Menu Sluiten

Alleen, maar niet eenzaam

Onderweg naar IJsland – 2026

De tijd verstrijkt langzaam. Ik doe een spelletje op mijn telefoon, kijk een gedownloade Netflix-film, en geef toe aan de slaap waar ik blijkbaar al lang aan toe was. Komt het door het zachtjes wiegen van de boot, de warmte in mijn hut, de verveling die me loom maakt? Of gewoon de suikerinname, want de verveling laat me steeds weer een nieuwe toffee pakken. Erg zoet en erg zacht. Zodra de toffee op mijn tong ligt, valt hij uiteen in zachte chocolade die de karamel omhult. De karamel en de chocolade bieden mijn smaakpapillen een paar seconden overwerk waarna ze bijna vloeibaar in mijn slokdarm verdwijnen. Mijn smaakpapillen komen meteen in een staat van opperste verwarring en vragen zich af waar die sensatie van net gebleven is. Mijn onderbewustzijn helpt door een volgende toffee op mijn tong te leggen, mijn lichaam in verwarring brengend over een weeïg gevoel dat zich meester van mij maakt en aangeeft dat het wel genoeg is geweest.

Steeds wanneer ik mijn hut binnenloop, voelt het even fris. Die frisheid is relatief. Het is slechts frisser dan op de gang. Na een tijdje voelt die frisheid drukkend en kan ik niet anders dan de hut verlaten en een wandelingetje maken door de lange gang met blauwe vloerbedekking en veel deuren. Allemaal hutten met mensen die ieder hun eigen verhaal hebben. De vierpersoons hutten, het zijn verblijven voor een paar dagen, toch prijs ik mezelf gelukkig dat ik zo’n hut voor mezelf heb. De bovenste stapelbedden zitten opgeklapt tegen de wand waardoor je toch een beetje de illusie van ruimte hebt. Een klein bureautje met een krukje en een klein tafeltje tussen de onderste bedden. Een douche en een toilet, allemaal functioneel, misschien zelfs enigszins knus. Een poster van een gele dwergstrandloper is de enige versiering in de kamer.

Ik loop over de gang en ga van de zevende naar de vijfde verdieping. Er is een winkeltje met te dure spullen en wat souvenirs, maar ook toffees. Langs het winkeltje een aantal tafeltjes met wat luxere stoelen. Hoewel ze plaats bieden aan vier of meer personen lijken ze stuk voor stuk geclaimd door enkelingen, en soms een duo. Tassen worden gebruikt om het territorium af te bakenen. Soms ligt een enkeling door het ontbreken van een tas breeduit over een bank om het territorium te claimen. Twee mannen zitten breed uit op de banken, met twee aangebroken sixpacks tussen hen in om aan te geven dat dit hun hoekje is. De twee sixpacks geven duidelijk aan dat dit duo geen prijs stelt op een extra passagier. Niet dat ik hun dronkenmansgelul zou willen aanhoren. De nutteloze bandana om hun hoofd moet naast de sixpack waarschijnlijk een soort verbondenheid aangeven, al zal ik nooit begrijpen waarom iemand in een binnenruimte een bandana of petje zou willen dragen. Het zal wel iets te maken hebben met het imago dat ze hiermee denken uit te stralen.

Een stukje verderop loop ik een van de restaurants van het schip binnen. Een dertigtal, misschien wel een veertigtal mensen vult de tafeltjes. Een enkel stel heeft een stok kaarten bij zich en speelt in stilte, sommigen lezen een boek, maar de meesten zitten verdiept in hun mobiele telefoon. Het mooiste zijn de stellen waarvan één verdiept is in de telefoon, en de partner apathisch naar buiten kijkt naar de klotsende zee en de voorbijdrijvende wolken. Buitenom wandel ik naar de Laterna Magica-bar. Van buiten zie ik eigenlijk hetzelfde tafereel: mensen die verveeld en apathisch naar buiten kijken.

Ik loop de bar binnen. In de hoek van de ruimte op een te klein podium zit een muzikant zijn zuiverste noten te zingen. Noten die hij begeleidt met zijn gitaar. Eerlijk gezegd, het klinkt best goed, maar voor de aanwezigen niet genoeg om ook maar enige aandacht te krijgen. Ook in deze bar is iedereen druk bezig met niets doen. Blik op leeg. Als ik binnen kom, is er niet één hoofd dat even in mijn richting beweegt. Ik kijk altijd rond wanneer ik ergens binnen kom, kijkend of er een moment van oogcontact volgt, maar hier gebeurt helemaal niets. De barman die bezig is de bar te poetsen kijkt even op, knikt vriendelijk en gaat verder met poetsen. De bovenzijde van de bar is versierd met afbeeldingen van oude Faeröerse postzegels, ik neem de afbeeldingen in mij op en denk aan de IJslandse postzegels waarmee ik thuis bezig ben.

Ik kijk nog even naar het tafereel van de afwezige aanwezigen. Het voelt eenzaam, en ik besluit terug te gaan naar mijn hut waar ik net zoveel gezelschap heb als hier, tussen de mensen. Alleen in de hut voel ik me niet eenzaam, slechts alleen. En dat is prima.