Het is rustig op de ringweg. Ik vind dat heerlijk. Gewoon met tachtig kilometer per uur rijden, en niemand die op je bumper zit. Met deze snelheid kan ik lekker, onderuitgezakt achter het stuur, om me heen kijken en me laten verrassen door wat IJsland mij voorschotelt.
Het eerste wat ik zie is iets dat ik bijna niet zag. In de verte, heel vaag achter een diffuus scherm van nevel reist langzaam de Vatnajökull boven het landschap uit. Door de nevel is zowel de lucht als de gletsjer gehuld in pasteltinten. Ik zie het beeld voor mij dat ik wil schieten. Een lage horizon, een nog nader te bepalen voorgrond, en verder helemaal niets. Het moet een foto worden die het moet hebben van de leegte.

Behalve de voorgrond ontbreekt nu nog een goede plek om de camper aan de kant te zetten terwijl ik fotografeer. Maar wanneer je ze nodig hebt zijn ze er niet. Parkeerplekken of inritten, en ja hoor, dan is er een inrit waar je makkelijk kunt parkeren, maar is de gletsjer net even uit zicht. Ik moet doorrijden tot aan de parkeerplaats bij het Eldhraun. En dan is het zoeken. Passen en meten. Wat wil ik wel in mijn beeld, en wat niet. De beste plek vind ik vooraan de nieuwe parkeerplek. Daar heb ik slechts het uitgestrekte lavaveld, en de gletsjer in het door mij gezochte evenwicht. Ik maak een paar varianten, en ga dan weer tevreden op weg. Maar welke heeft nu de voorkeur?

Stjórnarfoss, een vergeefse inspanning
De afgelopen dagen heeft het behoorlijk geregend in deze omgeving. Een paar weken terug stonden we bij de Stjórnarfoss die op een klein straaltje water na vrijwel opgedroogd was. Ik hoef er ook niet echt voor om te rijden, dus er is geen reden om niet even te gaan kijken.

Het omrijden loont zich. De inspanning was niet voor niets. De hoeveelheid water is niet spectaculair, maar wel voldoende om de waterval wat aandacht te geven. Er staan enkele mensen de waterval te fotograferen vanaf de overzijde van de rivier. Vanaf de parkeerplaats is dat de korte route, en ook de meest logische. Vanaf de brug zag ik een poel met stilstaand water. Met een beetje geluk spiegelt de waterval of een mooi stukje landschap zich in het water. Het is iets verder wandelen, maar dan heb je het over een paar honderd meter. Mijn langere weg wordt beloond, en even later lig ik plat op de grond om de spiegel zo optimaal mogelijk te gebruiken.

De inspanning
Wanneer ik terug wil lopen naar de camper valt mijn oog op een weg gelegen die iets voorbij de waterval naar een hoger punt leidt. Ik heb geen idee wat ik ga vinden aan het einde van de weg, maar nu tijd mijn vriend is besluit ik de uitdaging aan te gaan. Eigenlijk is het lunchtijd, maar hoe ver kan die weg gaan?
De weg loopt eerst enigszins omhoog, maar voorbij de eerste bocht is het een stuk steiler. Mijn snelheid zakt een beetje terug, maar daar krijg is wel veel hoogtemeters voor terug. Ik kijk uit naar de volgende bocht. Wanneer deze weg mij naar een hoger deel van de Stjórnarfoss brengt is die moeite zeker niet voor niets. Het idee om met een weinig gefotografeerde foto thuis te komen geeft mij vleugels. Helaas zijn het dan wel het soort vleugels zoals een pinguïn ze heeft. Ze geven me niet de mogelijkheid ermee te vliegen. Nee, om de volgende bocht wordt de weg nog steiler. Ik kijk letterlijk en figuurlijk op tegen een grote hoogte. “Ik had mijn wandelstokken mee moeten nemen”. Het flitst door mijn hoofd. Ik kijk naar beneden, naar het stuk dat ik straks moet afdalen, dan kijk ik omhoog naar het nog steilere deel. Gaat dat lukken?
De honger naar die bijzondere foto duwt mij hoger en hoger. Op het deel waar ik mijn spectaculaire uitzicht verwachtte zie ik enkel een groen heuvelachtig landschap met een kloof. Heel ver beneden in de kloof stroomt de rivier die de Stjórnarfoss van water voorziet.
De inspanning niet beloond
Ik ga even in het gras zitten. De steile wandeling was nogal inspannend, en de timing om te gaan wandelen allesbehalve verstandig. Ik controleer even mijn rugzak op wat eetbaars, en ben helemaal gelukkig met de mars die ik in één van de vakjes vind. Zittend in het gras besluit ik extra lang met mijn mars te gaan doen. Weg laten smelten in mijn mond, en dan net zolang blijven kauwen tot je hem bijna op kunt drinken. Het wordt de lekkerste mars die ik ooit heb gegeten.
Met veel tegenzin begin ik aan de wandeling naar beneden. Wanneer ik boven aan het steilste stuk sta kijk ik naar beneden, en vraag me af of ik hier ooit beneden ga komen. Met mijn statief als geïmproviseerde wandelstok daal ik langzaam af. Halverwege heb ik nog even zicht op de minimalistische in nevel gehulde Vatnajökull.
De wandeling is inspannend, maar zonder te vallen of uit te glijden kom ik toch veilig beneden. Wanneer andere mensen mij in zicht krijgen is de weg gelukkig niet meer zo steil zodat ik net kan doen alsof ik hier gewoon fluitend naar boven en weer naar boven ben gewandeld.
Een alternatieve parkeerplek bij de Lómagnúpur is een fijne plek voor mijn lunchpauze.

De avond sluit ik af bij de Svínafells camping. Een mooie plek om morgen naar de Svínafellsjökull te gaan.
Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis