To go where no man has gone before. Of in ieder geval deze man. Hoe vaak heb ik niet rondgelopen bij het kleine zwarte kerkje, “Búðakirkja.“ Het kerkje heb ik van alle kanten gefotografeerd. In zijn geheel, gedeeltelijk, half verscholen tussen lavastenen, achter hoog gras, en ik wandelde ook naar het strand, maar steeds keek ik ook naar Búðaklettur. Ik liep er nooit naar toe. Vandaag is de dag, ik trek mijn wandelschoenen aan, doe mijn regenjas aan en zet mijn eerste stappen. Na een aantal van die eerste stappen begint het zachtjes te regenen. Te zachtjes om me van mijn voornemen af te halen. Mijn gedachten beginnen al te malen, en zeggen tegen mij “hier ga je nog spijt van krijgen”.
Ik stap stevig door en na tien minuten stopt de regen die me zowel fysiek als mentaal nauwelijks heeft geraakt. Vanaf het kerkje ziet Búðaklettur er uit als een perfecte ronde bol die als een berg het landschap domineert. Misschien zou je niet eens beseffen dat deze ronde bol verantwoordelijk is voor het lavaveld dat hier 8000 jaar geleden ontstond.

Langzaam kom ik dichter bij de Búðaklettur. Eenmaal aan de voet van de berg besluit ik er ook maar omheen te lopen. Want fotografisch heb ik nog niet iets bijzonders kunnen vinden. Dat veranderd zodra ik aan de andere kant van de bol sta, want hier is de bol hol. Vanaf hier zie je duidelijk de krater. Een pad brengt me langzaam naar boven en geeft uitzicht op de Snæfellsjökull. Het is jammer, maar tegelijkertijd ook fijn dat zowat niemand de moeite neemt deze route te wandelen. Een gemis voor diegene die enkel voor het zwarte kerkje komen.
Een andere plek waar ik steeds weiger te stoppen is Djúpalónssandur. Een plek die vooral beroemd is vanwege een scheepswrak. Stel je daar niet te veel van voor. Het zijn enkel onherkenbaar stukken verroest metaal waaruit je zelfs met veel fantasie geen scheepswrak kunt halen. Het wordt pas boeiend wanneer je de moeite neemt het bijbehorende informatiebord te lezen. Een scheepsramp waarbij op 13 maart 1948, 14 bemanningsleden om het leven kwamen.
Ik loop met respect rondom de wrakstukken heen. In de branding staat de rots Kerling, een hoge pilaar waar mijn oog direct opvalt. Het is alsof de rest van de kust, het kiezelstrand en de mensen rondom me heen verdwijnen. Die pilaar, daar moet ik heen.
Even later zit ik op een rots en ben bezig met het maken van foto na foto, zoekend naar de juiste golf, de juiste compositie en de perfect bijbehorende sluitertijd om de perfecte foto te maken. Nou ja, perfectie bestaat niet. Maar het beste uit de situatie halen blijft altijd een optie. Het wachten is vooral op die ene brekende golf die op het juiste punt in mijn compositie moet verschijnen. De ene keer is de positie juist, maar breekt hij met veel schuim, de andere keer breekt hij mooi, maar past hij niet binnen de compositie. Geduld is hier een schone zaak. Wachtend op die ene perfecte golf zie ik mensen komen en zie ik mensen gaan. Ik kan me een beetje voorstellen wat ze denken over die zonderlinge fotograaf, zittend op de kiezels van het strand, kijkend door de camera. Ik hoor ze bijna denken, “die spoort niet”.

Maar voor mij is “The fool on the beach”, The fool on the hill.
But the fool on the hill,
Sees the sun going down.
And the eyes in his head
See the world spinning ‘round.

Het begint al wat later te worden. De wandeling naar Dritvik laat ik voor vandaag even zitten. Ik rijd door naar Hellissandur. Het is ook wel eens fijn om wat vroeg op de camping te staan.
Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis














