Enkele afspraken rondom mijn expositie verplichten mijn om niet te ver te reizen. Zo heb ik een afspraak voor het laten afnemen van een interview en het laten maken van een paar foto’s voor de krant Skessuhorn. Ik ben aangenaam verrast wanneer de krant verschijnt, en ik blijkbaar een hele pagina heb gekregen. Ik ben zo trots als een pauw.
Ik kan er natuurlijk geen woord voor lezen, maar een combinatie van een broer en AI zorgen voor een vertaling van het artikel.

Er gaan ook dagen voorbij zonder afspraken. Voor de vulling van die dagen ben ik afhankelijk van mezelf, maar ook van het weer. Op een dag rijd ik op de 508, onwetend van het feit dat die weg veel weg heeft van een fuik. Hij begint met tweebaans asfalt, gaat over in gravel, om vervolgens langzaam te veranderen naar éénbaan. En hoe verder ik kom, hoe harder het gaat waaien, hoe smaller de weg wordt, en te meer geulen de weg dwars doorsnijden. Met een gewone 4×4 geen probleem, maar als op die 4×4 ook je huis vast zit wordt het toch anders. Ik overweeg te keren, maar ook dat is nergens mogelijk. Niet veel verder gaat de route steeds steiler omhoog, over scherpe stenen. En steeds als ik denk dat het niet erger kan worden, wordt het nog erger. Ik ben bang dat ik hier straks ga stranden, terwijl het al laat in de avond is. Rond 21:00 in de avond vind ik uiteindelijk wel mijn bestemming, maar wanneer ik uitstap op het laatste stuk te gaan lopen begint het te regenen.
Ik ga terug in de camper, en raadpleeg de kaart. Tot aan de doorgaande weg is het nu nog iets meer als zeven kilometer. Ik ga het erop wagen.

De contactsleutel draait om, en ik hobbel verder over de scherpe los gestorte stenen. Een kwartier later sta ik bij de doorgaande weg, en sla of naar Þingvellir, waar ik laat in de avond aankom. De camping is al in diepe rust. Om die rust niet te verstoren zet ik mijn camper op het eerste de beste vrije plekje, en draai de contactsleutel al zowat om nog voordat ik goed en wel stilsta. Ik stap uit de cabine, en duw zo zachtjes als ik kan de deur dicht, en stap achter in het woongedeelte van de camper, waar ik ook voorzichtig de deur dichttrek. En vanaf dat moment ben ik muisstil.
Al vroeg in de ochtend wordt er aan mijn deur geklopt. Wanneer ik de deur open sta ik oog in oog met een ranger van Þingvellir. Hij verzoekt mij om de camping te verlaten. Het heeft de hele nacht geregend, en de camping staat compleet onder water. Aan alle deuren wordt geklopt, en ik zie al verschillende campers die het terrein beginnen te verlaten. Zo snel ik kan verlaat ook ik de camping. Bijslapen zal voor een andere keer zijn.
Het blijft regenen
Na weer even in Akranes te zijn geweest ga ik weer op pad. Het zijn een paar heftige dagen geweest, en ik voel de behoefte om in aller rust aan mijn foto´s en mijn teksten te werken. Een rust die ik hoop te vinden op een van de twee parkeerplaatsen bij Gerðuberg. Wanneer ik daar een uurtje heb gestaan wordt het drukker en drukker. Ik ben vooral druk bezig met het observeren van mensen. Mensen die hier in de stormende regen toch even uitstappen, naar de kolommen lopen en vervolgens drijfnat terug de auto in stappen om naar hun volgende natte doel te rijden. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik hier al vaker ben geweest met goed weer, en dat ik niet per sé in de regen IJsland hoef te bewonderen. Maar wanneer je hier voor het eerst komt, tsja, dan kun je niet anders. Ik zit rustig vanuit mijn schuilhut te kijken naar een jongedame, die voorbij het raam waaraan ik zit komt lopen. Even kijkt ze om zich heen, en begint dan schichtig haar broek naar beneden te doen. Ze is nog niet heel ver met het laten zakken van haar broek, en het lijkt mij netjes om even met veel geluid te gaan verzitten zodat ze in de gaten krijgt dat er iemand zit mee te kijken. En ik weet het best, het is niet netjes om te kijken, maar het voelt een beetje alsof je naar een film kijkt. Je wilt toch weten hoe hij afloopt.

De broek gaat een stuk sneller weer omhoog dan dat hij naar beneden ging, en ze verdwijnt uit mijn gezichtsveld. Een film met een open einde.
Ik vind dat het hier te druk wordt om rustig te werken, en begin mijn spullen in de kasten te laden en meer eenzaamheid te zoeken.
Wanneer ik klaar ben om te vertrekken en uit de camper wil stappen zie ik dat de film nog verder is gegaan na de aftiteling. Geen open einde. Een duidelijk urine spoor precies achter de deur van de camper is getuige van het einde van de film. Gadverdamme. Nog meer reden om te vertrekken.
Ik start de camper en rijd door naar Rauðamelsölkelda, een stuk verder voorbij Gerðuberg, en met de rust die ik zocht. De rest van de middag zie of hoor ik niemand. Ik werk aan mijn foto´s, aan mijn teksten en maak een korte wandeling naar een sprookjesachtige waterval, diep in een kloof.
Vroeg in de avond zoek ik een camping en vind die niet ver van Ytri Tunga in Granny´s campsite. Het binnenrijden van de camping is alsof je een scene van The Birds, de film van Alfred Hitchcock in rijdt. Enkele tientallen Noordse Sternen belagen mijn camper. Wanneer ik uitstap denk ik dat het wijs is om mijn petje op te zetten. Een goede beslissing, want hoewel de sternen over het algemeen enkel schijnaanvallen uitvoeren, voel ik duidelijk hoe een stern mijn petje gebruikt voor een doorstart.

Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis