Na een tijdje IJsland, verdwijnt het jachtige leven steeds verder naar de achtergrond. Het scheelt natuurlijk ook dat ik op IJsland al veel heb gezien, niets meer per sé hoeft, en ik me meer laat leiden door het licht dan door de locatie. De ochtenden beginnen dan ook meestal met rustig wakker worden, rustig ontbijten en dan bedenken waar het licht me vandaag zal brengen.
Vandaag is het anders. Zodra ik de achterdeur van de camper open zie ik dikke nevel langs de flanken en toppen van de bergen rondom de Svínafellsjökull en Skaftafellsjökull langzaam voorbijdrijven. Mijn ontbijt sla ik over en al snel ben ik onderweg naar de Svínafellsjökull. Ik pak mijn rugzak, gooi er wat snacks in, en loop gehaast over het twee kilometer lange pad naar de voet van de gletsjer. De mist begint al op te lossen, en ik ben bang dat ik het beste moment zal missen.
Doorlopen heeft zin
Slechts een handjevol mensen heeft vandaag ook een vroege start. Het kleine meertje, een paar honderd meter voor het gletsjermeer, rimpelt in de wind. Nog slechts een dun laagje nevel hangt in de gletsjer. Ben ik te laat? Is het mooiste moment van de dag alweer voorbij? Mijn pas vertraagd. Snel wandelen heeft geen zin meer. Dan laat de wind zich vallen. Langzaam herstelt het wateroppervlak van het kleine meertje en maakt een metamorfose naar een perfecte, of minstens een bijna perfecte spiegel. Een plukje nevel komt tussen twee flanken door en legt een dun diffuus laagje over de gletsjer.

Mijn hypertrance
Wat er dan gebeurt, is moeilijk te beschrijven. Ik zie mogelijkheden, composities, lichtvallen. Het maakt mij hyper, want ik wil alles tegelijkertijd vastleggen. De wereld is beeld.
Tegelijkertijd komt er een rust over me heen. Alle afleiding verdwijnt naar de achtergrond. Ik ben alleen in mijn landschap. Ik zie alles en iedereen en tegelijkertijd zie ik niets en niemand. Ik verdwijn in mijn hypertrance.
De mistflarden, soms het dunne laagje mist dat voor de ijsbergen hangt, ontnemen iets aan het landschap en voegen daarmee juist iets toe aan de foto. Ik loop steeds een stukje verder, geleid door mijn hypertrance. De ijsbergen bieden na bijna iedere stap een nieuwe compositie aan. Ik kijk, kader, componeer en druk af.

Ik volg de rand van het gletsjermeer totdat ik de Tindaborg, de getande rotskam, in beeld krijg. De rotspunt was een duidelijk onderdeel van de Svínafellsjökull toen de route jaren geleden nog naar een ander uitzichtpunt leidde. Het moet een paar jaar geleden zijn dat ik die rotskam voor het laatst heb gezien.

Ik herinner me mijn eerste ontmoeting met de Tindaborg. Een uitstekende nunatak, een extra dimensie aan de gletsjer. Subtiel genoeg om niet dominant te zijn in de beelden en toch een belangrijk ankerpunt.

Na een laat ontbijt rijd ik verder. Het is een andere manier van reizen dan ik gewend ben. Wetende dat ik voldoende tijd heb om te doen wat ik wil en kan plan ik niets, en laat me wederom leiden door waar het licht me brengt en stop ik soms zomaar op een parkeerplekje om wat te lezen of weer een stukje verder te schrijven aan mijn volgende boek. Op de wind na zijn het rustige ritten.
Filosoferend bij de gletsjer
Ik stop even bij de fotogenieke Falljökull. Een gletsjer die lijkt opgebouwd uit vele kleine torentjes van ijs. Wit, blauw met hier en daar toefjes zwart. Het volume van de gletsjer is ook hier flink afgenomen. Het fenomeen gletsjer heeft me altijd geboeid. De enorme ijsmassa’s die langzaam het dal in glijden, rotsen afschaven, stenen verplaatsen, en als laatste fase afsmelten en een worden met de rivieren en de oceanen. Het is prachtig dit proces in slow motion te kunnen zien. Het blijft wel treurig om te zien dat er geen nieuwe aanwas, of in ieder geval te weinig aanwas is om het fenomeen in beweging te kunnen houden. Aan de ene kant maakt het mij nieuwsgierig om te zien wat er eventueel nog aan geschiedenis onder de gletsjers gevonden kan worden, maar ik zou het fijner vinden als dat nog lang tot de mysteries mag blijven horen.

Storm bij Jökulsárlón
De volgende stop is bij het Jökulsárlón. Dit keer is het niet eens voor het meer of het strand. Niet om de ijsbergen vast te leggen, niet om de ijsbergen te vangen in de golfslag. Een paar kilometer terug zag ik mooie maar ook verontrustende wolkenformaties. Boeiend om te fotograferen, maar niet om me te verheugen op de harde wind die met deze wolken gepaard gaan. Ter hoogte van het meer moet ik mijn best doen de camper op de weg te houden. Wanneer je dan tijd genoeg hebt is het niet zo’n moeilijke keuze om de camper te parkeren en tijdens een wandeling flink uit te waaien. Ik geef toe aan de verleiding om met de wind in de rug te gaan lopen. Met de wind in de rug lopen is prettig, en het idee dat je nog terug moet met de wind recht van voren, zorgt ervoor dat je nog verder gaat lopen, want zolang je verder loopt heb je nog steeds die wind in de rug. En toch, de terugweg zal ooit aanvaard moeten worden, en wordt met iedere stap langer.

Tot nu toe geniet ik van iedere stap, en kijk ik vooral naar de wolken die als een soort hoedje boven de gletsjer hangen. Soms ga ik achter een grote rots zitten. Gewoon mezelf verstoppen voor de wind. Even rust aan de oren.
Wanneer ik na veel tegenwind terug ben bij de camper neem ik een wijs besluit. Ik ga de rest van de storm hier even uitzitten.
Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis