De laatste paar weken is de gletsjertong Solheimajökull veel in het nieuws geweest. Door het terugtrekken van de gletsjer worden de wanden instabiel en vallen er regelmatig stenen. De bergen moeten nu, zonder de fundering van de gletsjers, hun nieuwe balans zien te vinden. Allemaal erg boeiend, maar niet als je er net loopt wanneer de berg zijn balans oefeningen verricht.
Ik heb dan ook besloten niet naar de Solheimajökull te gaan. In de verte zie ik de brug die net voor de afslag ligt, maar ik besluit door te rijden. Totdat ik op de brug rijd. Dan krijgt mijn nieuwsgierigheid de overhand. Ik kijk in de spiegels, geen verkeer achter mij, richting aangeven, remmen en afdraaien.
Niet veel later sta ik op de parkeerplaats. Een plek die sinds mijn eerste bezoek hier in 1999 verschillende keren is opgeschoven om de bezoekers niet al te lang te laten lopen, en flink is gegroeid om al die bezoekers te kunnen ontvangen. Vlak bij mijn camper staan een twintigtal bezoekers te luisteren naar de instructies van de gidsen. Bewapend met helm, houweel en crampons, luisteren ze aandachtig alvorens zich in de richting van de gletsjers te begeven.
Zwarte en witte pieken
Het stelt mij gerust, want als het risico echt groot zou zijn, ging hier niemand de gletsjer op. Ik pak mijn spullen, en loop ook richting de gletsjertong die mijn hart heeft gestolen vanwege de vele tinten in het ijs. En dan heb ik het niet enkel over blauw en wit, maar ook echt diepzwart. Die zwarte ijspieken zijn voor mij het meest bijzonder.

De gletsjer stelt niet teleur. Het blauw is een grote afwezige, maar wordt ruimschoots gecompenseerd door het zwart. Spitse zwarte punten in willekeurige plekken, waar je als fotograaf dan toch probeert om orde in de chaos te creëren en zo tot een mooi fotografisch resultaat te komen. Voor de terugweg loop ik langs het gletsjermeer in de hoop nog wat motieven te ontdekken, maar ik vind niets dat het openen van mijn fotorugzak verantwoord.

