uit angst op de terugweg die tegenligger te ontmoeten.

Opgelucht rijd ik verder naar het zuiden richting Hafragilsfoss. De waterval moet het niet hebben van zijn eigen schoonheid, maar het is meer een uitzicht punt vanwaar je de kloof kunt overzien. Bovendien is het hier altijd erg rustig; behalve vandaag.

Twee dames hebben een tafeltje neergezet waarop een gigantische schaal ligt. Ik denk eerst nog dat het studenten zijn, of wellicht geologen, want ze beginnen als gekken met een gigantische hamer op de schaal te rammen. Regelmatig stoppen ze even, voelen met de handen over de schaal, en geven elkaar enthousiast een dubbelle high five. Een stukje verderop staat een auto met daarop de naam van een internetsite. Nieuwsgierig lees ik op de site waarop staat dat door meteorietenstof te versmelten met de gong, deze gong in harmony met het universum komt.

Terwijl je in de wijde omgeving van de Hafragilsfoss gek wordt van het wilde gehamer op een stuk metaal – het lijkt alsof je met een twee pannendeksels hard tegen elkaar slaat – lees ik op hun site: Waar stilte spreekt, “worden deze poorten geboren”. Voor hen zal de stilte wel spreken, want in tegenstelling tot de vele mensen die hier van de natuur komen genieten en worden verjaagd door het oorverdovend kabaal, dragen ze zelf gehoorbescherming.

Ik ben dan ook blij wanneer ze een laatste dubbelle high five geven, en de gong nog een beetje gaan polijsten. Daar heeft niemand last van.

Bij de Dettifoss, onder het kabaal van het neerstortende water kom ik weer helemaal tot rust. Het is natuurlijk een vreemde gewaarwording, dat natuurlijke geluiden zoals het oorverdovende geluid van de Dettifoss, in tegenstelling tot de hamerslagen van daarnet totaal niet storen. Natuurlijk kan ik niet aan de Dettifoss voorbij zonder een paar foto’s te maken. Vandaag kijk ik vooral naar de mensen die zichtbaar onder de indruk, de waterval of fotografisch; in het geheugen, of beide opslaan.

De wandeling naar de Selfoss neem ik er met veel plezier bij. Het pad is niet echt uitnodigend, wat veel mensen afschrikt. In de verte bij de Selfoss zie ik dan ook slechts een handje vol mensen die bij de waterval staan te kijken. Voordat ik aankom lopen ze mij al tegemoet. Wanneer ik bij de waterval aankom, is hij even van mij alleen. En wow, als iemand mij nu zag staan zou hij of zij wellicht denken, “Hij legt de waterval of fotografisch in het geheugen, of beide vast”.

Ik heb de waterval ook nog nooit zo mooi gezien als vandaag. De nevel die de waterval bijna altijd omsluit verdwijnt netjes naar de overkant waardoor ik een vrij en een helder zicht heb. Het kan dan ook niet anders dan dat ik teveel foto’s maak. Maar ik maak niet alleen foto’s. ik kijk, ik geniet en ben verwonderd. Verwonderd om zoveel schoonheid die ik al vaker mocht zien, maar mij nog nooit zo diep onder de indruk bracht. Het is niet enkel de waterval die indruk maakt, het is het totale plaatje.

Ik verlaat de 864 waar ik erin kwam, en ga nog even kijken naar Karl og Kerling, twee rotspilaren langs dezelfde rivier. Eigenlijk ga ik voornamelijk hierheen voor de camping, maar die blijkt enkel toegankelijk voor tenten.

Voor de tweede keer in drie jaar tijd sta ik bij Karl og Kerling en verbaas me over deze twee gigantische pilaren. Heel even laat de zon de omgeving oplichten en zie ik de rode tinten aan de overkant van de rivier. Net genoeg tijd om het vast te leggen. Dan verdwijnt de zon achter de steeds dikker wordende wolken, en verdwijn ik richting een volgende overnachtingsplek.

 


Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis

Bestel hier

Alleen, maar niet eenzaam

Onderweg naar IJsland – 2026

De tijd verstrijkt langzaam. Ik doe een spelletje op mijn telefoon, kijk een gedownloade Netflix-film, en geef toe aan de slaap waar ik blijkbaar al lang aan toe was. Komt het door het zachtjes wiegen van de boot, de warmte in mijn hut, de verveling die me loom maakt? Of gewoon de suikerinname, want de verveling laat me steeds weer een nieuwe toffee pakken. Erg zoet en erg zacht. Zodra de toffee op mijn tong ligt, valt hij uiteen in zachte chocolade die de karamel omhult. De karamel en de chocolade bieden mijn smaakpapillen een paar seconden overwerk waarna ze bijna vloeibaar in mijn slokdarm verdwijnen. Mijn smaakpapillen komen meteen in een staat van opperste verwarring en vragen zich af waar die sensatie van net gebleven is. Mijn onderbewustzijn helpt door een volgende toffee op mijn tong te leggen, mijn lichaam in verwarring brengend over een weeïg gevoel dat zich meester van mij maakt en aangeeft dat het wel genoeg is geweest.

Steeds wanneer ik mijn hut binnenloop, voelt het even fris. Die frisheid is relatief. Het is slechts frisser dan op de gang. Na een tijdje voelt die frisheid drukkend en kan ik niet anders dan de hut verlaten en een wandelingetje maken door de lange gang met blauwe vloerbedekking en veel deuren. Allemaal hutten met mensen die ieder hun eigen verhaal hebben. De vierpersoons hutten, het zijn verblijven voor een paar dagen, toch prijs ik mezelf gelukkig dat ik zo’n hut voor mezelf heb. De bovenste stapelbedden zitten opgeklapt tegen de wand waardoor je toch een beetje de illusie van ruimte hebt. Een klein bureautje met een krukje en een klein tafeltje tussen de onderste bedden. Een douche en een toilet, allemaal functioneel, misschien zelfs enigszins knus. Een poster van een gele dwergstrandloper is de enige versiering in de kamer.

Ik loop over de gang en ga van de zevende naar de vijfde verdieping. Er is een winkeltje met te dure spullen en wat souvenirs, maar ook toffees. Langs het winkeltje een aantal tafeltjes met wat luxere stoelen. Hoewel ze plaats bieden aan vier of meer personen lijken ze stuk voor stuk geclaimd door enkelingen, en soms een duo. Tassen worden gebruikt om het territorium af te bakenen. Soms ligt een enkeling door het ontbreken van een tas breeduit over een bank om het territorium te claimen. Twee mannen zitten breed uit op de banken, met twee aangebroken sixpacks tussen hen in om aan te geven dat dit hun hoekje is. De twee sixpacks geven duidelijk aan dat dit duo geen prijs stelt op een extra passagier. Niet dat ik hun dronkenmansgelul zou willen aanhoren. De nutteloze bandana om hun hoofd moet naast de sixpack waarschijnlijk een soort verbondenheid aangeven, al zal ik nooit begrijpen waarom iemand in een binnenruimte een bandana of petje zou willen dragen. Het zal wel iets te maken hebben met het imago dat ze hiermee denken uit te stralen.

Een stukje verderop loop ik een van de restaurants van het schip binnen. Een dertigtal, misschien wel een veertigtal mensen vult de tafeltjes. Een enkel stel heeft een stok kaarten bij zich en speelt in stilte, sommigen lezen een boek, maar de meesten zitten verdiept in hun mobiele telefoon. Het mooiste zijn de stellen waarvan één verdiept is in de telefoon, en de partner apathisch naar buiten kijkt naar de klotsende zee en de voorbijdrijvende wolken. Buitenom wandel ik naar de Laterna Magica-bar. Van buiten zie ik eigenlijk hetzelfde tafereel: mensen die verveeld en apathisch naar buiten kijken.

Ik loop de bar binnen. In de hoek van de ruimte op een te klein podium zit een muzikant zijn zuiverste noten te zingen. Noten die hij begeleidt met zijn gitaar. Eerlijk gezegd, het klinkt best goed, maar voor de aanwezigen niet genoeg om ook maar enige aandacht te krijgen. Ook in deze bar is iedereen druk bezig met niets doen. Blik op leeg. Als ik binnen kom, is er niet één hoofd dat even in mijn richting beweegt. Ik kijk altijd rond wanneer ik ergens binnen kom, kijkend of er een moment van oogcontact volgt, maar hier gebeurt helemaal niets. De barman die bezig is de bar te poetsen kijkt even op, knikt vriendelijk en gaat verder met poetsen. De bovenzijde van de bar is versierd met afbeeldingen van oude Faeröerse postzegels, ik neem de afbeeldingen in mij op en denk aan de IJslandse postzegels waarmee ik thuis bezig ben.

Ik kijk nog even naar het tafereel van de afwezige aanwezigen. Het voelt eenzaam, en ik besluit terug te gaan naar mijn hut waar ik net zoveel gezelschap heb als hier, tussen de mensen. Alleen in de hut voel ik me niet eenzaam, slechts alleen. En dat is prima.

 

Onbekend maar niet onbemind

17 Dagen geleden stond ik hier ook. 17 dagen en ik ken het niet terug. Ik sta nu op precies dezelfde plek, maar in een totaal ander landschap. Waar een dun laagje ijs de ijsbergen in hun greep leken te houden, waar de hemel in de maagdelijke witte sneeuw blauw reflecteerde, en de bergtoppen door diezelfde sneeuw van al hun kleuren waren ontdaan.

Het waarschuwingsbord, voor aan de weg, dat aangaf dat het hier om een track voor enkel vierwiel aangedreven auto’s ging leek nu ook logischer. Waar ik de vorige keer nog over een rotsige weg eenvoudig tot aan de gletsjer kon geraken moesten nu diepe geulen met snelstromend water worden getrotseerd. Het water stroomt hier nu eenmaal niet door een geul, maar zoekt steeds opnieuw de makkelijkste weg naar de zee. Soms is die makkelijkste weg, “de” weg, en zo nu en dan steekt het water de weg over waardoor diepe geulen ontstaan.

Het eenvoudige autoritje van de vorige keer, was nu een klein avontuur. We parkeren de auto en nemen dan de laatste heuvel te voet. Vol verwachting klimmen we naar boven. Met het uitzicht van 17 dagen geleden in mijn gedachten is de aankomst bij de top van de heuvel een tegenvaller. Ik had veel ijsbergen, bijna op grijpafstand verwacht, maar het meer is vrijwel leeg.

Een verschil in verwachtingen

Mijn “Oooh” van teleurstelling wordt overstemd door de “Oooh” van fascinatie die Ans uitstoot. Zo zie je maar dat fascinatie of teleurstelling ook een gevolg is van je verwachtingspatroon. 

Alle ijsbergen zijn door de wind tot achter tegen de gletsjer aan geblazen. Diezelfde wind zorgt voor een rimpelig wateroppervlak dat ervan bovenaf wat bruinig uitziet. Als ik een beetje ben bijgekomen van mijn teleurstelling, en Ans lang genoeg heeft genoten van het uitzicht lopen we de heuvel af naar de rand van het meer.

[singlepic id=1061 w=750 h=501 float=center]

Tijdens onze wandeling is de zon sterker doorgekomen, is de wind gaan liggen en is het rimpelige water langzaam tot rust aan het komen. Langzaam worden spiegelingen van de bergen en de gletsjer strakker in het water weergegeven. Het geeft een constante stroom van Kodak momentjes die steeds mooier worden.

[singlepic id=1062 w=750 h=501 float=center]

Ik kan de verleiding niet weerstaan om even een stukje het water in te lopen om op die manier de illusie te wekken dat ik kan lopen op het water.

[singlepic id=1060 w=500 h=750 float=center]

Als de wind na een tijdje de spiegeling aan diggelen blaast wordt het tijd voor ons om weer verder te gaan. Er zijn nog meer gletsjertongen die vandaag gezien moeten worden. Vorige keer zag ik een bordje met een mooie wandelroute bij de Heinabergsjökull. Een wandeling van ongeveer 14 kilometer die voor het restant van deze dag waarschijnlijk te lang is, maar we gaan voor de wandeling, niet voor het einddoel.

Het terugrijden naar de hoofdweg is nog wat lastiger. Ik heb het idee dat het water enigszins is gestegen. Dat zou op zich niet zo’n probleem zijn, maar we rijden recht tegen de laagstaande zon in. Het zicht is daardoor erg beperkt zodat we moeten gokken waar de weg is gebleven.

Voorzichtigheid is geboden…

Eenmaal terug op de hoofdweg rijden we verder naar het oosten waar enkele kilometers verderop de afslag naar de Heinabergsjökull ligt. We rijden nog maar een paar minuten op de afslag als we in de verte een kudde dieren zien lopen. Voor schapen zijn ze te groot, voor paarden te klein en voor koeien te elegant. Het kan niet anders dan dat we een kudde rendieren in het vizier hebben. We stoppen de auto en wisselen van stoel. Ans neemt het stuur in haar handen, en ik mijn camera met telelens. Langzaam naderen we de kudde die ons al snel in de gaten heeft maar nog even een afwachtende houding inneemt. Vluchten of eten, het is een lastige keuze. Voorzichtig manoeuvreren we dichterbij, en hoewel de afstand steeds te groot blijft voor een “prachtige” foto ben ik blij met het resultaat, en het met eigen ogen mogen zien van deze mooie dieren.

[singlepic id=1063 w=750 h=501 float=center]

Een kleine teleurstelling volgt bij het doel van deze rit, de Heinabergsjökull. Dat ligt niet aan het aanzicht van de gletsjer, want die is prachtig. Alleen de brug waar we overheen moeten om aan de wandeling te kunnen beginnen is verdwenen. Er is voor ons geen mogelijkheid om aan de overkant te komen. Er zit niets anders op dan een alternatieve maar veel kortere wandeling te maken.

Een mooie, maar minder bekende waterval

Op onze weg naar deze gletsjertong zagen we een bordje met daarop “Bólstaðafoss “. Foss betekend “waterval”, en laat ik nu dol zijn op watervallen. We hebben de waterval al snel in het vizier, en kunnen onze auto op slechts een paar honderd meter van dit natuurverschijnsel parkeren. Het laatste stukje gaat te voet. We zijn erg blij met deze voor ons “nieuwe” waterval die mooi ingeklemd ligt in een kleurrijke kloof. In een paar trappen komt een smalle maar sterke waterstroom naar beneden. Het is even zoeken naar het “perfecte” standpunt, al heeft dat er misschien ook mee te maken dat ik niet kan kiezen. Het is zeker een plek die ik ga onthouden voor toekomstige IJsland reizen.

[singlepic id=1064 w=501 h=750  float=center]

[singlepic id=1065 w=501 h=750 float=center]

De zon staat nu erg laag, maar voordat we teruggaan naar ons hotel willen we nog even naar de Skálafellsjökull. Een gletsjertong waar je met een 4×4 auto redelijk in de buurt kunt komen, en een mooi uitzicht hebt over de tong. Het is onze tweede poging, de vorige eindigde in dichte mist. Dit keer is het redelijk helder.

Soms is het beter ieder risico te vermijden 

De conditie van de weg is redelijk, al zou ik iedereen met een twee wiel aangedreven auto ten strengste afraden om op deze weg te gaan rijden. De vele kuilen in de weg, erg modderige stukken, steile hellingen en haarspeldbochten vereisen veel concentratie, en een betrouwbare sterke auto. De route gaat op plekken erg steil en ik besluit al snel dat hoe mooi het uitzicht ook gaat zijn, ik voor het donker van deze weg af wil zijn. Dat geeft ons nog ongeveer anderhalf uur.

[singlepic id=1066 w=750 h=501 float=center]

Hoe hoger we komen hoe slechter de weg wordt, en hoe meer sneeuw zich op de weg heeft verzameld. Zo nu en dan stoppen we even om van het uitzicht dat hier op zijn minst spectaculair te noemen is te genieten. We zijn nog ongeveer twee kilometer van het eindpunt als we op een steile en gladde afdaling aankomen. Een paar honderd meter verder zien we hoe een dikke pak wolken over de weg trekt. Wetende dat daar weinig tot geen uitzicht meer zal zijn, wetende dat we hier met zijn tweeën zijn en de kans klein is dat hier vandaag nog meer mensen heen rijden nemen we de enige en verstandigste beslissing die we kunnen nemen. We keren om.

Natuurlijk rijden we de weg niet in een keer helemaal af. We stoppen nog op verschillende plaatsen om uit te stappen en om ons heen te kijken. Een klein ijzig meertje met mooie reflecties trekt mijn aandacht en hoewel ik er nog lang zou willen blijven bedenk ik me; “Voor het donker de berg af”

[singlepic id=1067 w=750 h=501 float=center]

Weer samen

 

Vandaag staat er niets in de planning. Een goede dag om wat achterstallig werk weg te werken. Ik hoef pas om 12:00 uur mijn kamer in hotel Eyafjallajökull te verlaten. Hoewel het mooi weer is neem ik rustig de tijd voor een ontbijt, en ga dan terug naar mijn hotelkamer om te werken aan mijn blog. Het geeft veel voldoening als ik mijn blog teksten een beetje dichter bij de actualiteit kan brengen.

Rond 12:00 uur verlaat ik het hotel en rijd eerst maar eens richting Gluggafoss. Een waterval waar ik al vaker was, maar waar ik nu op slechts 10 kilometer afstand van heb overnacht. Bovendien zijn er een paar wegen die ik eens wil afrijden om te kijken of ik zo nog bij nieuwe dingen uit kan komen.

[singlepic id=1002 w=501 h=750 float=center]

Ik sta een tijdje stil bij de Gluggafoss, maar kan geen vernieuwende standpunten ontdekken die de waterval interessanter maken. Maar het weer is mooi, het licht is goed, en er komt een grote hoeveelheid water van de waterval naar beneden.

[singlepic id=1001 w=750 h=501 float=center]

Als ik fotografisch gezien uitgekeken ben op het moment vervolg ik de weg, op zoek naar nieuwe uitdagingen. Helaas, ik zit te laat in het seizoen, en daar waar het interessant wordt is de weg afgesloten. Ik kan niet anders dan omdraaien en dezelfde weg terugrijden.

Nog een kleine 24 uur

Morgen komt Ans naar IJsland, en kunnen we beginnen aan onze vakantie. In Hvolsvöllur zoek ik op het internet naar een geschikte accommodatie voor de komende drie nachten.  Op booking.com vind ik al snel een bungalow, in de omgeving van Selfoss die me heel geschikt lijkt. De bungalow is van alle gemakken voorzien, en heeft bovendien een hotpot. Goed voor mijn gekwelde rug natuurlijk, maar ook fijn om onze eerste avond buiten onder de sterrenhemel samen door te kunnen brengen.

Het is nog vroeg in de avond, maar toch al bijna donker als ik aankom op Kiðjaberg waar de bungalow ligt. Door wat miscommunicatie en de afwezigheid van de receptioniste sta ik iets langer achter de slagboom dan gepland, en zoek ik daarna tevergeefs naar mijn bungalow. Beide wordt opgelost door een kort telefoontje, en zo kijk ik niet veel later om me heen in mijn mooie iets te warm gestookte bungalow.

Ik maak het huis mijn thuis en vind mezelf niet veel later voor de eerste keer in de hotpot. De warmte is heerlijk, en het scheelt weinig of ik val in de hotpot in slaap. Voordat mijn ogen voor deze nacht definitief dichtvallen, weet ik gelukkig mijn bed nog te vinden.

Weer samen

Als ik wakker word is het weer omgeslagen. De regen valt met bakken uit de hemel, en de wind zweept een en ander nog flink aan. Ik gebruik de ochtend om alvast delen voor mijn boek te schrijven, dat wil zeggen om aantekeningen uit te werken. Rond 13:00 uur vertrek ik richting Keflavík. Daar moet ik de auto inleveren, en kan ik meteen een andere auto ophalen. We zitten alweer twee en een halve week verder richting de winter, dus krijg ik eenzelfde type auto, maar nu voorzien van winterbanden en spikes. Wel zo veilig.

Om 15:00 uur sta ik in de aankomsthal. Het vliegtuig is nog niet geland, en bij de balie van Hertz is het nog rustig. Mijn volgende auto is snel geregeld, en op de borden zie ik dat het vliegtuig met daarin Ans ondertussen is geland. Al snel krijg ik via Whatsapp een berichtje van Ans. Ze mogen het vliegtuig nog niet verlaten vanwege de harde wind. Als ik dan toch extra tijd heb kan ik net zo goed de auto alvast gaan inspecteren.

Het zal een snelle inspectie worden, want de wind raast over het vliegveld, en de regen striemt in mijn gezicht. Ik maak een snel rondje om de auto, en vind geen enkele schade die nog niet door Hertz is ontdekt. Ik zet mijn spullen in de kofferbak van de auto, en met de wind nu in de rug ben ik in no time terug in de aankomsthal. Ik heb me gehaast, want ik wil het moment natuurlijk niet missen dat de deuren van de aankomsthal openschuiven en Ans daar doorheen gelopen komt. Keer op keer schuiven de deuren open, en steeds weer lopen mensen door de deuropening, maar geen Ans te zien. Ik krijg weer een Whatsappje. Het kan nog wel even duren. De wind… Weer wordt mijn geduld in IJsland op de proef gesteld. Het is natuurlijk niet leuk om zo lang te moeten wachten, maar hier is moeder natuur aan het woord, en als moeder natuur spreekt, dan kun je alleen maar luisteren, en dit geval wachten.

De tijd doden

Als tijdverdrijf observeer ik de mensen die aankomen. Families die worden herenigd zijn het leukst, vooral als er kleine kinderen bij betrokken zijn. Zo zie ik diverse kleine kinderen papa of mama om de nek vliegen. Iets oudere kinderen die worden herenigd geven een wat afstandelijker kusje, en vragen meteen of papa of mama een cadeautje meegenomen hebben. Jonge stelletjes die worden herenigd zijn ook mooi om te zien. Die vliegen elkaar om de nek, zoenen elkaar hartstochtelijk, en houden elkaar vast alsof ze elkaar nooit meer los zullen laten.

Soms ook ontstaat er een heuse file van mensen. Dan gaan de schuifdeuren open en lopen de mensen elkaar achterna. Als dan de voorste niet meer verder kan stagneert de rij. De schuifdeuren gaan dan met enige regelmaat nutteloos open en dicht zonder dat er nog iemand doorloopt. Dit gaat dan zo door totdat er één uit de rij ontsnapt en een andere kant in loopt. Dan volgen er meer, en stroomt er plots veel volk de aankomsthal in.

Uiteindelijk komt Ans twee uur later dan gepland door de openschuivende deuren aangelopen. Even lijken wij ook op de jonge stelletjes die herenigd worden. Na twee en een halve week alleen telefonisch contact en Whatsapp voelt het heerlijk haar weer vast te kunnen houden en in de ogen te kunnen kijken. De storm is ondertussen grotendeels gaan liggen. We plaatsen de bagage van Ans in de auto en laten het vliegveld al snel achter ons.

Als we aankomen bij het huisje is het inmiddels aardedonker. De nacht is helder en vol met sterren. Het duurt dan ook niet lang, of we liggen samen dicht tegen elkaar in de hotpot en kijken naar de twinkelende sterren hoog boven ons aan het firmament.