We hebben deze reis best wel wat ongemak gehad met onze camper. Zo stonden we al drie keer in een garage. Eén keer voor een complete set nieuwe banden, een keer om een beugel van het brandstoffilter te lassen, en nog onvermeld was het scharnier van de motorkap dat het had begeven. Gewoon midden doorgebroken. Dat laatste was in tijd van vijftien minuten weer gelast, maar het kost wel veel tijd en vraagt vaak om een aanpassing van de route. En onlangs werden we onaangenaam verrast door een scheur van ruim twintig centimeter in de voorruit. Na informeren bleek de levertijd van een nieuw raam drie weken te zijn.
Ik mag wel zeggen dat ik nu huiverig ben voor de hooglanden. Ik weet dat je met een barst in het raam nog best wel een tijdje kunt doorrijden, maar laten we het erop houden dat de garantie vervalt. De laatste dagen in IJsland houd ik me dan ook wijselijk op aan de ringweg met af en toe een klein voorzichtig uitstapje op een gravelweg. De auto is niet slecht, maar hij zit eigenlijk al wel tegen zijn pensioen aan en moet gezien zijn leeftijd hard werken.
Ik heb gekozen om over het zuiden te gaan, omdat alle highlights in het noorden toch wat gravelwegen met zich meebrengen. Zo kom ik deze ochtend langs het plaatsje Hella. Ik ben onderweg, maar weet niet waarheen. Dan schiet me een waterval te binnen die ik al vaker wilde bezoeken, maar die steeds op een “ach, de volgende keer lijst,“ terecht kwam. Vandaag is de volgende keer.
De Ægissiðufoss
Er loopt maar één rivier door Hella, dus de kans om verkeerd te rijden is niet groot, maar voor de zekerheid kijk ik even op de kaart. Ik stop op de parkeerplaats bij het vertrekpunt van de bus naar Landmannalaugar. Ik kijk even op naar de geparkeerde campers op het lang parkeren terrein, en ik moet toch even slikken. Het was voor ons een van de belangrijkste doelen van deze reis. De Laugavegur. Het heeft dit keer niet zo mogen zijn, en of er nog een herkansing gaat komen is nog maar de vraag. Ik ben niet oud, voel me niet oud, maar ik zit wel in de categorie waarin het de vraag is of het nog verstandig is om dit te gaan ondernemen.

Op de kaart vind ik snel de waterval, Ægissiðufoss, vernoemd naar de historische boerderij Ægissiða. Ægir op zij beurt, is in de Noorse mythologie een reus die de personificatie is van de oceaan en de zeeën. Volgens de kaart is inderdaad een kwestie van de enige weg te volgen die langs de rivier loopt. Het lijkt me een leuk plekje om ook even te lunchen. Ik kijk naar de laatste afslag voor de waterval en zie tegelijkertijd enkele auto‘s en campers de weg inrijden. De parkeerplaats is nu al te klein voor al het verkeer dat hierheen komt. Ik dacht een waterval te hebben gevonden die nog relatief onbekend was, maar ik denk dat het internet aan velen de weg heeft geopenbaard.
Ik kan het voor mezelf niet verantwoorden hier te gaan lunchen, maar fotograferen lijkt me geen probleem. Even later loop ik met mijn rugzak richting de Ægissiðufoss. Ik word aangenaam verrast door wat ik aantref. Ik heb op het internet wel eens een foto van deze waterval gezien, maar die foto‘s deden de waterval geen recht. Voor het mooiste beeld zou ik eigenlijk moeten afdalen naar het waterniveau, maar als ik anderen zie strompelen om beneden te komen, en later weer naar boven zie ik ervan af. Het standpunt van bovenaf is ook niet slecht.
Naar de haven bij de Westmaneilanden
Het uitzicht op de Westmaneilanden heeft me altijd gefascineerd. Mijn volgende afslag is net voor de Seljalandsfoss richting de ferry naar de eilandengroep. Al vanaf de ringweg zie je de eilandengroep liggen, en als je niet beter weet denk je aan een rijtje bergen aan de kust. Ik zet de camper stil bij het Landeyjarsand en tuur over het strand. In de verte zie ik iets liggen dat een belletje doet rinkelen. Vanaf deze afstand is het onherkenbaar, maar lag hier geen scheepswrak? Ik pak mijn camera met telelens en schiet een snapshot dat ik vervolgens flink inzoom op het schermpje. Inderdaad, in de verte liggen de overblijfselen van de eens zo trotse Sigurður Gísli VE 127.

Het is nu eerst lunchtijd, en zover ik weet, is het scheepswrak vrij anoniem. Op de foto die ik net maakte kon ik geen mensen in de omgeving van het wrak zien. Met het volste vertrouwen dat ik nog wel even kan lunchen voor ik naar het wrak wandel drink ik mijn koffie, en eet mijn brood op. Buiten wordt het rumoerig. Ik zie een gezin met twee kinderen, en ik ga ervan uit dat ze naar de Westmaneilanden zullen gaan. Dan zie ik dat de vader een verrekijker in zijn hand heeft, en naar het wrak tuurt. Hij wijst het aan, geeft de verrekijker aan zijn vrouw. De vrouw geeft het even later aan één van de kinderen, en niet veel later lopen ze met zijn vieren het strand op.
Ik vloek binnensmonds en maak me zelf zo snel mogelijk klaar om ook naar het wrak te wandelen. Wanneer ik klaar ben om te vertrekken bestaat het gezin nog uit vier kleine stipjes die bijna rechtstreeks in de richting het wrak wandelen. Ik hoop nog dat ze het toch hebben gemist en eraan voorbijlopen. Die hoop vervliegt wanneer ik ze echt recht op het wrak zie aflopen. Ik had gehoopt op maagdelijk vers opgewaaid zwart strandzand. Ik besef dat ik dat wel kan vergeten. Dat wordt of creatief fotograferen, of photoshoppen… Nu het wrak bezet wordt door het gezin kijk ik even om me heen. Op een IJslands strand moet vast meer fotografisch interessante motieven liggen om me mee te vermaken. Een stuk verderop ligt een minimaal armdik groen touw. Een touw, wat zo te zien iedereen die het wrak in zicht krijgt links laat liggen. Vaak zijn dat mijn onderwerpen. Waar een ander zijn neus voor ophaalt is vaak een motief of element in een foto. Even later lig ik plat op mijn buik. Een touw in plaats van een wrak.

De aandacht verlegd
In het zand staan ook verschillende bandensporen van nogal groot uitgevallen banden. Het maagdelijk zwarte strandzand was sowieso een illusie. Terwijl nog twee mensen aan komen lopen kijk ik om me heen en zie prachtige zwarte zandduintjes. En ja, die zijn helemaal maagdelijk. Hier heeft de laatste honderd jaar niemand gelopen, of in ieder geval niet meer sinds de laatste windvlagen. Prachtige vormen in het zand, mooie zandduintjes en ruimte. Heel veel ruimte.

Ik ben het scheepswrak even helemaal vergeten, en om mijn eigen objecten niet te bederven, kijk ik voordat ik met mijn voetsporen het maagdelijke zand omploeg goed wat ik wil vastleggen en hoe ik het wil vastleggen. Maar er is hier zoveel. In feite is er enkel zand, gras en lucht. Wat totaal ontbreekt is menselijke aanwezigheid. En dat maakt voor mij als fotograaf veel van weinig. Ik kijk om me heen, en denk aan de wijze woorden van Tol Hansse. “Eenzaam in je blote billen, door een oerwoud lopen rillen“. Maar tegelijkertijd voel ik de koude wind en denk “Nee dat valt toch ook niet mee, op het zwarte zand holadilee“.

Van de zandduintjes loop ik naar de waterlijn waar het grijze water van de oceaan in wit schuim uiteen vloeit op het zwarte strand. Gek, hoe een paar elementen inspirerend op mij inwerken. Inspiratie ontstaat vaak uit het ontbreken van veel.


Het scheepswrak Sigurður Gísli VE 127
Ik bedenk dat ik hier kwam voor het scheepswrak, en wil teruglopen. Maar wanneer ik me omdraai zie ik hoe een superjeep het wrak nadert en vlak bij het wrak de auto stilzet. Ik zal me nog even moeten vermaken met het allesomvattende niets, en dat lukt me goed. Ik maak in ieder geval veel foto‘s. Na ongeveer een half uur, het kan ook een uur zijn geweest zie ik dat de auto langzaam van het wrak wegrijdt.

Ik loop nu zelf snel naar het wrak, en haal alles uit de kast om het de Sigurður boeiend in beeld te brengen. De restanten hebben bijzondere vormen en ligt hier na een brand al ruim 50 jaar op het strand waarbij het steeds iets dieper in het zand verdwijnt, de balken zijn gezandstraald en uitstekende spijkers getuigen van de planken, die hier ooit de romp van het schip vormde. Na een brand in 1974 werd het schip op het strand gesleept en uit het scheepsregister geschrapt.

Het is nu weer leeg op het strand zodat ik ruim de tijd kan nemen om te kijken en om foto‘s te maken van Sigurður. De voetsporen waarvoor ik bang was storten al snel in tot vormeloze kuilen die op een foto best te verdedigen zijn. In steeds kleinere kringen loop ik rond het scheepswrak. Op die manier probeer ik mijn eigen sporen zoveel mogelijk buiten beeld te kunnen houden. Tevreden met mijn foto oogst begin ik aan de wandeling terug naar de camper. Nog even kijk ik naar de zandduintjes. Die waren toch ook erg mooi. De verleiding is groot om nog even terug te keren, maar dan zouden de foto´s gewoon meer van hetzelfde worden.
Van storend element naar hoofdmotief
In de verte zie ik twee wandelaars aan de vloedlijn lopen. Om mijn eenzaamheidsgevoel nog even te behouden, en de wandelaars hun eigen eenzaamheidsgevoel te gunnen loop ik zover mogelijk van de vloedlijn vlak tegen de duintjes aan. Vanaf daar heb ik ook een mooi zicht op de Westmaneilanden. Ik besluit nog snel een foto te maken met een lage lijn van eilanden, en veel lucht. Door het tegenlicht worden de eilanden een bijna kleurloze landmassa, waarbij ik experimenteer met een dunne richel zee, of vastgegroeid aan het strand.

De wandelaars lopen mijn beeld binnen, en mijn eerste reactie is stoppen met fotograferen tot ze weg zijn. Maar dan zie ik de mensen verworden tot niet meer dan een silhouet, alsof ik naar een Piyingxi, een chinees schaduwtheater kijk. In plaats van te wachten tot ze buiten beeld zijn, besluit ik de poppetjes een hoofdrol in mijn foto te geven. Een hoofdrol, ondanks dat ze slechts 0,04% van de foto beslaan.
Ik loop verder richting de camper. Een superjeep eveneens aan de vloedlijn komt me tegemoet rijden. De wandelaars zijn bijna bij het scheepswrak en worden misschien honderd meter voordat ze aankomen, ingehaald door de jeep.
Ik kan alleen maar raden wat ze denken en hoe ze zich voelen.
Ik weet alleen maar zeker wat ik zou denken en voelen.
Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis
Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.
