Gastenboek

  • Pétur Helgason:
    Hi Gerry, Nice pictures from Iceland I must say. Your... »
  • Jan van de Lagemaat:
    Hallo Gerry, Inmiddels zijn er al weer drie weken verstreken... »
  • Jos Henrichs:
    Beste Gerry IJsland in het vroege voorjaar klinkt heel aanlokkelijk... »
  • Hans van Wijk:
    Een week thuis en terugkijkend naar deze fotoreis ontstaat weer... »
  • Mich Buschman:
    Jouw boek \"Ode aan IJsland\" vormde volop inspiratie om met... »
  • HANSVANDAM:
    Ik ben bijna een week terug van de fotoreis oktober... »
  • Marco:
    Hoi Gerry, Ik ben nogsteeds volop aan het nagenieten van... »
  • Sander:
    Gerry, nogmaals bedankt voor de zeer indrukwekkende week die ik... »
  • Astrid:
    Via het surfen op internet kwam ik op je site... »
  • w.zandbergen:
    Hallo Gerry, Je prachtige boek ontvangen en wat een verrassing... »

Een nieuwe dag, maar nog even niets

De ochtend verloopt voor een groot deel zoals de vorige ochtend. Buiten is het donker en valt er van tijd tot tijd regen. Soms zie je de Bláfjall wel, en soms weer even niet. Alleen dit keer ben ik strijdvaardiger dan gisteren. Ik mail, bel en app zowat mijn hele kennissenkring in IJsland in de hoop dat ze kunnen helpen mijn project dat net zo vast ligt als de walvisvaarders van gisteren weer los te trekken.

Met een tevreden gevoel, evalueer ik de vorderingen van deze ochtend, en besluit om het resultaat niet af te wachten, maar er gewoon weer op uit te trekken. Mijn fotospullen staan klaar, de accu’s geladen, het lunchpakket ingepakt, er is niets wat mij nu nog kan tegenhouden. Behalve natuurlijk een positief bericht. Ik check mijn mail, app en telefoon. Niets… Dat kan natuurlijk ook niet zo snel, maar een mens mag dromen. Toch?

Niet veel later rijd ik weer door het Hvalfjörður, waarvan ik zo langzaamaan iedere bocht en waterval wel kan dromen. Boven het Brynjudalur hangt een bui, maar ik heb nu met mezelf afgesproken dat geen bui mijn tegen zal houden. Die afspraak wil trouwens niet veel zeggen. Het zal niet mijn eerste afspraak met mezelf zijn die ik toch niet nakom.

Nog even genieten van de warmte en muziek

De auto staat al op zijn plaats. Nu nog de contactsleutel omdraaien en uitstappen. Er zijn veel goede redenen om dat niet te doen. Neem bijvoorbeeld de stoelverwarming, de heerlijke muziek van Radiohead (I Promise) en binnen de veilige portieren van de auto waait geen wind. Te oordelen aan het schudden van de auto is dat buiten wel anders.

Bij het wegsterven van de laatste noten van “I Promise”, draai ik resoluut de contactsleutel om, want ik hoef slechts de eerste noten van het volgende nummer te horen om het uitstappen toch weer even uit te stellen. Even later sta ik buiten en trotseer ik de elementen. Geheel routineus gooi ik mijn rugzak over mijn schouders, gooi de deur van de auto dicht en duw op het knopje waarmee het vehikel aan alle kanten wordt gesloten. Als bevestiging van dit door ons als normaal gevonden wondertje klappen langzaam de spiegels van de auto naar binnen als teken dat de auto in volledige rust is wedergekeerd.

Verdwalen, of verkeerd lopen

Ik loop eerst maar naar het bord waarop zich een kaart van de omgeving bevindt. Op de kaart bevinden zich ook vele paden, maar niet een ervan leidt in de richting van het door mij bedachte einddoel, een waterval. Ik vind een pad dat niet op de kaart staat, maar ongeveer de goede richting in lijkt te gaan, en besluit dat pad maar te gaan volgen. Niet voor lang trouwens, want het pad houdt al snel op te bestaan en wordt ruw onderbroken door een dikke laag modder.

Ik keer terug op mijn schreden en sla een ander pad in. Het pad is moeilijk te volgen, maar niet veel later sta ik toch hijgend en wel op een mooi uitzichtpunt waarvandaan ik de waterval kan zien liggen. Forse regenwolken trekken over het deel waar ik heen wil wandelen. Soms breekt daar ook de zon door wat alles in een adembenemend mooi licht plaatst. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik het appartement achter mij heb gelaten en nu getuige ben van dit mooie stukje IJsland.

Het geeft me afleiding, al betrap ik mezelf er ook regelmatig op dat ik vaak in gedachte, maar soms zelfs hardop, mopper op de hele situatie. Gelukkig ben ik hier alleen, want ik besef me best dat ik vandaag geen leuk gezelschap ben. Vandaag ben ik een combinatie van frustratie en verwondering. Een vreemde gewaarwording.

Ik ben intussen aangekomen bij iets wat het einde van het pad lijkt te zijn. Aan alle kanten gaan wel wat schapensporen uit, maar niets wat nog maar op een door mensen belopen wandelpad lijkt. Ik volg een paadje dat ongeveer de richting in gaat waarheen ik wil, en loop mezelf vast op een dichtbegroeid bos van kromgegroeide berkenboompjes. Ik heb geen zin om weer terug te keren, dus besluit ik dwars door het bos te wandelen. Wandelen is dan een groot woord. De kromgegroeide takken zitten zo in elkaar verstrengeld dat het vrijwel onmogelijk is om er door te komen. Als de takken oren hadden zouden ze waarschijnlijk vanzelf wijken bij het horen van mijn gevloek. Op dit moment is het de frustratie die mij leidt.

Opsparen van fotomomenten is een slechte eigenschap

Gelukkig kan ik over de boomtoppen heen kijken en weet zo dat het niet ver meer is tot de rand van het bos, of het volgende bos. Na een tijdje kruis ik een redelijk te volgen schapenpad. De zon is ondertussen weer gaan schijnen en ik betrap mezelf erop dat ik aan het zingen ben. Blijkbaar heb ik het nu naar mijn zin, want als ik gelukkig ben begin ik vanzelf te zingen. Mijn omgeving zal blij zijn dat ik niet altijd gelukkig ben, maar hier is niemand die er zich aan stoort.

Onderweg zie ik verschillende goede fotomomenten, maar omdat ik niet weet hoever het nog tot is de waterval is, besluit ik die momenten op te sparen voor de terugweg. Met al dat moois ga ik het op de terugweg nog druk krijgen. Ik vind het belangrijker om voor het donker het dal weer uit te zijn, want het pad is in het donker zeker niet te volgen. Ik heb me dan ook voorgenomen om uiterlijk om 16:00 uur om te keren.

Bij een kleine doorwading besluit ik even te stoppen om wat te drinken. Ik reik met mijn hand naar de waterfles, maar grijp in het niets. Ik voel nog eens opnieuw, maar de fles ben ik kwijt. Nu is hier natuurlijk voldoende water, maar ten eerste drinkt het fijner uit zo’n fles, en ten tweede ligt er nu ergens een stuk plastic in dit mooie stukje natuur. Ik voel er niets voor om terug te gaan om de fles te zoeken. De kans dat ik die terugvind door het bos met de kromme takken is vrijwel nul.

Met de haven in zicht…

Voor het einde van de wandeling strand mijn poging om de waterval te bereiken. Ik weet dat het niet meer ver kan zijn, maar het snelstromende, ijskoude en diepe water van de rivier maakt het geholpen door steile wanden onmogelijk om verder te gaan. Het is bijna 16:00 uur en dus ook tijd om aan de terugweg te beginnen.

Nog eenmaal kijk ik om, of er een mogelijkheid is bij de waterval te komen, maar ik besef dat ik mij gewonnen moet geven.

Met een ontevreden gevoel draai ik om en aanvaard ik de terugweg. Ik neem me voor om me dan maar te richten op de mooie plekjes die ik onderweg hierheen tegenkwam. Bij een veldje met lange sprieten bruin gras steken enkele grijze stenen met daarop knalgroen mos mooi af tegen de omgeving. Een mooi plekje om te stoppen. Ik leg mijn rugzak op de grond, rits hem open en wil mijn camera pakken.