Ga ik een poging wagen
Bij Vík í Mýrdal stop ik even. Zal ik naar de Reynisdrangar wandelen, en hem dit keer fotograferen zoals ik hem nog nooit gefotografeerd heb? Ach, het is een voornemen wat ik al op zoveel plekken maakte. “Dit keer maak ik een totaal andere foto als al die andere foto’s die ik hier al maakte,” om vervolgens met toch weer ongeveer dezelfde foto’s thuis te komen.
Ik ga het toch proberen, zoals ik het al zo vaak probeerde. En ook dit keer ga ik me weer zonder plan laten leiden door wat ik tegenkom. Bepakt met mijn rugzak stap ik uit de camper en wat dan als eerste opvalt is die kerk.
Víkurkirkja
Ik gooi het er maar meteen uit, al weet ik zeker dat niet veel mensen het met mij eens zijn, maar ik vind het gewoon een dertien-in-een-dozijnkerkje. Geen bijzondere architectuur, geen spectaculaire vormgeving. Qua vorm en uitstraling lijkt het vrijwel identiek aan de op hemelsbreed slechts een paar kilometer verderop gelegen Reyniskirkja. De geschiedenis is misschien interessant, maar aan het kerkje zelf zie ik niets wat het architectonisch bijzonder maakt. Het is gewoon een eenvoudig, wit kerkje met een rood dak dat het vooral moet hebben van zijn ligging.
En die ligging, die is inderdaad mooi. Van een afstand steekt het witte gebouw fel af tegen de donkere, achterliggende berg. Ik kijk nog eens naar de kerk. Rondom staan inmiddels veel auto’s, campers en toerbussen. De kerk is een hype, niet meer en niet minder. Veel gefotografeerd, en daarom moet hij wel bijzonder zijn.
Wat de bezoekers volgens mij uit het oog verliezen, is dat je, als je de kerk daadwerkelijk als iconisch beeld wilt vastleggen, juist minimaal vijfhonderd meter verderop moet gaan staan. Pas vanaf daar ontstaat het beeld waar het ooit om begonnen is: dat kleine, witte kerkje, bijna verloren in het overweldigende IJslandse landschap.
Begrijpen al die bezoekers die nu rond de kerk staan dan niet dat ze niet het icoon zien, maar slechts de hype eromheen omarmen? En wil je nog een mooie, iconische foto maken, dan zul je heel vroeg of heel laat moeten komen. Anders wordt het beeld onvermijdelijk bezoedeld door bussen, campers, auto’s en veel te veel mensen.
De Reynisdrangar
Ik kijk nog een keer naar boven, en loop dan door naar het ander icoon van Vík I Mýrdal: De Reynisdrangar. Een mooie rotsformatie die ongeveer 500 meter uit de kust liggen. Er zullen geen mensen op rond lopen, laat staan dat er auto’s voor geparkeerd staan. Met een gerust hart loop ik zonder idee en zonder planning naar het zwarte strand Víkurfjara.
“Een andere foto?” Met die opdracht loop ik eerst richting de grote uit grote rotsen aangelegde golfbreker. Ik wil er overheen klimmen, maar tijdens de klim verzet ik de koers, en loop naar het einde van de pier. Aan de andere kant van de pier loopt het riviertje Víkurá.
Het brengt mij zo nog geen inspiratie, voor die andere foto. Die inspiratie komt pas op het laatste stukje van de pier. Laag, tegen het riviertje aan liggen enkele rotsen die niet echt een onderdeel van de pier vormen, maar die wel mooi gifgroen zijn gekleurd door algen. Langzaam klim ik naar beneden en sta ik tussen pier en rivier. Hier kan ik mij rustig uitleven. Verschillende ideeën borrelen omhoog. De Reynisfjara in de achtergrond, en de groene bijna lichtgevende rotsen als hoofdrol.

Na een paar pogingen betrek ik ook de rivier bij mijn composities. Ik ben druk bezig met fotograferen wanneer anderen mij zien staan, en ook vanaf dezelfde plek foto’s willen gaan maken. Helaas voor hen ligt, het riviertje Víkurá tussen ons in. Er zit voor hen niets anders op dan om te lopen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor mij. Zodra ik verder over het strand wil gaan lopen moet ik eerst de golfbreker weer beklimmen, en terug naar de brug.

Waar kan je liggen in het zand…
Vanaf het strand bekijk ik de mogelijkheden voor nog een andere “die andere foto.” De zon schijnt zijn felle licht op de stenen op het strand die daardoor gaan schitteren. Er zit niets anders op dan ook de schittering te gaan vangen. Die laat zich enkel vangen wanneer ik plat op het strand ga liggen en mijn camera bijna in het zand moet leggen, slechts ondersteund door mijn hand.

Velen zullen zeggen: “Je kunt toch op het schermpje aan de achterkant kijken, dan hoef je niet plat op de grond te gaan liggen.” Dan ben ik wellicht van de oude stempel. Voor mij blijft bij al mijn fotografie de zoeker favoriet, al is het maar omdat je dan met je zicht afgesloten bent van alle afleiding. Bovendien, moet ik om vanaf het beeldscherm aan de achterkant te kunnen fotograferen, mijn leesbril opzetten, en dan nog weet de zon het beeld vaag en contrastloos te maken. Platliggend op de grond denk ik nog even aan het manneke bij de Brimketill die zich liet verrassen door een golf. Mijn rechteroog hangt voor de zoeker, mijn linkeroog houdt angstwekkend de vloedlijn in de gaten.
Na een aantal pogingen heb ik het beeld gevangen, en kan ik droog teruglopen naar de camper.

Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis
Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.
