Een oranje gloed vult de camper. Zelfs met mijn ogen dicht weet ik wat dat betekent. De zon schijnt. Na de ervaringen van de afgelopen dagen is de zon meer dan welkom. Ik kleed me snel aan, en sta even later buiten te genieten van het zonnetje. De camperdeuren, de daktenten, de gewone tenten staan allemaal ver open. Het is nu de kans om alles lekker te laten drogen.
Mijn camper kan ook wel wat frisse lucht gebruiken. De matten gaan naar buiten, de handveger komt tevoorschijn en het naar binnen gelopen gras wordt naar buiten geveegd. Even later is alles weer schoon, en zit ik tevreden aan het ontbijt.
De Búlandstindur
Ik start de camper, benieuwd naar wat ik vandaag allemaal kan verwachten. Ik ken de weg, ik weet wat ik ga tegenkomen, maar niet hoe ik het zal aantreffen. Ik laat me leiden door het licht en de omstandigheden. Al snel komt de Búlandstindur in het vizier. Doorrijden of stoppen? Een toefje wolken tegen de flanken van deze piramidevormige berg bepaalt de volgende stap. Stop.
Vanaf de parkeerplek heb je goed zicht op de berg, maar wanneer je hiervandaan fotografeert, heb je een foto van de berg. Mooi, maar niet voldoende. Ik kijk naar een klein schiereilandje en zie tot mijn verrassing het kleine halfvergane bootje dat ik hier jaren geleden al eens fotografeerde. Een berg en een bootje, voor mij is het net dat stukje extra, dat karakter geeft aan de foto van de berg.
Ik loop achteloos langs de informatieborden, maar zie dan dat het slechts borden zijn. De informatie is weg. Ik ben even verbaasd, want dit was de locatie waar Nicoline Marie Weywadt opgroeide. De meesten zullen hun schouders ophalen bij die naam, maar Nicoline was de eerste vrouw in IJsland die fotografie studeerde en als fotograaf werkte. Ze studeerde in 1872 af als fotografe in Kopenhagen. Haar foto’s vormen tegenwoordig een belangrijke historische bron over Oost-IJsland, en daarmee heeft ze haar informatiebord eigenlijk wel verdiend.
Kan ik over mijn eigen schaduw heen stappen
Ik loop een stukje door naar het schiereiland om te zien hoe ik een fotocombinatie kan maken van bootje en berg. De grootste uitdaging is de diepe ligging van het bootje. Het is lastig om een plek en een houding te vinden waarin ik beide kan vastleggen zonder dat mijn eigen schaduw een rol in de compositie opeist.
Ik ben niet de man die sneller fotografeert dan zijn schaduw. Ik kijk richting de zon en dan naar mijn schaduw. Tien minuten kunnen hier het verschil maken. Eigenlijk zou ik moeten zeggen acht minuten en twintig seconden, want dan kan ik zeggen dat het licht dat mijn schaduw op de juiste plek plaatst al onderweg is.

Tijdens het wachten bedenk ik al hoe ik de foto wil gaan maken en welk objectief ik hiervoor ga kiezen. Om me heen kijken is onderdeel van mijn fotografie. Mijn oog valt op de bergrug die de scheiding markeert tussen Berufjörður en Breiðdalur. De meeste bezoekers zullen als meest interessante bergrug van IJsland waarschijnlijk Vestrahorn of Eystrahorn noemen. En het klopt dat dit twee hele markante en fotogenieke bergruggen zijn, maar wie goed kijkt, ziet het bijzondere van deze bergrug bij Breiðdalur.
In de wolken
De pieken, onder andere de Flögutindur, Smátindar en Stöng, hebben ieder hun eigen schoonheid. Vandaag hangt er een mooie strook wolken net onder de pieken. Wanneer je alleen de wolken en de pieken in je beeld vangt, ontstaan dromerige landschappen die je het gevoel geven boven de wolken uit te stijgen. Ik maak vanaf hier een paar foto’s, maar rijd dan door naar de Nykurhylsfoss omdat ik weet, of in ieder geval vind, dat vanaf daar het mooiste uitzicht op de bergrug te zien is.

De hele bergrug is onderdeel van de ongeveer zeven miljoen jaar oude vulkaan Breiðdalseldstöð, maar dat is interessanter voor de geoloog dan voor de fotograaf. Dan is het weer een kwestie van geduld. Geduld, omdat de strook bewolking zijn eigen route neemt waarbij de hele bergrug soms aan het zicht wordt onttrokken. Maar ik heb de tijd. En ik neem die tijd.

De groene kliffen van Blábjörg
Tevreden rijd ik een uurtje later verder. De lucht boven mij is blauw. De bewolking kruipt steeds langs de flanken van de bergen omhoog. Ik nader Blábjörg, vertaald als de blauwe rotsen, al kun je erover discussiëren of ze wel blauw zijn, of wellicht groen. Een klif van ignimbriet, een vulkanische tuflaag van negen miljoen jaar oud.

Voorgaande keren dat ik bij Blábjörg was, was het bewolkt. Dit keer is de lucht strakblauw. En voor iemand die altijd beweert dat blauwe luchten saai zijn in de foto´s, moet ik dit keer toegeven dat de zon de omgeving goed doet. Voortaan kan ik het beter hebben over “Meestal saai.” Ik geniet van het zwarte strand, de groene Blábjörg en de subtiele rode baan in de klif. De wolken die zo nu en dan de Búlandstindur, omhullen maken het statische landschap wat dynamischer. Ik heb mijn natuurfoto’s het liefst zonder menselijke maat en of aanwezigheid, dus de keren dat er even wat meer mensen hier afdalen ga ik in het zand zitten en geniet ik van de omgeving.

Bijzondere luchten
Ik ben alweer een stukje aan het rijden. Bij Blábjörg werd de blauwe lucht steeds meer gevuld met wolken. Hoe verder ik rijd, hoe interessanter de wolken zich vormen. Wit, lichtgrijs, donkergrijs en donkergrijs tegen zwart aan. Ik geniet van de wolkenluchten en weet al waar ik wil stoppen om ze vast te leggen.
Tijdens het genieten zit ik me ook te ergeren aan twee campers die duidelijk bij elkaar horen en niet harder rijden dan zestig kilometer per uur. Met veel bochten en redelijk wat tegenliggers is het niet te doen om in te halen. Ik zie hoe de wolken langzaam van vorm beginnen te veranderen en minder sterk worden. Langzaam verkeer is niet erg, behalve wanneer je ergens wilt zijn en tijd cruciaal is. In mijn gedachten slaan de campers ook nog eens af op mijn parkeerplaatsje en word ik gedwongen om door te rijden.
Gelukkig rijden ze mijn plekje voorbij, en ik spring uit de camper, grijp mijn camera, en loop zo snel ik kan naar de vuurtorens van Hafnarnes. Gele vuurtorens zie je op heel IJsland, en ze zijn absoluut een foto waard, maar nu met de donkere lucht op de achtergrond wordt het geel, of oranje zoals je wilt extra benadrukt. Tijdens het lopen maak ik zo nu en dan alvast een foto, bang om de luchten te missen.

En dan sta ik op de goede plek, met het juiste licht en de juiste omstandigheden. De stress ontsnapt uit mijn lichaam. Na de snelle snapshots om het moment niet te missen heb ik nu tijd voor het maken van foto’s. Ik kan mezelf alleen maar voor mijn hoofd slaan omdat ik niet de tijd heb genomen om een jas of vest aan te trekken. Het is te koud voor mijn T-shirt, maar ik zal het ermee moeten doen.
De laatste foto van deze reis, een typische IJslandse vuurtoren in een typisch IJslands landschap met typische IJslandse luchten. Het is een goede afsluiter van deze bijzondere reis.
Seyðisfjörður, wachten op de boot
Na de vuurtoren ben ik doorgereden naar de camping bij Reyðarfjörður waar ik in de ochtend word gewekt door het tikken van de regen op het dak van de camper. Het maakt me vandaag niet zoveel uit. Bij goed weer had ik deze dag nog wat ondernomen, maar nu rijd ik naar Egilsstaðir. Nog één keer IJslandse diesel tanken zodat ik in Denemarken kan doorrijden, en nog wat boodschappen doen, voornamelijk wat snacks voor op de boot.
Niets te zien op Fjarðarheiði
De middag besluit ik door te gaan brengen in Seyðisfjörður. Het is een leuk pittoresk dorpje, beroemd om het blauwe kerkje met de regenboogstraat, en er ligt nog een waterval, de Vestdalsfossar die ik wel eens wil gaan bekijken. De pas Fjarðarheiði is ook geen straf om te rijden. De pas geeft alleen dit keer niets van zijn schoonheid prijs. Ik zit al snel in een hele dichte mist, soms met zicht van niet meer dan twintig meter, en volgens mij soms niet eens. De rit wordt daarmee een van de meest inspannende ritten die ik dit jaar maakte in IJsland.
De haarspeldbochten liggen steeds verrassend dichtbij en vragen mijn opperste concentratie. Ik bedenk dat ik misschien wel even kan stoppen bij de Gufufoss. Mist en landschappen gaan vaak goed samen. Ik verwacht geen drukte, de MS-Norröna komt morgen pas aan, dus deze dag zal het wel rustig zijn. Ik verheug me op de rust, de mist en de waterval. Langzaam wordt de mist dunner. In de verte zie ik Seyðisfjörður liggen. Wat ik niet verwacht had te zien zijn veel auto’s op de parkeerplaats bij de Gufufoss, en nog meer wandelaars die te voet zijn gekomen uit het dorpje. Wanneer ik in de verte het cruiseschip zie liggen valt het kwartje. Ik rijd de Gufufoss voorbij, en besluit naar de wat meer onbekende waterval Vestdalsfossar te rijden. Ik rijd het plaatsje voorbij en zie vele wandelaars die hetzelfde idee hadden. Ik zet even de camper aan de kant om te kijken hoever ik ongeveer moet rijden wanneer ik word ingehaald door een toerbus met mensen van het cruiseschip die ook de waterval gaan bekijken.
Even twijfel ik, maar dan draai ik om en rijd de camping op. Ik loop nog even het dorp in, maak een rondje rondom de kerk, wandel over de regenboogstraat en maak met mijn telefoon nog wat foto’s. Vanaf een bankje kijk ik even naar de vele mensen die door de straten struinen op zoek naar het pittoreske, verlaten vissersdorpje dat in hun reisbrochure staat vermeld.
Ik wandel terug naar de camper en blader op mijn laptop door de foto’s en laat de bijbehorende herinneringen de revue passeren. Ja, dit was weer een mooie reis, maar nu is het tijd om naar huis te gaan.

Staat IJsland op je verlanglijst? (Zou wel moeten) Denk dan eens aan IJslandTours. Veel enthousiasme, veel kennis, vriendelijk en behulpzaam.

Dan nog even dit
Bedankt voor het lezen van dit bericht. Als schrijver en fotograaf vind ik het belangrijk en fijn om wat feedback te krijgen. Al zijn het maar twee of drie woorden. Een like is natuurlijk al leuk, maar een paar woorden over hoe je het vond zijn een boost voor mijn motivatie om met plezier te blijven schrijven.
Alvast bedankt!

Lees ook de nieuwste publicatie van Gerry van Roosmalen:
In het spoor van het licht.
Een boek met overpeinzingen, inzichten en een schepje humor.
Waargebeurde verhalen langs een fictieve reis