Een moment van paniek

Een felle pijnscheut schiet door mijn rug. Nee… Niet hier, niet ver weg van alles, niet op een onbekende plek, en zeker niet op een plek waar ik nog geen andere sterveling heb gezien. Ik ken het gevoel. De eerste keer dat ik dit kreeg kon ik een week niet lopen, laat staan mijn bed uit komen. Binnen een fractie van een seconde dwing ik mezelf in een ontspannen houding. Je zelf dwingen te ontspannen klinkt gek, maar geloof me, het kan.

Voorzichtig probeer ik in te schatten wat nog wel kan en wat niet. Ik voel hoe mijn rug langzaam stijf wordt. Als ik nu 112 moet bellen om me hier te evacueren, dan gelooft niemand me, en dat heeft alles te maken met mijn boekproject waaraan ik hier werk. 112 Bellen is dus eigenlijk geen optie. Knietje voor knietje, ja ik zit op mijn knieën, schuif ik iets dichter naar mijn rugzak. Uit een van de vakjes tover ik een pillendoosje tevoorschijn. Voor noodgevallen heb ik altijd wat bij. Ik begin met een Voltaren tablet, dan een Oxazepam gevolgd door een paracetamol. Een ontstekingsremmer, een spierverslapper, en een pijnstiller. Mijn waterfles was ik al kwijt, en ik ben te ver weg van de stroompjes met water. Ik vul mijn mond met speeksel, gooi de tabletten naar binnen, kauw ze stuk en slik ze door. Mensen die vaker deze pillen slikken weten dat “Gadverdamme” een understatement is. Als troost pak ik maar meteen een powerbar die ik als noodrantsoen in mijn rugzak heb zitten. En ja, er is ook nog plek voor fotospullen.

Langzaam begin ik mijn spullen terug in de rugzak te stoppen en de ritsen te sluiten. De rugzak heeft wel een goed ding. De heupgordel. Ik weet mijn rugzak om mijn rug te krijgen en trek die heupgordel flink aan. Mijn rugspieren krijgen hierdoor wat rust, en ik word in een rechtere houding gedwongen. Langzaam sta ik op en zet mijn eerste stappen. Die doen pijn. Strompelend loop ik in de richting van de auto. Zo nu en dan als ik misstap schiet er een pijnscheut door mijn rug. Even stoppen, bijkomen en doorlopen.

Doorgaan is de enige optie

Het gevaar van alleen wandelen in een verlaten gebied. Hier kunnen kleine dingen grote gevolgen hebben. Het stelt mij gerust dat mijn “room mate” weet waar ik uithang. Als ik vannacht niet thuiskom zal ze best de hulptroepen inschakelen. Ik heb een noodrantsoen bij me, net zoals een aluminium slaapzak en een zaklamp. Eén nachtje zal ik het hier best wel uithouden. Mijn telefoon zal me hier trouwens weinig diensten bewijzen, het ding heeft geen bereik.

Zo af en toe zakt een been plots verder weg in de grond dan waarop ik had gerekend, en verlies zo keer op keer mijn evenwicht. Onder het hoge gras zitten soms diepe kuilen. De beste oplossing op dit moment is me dan volledig te ontspannen en te laten vallen. Als ik probeer overeind te blijven is de kans groot dat het helemaal mis gaat met mijn rug.

Een mantra

In de auto ligt nog een fles water, in de auto ligt nog een fles water. Ik begin dorstig te worden, erg dorstig. Ik kan alleen niet de rivieren of stroompjes bereiken om het heerlijke water te kunnen drinken. Doorlopen naar de auto, daar kan ik drinken. Het zijn vervelende gedachten, maar het leidt wel af van de pijn.

En dan zie ik op enkele tientallen meters voor mij mijn waterfles liggen. Een moment van geluk. Langzaam zak ik door mijn knieën om de fles op te tillen. Ik ben nu volgens mij net zo gelukkig als iemand die net een grote geldprijs heeft gewonnen. Ik zet de fles aan mijn lippen, en slok het water gretig naar binnen.

Met hernieuwde energie loop ik verder naar de auto waar ik aankom als het bijna donker is. De rugzak gaat op de achterbank, en ik laat mezelf in de bestuurdersstoel zakken. Ik draai de contactsleutel om en voel binnen een paar seconden hoe de stoelverwarming mijn rug begint te verwarmen.

Uit de radio klinkt de volgende track van Radiohead, “Man of War”.

 

 

 

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>