De Hoffelsjökull
Dankzij de vier nieuwe banden, en een vervangen reserveband rijden we weer vol vertrouwen over IJslandse wegen. Ook de bijzonder slechte weg naar de Hoffelsjökull is geen probleem. De harde wind nemen we voor lief, en de zware bewolking is voor mooie lichtvallen een zegen. Het uitzicht op het meer is fenomenaal. Zwarte donkere wolken hangen hoog boven de gletsjer. Iets lager is de lucht lichtgevend wit, wat een mooi tegenlicht en reflecties op het water tussen de ijsbergen laat zien. Een bijna surrealistische zilveren landschap tussen zwarte wanden.
Een wandelroute belooft een mooi uitzicht op de Hoffelsjökull, en niet dat we bang zijn voor een beetje regen, maar een wandeling beginnen wanneer het regent is vele malen lastiger dan het trotseren van regen wanneer je aan een wandeling bezig bent. Een kopje koffie in de camper is dan een mooi alternatief. Een paar keer willen we vertrekken, en een paar keer is het de regen die dan onze plannen in het water gooit.

Bij het volgende droge moment stappen we uit de camper en beginnen aan de steile wandeling omhoog. Soms lopen we in de beschutting van de berg, om het volgende moment snoeihard door de wind om de oren geslagen te worden. Een beetje wind is vervelend, een snoeiharde wind een beleving. Kromgebogen lopen om niet terug geblazen te worden, en af en toe omdraaien om even niet met je hoofd recht tegen de wind in hoeven te hangen draagt positief bij aan de ervaring.
De wandelroute biedt soms uitzicht op de gletsjer, en soms beschutting tegen de wind, maar bijna nooit beide tegelijkertijd. Voor het maken van een foto maak ik mezelf steeds zo klein mogelijk om zo min mogelijk wind te vangen. Het is bijzonder om te zien hoe het perspectief op de ijsbergen en de gletsjer van deze hoogte veranderen. IJsbergen die we zagen als onderdeel van de gletsjer blijken nog honderden meters voor de gletsjer te drijven.

Op het verste uitzichtpunt vinden we een windluwe plek en blijven we even zitten. Genieten van de prestatie, een snack, elkaar en de stilte. Daarna gaan we terug in onze voetsporen, terug naar de camper.
De Heinabergjökull
Enkele jaren geleden ontdekte we de Bolstaðafoss. Een mooie slanke elegante waterval, niet ver van de Heinabergjökull. Over hobbelige zandwegen rijden we eerst naar de gletsjertong voor een wandeling. De wandeling is alleen al geslaagd door de honderden kleine ijsblokjes die vlak aan de oever door wind en water zachtjes tegen elkaar aanbotsen en daarbij een marimba achtige klank laten horen. We willen nog wat dichter bij de ijsbergen komen, maar we worden de pas afgesneden door een riviertje dat net genoeg water laat doorstromen om ons rechtsomkeer te laten maken.
Gelukkig hebben we ook nog de Bolstaðafoss. Ik tuur al een tijdje naar de wand waar de waterval volgens mij hoort te liggen, maar zie niets wat op een waterval lijkt. Heb ik me dan vergist in de wand? Het zou zomaar kunnen, want volgens mij is het minimaal tien jaar geleden dat ik hier was. Dan hoor ik Ans zeggen, daar is hij, tenminste dat wat er van is overgebleven. Ik kijk naar de richting waarin ze wijst en zie weliswaar de mooie ondiepe kloof, maar inderdaad met een minimaal waterstraaltje dat enigszins beschaamd naar beneden glijdt. Het zal het seizoen wel zijn, want tijdens onze tocht zagen we al meerdere watervallen die vrijwel droog stonden.

De rust wordt ernstig verstoord
Terwijl we terugrijden nemen we nog een andere afslag, naar de Fláajökull, en parkeren de auto op wandelafstand naar een uitkijkpunt. Slechts een woeste rivier scheidt ons van de prachtige ijssculpturen en vormen. We kijken en genieten van afstand en blijven zitten totdat de wind vindt dat we hier al lang genoeg zijn. Terwijl de wind woester wordt wandelen we terug naar de camper waar we vlak langs de rivier een plekje vinden om wat te eten. We vinden het fijn om ons eigen plekje te hebben, ver weg van de druktes. We rekken de tijd meestal ver genoeg op, om pas laat op een camping te komen. Waar veel mensen genieten van wat roering, hebben wij tijdens onze reizen het liefst een plekje waar we moederziel alleen zijn.

Lichtharpen ondersteboven
Dit keer rekken we de tijd iets minder uit. De wind is veranderd in storm die rukt en trekt aan de camper. Nog even probeer ik het door de camper met de neus in de wind te zetten, maar ook dat is tevergeefs. Iedere windstoot voelt alsof de volgende stoot de camper fataal zal zijn. We zetten alles vast, ruimen der rotzooi op, en gaan op weg naar de camping, een half uurtje rijden van ons plekje vandaan. Gelukkig is het rustig op de weg, want de wind is zo fel dat het met de camper onverantwoord is harder dan 70 kilometer per uur te rijden.

Terwijl mijn handen verkrampt rondom het stuur klemmen, kijk ik vol bewondering naar de wolkenlucht boven ons. Een ware stormlucht met stormachtige lichtomstandigheden. Op de eerste de beste parkeerplek langs de hoofdweg zetten we de camper stil, en rennen naar het uitzichtpunt waar we slechts, hangend tegen de wind genieten van de spectaculaire luchten en heuse anticrepusculaire stralen. Een lichtharp, die vanachter de horizon naar boven lijkt te schijnen in een uitwaaierende vorm.
Daarna rijden we door naar de camping vanwaar het uitzicht op de wolken nog steeds fascinerend blijft.

Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis